Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Het advies van Ds. Klaarhamer.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Het advies van Ds. Klaarhamer.

12 minuten leestijd

Gelijk te voorzien was, hebben de broeders, die te Utrecht met het advies der meerderheid niet konden meegaan, het niet bij een zwijgend protest gelaten.

Ds. Klaarhamer zond aan de Kerken, nog eer het advies der meerderheid haar bereikte, een tegen-concept, dat aldus luidde :

Aan de Eerwaarde Kerkeraden der Gereformeerde Kerken.

WELEERW. EN EERW. BROEDERS.

De ondergeteekende had fnede de eer, te behoo ren tot de vergadering van Broederen, die zich gedrongen gevoelden, om saam te overwegen, of er een weg te vinden ware, waarin de thans bestaande gedeeldheid in de opleiding tot den Dienst des Woords bij onze Kerken practisch kon worden weggenomen.

De gezochte eenheid moet dan een zoodanige zijn, waarbij de beginselen, die in het vraagstuk der opleiding in geding zijn, ongekrenkt blijven, en waarbij zooveel mogelijk voldaan wordt aan hetgeen eenerzijds de Kerken in zake de Theologische opleiding mogen en moeten eischen, en aan hetgeen anderzijds de Universiteit in zake hét Theologische onderwijs mag en moet eischen.

Blijkens het U dezer dagen aangeboden „concept contract" met bijgaande overïvegingen is demeerderheid der bedoelde Broederen van oordeel, dat zulk een weg gevonden is en in dat conceptcontract wordt aangewezen.

Onder geteekende kan dit gevoelen niet dee ten. Hoe gaarne hij ook met zoovele hooggeschatte Broederen saam de Kerken van advies zou menschen te dienen, en met hoeveel beschroomdheid hij het ook waagt, om in deze zoo gewichtige en ernstige zaak alleen te staan, hij kan toch niet anders.

Naar zijn oordeel is in bedoeld concept-contrac eenerzijds zooveel toegegeven, dat het voor de ker kengroep, die van overtuiging is, dat voor de opleiding tot den Dienst des IVoords eene vrije Universiteit op gereformeerden grondslag de meest gewenschte inrichting is, niet meer als een modus vivendi kan worden beschouwd en dus onaannelijk is.

Hij hoopt van dit zijn oordeel D. V. publiek rekenschap te geven.

Hij veroorlooft zich nu, naast het bovenbe doelde concept contract een ander aan Uwe aandacht en overweging met broederlijke bescheidenheid aan te bieden.

God geve aan onze Kerken, als zij straks in Synode sdamvergaderd zullen zijn, die wijsheid en voorzichtigheid, welke haar noodig zal zijn, om in gehoorzaamheid aan zijn ordinantiën in deze zaak te beramen en vast te stelten, „hetgeen dienstig is, om eendrachtigheid en eenigheid te voeden en te bewaren, en atles te onderhouden in de gehoorzaamheid Gods"

CONCEPT-CONTRACT.

De Gereformeerde Kerken in Nederland, in Generale Synode saamgekomen in Augustus 1902, en de Directeuren van de Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerden grondslag, als zoodanig belast met het bestuur van de Vrije Universiteit te Amsterdam, in deze handelende op advies van hare Curatoren en van haren Senaat en volgens machtiging van de Algemeene Vergadering dier Vereeniging gehouden te den 1I902,

Overwegende, dat het wenschelijk is, de twee thans bij hen bestaande inrichtingen voor Theologisch Onderwijs en opleiding tot den Dienst des Woords, n.l. de Theologische School te Kampen en de Theologische Faculteit van de Vrije Universiteit te Amsterdam, zooveel mogelijk tot ééne inrichting te vereenigen; en dat dit het best kan geschieden door middel van een contract, dat de onderscheidene bedingen inhoudt, welke de Kerken ten aanzien van haar zeggenschap over die inrichting stellen;

zijn overeengekomen, zoodanig contract aan te gaan, gelijk zij door onderteekening van dit stuk in duplo verklaren aan te gaan, — en dit contract te doen bestaan uit de volgende bepalingen :

ART. I.

De eenheid van opleiding is in dezen weg te verkrijgen dat de beide inrichtingen — de Theologische School der Kerken en de Theologische Faculteit der Vrije Universiteit — vereenigd worden tot ééne inrichting, waarover de Kerken eenerzijds en de Vrije Universiteit anderzijds genoegiaam zeggenschap hebben, om haar tegelijk School der Kerken èn Faculteit der Vrije Universiteit te doen zijn.

Deze inrichting is, met inachtneming van de bijzondere bepalingen, waarover de Kerken efa de Universiteit in dit contract zijn overeengegekomen, als deel van het organisme dtr Vrije Universiteit aan hare Directeuren en Curatoren en de van hen uitgaande regelingen onderworpen; en tevens als kerkelijke opleidingschool onderworpen aan de regelingen, die de Kerken daarnaast nog vaststellen.

Voor zooveel de bedoelde Universiteitsregelingen de opleiding tot den Dienst des Woords mede' betreffen, worden zij niet vastgesteld zonder goedkeuring van de Curatoren der Kerken.

ART. II.

Om deze vereeniging tot stand te doen komen, worden de Hoogleeraren, die thans verbonden zijn aan de Theologische Faculteit der Vrije Universiteit, vanwege de Kerken benoemd tot Hoogleeraar aan de Theologische School; en de Hoogleeraren, die thans verbonden zijn aan de Theologische School, vanwege de Ver eeniging voor Hooger Onderwijs benoemd tot Hoogleeraar in de Theologische Faculteit der Vrije Universiteit.

ART. III.

Het normaal getal der Hoogleeraren in de Theologie zal zes bedragen. Ingeval, hetzij de Kerken, hetzij de Vereeniging voor Hooger Onderwijs, het wenschelijk mochten achten, boven dit normale getal eene benoeming te doen, zal hierover vooraf overleg worden gepleegd tusschen de wederzijdsche Curatoren; en de benoeming daarna geschieden met inachtneming van het bepialde in art. IV.

ART. IV.

De benoeming van een nieuwen Hoogleeraar in de Theologie geschiedt aldus, dat deze Hoogleeraar zoowel door de Kerken als door de Vereeniging voor Hooger Onderwijs aangesteld wordt:

Het initiatief daartoe gaat de ééne maal van de Curatoren der Kerken uit, die eerst het praeadvies van de gezamenlijke Hoogleeraren in de Theologie inwinnen en dan vóór de be noeming overleg plegen met de Curatoren der Vrije Universiteit, aan wien zij het ontvangen praeadvies tevens mededeelen.

Indien bij deze Curatoren bezwaar bestaat op grond van gemis van de noodige weten tenschappelijke bekwaamheid of van ongeschiktheid voor het onderwijs, dan geven zij bij gemotiveerd schrijven binnen twee maanden van dit bezwaar kennis aan de Curatoren der Kerken, en de benoeming gaat alsdan niet door, behoudens het recht van appèl op eene algemeene vergadering: van het wetenschappelijk Corps der Universiteit; waarin onder leiding van hare Curatoren alle hare Hoogleeraren en alle door haar in de Theologie gedoctoreerden en alle Doctoren in de Theologie, die Dienaar des Woords bij ééne der Gereformeerde Kerken in Nederland zijn, zitting hebben.

Indien zoodanig bezwaar niet bestaat of door genoemde vergadering ongegrond wordt ver­ - klaard, gaan de Curatoren der Kerken tot de benoeming over, en geven zij daarvan kennis aan de Directeuren der Vereeniging van Hooger Onderwijs, die hierop hunnerzijds eene benoeming laten volgen.

De andere maal gaat het initiatief uit van de Directeuren der Vereeniging voor Hooger Onderwijs, die vóór de benoeming overleg plegen met de Curatoren der Kerken.

Indien bij deze Curatoren br zwaar bestaat op grond van afwijking van de belijden: s of van paedagogische ongeschiktheid voor de opleiding, dan geven zij bij gemotiveerd schrijven binnen twee maanden van dit bezwaar kennis aan de Directeuren der Vereeniging en de benoeming gaat alsdan niet door, behoudens het recht van appèl op de Generale Synode, die over het ingebrachte bezwaar beslist.

Ingeval geen bezwaar bezwaar bestaat, of het bezwaar door de Synode ongegrond wordt ver klaard, gaan Directeuren der Vereeniging tot de benoeming over, en laten de Curatoren der Kerken daarop ffunnerzijds eene benoeming volgen.

ART. V.

De Hoogleeraren in de Theologie onderteekenen de Formulieren van Eenigheid volgens t een door de Kerken daarvoor vast te stellen ­formulier;

en desgelijks de verbintenis aan het in Art. 2 der Statuten der Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerden grondslag aangegeven standpunt.

ART. VI.

De Hoogleeraren in de Theologie ontvangen hun honorarium en pensioen van de Kerken tot het thans door de Kerken vastgestelde bedrag (en desgelijks hunne Weduwen en Weezen hunne toelagen); terwijl hetgeen de Vereeniging voor Hooger Onderwijs aan hare Hoogleeraren meer uitkeert, hetzij aan honorarium, hetzij aan pensioen (hetzij aan toelage voor hun Weduwen en Weezen), hun door deze Vereeniging wordt verstrekt.

Wat de collecten aangaat, die voor de Theologische School der Kerken en de Theologische Faculteit der Vrije Universiteit tot nu toe gehouden werden, blijft de bestaande regeling, volgens welke de Kerken voor beiden gelijkelijk deden collecteeren, gehandhaafd met dien verstande, dat de Kerken in dit collecteeren en in hef bestemmen der gecollecteerde gelden op dezelfde wijze te werk gaan ten opzichte van de nu vereenigde inrichting, als zij dit deden voor de beide afzonderlijke inrichtingen.

ART. VII.

Evenals de Vereeniging voor Hooger Onderwijs harerzijds, houden ook de Kerken door middel van hare Curatoren toezicht op het onderwijs der Hoogleeraren in de Theologie.

ART. VIII.

Indien de Curatoren der Kerken of de Directeuren der Universiteit oordeelen, dat een Hoogleeraar in de Theologie wegens afwijking in de leer of ergerlijken wandel moet geschorst of ontslagen worden, geven zij daarvan bij gemotiveerd schrijven aan elkander kennis, opdat in zulk een geval met eenparigheid gehandeld worde. Wanneer te dien aanzien overeenstemming verkregen wordt, kan de pchorsing volgen; die ook doorgaat, wanneer de daardoor getroffene op de Generale Synode appelleert. Bij zulk appèl, en voorts wanneer de bedoelde overeen stemming niet verkregen is, of wanneer niet slechts schorsing maar ontslag noodig wordt geacht, beslist de Generale Synode.

ART. IX

De Curatoren der Kerken en de Directeuren der Vrije Universiteit hebben het recht, na overleg en in overeenstemming met elkander, een Hoogleeraar, die ongeschikt blijkt voor het onderwijs of de opleiding, op non-activiteit te stellen, mits met toekenning van het in art. 6 bedoelde pensioen als wachtgeld.

ART. X.

De Hoogleeraren in de Theologie geven ks in de vakken, door de Curatoren der Kerken en de Directeuren en de Curatoren der Vrije-Universiteit, in overleg met elkander, hun bij hunne benoeming opgedragen, behoudens de wijzigingen, die daarin later met hun eigen goedvinden worden aangebracht, terwijl zij daarbij voorts zich houden aan de Series Lectionum' door de Curatoren der Vrije-Universiteit vastgesteld.

ART. XI.

Tot de Theologische Colleges worden na afgelegd propaedeutisch examen zulke studenten toegelaten, die een goed getuigenis aangaande belijdenis en wandel overleggen.

Ingeval iemand aan laatstgenoemde voorwaarde niet voldoet, wordt over zijne toelating door de Hoogleeraren in de Theologie beslist.

ART. XII.

De Hoogleeraren in de Theologie zijn verplicht, toezicht te houden op leer en leven der Theologische Studenten.

ART. XIII.

Dit contract der Kerken met de Directeuren der Vereeniging voor Hooger Onderwijs zal van weerszijden opzegbaar zijn, mits hiervan één jaar van tevoren kennis gegeven worde.

Bij het concept-contract, door de meerderheid der Broederen U toegezonden, is ook gevoegd een Advies namens de Vergadering. Met de daarin voorkomende artikelen handelende over: de plaats van vestiging, het aantal Curatoren, het Gymnasium, en de te maken kosten, kan onder geteekende zich wel vereenigen.

Hoogachtend heeft hij de eer te zijn, WelEerw. en Eerw. Broeders,

Uw dw. medebroeder in Christus, P. J. W. KLAARHAMER, V.P.M.

Natuurlijk staat aan Ds. Klaarhamer het onverkorte recht om ook van zijn gevoelen de Kerken mededeeling te doen. Het zou ons zelfs niet bevreemden, wanneer ook de broeders aan de andere zijde, die evenzeer weigerden het advies te teekenen, met zulk een mededeeling tot de Kerken kwamen.

Van • polemiek tegen deze concepten zullen wij ons onthouden. Wanneer het de vraag gold, hoe op de meest principieele wijze de verhouding tusschen de Kerken en de Theol. faculteit te regelen ware, zou zulk een debat vrucht kunnen afwerpen.

Nu het gaat om een compromis, waarin beide partijen zich moeten kunnen vinden, zal het kans van slagen hebben, baat een discussie over het door afwijkende broeders ingenomen standpunt niet.

Slechts een opmerking veroorloven we ons, opdat de kerken tot een juist oordeel in staat mogen zijn.

Zooals de beide voorstellen, straks wellicht tot drie vermeerderd, bij de Kerken ingediend zijn, zal de indruk ontstaan, dat de Kerken nu eerst, elk op zich zelf, zullen te beoordeelen hebben, welk voorstel haar het verkieslijkst voorkomt, om dan door advies op de Classis, Provinciale en Generale Synode van haar voorkeur blijk te geven.

De generale' Synode zou op deze wijze twee of drie voorstellen krijgen, elk gesteund door een groep van kerken, en het voorstel, dat de meeste stemmen verkregen had, zou dan de meeste kans hebben door de Generale Synode te worden aangenomen.

Nog daargelaten nu, dat deze behandelingswijze ons in strijd dunkt met het Gereformeerde kerkrecht, dienen de Kerken wel in te zien, dat deze geheele voorstelHng onjuist is.

Het voorstel, door Ds. Klaarhamer thans rondgezonden, is op de vergaderingen te Utrecht reeds in den breede besproken, en daar is gebleken, dat de voorstanders der eigen inrichting om principieele redenen met dit concept niet konden meegaan. Aanneming van dit voorstel door de meerderheid zou er toe geleid hebben, dat de modus vivendi ophield te bestaan en de beide groepen als onverzoenlijk waren uiteengegaan.

Gesteld dus, dat een groote meerderheid in de Kerken het voorstel van Ds, Klaarhamer verkieslijker achtte en het daarom bij de Generale Synode aanbeval, dan zou dit toch niets baten, om de eenvoudige reden, dat de andere partij reeds verklaard heeft, zich niet bij dit voorstel te kunnen neerleggen en het dus als compromis geen dienst kan doen.

De Generale Synode kan en mag niet te kort doen aan het in 1892 getroffen akkoord. Ze mag geen beslissing nemen, welke voor de kerken, die voor de eigen inrichting zijn, onaannemelijk is. Deed ze het toch, dan zou ze niet alleen het gegeven eerewoord schenden, maar oorzaak zijn, dat in de kerken een scheuring ontstond, die niet meer te heelen was.

Zijn daarom de Kerken, die voor de universitaire opleiding zijn, met Ds. Klaarhamer van oordeel, dat het compromis aangeboden door de Curatoren en Hoogleeraren der 'Vrije Universiteit te ver gaat, en daarom als modus vivendi voor deze Kerken onaannemelijk is, dan dienen zij dit ronduit te zeggen. Maar dat men zich dan ook de nuttelooze moeite bespare, nog een ander voorstel bij de Synode aan te bevelen, dat door de Synode toch niet aangenomen kan •worden. Er" blijft voor de Synode dan geen andere weg open, dan te verklaren, dat er geen overeenstemming te verkrijgen is en de bestaande toestand van de tweeheid in de opleiding moet bestendigd worden.

Het ware ons daarom juister voorgekomen, indien Ds. Klaarhamer op zijn standpunt aan de Kerken had aangeraden, het aangeboden compromis te verwerpen op de gronden, die hij meent daarvoor te moeten aanvoeren. Het indienen van een tegenvoorstel kan alleen tot verwarring aanleiding geven. Het geeft den indruk, alsof de Kerken vrij kunnen kiezen, waar de aard der zaak juist medebrengt, dat zulk een keuze onmogelijk is en men alleen te beslissen heeft, of het aangeboden compromis, dat door beide partijen is geteekend, zal aanvaard of verworpen worden.

Elke steun aan het voorstel-Klaarhamer geschonken wil dus practisch niet anders zeggen, dan dat men het aangeboden akkoord verwerpt en de eenheid van opleiding onmogelijk acht, zoolang de partijen aldus tegenover elkaar staan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Sunday 9 March 1902

De Heraut | 4 Pagina's

Het advies van Ds. Klaarhamer.

Bekijk de hele uitgave van Sunday 9 March 1902

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken