Bekijk het origineel

Voor Kinderen.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Voor Kinderen.

7 minuten leestijd

STOKOUD EN ZESTIEN JAAR.

ZIJN ZIN.

IV.

Twee wekeu verliepen eer Lukas terug kwam. Ge begrijpt, hoe vader hem al dien tijd miste, en hij zei honderd maal tot zich zelf: Lukas moet hier blijven. Doch ook vader wist wel, dat het met onwillige honden kwaad hazen vangen is, dat zijn zoon moeielijk tot andere gedachten zou zijn te brengen, en dat hem tegen zijn zin te houden wel kon, maar aan allen een droef leven bereiden zou.

Eindelijk kwam Lukas weder en — bracht moeder mee, die gelukkig thans geheel hersteld was. Dat vader niet elk dier twee even vriendelijk ontving, kunt gij licht begrijpen. Weldra kwam de groote vraag aan de orde; Wat nu ? En het eind was, dat moeder in een gesprek met vader alleen, verklaarde, dat het best zou zijn Lukas zijn zin te geven. Aan land ging het met hem toch niet.

„Maar 't is toch zonde en jammer, " zei vader, „zoo 'n mooie zaak, waar iemand behoorlijk zijn brood in kan verdienen. Die jongen verschopt zijn eigen geluk, en daarbij, hij kon me zoo mooi in den winkel helpen. Alle zeelui kennen hem en zijn van hem gediend."

„Zeker, " zei moeder, „en ik zou wel alles willen geven om Lukas van zijn plan af te brengen, maar ik weet nu, dat gaat niet. Er is hier met hem niets uit te voeren, nu hij eenmaal de zeevaart in 't hoofd heeft. Blijft hij daarbij dan kan de winkel mettertijd voor zijn zuster goed zijn. Maar — en dit hoop ik — hij zal van de zee wel genoeg hebben, als hij er eens op geweest is. Dat gaat meestal zoo. Laat hem maar eens zijn zin doen; 't zal hem niet meevallen."

Daar bleef het bij, en Lukas was buiten zich zelf van vreugd, toen vader hem vertelde, dat hij zijn begeerte zou vervuld zien. Er moest natuurlijk eerst een schip gezocht worden, en dat vond men maar niet zoo dadelijk. Wel waren er schepen genoeg en kapiteins ook, maar vader Short zag terecht uit naar een schipper, in wien hij vertrouwen kon, dat Lukas een degelijken meester zou hebben, en tevens iemand die toezicht op hem hield. Het leven op het eene schip verschilde ontzaggelijk veel van dat op het andere. Op het eene ging het ordelijk, op het andere ruw toe. Dat wist vader maar al te wel. En hem, even als moeder, was het lang niet onverschillig, in welke omgeving hun zoon komen zou.

Na eenigen tijd echter, werd wat men verlangde gevonden. Er lag een schip dat naar de West zou vertrekken. De kapitein was een man, die vaak in den winkel kwam, en die bekend stond als rechtschapen, gestreng, maar rechtvaardig en daarbij, althans voor zoover te oordeelen viel, niet afkeerig van den dienst des Heeren. Vader deelde hem mee wat Lukas wilde. De kapitein had er dadelijk ooren naar en, om 't maar kort te vertellen, een maand later reeds was Lukas aan boord en vertrok het schip naar Barbados in de West.

Dat het vader, moeder en zuster hard viel, van Lukas te scheiden, bleek in de laatste dagen vóór zijn vertrek. Hij zelf echter was zoo opgewonden door de gedachte aan het heerlijk leventje dat hij krijgen zou, dat hij de droef heid der anderen niet scheen te merken. Zijn ouders wezen hem nog eens ernstig op de gevaren van het nieuwe leven dat hij inging, en drukten hem vooral op het hart den Heere God te dienen, en Zijn Woord trouw te lezen, dat ze hem ook mee hadden gegeven. Lukas luisterde maar half, deed allerlei beloften, maar 't was aan hem te zien, dat zijn hart er niet bij was. En hij haalde eerst als 't ware weer ruim adem, toen hij op zee was en de kerktoren van Dartmouth uit zijn gezicht zag verdwijnen.

Twee weken was Lukas op „De Valk" — zoo heette het schip — geweest, toen hij reeds duidelijk gevoelde, dat het leven op zee toch niet enkel genot was. Wat hij vooral miste was het vrije leven en de hartelijkheid, die hij tehuis steeds had gevonden. Daar ging alles kalmpjes aan, en kon hij alle dingen net doen zoo als hij wilde. Daar was moeder altijd gereed voor hem te zorgen, hem te helpen. Hier ging het geheel anders. Met de kapitein zelf had hij niet veel te maken, met stuurman en bootsman des te meer, en dat waren geen gemakkelijke heeren.

Alles ging op bevel, en moest dadelijk, vlug en stipt worden uitgevoerd. Was er wat te vrazich eenzaam voelde, was er niemand met wien hij vertrouwelijk kon spreken, en liet hij merken, dat hij in 't zeeleven 't een en ander moeilijk vond, dan werd hij soms nog uitgelachen toe. Gelukkig waren er een paar oudere matrozen, die hem begrepen en hem bemoedigden door te zeggen: dat hel hun ook zoo gegaan was. „Maar", zeiden ze, „ge zijt nu in 't schuitje en moet mee. 't Zal wel wennen, en beter gen of te klagen, dan werd het wel aangehoord, maar daar bleef het dan ook bij. Als Lukas worden, als ge de eerste reis maar achter den rug hebt".

Nu was door 's Heeren goedheid die eerste reis dan ook tamelijk voorspoedig. Men had gunstigen wind, best weer, en toen men na zes weken voor Barbados het anker wierp, zei ieder dat men zelden zoo'n vaart gedaan had. Weldra kwam daar nog iets bij, dat den kapitein minder, maar het volk des te beter leek. De lading was namelijk gelost en de kapitein wenschte nu een nieuwe in te nemen. Dit bleek echter op het oogenblik moeilijk te gaan, wijl hetgeen hij begeerde, West-Indische vruchten, niet voldoende voorhanden waren, 't Gevolg was, dat „De Valk" geruimen tijd voor Barbados liggen bleef. Het volk had het in dien tijd gemakkelijk en kreeg verlof aan land te gaan, mits elk maar zorgde des avonds weer aan boord te zijn. Ge begrijpt dat allen van die gelegenheid gebruik maakten.

Hoe ongevoelig Lukas zich ook betoond had, toen hij Dartmouth verliet, toch was, toen hij te Barbados aankwam, zijn eerste gedachte: laat ik nu eens naar huis schrijven. Ze zullen zeker verlangend zijn iets van mij te hooren. In plaats van met de anderen van boord te gaan, zette hij zich in een hoekje neer en begon dadelijk zijn plan te volvoeren. Dat was een heel werk — al had hij er gelukkig al den tijd voor. Want het was zijn eerste brief, er viel heel veel te vertellen, en daarbij wist hij, hoe goed het moeder zou doen, als hij haar zeggen kon, dat hij niet verzuimd had den Heere God te bidden om Zijn zegen, en trouw Gods Woord had gelezen. Maar van het eerste was weinig van het tweede — eerlijk gezegd — geheel niets gekomen. En dat wilde Lukas nu liefst niet zeggen. Zoo zat hij dan telkens te peinzen wat hij schrijven moest, en verschreef wel drie of vier ganzepennen eer het papier vol was.

Doch nu kwam de groote moeilijkheid, waaraan hij wel eerst had mogen denken: de erzending. Hij sprak er over met den kapitein, die zei: „Ik zou maar niet schrijven. We gaan heel spoedig weer terug, en geef ik den brief met een schip mee, dan zijn wij er misschien nog eer dan dat vaartuig in Engeland komt." Ik moet hierbij opmerken, dat in dien tijd het verzenden van brieven uit het overzeesche, vol strekt niet zoo ging als thans. Tegenwoordig weet men nauwkeurig wanneer men brieven zen den kan, en zijn de stoomschepen verplicht — als het even kan — ze in een bepaalden tijd over te brengen. Vroeger was dit niet zoo. Men gaf zijn brieven eenvoudig per scheepsgelegen heid mee. Zoodoende bleven ze vaak heel lang onderweg. Ook was de kans, dat ze verloren raakten of niet bezorgd werden lang niet gering.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 31 mei 1903

De Heraut | 4 Pagina's

Voor Kinderen.

Bekijk de hele uitgave van zondag 31 mei 1903

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken