Bekijk het origineel

Extravagantiën.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Extravagantiën.

6 minuten leestijd

Zonderling gaat het in de Ned. Herv. kerk soms toe.

Te Nieuwe-Pekela heeft een predikant de socialisten gevraagd, bij hem in de kerk te komen, en na afloop van zijn preek in de kerk over die preek te debatteeren.

De Ned. meldde er dit van:

De bekende socialistische spreker L. M. Hermans bezocht Zaterdag en Zondag jl., de provincie Groningen en hield aldaar redevoeringen.

Te Stadskanaal besprak hij de Jezus-figuur in het Heidendom, in het Christendom en in het Socialisme, en eenige zijner partijgenooten te Nieuwe-Pekela hadden bezoeken afgelegd bij godsdienstleeraars en predikanten ten einde dezen uit te noodigen de vergadering bij te wonen en naar aanleiding van het gesprokene te debatteeren.

Overal ontvingen zij een weigerend antv/oord.

De heer Jansonius, predikant bij de Ned. Herv. Gemeente te Nieuwe-Pekela, gaf echter te ken­ nen dat hij er niets tegen had wanneer de socialisten zijne predikatie bijwoonden en men na afloop van den dienst bedenkingen tegen het gesprokene inbracht.

Dit gezegde had ten gevolge dat Zondagmorgen • jl. Hermans met een twintigtal zijner partijgenooten in het kerkgebouw verscheen en de godsdienstoefening bijwoonde. Nadat de heer Jansonius over den Munsterschen vrede gesproken had en op de gewone wijze de godsdienstoefening was afgeloopen, trad de heer Hermans met den prediker in debat, waarvan wij een verslag in het „Volksdagblad" vinden. Bij vele kerkgangers moeten die discussiën een zonderlingen indruk hebben gemaakt.

Afgezien van de opvattingen van ds. Jansonius vragen wij waar het heen moet indien ook al in de kerk debat wordt toegestaan.

De prediker is daar om Gods Woord te verkondigen en daarbij is debat niet noodig. Zij die zich met de godsdienstige opvattingen van een predikant niet kunnen vereenigen, doen beter zich onder 't gehoor te begeven van een ander, v/iens gevoelens zij deelen, dan door debat, vooral van socialistische zijde, de orde eventueel te verstoren.

En dit feit staat niet op zichzelf.

Te Eelde, zoo meldde onlangs de Telegraaf, is men voorstellingen in de kerk gaan geven.

Men schrijft ons uit Eelde: 't Is een koude, sneeuwerige avond. De torenklok slaat zeven en vóór de.kerkdeur te Eelde verdringt zich eene menigte, brommend en pruttelend, stampend en vloekend, zooals eene menigte dat kan, die in de koude sneeuwjacht met nieuwsgierig verlangen voor eene gesloten deur staat te wachten. Eindelijk gaat de zware deur open en aller oogen staren in de diepe duisternis van het kerkgebouw, waar slechts een enkel lichtje, heel in de verte hen geruststelt, dat er toch iets te doen is. Ja zeker, de verwachting zal niet teleurgesteld worden. De advertentie in de courant en de aanplakbiljetten aan de boomen hebben dan wel waarheid vermeld, dat er nl. lichtbeelden in de kerk zullen vertoond worden. Het eerwaardige gebouw, dat eeuwenlang in den dienst van den Allerhoogste heeft stand gehouden, dat tientallen van geslachten in diepen ootmoed binnen zijne muren heeft zien opgaan, mag thans dienst doen als inrichting van publieke vermakelijkheid.

De kijklustige menigte dringt voorwaarts, maar wordt, pas over den drempel, tot staan gebracht door den wachter, die entree's moet inbeuren. 't Gaat dezen keer niet maar zóó of voor een cent voor de armen. Neen, er zal nu iets heel anders vertoond worden, dan dat alle-Zondaagsche, en daarvoor moet men betalen, 't Publiek begint nu op den tast plaats te zoeken in de duisternis van 't feestgebouw en daarbij mankeert het niet aan stoeten en dringen, vergezeld van de gebruikelijke uitioepen en vloeken. De achterste gelederen kunnen weldra het nachtlampje in 't koor der kerk niet meer zien schemeren. Geen nood! Ze gaan staan op de banken en als deze straks niet hoog genoeg blijken, wagen ze zich nog een trapje hooger op de lessenaars, die zich slecht tot staanplaats leenen, zoodat soms al een enkele waaghals naar beneden tuimelt. Eene reeks banale uitroepen begeleidt hem; dat alles natuurlijk zeer tot stichting van het publiek.

Intusschen zijn de ondernemers druk bezig met het stellen hunner machine op de gewijde nachtmaalstafel. De machine is nieuw en de platen zijn nieuw en er verloopt natuurlijk een tijd van proefnemingen, eer de artist en zijn werktuig aan elkander gewend zijn. Den organist wordt verzocht, intusschen tot vermaak van 't publiek een „deuntje" te spelen, maar die schijnt er al gauw genoeg van te hebben, want hij loopt weg. 't Rumoer rijst met het ongeduld; de artist schreeuwt soms eenige woorden, om de orde te handhaven; maar onder 't publiek zijn, helaas! ook bengels in de vlegeljaren en meisjes en — bij nacht zijn alle katten grauw I Eindelijk — daar gaat het dan toch! Het publiek reist onder geleide van zijn spiksplinternieuwen Lissone door Zwitserland, Oostenrijk en Amerika, en komt tot de conslusie, dat de wereld een chaos van mist en schemering en zijn montor een onervaren leidsman is. „Aanneme!" Ja, dat ontbrak er nog maar aan. Hoe jammer, dat er niet een borrel geschonken wordt! Maar scherts ter zijde! De voorstelling is eindelijk afgeloopen; het publiek is uit de invuile kerk vertrokken, en 's anderen daags ruischen van diezelfde banken weer de lofzangen tot Gods eer naar boven. Welk een contrast! Men kan uit innerlijke overtuiging gelooven, wat men wil, zelfs niets gelooven, zonder daarom aanstoot té geven; maar zoo iets is eene bespotting van het hoogste en edelste beginsel, zoo iets is in staat het gemoed in opstand te brengen, zelfs van wie niet bijzonder godsdienstig gestemd is.

Misschien zou ik over dit feit gezwegen hebben, .als het alleen stond, maar zulke vertooningen zijn in den laatsten tijd haast eene chronische kwaal geworden in ons hooge Noorden. Geene week bijna gaat er voorbij, of men leest in de couranten eene advertentie, dat er in deze of gene dorpskerk zulk eene bittere profanatie zal plaats hebben, en als men zijne afkeuring er over uitspreekt, verontschuldigt men de gewoonte met het feit, dat een professor en een dominé daarin zijn voorgegaan. En nu moge men ter hunner verontschuldiging aanvoeren, dat zij met het edelste doel zijn begonnen, men kan nooit weerleggen, dat zij de baan ontsloten hebben, dat zij de voorgangers zijn geweeest van een troep beunhazen en kermisreizigers en zoo de kerk hebben opengezet voor de geldwisselaars!

Het is opmerkelijk, dat zelfs 7iiet-kevkelijke bladen een open oog voor deze cxtravagantiën beginnen te hebben.

Toch sluipt het kwaad voort en voort.

De onderwijzersstand is reeds tamelijk sterk door het socialisme aangetast.

Nu begint het kwaad den predikantenstand aan te steken, en zal aldoor verder doordringen.

Reeds is weer een predikant om zijn socialistische uitlatingen berispt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 13 maart 1898

De Heraut | 4 Pagina's

Extravagantiën.

Bekijk de hele uitgave van zondag 13 maart 1898

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken