Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Voor Kinderen.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Voor Kinderen.

7 minuten leestijd

ZUIDWAARTS.

XVII.

De kapiten trad op den bierversmader toe en sprak:

„Wat gebeurt hier, provoost? "

In diens plaats nam de bottelier echter het woord, door te zeggen:

„Kapitein, de provoost verkiest het bier niet te drinken, schoon het zoo goed is als 't wezen kan."

„Dat's een leugen, " riep de beschuldigde.

De stuurman fluisterde den kapitein iets in. Deze nam een kan bier, proefde het, reikte het ook den stuurman toe en sprak toen;

„Dat bier is kostelijk. Schaam u, provoost! Gij zijt nog al gesteld om de orde te bewaren en de kwaaddoeners te bewaken. Maar ik zal er nu zelf orde op stellen."

Op een wenk van den kapitein grepen de stuurman, de bottelier en nog een paar anderen den provoost, boeiden hem en brachten hem naar een vertrek beneden, waarin hij werd opgesloten. -

„Zoo je doet, zoo je ontmoet, " riep hem de stuurman spottend na. „Je hebt er menigeen weggebracht, vrind. Nu krijg je zelf een beurt."

Een week of twee later, stond onze carga op zekeren morgen op het dek, toen hij heel in de verte een zeil meende te ontdekken. Hij waarschuwde den kapitein, die mede zijn oogen scherpte — kijkers had men toen nog niet — en weldra de meening van Nikolaas bevestigde. Zelfs scheen er meer dan één schip te naderen. Dadelijk werden bevelen gegeven aan de manschappen om zich te wapenen, want in dien tijd kon elk vreemd schip gevaarlijk worden voor wie 't naderde. Er waren zeeroovers en kapers, en al vielen die dicht bij de Linie, zooals hier, minder te vreezen, vijanden waren er toch. Overal kon men Spaansche oorlogsschepen ontmoeten en dus een aanval verwachten. In gespannen verwachting richtten allen het oog naar de zeilen in de verte. Doch weldra ging een vreugdekreet op, want de bouw der schepen, die nu duidelijk zichtbaar werden, bewees dat men met Ncderlandsche vaartuigen te doen had. En welke anderen konden dit haast zijn, dan die onder het bevel van admiraal Van Neck, te meer daar zij van het noorden kwamen?

't Bleek zoo te zijn. 't Was de vloot waar mee de „Arenden" waren uitgezeild, doch die zij achter zich hadden gelaten, gelijk wij ons herinneren. Men begroette elkaar met schoten uit de kanonnen, en liet over en weer vragen hoe 't op de schepen stond en of er ook iets noodig was. Op de Ncderlandsche schepen was de toestand vrij gunstig, maar op de Brabant sche was het anders. Daar heerschte gebrek aan velerlei, waarin ongelukkig admiraal Van Neck niet geheel voorzien kon, al werd er ook voor betaald. Want men wist niet, of er spoedig gelegenheid zou komen om nieuwen voorrEtad in te slaan.

De nabij gelegen eilanden waren onder t Spaansch of Portugeesch gezag en verderop b was nog minder kans iets te krijgen. Immers M St.-Helena en de enkele eilanden in die zeeën, waren toen nog geheel onbekend. Zuid-Afrika w werd bewoond door wilden, en 't zou nog een D halve eeuw duren eer de Nederlanders aan de m Kaap onze vlag plantten. Zoo moest dan de e Hollandsche admiraal zuinig wezen, tot groo; d verdriet van de manschap der Brabanders.

Erger nog was, dat het getal zieken onder de C laatsten toenam. Het scheurbuik vertoonde zich 4 al sterker onder hen, wellicht tengevolge van het gebrek aan versch voedsel. De zieken wer­ b den op bijzonder rantsoen gesteld. Dat was niet m heel veel. Elk moest het stellen met 5 pond r brood per week, twee mutsjes wijn en een halven d pot water per dag. Tot toespijs werden de zie­ i ken verkwikt met een half mutsje of maatje v olie, wel te verstaan voor allen samen. Hoewel o nu zieken in den regel geen bazen in 't eten d zijn, was deze leefregel toch wel wat al streng, w om ter gezondheid dienende te heeten. Zoo althans dacht de dokter zelf er over, doch het H baatte niet, waarschijnlijk wijl de kapitein vond n dal het al weer uitwon, en mannen die niet d werkten ook den kost niet verdienden. Dit was echter zeer onbillijk De Schrift zegt niet: Wie niet werkt, maar wie niet wil werken, zal ook niet eten.

Onze Nikolaas had intusschen met zooveel zieken de handen vol werks gekregen. Hij hjd weinig medicijnen aan boord, en kreeg bet gedaan, dat er van de Hollanders wat werd gevraagd en verkregen. Veel baat hadden de zieken er echter niet bij, wijl tegen de kwaal, waaraan ze leden toen nog weinig te doen viel. Ze is trouwens nog niet gemakkelijk te genezen. De zieken lagen machteloos neder, werden al erger en toonden ten slotte weinig lust, om de spijs hun geboden, aan te roeren. Kon de ge neesheer alzoo naar het lichaam weinig voor hen doen, hij beproefde althans hen, in veel zwakheid en gebrek, te wijzen, op den Geneesmeester der zielen, op den Heere Jezus Christus. En nu wilde menigeen, die vroeger niet geluis terd. had, wel hooren. Vaak bracht Nikolaas, als hij bij de zieken kwam, zijn Bijbel of zijn psalmboek mee, en las wat voor, en trachtte het duidelijk te maken. Dan werd niet zelden een dof oog helder, en dankte later meer dan een den woord

De maand September liep ten einde. Men was nu, in twee en een halve maand, nog niet verder dan even over de Linie. Dat was geen snel reizen en daarbij kwam, dat men eigenlijk niet recht wist waar men was. Dat te v/eten op zee is trouwens niet zoo makkelijk, en g le V d b menig landmensch, die voor het eerst op ze komt, begrijpt dan ook volstrekt niet hoe de stuurman den weg vindt en hoe de kapitein juist weet waar het schip op 't oogenblik is. Want het is water en lucht altijd weer, wa men ziet. Er staan geen handwijzers of naambordjes in de zee en men kan ook niet eens even iemand vragen: weet u ook hoe 'k varen moet? Tegenvi'oordig heeft men allerlei mid delen om zich te helpen, kompassen, zeekaarten, l sextanten en tijdmeters enz. Maar van dat a bezaten de schepen destijds toen weinig anders dan het eerste, en dat dan nog zonder de verbeteringen die er later bij zijn aangebracht. Kaarten hadden onze Hollanders van die zeeën toen nog weinig of [geene, en althans geen goede. Geen wonder dus, dat men vaak maar zoowat gissen moest.

Maar gissen is missen; dat bleek ook nu Immers op den aSsten September, tegen den middag, riep plotseling een matroos, die op den uitkijk stond: „Land! Land!" Weldra was men er dicht bij. De bemanning van een klein schip, dat gelukkig juist dicht langs de kust voer, werd aangeroepen, 't Vaartuig was be mand met volk, waarvan eenigen Portugeesch spraken. Nu kon Nikolaas zijn kennis gebruiken, en weldra wist hij dat het eiland, vlak voor hen, Annabon heette, een Portugeesch woord, dat goed jaar beduidt, 't Was een honderd vijftig jaar geleden door de Portugeezen ontdekt en behoort hun nu nog. Op de kaart kunt ge het vinden in de bocht van Guinea. Als ik u nu zeg, dat : nze zeelieden meenden wel honderd mijlen westelijker te zijn, dan begrijpt ge, hoezeer men zich toen in den weg kon vergissen. Vooral de sterke zeestroomins werkte daartoe mee.

AAN VRAGERS.

In de „Echo, " waarvan u onlangs gesproken hebt, komt een regel voor;

Doen ook de zielmissen den dooden profijt? niet een mijt.

Wordt hiermee het kleine diertje in de kaas bedoeld of iets anders?

W.

De Echo hier bedoeld is uit den Geuzentijd. Toen waren hier muntstukjes die mijten heetten, 't Waren de geringste in waarde, nog lang geen halve cent. Op deze munt is hier gedoeld.

Onze lezer P. D. doen we opmerken, dat er drie plaatsen in den Bijbel voorkomen, ^\^Sion heeten. 't Eerste in de bekende plek, de hoogste heuvel in Jeruzalem. Het tweede is een stad in Naftali. (Zie Joz. 19). Het derde is een andere naam voor den berg Hermon. (Zie Deut. 4 : 48).

CORRESPONDENTIE.

P. D. te B. Is 't u ook mogelijk de aanleiding tot het doen dezer vraag te melden. Dat vergemakkelijkt wellicht het geven van antwoord.

HOOGENBIRK.

Dit artikel werd u aangeboden door: Vrije Universiteit Amsterdam

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 12 mei 1901

De Heraut | 4 Pagina's

Voor Kinderen.

Bekijk de hele uitgave van zondag 12 mei 1901

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken