Bekijk het origineel

Buiteuland

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Buiteuland

12 minuten leestijd

Frankrijk. Een schrijven van den hoogleeraar Louis Emery tot Zola.

Reeds meermalen kwam bij ons de gedachte, dat het den Franschen schrijver Zola die de S3'mpathie van zoovelen vervvierf door zijn opkomen voor eene herziening van het proces Dreyfusz, toch eens duidelijk moest gemaakt worden, dat vele buitenlanders hem wel hebben toegejuicht om zijn pleiten voor het recht, maar dat dit niet insloot eene betuiging van sympathie met zijn streven op letterkundig terrein.

Zegt men dat dit van zelf spreekt, dan moeten wij dit toestemmen, maar dit neemt niet weg, dat Zola gedurende het proces tegenover de generaals zich er op beroepen heeft, dat hij door zijn letterkundigen arbeid tot Erankrijks grootheid had bijgedragen.

De Zwitsersche hoogleeraar Louis Emery van Lausanne, heeft volgens ons tot Zola een woord gesproken, dat veel waars bevat en dat geschikt is om hem te doen beseffen, dat velen die hem toejuichten, toen hij den moed had om voor het recht op te komen, zijn streven op letterkundig gebied zien afkeuren.

De heer Emery vroeg aan Zola in een schrijven, of, al had zijn optreden vele menschen gewonnen voor de zaak van den ongelukkigen Dreyfusz, het niet meerderen zou gewonnen hebben, indien het protest tegen de ongerechtigheden niet gekomen was van dezelfde hand die „Nana" en „La Terre" en meer vandienoodeloos onreine bladzijden heeft geschreven? „Is het niet geoorloofd te denken, " zoo vraagt de Zwitsersche hoogleeraar, „dat onder de rechtschapen lieden uit Frankrijk, die, scherpzinnigheid missend, uwe veroordeeling toejuichten, omdat zij niet aan uwe trouw geloofden, er velen kunnen geweest zijn, die, gesteld voor de keuze tusschen de woorden van onbekende officieren en de woorden van een schrijver, wiens werken hun zedelijken zin kwetsten, zonder dralen, uit een soort instinct, het eerste kozen. En beseft gij niet, dat wanneer uw protest, dat zooveel overtuigingskracht heeft, overtuigend zou geweest zijn voor een veel aanzienlijker aantal menschen, wanneer uw letterkundigen arbeid niet slechts den stempel droeg van een talent van den eersten rang, maar ook die van eene krachtige hooge zedelijke be­ zieling? De wereld kent uw leven niet; ook zij is het onbekend; zij kent alleen uw romans en beoordeelt u naar uwe romans. En wanneer die romans aan uw pleidooi ten gunste van den ongelukkigen Dreyfusz het gezag verleend hebben, dat aan een groot talent verbonden is, — het hooger gezag dat een groot geweten uitoefent, konden ze niet in de schaal leggen." | Er is hierin ongetwijfeld veel waars. Maar de vraag is, zou de publieke opinie in Frankrijk omgekeerd zijn, indien een Franschman van het karakter van een Gladstone voor Dreyfusz het gewicht van zijn invloed in de schaal gelegd had?

Wij betwijfelen het. De haat tegen de Joden en tegen 'de Protestanten is zoo krachtig bij het Fransche volk, dat de populairste staatsman of letterkundige die het waagt om voor het recht op te komen van een Jood, reeds daarom ver oordecld-is, omdat ook Protestanten zich daarvoor gespannen hebben.

Dat die haat tegen alles wat Protestant is, bestaat, is niet te ontkennen; maar hieraan heeft ook Zola schuld. Hoofdzakelijk van Protestanten is de beweging tegen de onzedelijke litteratuur uitgegaan. Zij protesteerden het krachtigste er tegen, dat op de openbare straat en in de winkels boeken en afbeeldingen werden verkocht, die geen ander doel hadden dan te speculceren op de dierlijke hartstochten van den mensch. En wat hebben de mannen die met Zola dweepen, de mannen van de redactie van de Figaro enz. op dit streven geantwoord?

Er werd uitgeroepen: „Het Protestantisme gaat ons overheerschcn." Men las het betoog, dat er nu eenmaal allerlei driften in den mensch aanwezig zijn, dat het niets geeft, al tracht men de openbaring daarvan te beteugelen, dat het huichelarij in de hand zou werken indien men trachtte om in Frankrijk Puriteinsche denkbeelden in de hand te werken. Er is nu eenmaal allerlei onzedelijkheid in de v/ereld, laat dit uitkomen en tracht niet stelselmatig de openbaring te onderdrukken.

Een tweede opmerking is aan Zola door Emery gemaakt. Toen hij zijn vonnis vernam, riep hij uit, met het oog op de gezworenen: „de Kannibalen!" De hoogleeraar uit I^ausanne vond dien uitroep uit den mond van Zola i_niet consequent. Den gevierden Franschen schrijver wordt herinnerd, dat zijn natuurlijke historie en zijn geschiedenis van een familie onder het tweede keizerrijk, ja al zijn arbied niets anders is als de verheerlijking van het determinisme, d. i. het wijsgeerige stelsel waarbij alle vrijheid van 's menschen wil verdwijnt en waarin geen sprake kan zijn van 's menschen verantwoordelijkheid voor zijn daden. En dan verwondert gij u, dat uwe gezworenen oordeelen, zooals zij gedaan hebben, en gij uit daarover een kreet van verbazing! Maar, mijnheer, gegeven hunne voorouders, hi'nine opvoeding, hun beroep, hün sociaal milieu, dan konden zij niet anders doen dan u vcroordeelen, hoe voortreffelijk ook de plcitredenen van uwe advokaten en van uzelf waren. En wat ik hier zeg van uwe gezworenen, dat geldt voor allen, die het op u gemunt hadden van minister Billot of tot den romantischen kommandant De Paty du Clam toe. Als gij de natuurlijke historie en de maatschappelijke geschiedenis van alle deze menschen hadt moeten schrijven, dan zoudt ge zonder moeite in hun lichtzinnigheid, hun domheid en hun bijgeloof, de noodlottige gevolgen der erfelijkheid, van het temperament en van de omgeving hebben aangetoond, en zonder tvvijfel zoudt gij hem en te gelijk hunne slachtoffers hebben beklaagd in plaats van hem te beschuldigen. Het determinisme is of absoluut waar en verontschuldigt alles, zelfs de grootste schandelijkheden, waartegen wij u zoo gaarne inconsequent hooren protesteeren; of het is slechts ten deele juist en gunt aan de vrijheid zekere plaats, en dan zijn wij wel degelijk mede verantwoordelijk voor onze daden en voor onze woorden, in welk geval uw letterkundige arbeid tot zekere hoogte in het stuk van de zielkunde feil gaat."

Aldus de hoogleeraar. Zola zal hierop niet veel meer kunnen antwoorden dan de woorden: „De natuur gaat boven de leer."

De bekende Fransche staatsman Gambetta, die gedurende en na den Fransch-Duitschen oorlog zulk een grooten rol speelde, beleefde eenmaal een tijd, waarin volksgunst hem begaf.

Eenmaal op eene volksvergadering beproevende om de menigte te brengen onder de bekoring van zijn woord, was hem dit onmogelijk door het getier der schare. „Gij zijt dronken slaven", riep de gevierde redenaar uit. Toen was het de beurt van Zola om Gambetta toe te roepen, dat als hij in zijn romans het leven des volks beschreef, om te doen zien dat de menschen werkelijk dronken slaven waren, men hem niet had geloofd. Inderdaad had Gambetta gesteund op de volksgunst, maar het bleek dat hij op een rietstok was gaan leunen.

Nu is Zola iets dergelijks overkomen. De hoogleeraar Emery heeft nog een derde opmerking aan Zola te maken die aldus luidt: „Ik meen mij te herinneren verscheidene jaren geleden in de Figaro een of twee door u onderteekende artikelen gelezen te hebben, waarin gij u op niet erg beminnelijke manier richttet tot de Protestanten van Frankrijk. Staat het mij goed voor, dan beschuldigdet gij hen van een langdradigen stijl, grijs op grijs, waardoor het Fransche genie — al helderheid, duidelijkheid en nauwkeurigheid — te loor ging. Kortom het was een artikel, zooals de Brunctiere zou kunnen onderteekenen. En hebt gij nu opgemerkt, mijnheer Zola, aan welken kant uw moedige tusschenkomst den machtigsten echo en de meeste aanhangers gevonden heeft? Bij de Roomschen, de vertegenwoordigers van het Fransche genie bij uitnemendheid, of bij de Protestanten?

Bij de Protestanten met hun langdradigen stijl, grijs op grijs! Ja in deze kringen hoofdzakelijk heeft men met u geprotesteerd, heeft men u hartelijk toegejuicht, — wij die u overigens niet altijd bijval geschonken hebben.

Verwonder u daarover niet! Al is onzen stijl ook langdradig, grijs op grijs, sinds de dagen van Calvijn, wij houden toch van helderheid in de politiek zoowel als in de zedeleer en in de godsdienst."

Voorts toont de hoogleeraar aan, dat het kruis van Jezus Christus den Protestanten geleerd heeft, niet slaafs het gezag eener chase jugée (berechte zaak) aan te nemen al ware de zaak zelfs onderworpen geweest aan het oordeel van een vertegenwoordiger van het Romeinsche, het rechtlievende volk.

Mocht het stuk van Louis Emery er toe bijdragen om een eind te maken aan de beweging die zich in Frankrijk tegen het Protestantisme verheft. Van welken aard deze beweging is, kan raen uit het bovenstaande opmaken.

Een materialistisch en een Roomsch streven vereenigt zich tegen dat van het Protestantisme.

Mochten ook de Gereformeerden in Frankrijk leeren de vaan hunner belijdenis met vaste hand om hoog te houden! Dit is voor hun eigen behoud en ook voor Frankrijk broodnoodig.

Engeland. De bisschoppen over Ritualistische excentriciteiten.

De bisschoppen moeten door de beweging, door den heer Kensit op touw gezet, daartoe genoopt, zich wel van lieverlede uitspreken, hoe zij denken over het Ritualistisch drijven van zoovele predikanten onder hun ressort. De bisschop van Londen heeft dezer dagen een deputatie van de Church Association ontvangen, tot welke hij zeide, dat er in zijn diocese practijken zijn die hij betreurt, en dat er godsdienstoefeningen gehouden worden, welke niet in overeenstemming schijnen te zijn met den geest van een openbare godsdienstoefening; dat het doen van deze handelingen en het houden van zulke godsdienstoefeningen de perken der onbekrompen vrijheid, die in de kerk werd toegestaan, te buiten gaan. De bisschop zeide voorts, dat hij getracht heeft en nog tracht, deze buitensporigheden te matigen door persoonlijken invloed, en dat hij van oordeel was, dat vervolgingen in deze niets zouden baten.

De bisschop van Bath en Wells verklaarde, dat hij geen sympathie had voor ceremoniën, die voortkomen uit een aesthetisch sensationalisme.

Hij keurde het vasten voor het houden van het Avondmaal af en zocht dit tegen te houden door op zachte wijze het houden van Avondmaal des avonds af te raden.

Men ziet het dat de bisschoppen tot hiertoe, tegen het gebruiken van Roomsche ceremoniën niet krachtig optreden. Maar of het hun baten zou, indien zij er energiek tegen streden, is een andere vraag. Ten slotte blijkt het, dat niet de bisschoppen maar de Overheid het laatste woord omtrent de dingen die de Episcopaalsche kerk aangaan, heeft te spreken.

Duitschland. Robertson's methode in zake de sehriftcritiek aanbevolen.

In Duitschland heeft de Oud-Testamentische critiek velen, die nog op den naam van Christenen prijs stellen, er toe gebracht om het Oude Verbond prijs te geven en zich alleen aan het Nieuwe te houden. Maar in het Nieuwe Testament wordt zoo menigmaal naar het Oude verwezen De moderne critici meenen dat de „historischen Christus" niet die is Wiens beeld in de Evangeliën geschetst is. Deze gedachte heeft ingang gevonden en bedreigt het leven der kerk in Duitschland. Geen wonder dat er mannen zijn opgestaan als de Beiersche predikant Ruprecht, welke met alle macht datgene wat de ir.oderne critiek omtrent het Oude Testament leert, zoekt te ontzenuwen. Het werk van Ruprecht kunnen we, vooral allen die de heilige godgeleerdheid beoefenen, zeer aanbevelen. Het draagt tot titel: „Das Rathsel des Füntbuches" en „Des Rathsels Lösung." Doch ook de moderne critici beginnen in te binden.

Het optreden van Robertson Smith in Engeland bewijst dit ten duidelijkste. Niet dat wij de methode welke Robertson volgt, ook maar een oogenblik kunnen goedkeuren. Immers hij heeft de illusie dat het hem gelukken zal, om de geleerden er toe te brengen, om eene gemeenschappelijke overtuiging te verkrijgen in zake de critische vraagstukken van den tegenwoordigen tijd. Daartoe moeten de rechtzinnigen zich de handen niet laten binden door eene inspiratie theorie en de onrechtzinnigen mogen zich niet laten verleiden om op grond van subjectieve gevoelens zoovele boeken des Ouden testaments te verwerpen ! Men moet er daarom naar streven om' een gemeenschappelijken bodem te verkrijgen waarop men strijden kan om ele waarheid te vinden.

Het blijkt ten slotte dat Robertson Smith in het geheel geen rekening houdt met het getuigenis des Heiligen Geestes in de harten der geloovigen. Al wordt nu zijn methoele in een Christelijk blad als de Allgemeine Ev. Luth.

Kirchenzeitung aanbevolen, en die van Ruprecht verworpen, wij houden het er voor, dat als de rechtzinnigen in Duitschland die methode gaan volgen, stuk voor stuk de Heilige Schrift zal worden prijs gegeven, zoodat er ten slotte ook niets van het Nieuwe Verbond zal overblijven.

Mochten in Duitschland de roepstemmen van mannen als Ruprecht en Zahn verstaan worden! Amerika. Twee Presbyteriaansche professoren tot de Episcopaalsche kerk overgegaan.

In Amerika gingen twee Presbyteriaansche hoogleeraren tot de Episcopaalsche kerk over.

Een van hen is Dr. Briggs, van het Union Seminarium te New-York; de andere is Dr.

Shields van het Princeton College. De hoogleeraar Shields heeft reeds lang gearbeid voor meer ritueel bij de godsdienstoefeningen. Hij gaf daarom bij wijze van tegenhanger van het Episcopaaïsche Book of Common Prayer een Presbyteriaansch Prayer book (gebedenboek) in het licht. De stap dien hij nu gedaan heeft, schijnt eenigermate verhaast te zijn, doordat hij door zijn gevoelen omtrent „temperance, " waaronder men matigheid of geheel-onthouding heeft te verstaan, in moeilijkheden geraakt was.

Hij onderteekende een verzoekschrift, houdende de vraag om vergunning tot het openen van een hotel en daarover heeft hij van de voorstanders van „temperance" heel wat moeten hooren.

De hoogleeraar Briggs heeft een jaar in Rome doorgebracht en kreeg daar eigenaardige gevoelens omtrent eles Heeren Avondmaal. Vele Episcopalen hebben er nog al wat op tegen, dat een zoo welbekend „ketter" als Dr. Briggs, in hunne kerkelijke gemeenschap opgenomen is. Maar de New-York Independent oppert het vermoeden, dat Dr. Briggs da Episcopale kerk slechts gebruikt voor een tusschenstation, om tot iets anders te komen. In elk geval is dit een schrale troost.

WiNCKEL.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 3 juli 1898

De Heraut | 4 Pagina's

Buiteuland

Bekijk de hele uitgave van zondag 3 juli 1898

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken