Bekijk het origineel

Buitenland.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Buitenland.

14 minuten leestijd

Engeland. Oorsprong van het Ritualisme.

Nu in Engeland en daar buiten het voort woekeren van het Ritualisme zoozeer de aandacht trekt, komt het ons gepast voor met enkele woorden op den oorsprong dier beweging te wijzen.

In 1833 gaf Dr. Newman een „tract" (verhandeling) uit onder den titel van „Thoughts on the ministerial Commission, " gedachten over de opdracht der predikanten. In deze verhandeling, later door vele andere „tracts" gevolgd, spreekt Dr. Newman zich uit over den nood waarin zich de kerk bevindt. Wanneer regeering en volk zich zoover gingen vergeten om de kerk te verwerpen en haar van hare tijdelijke voordeden te berooven, waarop, zoo vroeg Dr. N. zou men dan steunen om het vertrouwen en de achting der kudde te winnen? Hij meende dat de leeraars der vrije kerkgenootschappen zich in een beklagenswaardigen toestand bevinden, omdat zij afhankelijk zijn van hunne gemeente. Hoe kunnen wij zuiver in de leer blijven en het ons toevertrouwde bewaren, wanneer onze invloed alleen van onze populariteit afhangt. Zoover mocht het onder de Episcopalen volgens Newman niet komen. En daarom deed hij de vraag: Waarop moet ons gezag rusten, wanneer de staat ons mocht verlaten ? Men heeft gesteund op de voorrechten die tijdelijk genoten worden, maar de ware grond van het gezag is de apostolische opvolging. Jezus gaf aan zijne apostelen den Heiligen Geest. De apostelen deelden dien mede aan hunne opvolgers, deze weder aan anderen en zoo vervolgens tot op de tegenwoordige bisschoppen. De bisschoppen hebben de geestelijken als hunne helpers en in zekeren zin, als hunne plaatsvervangers aangesteld. Allen ie de wijding niet door dat kanaal hebben ntvangen, moeten beschouwd worden als onewijd. Maar zij die gewijd zijn, mogen die geadegave niet verwaarloozen. De geestelijken oeten toonen, dat zij hieraan meer waarde echten dan aan opvoeding, wetenschap en • HMwuimi rang, die hen tot heden in de publieke opinie hoog deden aangeschreven zijn. Zij moeten beginnen dat voorop te zetten bij hunne gemeenteleden ; zij moeten teruggaan tot de bron van hun gezag en dat nu doen, nu het nog tijd is. Wel hoort men hier en daar beweren, dat het volk der geestelijkheid de macht kan ontnemen, omdat het volk die macht gaf en omdat zij verbonden zou zijn aan de kerkegoederen; de geestelijken moeten, om die valsche meeningen te bestrijden, de gemeenteleden beter inlichten omtrent de ware bron van hun gezag."

Men ziet het dat Newman ingaat tegen de Gereformeerde leer dat de ambten voortspruiten uit de gemeente. Volgens Newman zouden er geen ambten meer zijn, ja zelfs de kerk zou niet bestaan wanneer alle opzieners of bisschoppen waren uitgestorven, zoodat niemand in staat was aan iemand anders de handen op te leggen.

Men kan hieruit reeds zien waarheen Newman zich bewoog. In de volgende „tract" over „de Katholieke kerk" kwam dit nog duidelijker uit. Evenwel trekt hij daarin ook te velde tegen de overheersching van de kerk door den staat. „Moeten wij het maar onverschillig aanzien, dat de staat ons als zijne creaturen behandelt, zooals hij regenten, soldaten en beambten behandelen kan. Is hel. de staat aan wien wij ons gezag ontleenen? Is het de staat die ons het gezag kan ontnemen ? ... Heeft de staat het recht kerkelijke gemeenten te organiseeren ? Neen, dat zijn geestelijke werkzaamheden, en leeken die het zich willen aanmatigen, konden met hetzelfde recht gaan preeken en het avondmaal bedienen."

Hieruit spreekt de overtuiging dat de kerk zelfstandig moet zijn, gelijk de Gereformeerden dit belijden; maar bij Newman leidde zij tot de gedachte, dat de kerk over den staat heeft te heerschen. Dit blijkt uit het feit, dat hij ten slotte tot de Roomsche kerk overging, die de kerk vergelijkt bij de zon welke aan de maan en de sterren dat is, de overheid haar glans mededeelt.

Dat Newman zich beslist op den weg naar Rome bevond, blijkt ten duidelijkste uit het feit, dat hij in bovengenoemde verhandeling nog uitsprak. Er is een gezelschap, dat wij Apostolisch noemen omdat het door de apostelen is gesticht; dat Katholiek is, omdat het zijne takken over alles uitbreidt, nl. de zichtbare kerk met hare bisschoppen, priesters en dekens. Wanneer men niet tot dese kerk behoort dan behoort men tot geen kerk; eene kerk die zich een nieuw begin toeschrijft kan men niet als eene kerk erkennen; het lidmaatschap van die kerk is even noodzakelijk tot zaligheid als het gebruik der sacramenten.

Newman kreeg weldra hulp van Dr. Pusey, naar wien men de door Newman en consorten verkondigde denkbeelden Puseyisme genoemd heeft. Toen Pusey zich bij Newman voegde werd de arbeid wetenschappelijker. Aanvankelijk deed men scherp het verschil tusschen de nieuwe richting en de kerk van Rome uitkomen, wel legden Newman en zijn medestanders nadruk op de gebreken der hervorming; zij bleken ook een oog te hebben voor de zegeningen die de reformatie bracht. Het stuk van de kerk werd sterk' gedreven, maar ook leerde men zien op het Hoofd, der kerk. Men voerde vele nieuwe ceremoniën in, die sterk naar Pvome riekten, doch wees steeds op de geestelijke beteekenis van die uitwendigheden. De schrijvers van de „tracts" prezen de studie van de oude geschiedenis der kerk aan, zij volgden veel na van hetgeen in de oude kerk werd gedaan, maar ook wekten zij op tot getrouwheid aan de kerk waarin men werd geboren. De vaderen werden hoog vereerd, maar de kracht van hun getuigenis beperkt. Het gezag van de geestelijken zocht men te verhoogen, maar ook drukte men hun op het hart, welk eene zware verantwoordelijkheid op hen rustte. Drong men aan op heiligmaking, men hield het stuk van de rechtvaardigmaking door het geloof ook vast.

Dit optreden moest in die dagen grooten indruk maken. De toestand van de Episcopaalsche kerk was niet rooskleurig. Het kleine volk hield meer van den predikant der Dissenters, dan van den rector der Episcopaalsche gemeente, die gemeenlijk een liefhebber van jagen en vis schen v/as. Het volk werd nu geleerd dat het de predikanten achten moest om huns ambts wille; dat de zegen op hun arbeid niet afhing van hun persoonlijke godzaligheid van den dienaar. Velen die anders afkeerig waren van alle Roomsche inmengselen konden toch niet nalaten te luisteren naar de innig vrome taal waarmede Dr. Pusey wees op den nood der kerk, op het gevaar dat men liep om schade te lijden aan de ziel.

De oppositie die tegen de Ritualisten opkwam, was wel geschikt om de beweging te sterken. De Evangelische partij meende in haar orgaan de Christian Observer dat de „tracts" rustten op het gezag der kerk terwijl het privaat oordeel opgeheven scheen. De decreten van het Trentsche concilie waren niet meer papistisch dan de Oxtordsche Tracts. Dr. Hamden schreef dat er een onderscheid was tusschen godsdienst en theologie en sprak als zijne meening uit, dat de Engelsche kerk niet dogmatisch was.

1-Iet individualisme werd dus tegenover de leeringen van die mannen gesteld, die van lieverlede de Oxfordsche school vormden. Dat men aldus een zwakke positie tegenover de mannen der nieuwe beweging innam, behoeft geen betoog.

Newman bleef dan ook het antwoord niet schuldig. Vooral wilde hij het publiek inlichten omtrent de ware betrekking waarin de mannen van de nieu-.ve richting stonden tot Rome, deels om de vrienden te bemoedigen, deels om de vijanden tot zwijgen te brengen. Te voren had Newman geschreven dat de Roomsche kerk be smet is niet ketterij, dat men daarom verplicht was haar als een pest te schuwen; dat de Roomschen een leugen in plaats van Gods waarheid hebben gezet, en verklaard dat de Roomsche kerk niet te hervormen was; nu verklaarde hij dat men een „Middelweg" wilde inslaan. AV'elke die middelweg was ?

— Het ontstaan der Ritualistische beweging in de Episcopaalsche kerk.

Nev/man betoogde dat niet hij, maar het toen levend geslacht afgeweken was van de reformatie, en van Rubrics van het Common Prayer Book. Men moet weten dat in het boek voor C. P. vermeld staat, hoe bij de godsdienstoefeningen de kerk moet zijn ingericht en wat de predikant te verrichten heeft; die aanwijzingen worden rubrics genoemd. Vele dingen werden niet meer gebruikt, zooals het formulier voor de kranken, de geloofsbelijdenis van Athanasius. Het is de roem van de Episcopaalsche kerk, dat zij den middenweg heeft ingeslagen tusschen de zoogenaamde Hervorming en Rome. Niet de 39 artikelen, de geloofsbelijdenis van de Episcopaalsche kerk bevatten den regel voor het geloof, maar de geloofsregel is de leer welke de apostelen in de Heilige Schrift verkondigden en in de oudste kerken hebben ingevoerd. De kerk van Christus heeft in den loop der tijden allerlei schatten vergaderd. Daarvan is e belijdenis der 39 artikelen slechts een deel, zij zijn voor het grootste gedeelte lechts protesten tegen bepaalde dwalingen in enkele perioden der kerk. Aan de 39 rtikelen is hij door zijn onderteekening gebonden, maar nog meer acht hij zich door doop en „wijding" verplicht, het geheele Evangelie te handhaven. Het gebrek der kerk is thans het ontbreken van kerkelijke tucht, de verachting en verdraaiing der sacramenten, dewijl de kracht van Christus in de sacramenten ontkend wordt. Eene nieuwe hervorming is daarom noodig, en al behoeven de artikelen niet veranderd te worden, er moet aan toegevoegd worden een protest legen Erastianisme en Latitudinarisme, terwijl de Catechismus met een stuk over de macht der kerk behoorde vermeerderd te worden.

Uit het bovenstaande kan men afleiden dat het streven van Newman vele elementen van waarheid bevat. De herinnering aan verplichting om niet alleen den inhoud van de 39 artikelen maar het geheele Woord Gods te verkondigen; aan de leer dat in de kerk vele geestelijke schatten zijn vergaderd, de aanklacht dat de kerkelijke tucht niet werd gehandhaafd en dat men feitelijk alle sac'amenteele genade loochende, dit aiies was even gepast als juist. De leer dat de kerk haargeloof op nieuw moest uitspreken tegenover het Erastianisme, waardoor men de kerk aan de macht van de overheid ondergeschikt maak: e en tegenover het Latitudinarisme, waardoor men in de kerk ruimte wilde maken voor allerlei richtingen en de stelling, dat daartegenover omtrent de autoriteit der kerk moest worden geformuleerd wat men daaromtrent had te belijden, moest bij menschen die dieper nadachten dan de groote menigte, wel instemming vinden.

Door het rationalisme van die dagen werd de inwonende kracht des Heiligen Geestes in de kerk des Heeren geloochend, daardoor kwam men tot de geringschatting der Sacramenten en niet minder tot loochening van het koningschap van Christus over zijn kerk.

Daartegen moest reactie komen wilde de kerk niet opgelost worden in de wereld. Hoe is het te betreuren dat die reactie op Roomsche paden verliep. Dr. Newman is er ten slotte toe gekomen, ondanks zijn heftige uitvallen tegen Rome, om Roomsch te worden.

Een kerkelijk blad ver­ Duitschland. dwenen.

Een boos gerucht kwam uit Duitschland tot ons. Van af i Januari van het jaar 1899 zal de Neue lutherische I€irchenzeitung niet meer verschijnen. Dit blad werd te Kropp in Noord-Duilschland uitgegeven, en verdedigde met kracht de leer van de onfeilbaarheid der Heilige Schrift. De dwaling dat de Heilige Schrift wel betrouwbaar is als regel voor geloof en leven, maar dat er bij de mededeeling van historische feiten dwalingen in kunnen geslopen zijn, wederstond genoemd orgaan met kra; , ht. Daarin nam de Neue lutherische Kirchenseitung een meer beshst standpunt in dan de Allgemeitie Evangelisch-lutkierische Kirchenseitung onder redactie van den grijzen hoogleeraar Dr. Luthardt.

Ofschoon de Neue luth. Kztg. een beslist luthersch standpunt in zake van leer, leven en kerkregeering innam, gunde de redactie menigwerf eene plaats voor de artikelen van Dr. A. Zahn, den geleerden, ijverigen predikant van de Gereformeerde gemeente te Stuttgart, den onvermoeiden strijder voor de Gereformeerde beginselen in Duitschland.

'Ook omtrent het voortbestaan van de Christliche Welt het orgaan van de volgers van Ritschl, is men alles behalve gerust.

Het schijnt dat dit blad aan de tering zal moeten sterven.

Het is duidelijk, dat men in Duitschland even afkeerig is van het besliste standpunt van de Neue lutherische of van de negatieve beginselen van de Christliche Welt. In Duitschland blijft de vermittelungs theologie gewild. Daarom verwondert het ons niet, dat een man als Dr Zahn de toekomst van de kerk in Duitschland donker inziet. Het zout dreigt smakeloos te worden. Ook in Gereformeerde kringen is weinig te bespeuren van een terugkeer tot de wegen der vaderen. Het betoog van Dr. Zahn nu voor een kwart eeuw geleverd dat de achteruitgang van de Gereformeerde kerk in Duitschland te wijten is aan het loslaten van de leer van de Souvereiniteit Gods of van de verkiezing, heeft helaas weinig weerklank in Duitschland gevonden.

Evenzeer is het te betreuren dat de quaestie van de opleiding van predikanten zoowel in Gereformeerde als in Luthersche kringen op den achtergrond is gedrongen of liever in het vergeetboek is geraakt. Een twintigtal jaren geleden werd het door de mannen die de Reformirte Kirchenseitung schreven ingezien, dat het niet oorbaar was, dat de aanstaande dienaren der Gereformeerde kerk hunne vorming moesten erlangen van professoren van rijksuniversiteiten, waarvan er niet één de Gereformeerde belijdenis beleed, terwijl een groot deel der hoogleeraren onder de loochenaars van den Christus tehuis hoorde. De actie die toen daartegen begonnen werd is op niets uitgeloopen; nadat men eerst een eigen vrije univensiteit heeft willen stichten, daarna de gedachte opperde om de aanstaande dienaren der Gereformeerde kerk te Amsterdam aan de vrije universiteit te laten opleiden, om ten slotte het denkbeeld op te vatten, dat men het staatsonderwijs wel kon laten aanvullen door het aanstellen van Gereformeerde lectoren en professoren.

Van Luthersche zijde werd na het optreden van de Bonner professoren Grof c.s. die zich deden kennen als mannen die met de Christelijke belijdenis gebroken hadden, van een viertal jaren geleden geijverd voor inrichtingen voor hooger onderwijs die op den bodem van de Luthersche belijdenis zouden staan; men sprak er van om naast de hoogleeraren der staatsuniversiteiten anderen te plaatsen die den Christus beleden, — doch er is ten slotte niets van gekomen. De man die het hardst de alarmtrom roerde, de predikant en philanthroop von Rodelschwing, schijnt het hoofd in den schoot te hebben gelegd. Trouwens wat men van de zijde van den Pruisischen minister van onderwijs omtrent de beraamde plannen vernam, was niet geschikt om aan te moedigen, wel kon men er uit afleiden, dat men op de tegenwerking van de regeering te rekenen had, wanneer men vrij universitair onderwijs naast het officieele hooger onderwijs wilde plaatsen.

Ook zal de ervaring die Dr. Zahn te Tubingen opdeed, niet gestrekt hebben om aan te sporen tot het nemen van doortastende maatregelen in zake de opleiding van aanstaande dienaren der Luthersche kerk. Immers toen deze predikant zich wekelijks van uit Stuttgart begaf naar Tubingen om de hedendaagsche afbrekende Schrift-critiek voor de studenten dier hoogeschool te bestrijden, is hij door de autoriteiten daarin niet in het minste aangemoedigd.

Japan. Zal Japan eene Christelijke natie worden?

Wat zal de toekomst van Japan zijn? heeft men gevraagd. Zal het weldra onder de Christelijke natiën kunnen gerangschikt werden. Een Amerikaansch zendeling, die Japan goed kent, maakt zich daarvan geen illusiën meer. Het is niet te ontkennen, dat de Japansche regeering tracht de oude heidensche instellingen te handhaven. Zij heeft de herstelling of restauratie van de heidensche tempel bevolen en op den aanstaanden rijksdag zullen wetten worden voorgesteld die het heidendom (sintoïsme) dat door de meerderheid der Japanners beleden wordt, tot staatsgodsdienst moeten maken.

Daar was een tijd dat de Japanners de hulp van Europeanen inriepen om hun onderwijs, vloot en leger te organiseeren; ook voor den aanleg van spoorwegen en voor het fabriekswezen hadden zij westerschen noodig. Men dacht toen dat Japan ook zijn heidendom zou laten varen. Doch de reactie is thans in vollen gang, en daaruit is te zien dat Japan zijn afgoden niet wil laten varen.

Wel zijn er nog lichtpunten. Onderscheiden leden der Japansche volksvertegenwoordiging (sedert 1867 heeft de keizer een constitutioneele regeeringsvorm ingesteld) zijn Christenen. Een is lid 'van de Methodistische kerk, een ander behoort tot de Baptisten, een derde wil tot Congregationalisten gerekend worden, terwijl een vierde ouderling is van een Presbyteriaansche gemeente. Het is wel te betreuren dat verschillende Amerikaansche en Engelsche kerken bij haar arbeid tot kerstening van het Japansche volk, gemeend hebben alle hare eigene kerkelijke instituten op Japanschen bodem te moeten overplanten.

Omtrent den ouderling der Presbyteriaansche kerk, Katoaka genaamd, deelt men mede, dat hij president is van het Japansche lagerhuis. Hij heeft er voor gezorgd dat elke vergadering begonnen werd met stil gebed, en dat hij althans eenmaal de Christenen die leden waren van het parlement en andere bekende Japansche belijders van den Christus, in zijn officieele woning heeft saamgebracht om er met hen een bidstond te houden.

Of echter deze enkele leden, al is daaronder ook de voorzitter van het Japansche Lagerhuis, de antichristelijke stroomingen die in Japan openbaar worden, zullen kunnen keeren, is de vraag.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899

De Heraut | 4 Pagina's

Buitenland.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken