Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De Zending.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Zending.

7 minuten leestijd Arcering uitzetten

XIX.

De vorige week heeft ons de telegraaf bericht, dat het stoomschip Prins Alexander, toebehoorende aan de Maatschappij Nederland te Amsterdam, te Batavia is aangekomen. Toen betrad broeder Zuidema met zijne vrouw voor de tweede maal het eiland Java, waar hij als zendeling zijn arbeidsveld heeft. Ditmaal had hij drie kinderen (drie zijn hier gebleven ter wille hunner opvoeding, een bij Ds. Ploos van Amstel van Zwolle, twee elders) en twee Javanen bij zich. Toen hij den eersten keer in Indië aankwam, ichreven wij het jaar 1886. Eenige maanden voor zijn vertrek had hij zich bij de Gereformeerde zendingvereeniging aangemeld, met het verzoek als zendeling uitgezonden te worden. Zijn opleiding had hij gekregen bij de Utrechtsche zendingvereeniging, die hem bestemd had voor den dienst van het hulppredikerschap in Indië, maar niet uitzond, omdat eene keuringscommissie hem ongeschikt had verklaard voor den gewenschten dienst in Indië. Na herhaalde keuring op verzoek van de Gereformeerde zendingvereenig'ng, werd hij goedgekeurd en bestemd voor missionairen dienaar op Midden-Java. De kerkelijke strijd, die in het ^ovengenoemde jaar ontbrand was, deed het bestuur der zendingvereeniging besluiten broeder Zuidema, die acte als onderwijzer had, uit te zenden zoo als hij was, den Heere verlatende , wat Hij van dezen jongen man v/ilde maken, m^ ^^ ^'^ ^^"^ ^°^ opleggen. Nauwelijks aangeko-^ ai te Poerworedjo legde onze zendeling zich toe op de wa^^'r^i'^ ^'an het onderwijs in de talrijke kleine dessa's, wp^"^ *-""stenen woonden. Jonge mannen uit de Javanen > »enschte hij te hebben, die hij zou kunnen gebruiken als onderwijzers voor de inboorlingen. Natuurlijk was zijn oog het eerst gericht naar de opleidingsschool van Depok. Hij maakte kennis met enkele harer leerlingen uit de Javanen, doch kwam tot het besluit, dat dezen of liever in dienst traden bij het gouvernement of min of meer vervreemd waren van de Javaansche gebruiken. Toen ging van hem de roepstem uit tot de Gereformeerden in den lande, om hem met /10, 000 te verblijden, opdat hij daarmee de school tot opleiding van onderwijzers en helpers voor de Javanen zou kunnen oprichten. De Keucheniusschool is daarop verrezen. Aan leerlingen heeft het broeder Zuidema nooit ontbroken. Soms klom 't getal tot 40, ja een enkele maal tot 70. Doch de verwachting, die hij er van gekoesterd had spoedig jonge mannen uit de Javanen te hebben als onderwijzers, werd teleurgesteld, 't Bleek den ijverigen zendeling maar al te ras, dat hij te hoogen dunk had gehad van_ de kennis en den aanleg zijner leerlingen. Hij moest beginnen met de beginselen van het gewoon lager onderwijs en kwam met de meesters weinig verder. Toch is hier niet _ alles teleurstelling geweest. Daar zijn er van zijne leerlingen, die teruggekeerd naar hunne dessaas met een hun geschonken Bijbel, in hunne omgeving Gods Woord voorlezen en daardoor den grond leggen voor de prediking des Evangelies. Tijdens zijne afwezigheid heeft broeder Adnaanse de hoogste klasse der Keucheniusschool onderricht gegeven, voor zoover hij dit te midden van zijn eigen arbeid, die zeer (gewichtig is, heeft kunnen doen. Naar alle waarschijiilijkheid is broeder Zuidema nu weer in zijn schoolartoetÏÏ" ingegaan. Toen hem, voor zijn vertrek, in een vriendenkring werd gevraagd, wat doel hij nu had, verwees hij wijsselijk naar de aanstaande Synode van Groningen, die hem zijn werkring zou omschrijven. Toch had hij een hoop en die was deze, dat hij nu werkelijk zou kunnen beginnen met de vorming van onderwijzers voor de Javanen. Hij voelde zich daartoe zeer opgewekt, "daar de Heere hem geheel genezen had.

Een schoon arbeidsveld heeft deze broeder tot ontginning van den grond, waarop 't zaad des Evangelies wordt geworpen door de hand van onzen broeder Adriaanse, die met onverdroten ijver als missionair predikant arbeidt op midden-Java ten zuiden. Jammer dat hij hier nog slechts alleen is, want zijn werkkring zich uitstrekkende over de residenties Banjoemas, Bagelen en Kedoe en het vorsteniand-Djocjokarta is te groot voor één man, vooral daar die de medische zending ook niet vergeet, door eens in de maand op haar terrein te gaan spreken.

Dit terrein is Djocjakarta, waar de missioneerende arts Scheurer arbeidt. Deze heeft zijn werk zoo ingericht, dat hij in zijn Pendopo, voor polikliniek ingericht, alle dagen der week allerlei soorten van zieken ontving en wel zoo dat hij één dag uitsluitend ooglijders behandelt, één dag gewonden en één dag inwendige zieken. Vooral ooglijders krijgt hij vele. Volgens zijne laatste opgaaf heeft hij in een maand niet minder dan 875 gehad. Voegt hier nu bij 624 gewonden en 581 lijders aan inwendige ziekten, dan is het te begrijpen, dat onzen broeder Scheurer geen kleine taak heeft, 't Verwondert ons dan ook niet, dat hij een dezer dagen moest schrijven: „De laatste maanden gevoel ik mij wel een beetje afgemat en deze afmatting neemt eerder toe dan af, zoodat ik de laatste weken erg met hoofdpijn en slapeloosheid begin te sukkelen." Een weinig rust zal dezen broeder zeker goed doen. En dan verrijze door Gods genade het Hospitaal, 't Wachten hiervoor is op de volkomene toestemming des Sultans, welke broeder Scheurer spoedig hoopt te krijgen. De Gereformeerde kerken van Nederland hebben nog twee plaatsen waar zij werken nl. Midden-Java ten noorden (de residentiën Tegal en Pekalongan) en het eiland Soemba. 't Eerste arbeidsveld heeft geen zendeling en het tweede de broeders de Bruin en Pos, die, vooral de laatste, niet zonder zegen arbeiden.

Nemen wij nu het geheele zending.sgebied van de Geref. kerken in Nederland in zijn geheel, wat is het dan een groote uitgestrektheid. En toch wat is het ook weer klein vergeleken bij de terreinen, die andere kerken en zendingsgenootschappen hebben ingenomen. Zoo kwam ons dezer dagen onder de aandacht de werkkring van het zendinggenootschap van de kerk van Engeland in Oost­ en West-Afrika, Palestina, Perzië, West-Indië, Zuid-en Midden China, Japan, Nieuw-Zeeland, N.-W.-Canada. Vtn den gen tot den i6en April hoopt deze vereeniging haar honderdjarig bestaan te vieren. Wat een tijd, wat kan er in gedaan zijn tot uitbreiding van het Evangelie onzes Heeren Jezus Christus! Met het oog hierop zouden wij venvachten, dat er vele kerken onder de inboorlingen door haar geplant zijn, die op eigen wortel stoelen. Dit is echter niet het geval. Vandaar dat in haar midden de vraag is opgerezen : „Wekt het geene verwondering, dat er nog geen kerken uit de inboorlingen zijn, die onafhankelijk zijn van de zendelingen? " Een vraag, die alle missioneerende kerken en vereenigingen welke in 't zelfde geval zijn en dat zijn zij bijna allen mogen doen.

Wij lezen toch van Paulus, dat, als hij in een of andere plaats het Evangelie had gebracht, hij er in den regel niet van daan ging, dan nadat „met opsteken der handen ouderlingen verkozen waren." Titus kreeg van dezen discipel de vermaning: „Om die oorzaak heb ik u in Creta gelaten; opdat gij hetgeen nog ontbrak voorts zou terecht brengen, en dat gij van stad tot stad zoudt ouderlingen stellen, gelijk ik u bevolen heb." Natuurlijk ontbreekt het niet aan pogingen om het bovengenoemde verschijnsel op te lossen. Men wijst op het kleine getal geloovigen, dat zich op een plaats vereenigt en daardoor niet bij machte is eenen dienaar des Woords te onderhouden, op de vele inrichtingen, die een geplante kerk tegenwoordig heeft z. a. school, hosjjitaal enz., welke niet kunnen gedragen worden door de kleine luiden, die in den regel tot de kerk behooren. Wij willen aan deze opmerkingen geen waarde ontzeggen. Toch moet de opgeworpen vraag ernstig overwogen worden, want daar zou ook iets aan onze zendingsmethode kunnen ontbreken, dat vele lang bearbeide streken nog geen vrije kerken hebben.

Dit artikel werd u aangeboden door: Vrije Universiteit Amsterdam

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 19 maart 1899

De Heraut | 4 Pagina's

De Zending.

Bekijk de hele uitgave van zondag 19 maart 1899

De Heraut | 4 Pagina's