Bekijk het origineel

Uit de Pers.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Uit de Pers.

7 minuten leestijd

Uit het Diaconaal Correspondentieblad nemen wij ditmaal het slotartikel over, waarmede Prof. Biesterveld zijn beschouwing over de beste wijze om het benoodigde geld voor den dienst der barmhartigheid bijeen te brengen, besluit:

Vragen we nu eindelijk wat uit dit al practisch volgt voor de wegen die we hebben in te slaan, om het voor den dienst der barmhartigheid benoodigde bijeen te brengen. Hierbij willen we zien wat moet worden afgekeurd en wat moet worden gedaan. Van zelf zal hier niet alles kunnen ge noemd worden, maar toch wel het meest algeireene.

Uit de gestelde beginselen volgt, dat wij niet vragen aan anderen om steun, maar in eigen kring de middelen moeten zoeken om aan onze roeping op het terrein der barmhartigheid te voldoen. De kerk mag zich niet tot de ongeloovigen wenden, in geenerlei vorm, om steun voor hare armen. Men vergete niet, dat b. v. de gewoonte om ook bij niet leden aan te kloppen als men bij de huizen collecteerde, dagteekent uit den tijd, dat men ook de armen die niet tot de gemeenschap der kerk behoorden, verzorgde Voor eigen armen vrage men niet buiten eigen kring en liefst zelfs ook niet als het den armen buiten ons zou gelden.

Heel iets anders is of men giften, schenkingen en legaten aanvaarden zal van die buiten ons zijn. Daar is van zelf niets tegen. Het is heel iets anders om iets te vragen, of dat men het enge vraagd ontvangt.

Het vragen kan alleen, wanneer het is een wijzen op een verwaarloosden plicht. Wanneer een familielid van die buiten ons zijn zich onttrekt aan eene bepaalde verplichting, dan mogen diakenen hem daarop zeker «ijzen en onder het oog brengen, dat die niet-nakoming van dezen zedelijken plicht de diakenen onder zware uitgaven brengt.

Vervolgens brengen de aangewezen beginselen mede, dat men niets aanneemt, wat onder vreemd gezag zou brengen. Dat zou licht kunnen geschie den door subsidieering van den staat, door be paalde voorwaarden aan erfstellingen verbonden. Zoodra in de zaken der kerk eene vreemde macht zich indringt, moet men liever afzien van zulke inkomsten, dan zich buigen onder eene verplich ting, hoe formeel ook, b. v. zelfs het inzien van rekening en verantwoording en wat dies meer zij.

Voor s mogen nooit de inkomsten bijeengebracht worden in den vorm van een hoofdelijken omslag voor de armen. De staat kan armenbe asting heffen, omdat zijn zorg een politiemaatregel is en meer niet. De kerk kan dat nooit. Belas', ing heffen kan alleen om te voldoen aaneen juridische bij contract vastgestelde verplichting. B. v. voor het betalen van tractementen en rekeningen. Een armenbelas ting in de kerk onderstelt, dat er recht is van d.e zijde dergenen, die in nood zijn. op ondeihoud en op verzorging. Dat is niet juist. Dan valt heel de grondgedachte van den dienst der barmhartigheid als zoodanig. Als er recht is, dan is er geen sprake meer van barmhartigheid. De plicht rust zeker van Gods wege op de gemeente om barmhartigheid te oefenen in den meest ruimen zin, en God zal oor deelen wie in dezen plicht te kort schiet. Maar heel iets anders is of de kerk haar lidmaten door dwang tot die plichtsvervu ling brengen mag.

Hoe dan wel te komen • tot he benoodigde. Alle eerst door inzamelingen bij de kerkelijke samenkomsten. Die inzameling hetzij in een zakje als bij ons bij rondgang, of gelijk vroeger aan de deur, of in een offerkist of op een tafel, is een deel van den geïnstitueerden publieken cultus. Dat staat in onzen Catechismus, en is naar de bedoeling van dien cultus, plicht. Wij komen samen om van Gods wege te worden onderwezen en gezegend, om Hem in dienst der gebeden aan te roepen. Zijn Naam te loven in het lied. Hem te belijden en te zoeken maar ook om de gemeen schap der heiligen te oefenen. En zij komt dan uit niet alleen in lied en gebed, maar ook in het gedenken aan de behoefte der heiligen. KerkcoUecten moesten kunnen afgeschaft worden armen collecten nooit.

Zij handhaven het vrijwilligheidsbeginsel, het offeren uit liefde, het geven in het verborgen.

Die publieke collecten kunnen aangevuld worden door collecten aan huis. Allereerst bij hen die niet ter kerke konden komen. Maar dan is dit ook de meer gewenschte vorm voor buitengewone inzamelingen, omdat vermeerdering van het aantal ker-Icelijke collecten allicht zwaarder drukt op de groote gezinnen en de minder gegoeden.

Ook kan men voor bijzondere doeleinden iitoa derlijk collecteeren b.v. voor verpleegden, weezen en SHchtingen van barmh rtigheid.

Daarbij kan men voor vast terugkeerende uitgaven, als suppletiefondsen, verzorging van krankzinnigen enz. die voor, rekening van de diaconie komen, bijdragen vragen, hetzij tijdelijk of als men berekenen kan het blijvend n odig te hebben, voor vast.

Naast deze algemeene en bijzondere inzamelingen staat het bearbeiden van bijzondere personen, om hunne roeping inzake het weldoen te betrachten.

Al ereerst komen daarvoor in aanmerking de familieleden van hen, die voor rekening van de diaconie komen. Zij hes soms, dat zij slechts weinig kunnen doen op de verplichting dient, gewezen en zoo ook velichting van den diaconalen arbeid gezocht

Voorts als het weezen geldt, de kinderloozen in het midden der gebeente opwekken om óf zu ke weezen geheel-voor hunne rekenirg te nemen, of althans door bijzondere bijdragen de diaconie in staat te stellen hen te verzorgen.

Eindelijk de meer gegoeden in het algemeen aansporen, als het noodig is door persoonlijk be zoek, om rijkelijk van het hunne te offeren. Daaibij mag men zeker ook op legaten aandringen, vooral bij kinderloozen, mits men hierdoor niet minver mogende bloedverwanten schade, hoewel het in stilte geven reeds bij levenden lijve meeraanbeve ling verdient.

Als bij dat alles de 'Bediening des Woords hare roeping verstaat om ernstig op al deze dingen te wijzen, zal het onzen Diaconieën niet aan het noodige ontbreken. Zij heeft daarvoor een zoo heerlijke drangreden, die op de consciëntie moet ingrijpen, een drangreden ook door ome diakenen steeds te gebruiken, gelijk Paulus sprak, toen hij de rijk bevoorrechte gemeente van Corinthe tot weldadigheid vermaande: )Ik zeg u dit niet als gebiedende, maar als door de naarstigheid van anderen ook de oprechtheid uwer liefde beproe vende. Want gij weet de genade van onzen Heere Jezus Christus, dat Hij om onzentwil is arm geworden daar Hij rijk was, opdat gij door zijne armoede zoudt rijk worden.« (2 Cor. 8 : 8 en 9).

Resumeerende kom ik tot de volgende stellingen.

Ie. ; Het bijeenbrengen van het benoodigde voor den Dienst der ba mhartigheid moet geschieden naar de beginselen voor dien Dienst in het algemeen in 's Heeren Woord gesteld.

2e. De beginselen, die hiervoor allereerst moeten genoemd, zijn:

a. het Diaconaat heeft ook eene roeping voor de meergegoeden, om hen te doen leven naar den eisch van Gods Woord als rentmeesters van 's Heeren goed, het bezit ook gebruikende tot s naasten welzijn;

b. Het voorzien in de behoeften der heiligen is geen bedeeling, maar mededeeling van de gaven aan hen, die in nood zijn; daarom moet het offer zijn uit liefde en vrijwillig;

c. de dienst der taferelen mag alleen van de tafelen onderhouden worden.

3e. De les der h'storie leert, dat waar naar deze beginselen werd gehandeld, de Kerk op dit terrein het best hare roeping vervuHe.

4e. De practijk dezer beginselen eischt:

a. geen \ragen om gaven aan die buiten zijn ;

b. weigeren van wat brengen zou onder vreemd gezag ;

c. tegengaan van kerkelijke armbelasting;

d. collecten in den publieken dienst en aan de huizen der geloovigen, zoowel inzamelingen als vaste of tijdelijke bijdragen;

e. het opwekken van familieleden om aan hunne verwanten in nood te gedenken, van kinderloozen om voor weezen te zorgen, van rijken om mild te offeren bij 1 et leven ; en bij hun sterven, als anderen er niet door worden benadeeld, van hun goed voor den dienst der barmhartigheid te be stemmen.

Moge deze klare uiteenzetting al onzekerken overtuigen, dat de diakonie niet van gebedeld geld, maar van de liefdegaven der gemeente te voorzien heeft in den nood harer armen.

Uit een onzer groote kerken, waar de schaalcoUecte langs de straat onlangs afgeschaft werd meldt men ons, dat sinds de collecte in de kerk zóó vermeerderde, dat de diaconie er niet alleen geen schade bij had, maar thans meer ontving dan deze schoolcoUecte vroeger opbracht.

Wel een bewijs, dat het leunen op hulp van buiten steeds de offervaardigheid in eigen kring verslappen doet. En dat wie het waagt naar Gods ordinantie te vertrouwen op de liefde der gemeente voor de armen des Heeren, niet beschaamd zal uitkomen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 4 oktober 1903

De Heraut | 4 Pagina's

Uit de Pers.

Bekijk de hele uitgave van zondag 4 oktober 1903

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken