Bekijk het origineel

Buitenland.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Buitenland.

8 minuten leestijd

Engeland.

Het ontstaan van het Ritualisme.

V.

Men staat er verbaasd van dat een volk als het Engelsche zoo van lieverlede voor het Ritualisme gewonnen werd. Maar men vergete niet, dat bij den dorren toestand der Episcopaalsche kerk omstreeks 1830 de Ritualisten nieuw leven kwamen schenken, dat de bisschoppen de beweging aanvankelijk niet ongenegen waren; dat de leiders der Ritualisten waarheden aan het licht brachten, de waardij van het ambt en van de sacramenten, die in het vergeetboek waren geraakt. Daarbij kwam dat de Ritualist den zondaar valschelijk wist gerust te stellen. Het lastige: „onderzoekt u zelven of gij in het geloof zijt" werd op den achtergrond geschoven, want in de Sacramenten ontving men wat tot zaligheid noodig is, zoo werd het ten minste door de Ritualisten voorgesteld. Zij leerden zoo onverholen dat door den doop de wedergeboorte gewerkt wordt, dat men geen onderzoek meer noodig had of men wel waarlijk een nieuw leven deelachtig geworden was. In het Sacrament van het Avondmaal ontving men het lichaam en bloed des Heeren zonder eenig beding; had men gezondigd, men kon biechten bij een priester die absolutie gaf Daarbij mocht men zich in de gebeden wenden tot Maria, die tot voorspraak i; ijn zou. Ook had de leer van het vagevuur iets dat aantrok. Van de leer dat „de toorn Gods blijft op hem die den Zoon ongehoorzaam is" zegt de mensch nog steeds : „deze rede is hard, wie kan ze hooren ? "

Ook wisten de Ritualistische predikanten of priesters te spreken met gezag en dat trok menigeen aan. Zij spraken niet krachtens den last dien Christus aan zijne dienaren geeft, maar op grond van het gezag der kerk.

Waren er toen mannen opgestaan, die met kracht en ernst aantoonden welke waarheden het Ritualisme weder in eere hadden gebracht, hoe de geheele beweging ten slotte in een verkeerd spoor liep en de Episcopaalsche kerk moest voeren in de armen van Rome omdat de beginselen, die de groote reformatie in het leven riep, verzaakt werden - dan was de beweging te fnuiken geweest.

De Rituali-iten werden-niet waardig en niet krachtig bestreden. Men overlaadde hen met scheldwoorden soms van de ergste soort, waardoor zij in de oogen van het publiek tot martelaars werden gestempeld. Op straat en in de kerk werden zij soms op ruwe wijze beleedigd, maar van eene principieele actie tegen de verkeerde beginselen der Ritualisten was niets te ontdekken. Wij moeten er tot ons leedwezen aan toevoegen, dat waar de Ritualistische beweging nu al meer dan 60 jaren geduurd heeft, daarvan, naar het ons voorkomt, nog weinig te bespeuren is.

Men nam ten slotte de toevlucht tot de koninklijke macht om een einde te maken aan den toestand dat een ieder deed wat goed was in zijn oogen. Koningin Victoria besloot in '67 eene koninklijke commissie te benoemen om een onderzoek in te stellen naar de verschillende practijken die ontstaan waren door de van elkaar afwijkende uitleg^gen van de bepalingen in het gebedenboek, opdat dan deze zoo zouden kunnen verklaard of verbeterd worden, dat er eenheid kwam in zulke zaken die essentieel werden geacht. Ook wenschte hare majesteit te vernemen of enkele veranderingen in het gebedenboek wenschelijk waren en zoo ja, dat men haar dan zou aangeven die wijzigingen, welke minstens tien leden der commissie nuttig achtten. Zij verzocht ook een nieuwe lijst te ontvangen van stukken uit het Oude en Nieuwe Testament, die op Zon-en feestdagen alsmede bij het dagelijksch morgen-en avondgebed in de kerken konden gelezen worden.

Het ligt niet in ons plan om uit te weiden over hetgeen de koninklijke commissie deed, hoe ook de juridische commissie van de Privy Council optrad, onze artikelen zouden dan te uitgebreid worden. Ons doel was het alleen om aan te toonen dat men in Engeland tot bestrijding van de Romaniseerende richting de toevlucht genomen heeft tot de macht der overheid, zonder eene poging aan te wenden om een kerkelijk oordeel over de ingevoerde Roomsche practijken en leeringen te verkrijgen.

Al gebruikte de koningin hare macht om de Ritualistische stoutigheden te onderdrukken, al veroordeelden de rechtbanken de wederspannige Ritualistische predikanten tot gevangenisstraf, de bevvfeging werd er niet door gestuit en gaat door tot op dezen dag. Wel is het opmerkelijk dat in de lersche Episcopale kerk, die van den staat werd losgemaakt, het Ritualisme niet heeft kunnen tieren.

Frankrijk.

De met de Dreyfuszaak zoo nauw verbonden anti-protestantsche beweging wil in Frankrijk maar niet tot rust komen.

Invloed van de Dreyfuszaakin Protestantsche kringen.

Onlangs kwam in een boekhandel van den heiligen Jozef een pamflet uit van 570 bladzijden onder den titel van: het protestantsche gevaar, welk boek de namen van alle protestanten worden opgegeven die een openbaar ambt bekleeden en van hen die eene academische opleiding gehad hebben. Nu is het niet te ontkennen dat in aanmerking genomen dat

re slechts 700, 000 protestanten in Frankrijk gevonden worden, er vele overheidspersonen zijn, die men tot de protestanten rekent. Hoe het pamflet de dingen beziet, blijkt uit de opmerking daarin voorkomende: „De diefstal, de burgeroorlog, de hebzucht, ziedaar de grondslag waarop het Duitsche protestantisme, de vader van het Fransche, rust.

Voorts brengt de schrijver van het schotschrift de spreuk in toepassing: „laster maar voort, er blijft altijd wat van hangen." Geruchten van predikanten die dit of dat zouden misdreven hebben, worden daarbij medegedeeld met de bijvoeging dat er nooit rook zonder Vuur is.

Het getal Roomsche priesters dat zich aangemeld heeft om in het asyl te worden opgenomen, dat ongeveer een jaar geleden gesticht werd voor ambtsdragers van Rome die hun kerk willen verlaten, is reeds tot 81 geklommen. Het is echter te betreuren, dat die priesters die tot het Protestantisme willen overgaan, zoo weinig toonen te begrijpen van het geestelijk beginsel dat tot de reformatie gebracht heeft.

De Dreyfus-zaak heeft ook invloed op den gang van zaken in den boezem van het Protestantisme. Predikanten die sympathie voor de zaak van den banneling op het Duivelseiland toonen, kunnen bij sommige gemeenteleden geen goed meer doen; het is gebeurd dat onder de preek een der toehoorders opstond en bij wijze van protest heenging. De predikant Jules Pfender klaagt er over dat de giften voor de „Société Centrale" minder mild vloeien, omdat sommige predikanten, die door de société centrale betaald worden, Dreyfusianen zijn. Het bestuur had nog wel hun predikanten opgedragen om over de bekende zaak niet op den kansel te spreken. Maar het spreekt wel vanzelf dat men hen niet verbieden kan om een eigen opinie te hebben en die in gesprekken te uiten! Men ziet hieruit hoe diep de „affaire" in het Fransche leven ingrijpt.

Sedert Frankrijk het eiland Madagascar in bezit heeft genomen, heeft de Protestantsche zending, ook die van Fransche Protestanten uitging, te lijden gehad van de tegenwerking der Roomsche zending. De tegenwerking ging zelfs zoover dat de Jezuietische missionairs de kerken en scholen der Protestantsche zending in bezit namen. Het is te begrijpen dat nu de Protestanten door het optreden van den Gouverneur generaal Galliéni weer in het bezit gekomen zijn van hunne gebouwen en weder aan den arbeid zijn gegaan, men er naar uitziet om op den duur den steun der regeering te verkrijgen. Daarom is er eene poging aangewend om eene Fransche Gereformeerde Staatskerk op Madagascar te verkrijgen. Gelukkig wil de regeering daarvan niets weten.

Deze heeft geweigerd van de jonge kerken op Madagaskar eene église concordataire te maken, dat is eene kerk met welke door den staat eene overeenkomst is gesloten, om haar gelden uit te keeren onder zekere bedingen. Het loopt natuurlijk hierop uit, dat de staatsmacht de kerk overheerscht en ten slotte voorschrijft, hoe zij zich moet bewegen. In Frankrijk worden de Roomsche bisschoppen wel gestraft met inhouding van hun tractement, wanneer zij dingen doen die den overheidspersonen niet welgevallig zijn.

— Hoe diep het zedelijk peil in dit land is gedaald, blijkt uit het feit dat men in de laatste weken een „lique voor het Fransche vaderland" heeft gesticht. De leden van dien bond verplichten zich aan het oordeel van het hof van cassatie in de Dreyfusz-zaak onvoorwaardelijk te onderwerpen. Tot dezen bond zijn de beste mannen toegetreden alsof het iets bijzonders is dat men eene uitspraak van de hoogste rechtbank vertrouwen schenkt.

Ook heeft men te Parijs, ook al uitvloeisel van de Dreyfuszzaak, een bond van Roomsche vrouwen gevormd, waarvan de leden zich verbinden om alle omgang met en bagunstiging van vijanden der kerk te vermijden. Men wil niets te doen hebben i. met hen die niet regelmatig ter kerk gaan; 2. met hen die gewoon zijn een slecht blad te lezen; 3. met hen die des Zondags werken of laten werken; 4. met hen die hunne kindeken naar z.g. leekenscholen zenden, ook al zijn de onderwijzers goede Roomschen; 5. met hen die bij begrafenissen de kerk voorbijgaan.

De uitnoodiging om deel te nemen aan dezen bond eindigt met eene berisping aan die echtgenooten en vaders welke in het parlement met ongeloovige Joden en vrijmetselaars gemeene zaak maken. Dit laatste teekent. Immers Joden en Protestanten, die meemialen met vrijmetselaars in een adem genoemd worden, verdenkt men voortdurend dat zij tot schade van Frankrijk de Dreyfusz-beweging hebben uitgelokt en nog altijd gaande houden. Wanneer uit deze vrouwen-beweging voortvlod't dat de Fransche Roomschen gaan ijveren voor een meer waardige viering van den dag des Heeren en voor vrije scholen, dan hebben we ons hierin te verblijden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 26 februari 1899

De Heraut | 4 Pagina's

Buitenland.

Bekijk de hele uitgave van zondag 26 februari 1899

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken