Bekijk het origineel

Jongelingsbond.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Jongelingsbond.

5 minuten leestijd

Amsterdam, 10 Juni 1898.

Er zit, en dit mag dankbaar erkend worden, in onzen Jongelingsbond groei, en groei toont leven.

Dit nu geeft hope voor de toekomst ook voor het opkomend geslacht.

Twee stadiën moesten ook hier doorloopen worden.

Men vond, toen het zich verzelschappen van jongelingen uit Christelijke kringen, herwaarts uit Engeland overkwam, een schare te bewerken, die zoogoed als van alle Christelijk begrip vervreemd was. Vandaar dat men in zijn eerste stadium in hoofdzaak bedacht had te zijn, op het verzamelen en evangeliseeren.

Men dreef den ploeg in braak land.

Hierdoor werd het karakter van de Jongelingsvereeniging in die eerste periode vanzelf bepaald. Ze moest centraal, algemeen Christelijk en in hoofdzaak op een „winnen" voor Jezus bedacht zijn. Eerst daarna nam ze én in Engeland én ook hier te lande een meer expansief karakter aan, maar steeds in verband met haar oorsprong, doordien men de leegte in het jongelingsleven poogde aan te vullen door zich bezig te houden met literatuur, met leerrijke studiën, met gymnastiek en zooveel meer.

Ten slotte zelfs nam dit hier en daar een bedenkelijk karakter aan, doordien de vastigheid van de Heilige Schrift verlaten werd, het subjectivisme in de vroomheid eere ontving, en hierdoor het dubbele gevaar ontstond, eenerzij ds van een afdolen in mysticisme en anderzijds van een verloopen in meer wereldschen toon.

Toch onthoude men daarom nooit zijn waardeering aan het vele uitnemende, dat we aan dit eerste optreden te danken hebben.

Van dit pogen is heel de zaak uitgegaan.

De mannen die zich in dat eerste stadium aan het hoofd stelden zijn de baanbrekers geweest. En zonder overdrijving mag gezegd, dat voor een goed deel onzer vaderlandsche jonglingsschap het vereenigingswezen dat uit dit eerste stadium opkwam, nog altoos het eenig bruikbare is.

Dit stellen we, met zekeren nadruk op den voorgrond, omdat de Jongelingsvereenigingen uit het tweede stadium zich begrijpelijkerwijze wel eens wat al te antithetisch tegen die van het eerste stadium overstellen, en omgekeerd de oudere vereenigingen wel eens wat te bitter over de jongere oordeelen.

Die wederzijdsche onvriendelijkheid is een zonde, en vloekt tegen den Christelijken zin.

Wij althans hopen steeds te blijven waardeeren, wat de beweging uit het eerste stadium voor ons land deed, en nog doen kan.

Alleen kunnen we er niet ernstig genoeg bij de heeren Van Oosterwij k Bruyn c. s. op aandringen, dat ze toch toezien, dat de vastigheid van Gods Woord in hun kringen niet ondermijnd worde.

Achten ze op dit punt inschikkelijk en toeschietelijk te moeten zijn, dan zijn ze voor de toekomst weg.

Maar juist de waardeering van wat achter ons ligt, doet ons te scherper en te duidelijker inzien, dat het bij dit eerste, voorloopige stadium niet kon blijven.

Voor een Christelijke jongeHngschap, die krachtig in den lande zal staan, en straks een mannenschaar zal leveren, die met manlijke kloekheid in het leven van gezin en maatschappij, van kerk en staat zal kunnen optreden, is nog iets meer noodig dan Evangelisatie en Dilettantisme op letterkundig en wetenschappelijk gebied.

Of men het wil of niet, de wereld wordt nu eenmaal door beginselen geregeerd. Van de grondbeginselen gaat de hoogere of lagere drukking uit, die den toestand van de maatschappelijke atmosfeer bepaalt.

Brengt men alzoo onze jonge mannen niet tot de historische kennis van vaste beginselen, en leidt men ze niet binnen in een gedachtenwereld, die door dit beginsel beheerscht wordt, dan drijven ze straks met hun scheepke op de levenszee 5ö«a? ^r ^ww/aj.

Gevolg waarvan dan is, dat ze, zelven van beginselen ontbloot, onbewust en zonder het te willen, geleid worden door de beginselen die in de wereld den boventoon hebben.

Dit kwaad is het dan ook, waarop men gedurig stuit. Vroom.' o Ja. Zekere Bijbelkennis ? Zeer zeker. Ook kerkgaan. Ook belangstellen in zekere Christelijke belangen.

Maar overigens geheel ontwend aan alle dieper indenken van het leven van uit een eigen beginsel, en voorts in allerlei gesprek helaas openbarend, hoe ze historisch niet op de hoogte zijn, en eenvoudig de in de ongeloovige wereld heerschende denkbeelden over allerlei aangelegenheden overnamen.

Daarom nu, en daarom alleen was het noodzakelijk, dat op het eerste stadium een tweede, heel ander stadium volgde, en het is aan de geheel andere behoeften, die zich hierbij voordeden, dat de Gereformeerde Jongelingsbond poogde te voldoen, en nu reeds voor zoo aanmerkelijk deel metterdaad voldaan heeft.

Het zijn Jonge4ingsvereenigingen vaneen hoogere orde, van een vaster stand, met een rijker doelwit, die in dezen Bond vereenigd zijn.

Zij onderstellen bij haar leden de Christelijke belijdenis, en kunnen daarom niet in hoofdzaak Evangehseerend optreden. Ook streven ze allerminst, enkel negatief, er naar, om onze jonge mannen uit verkeerd gezelschap te houden en een eigen kring te verschaffen. Neen ze hebben een verder liggend, dieper gaand, positief doel; en dat doel is, om het antwoord te geven op 1 de vraag: Uit welke beginselen wij als l Christenen van Nederland, naar eisch van de historische traditie onzer vaderen, te, leven hebben, en welke gevolgen uit deze beginselen voortvloeien voor onzen tijd, op aller gebied en op alle terrein des levens.

Haar hoofddoel is, het opkomend ge-j slacht te oriënteeren op het breede terrein des levens, en op dat terrein het juiste pad aan te wijzen, opdat ze niet her-en derwaarts dolen, maar met vasten tred kunnen voortgaan.

De Gereformeerde naam is hier dus geen uithangbord, maar de uitdrukking van het welbewuste streven, om uit het zwevende tot het bepaalde, van het afgetrokkene tot het concrete te komen, en ingang te doen vinden aan een levens-en wereldbeschouwing die kracht in zich bezit, om de levens-en wereldbeschouwing der ons omringende wereld met gelijke wapenen te weerstaan.

Dat ook aan dit streven geen gevaren verbonden zijn beweren we allerminst.

Evenals in het eerste stadium, hggen ook in dit tweede stadium die gevaren veeleer voor de hand.

Ieder ziet ze, en wie zal beweren dat ze altoos ontweken zijn?

Maar dit oordeelt zoomin de Jongelingsvereenigingen van het tweede als van het eerste stadium. En dit zoo zijnde, is het onbetwistbaar, dat die van het tweede stadium veel ernstiger taak op zich namen en daarom op te warmer sympathie van al wie het beginsel onzer vaderen liefheeft, aanspraak hebben.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 12 juni 1898

De Heraut | 4 Pagina's

Jongelingsbond.

Bekijk de hele uitgave van zondag 12 juni 1898

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken