Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Uit de Pers.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Uit de Pers.

5 minuten leestijd

Over de verzekerdheid des geloofs schrijft Ds. R. V. d. Kamp, van Axel in de Zeeuwscht Kerkbode belangrijke artikelen, v/aaraan wij het [volgende ontleenen:

Evenmin als wij het recht hebben, om tegen God te zeggen: ))Ik geloof en vertrouw U niet op Uw woord!', evenmin hebben wij recht om van 't Heilig Avondmaal ons te onthouden.

En niet alleen worden er tal van verkeerde redenen opgegeven om weg te blijven, eveneens zoekt men de versterking van het geloof op verkeerde wijze.

Stel eens een onderzoek in, hoe men daarover soms spreekt! Dan zoekt men soms de versterking daarin, dat men zeer ontroerd is geweest, ja wel I eens een traan heeft gelaten. Dan weer teeft men er niet aan gehad: men bleef er zoo koud bij!

En hoewel wij zeker toestemmen, dat het Avondmaal een zaak is om ontroerd te zijn en niet koud onder te blijven, toch heeft men de versterking niet te zoeken in onzen gemoedstoestand, maar wederom alleen in God, in Zijn werk.

Dit hebben wij vooral op te merken: God is het, die daar spreekt. Hij verzekert ons daar van Zijne eeuwige liefde. Hij vermaant ons goedsmoeds te zijn, daar Hij ons leidt aan Zijne hand.

Wij komen niet aan 't H. Av. om daarmede te betuigen, wat wij voor den Heere zijn, maar wij komen daar om uit 's Heeren mond te hooren en te zien, wat Hij voor ons wil zijn.

En in Doop en in Avondmaal hebben wij dan ook wel te letten op het teeken.

Zoo zekerlijk als ik met water gewasschen word in den Doop, even zeker (zoo luidt Gods belofte) heeft Hij mijne ziel door Zijnen Heiligen Geest met het bloed van Christus gewasschen.

Zoo zeker als ik zie, dat het brood wo dt gebroken, zoo zeker a s ik zie, dat de wijn wordt vergoten, zoo zeker als ik eet en drink, even zeker is (zegt God ons) dat Christus' lichaam voor ons gebroken, Zijn bloed voor ons vergoten is, en wij daarmede ten eeuwigen leven gevoed worden.

De volle nadruk dus valt op Gods verzekering. Ja, Hij neemt in Zijne nederbuigende goeder tierenheid, als het ware alle gasten tot getuigen, en laat ons openbaar door Zijn dienstknecht ver I zekeren: sGelijk zich een vader ontfermt over de kinderen, ontfermt de Heer Zich over degenen die Hem vreezen. Zoo verre het oosten is van het westen, zoo verre doet Hij onze overtredingen van ons. Hij vergeeft Uwe ongerechtigheid ; Hij geneest Uwe krankheid; Hij verlost Uw leven van het verderf; Hij kroont U met goedertierenheid en barmhartigheden."

Wat zullen wij tot deze dingen zeggen ?

Als God ons zoo zeker en vast laat aanzeggen, dat Hij ons in genade aanneemt, hebben wij dan niet alle reden om dit te gelooven ? Ook in dit opzicht zouden we mogen vragen: wat moet de Heere nu nog meer doen ? Zóó vele bewijzen en beloften — en toch zijn wij nog zoo dikwijls tot twijfel geneigd.

Hoe moesten wij niet ontroerd zijn over dit feit, dat God in Zijne ontferming, nadat Hij Christus Zijnen Zoon voor ons overgegeven heeft, ons nog zoo vele malen verzekert van Zijn trouw en liefde, en dat wij dan nog twijfelen! Voorwaar, de kracht der zonde in ons moet wel groot zijn!

Maar tevens willen wj elkander ernstig ver­manen om toch toe te zien op onszelven.

Niet gering te schatten de heiligheden des

Heeren: Zijn woord en Zijne Sacramenten. Laat het ons bede zijn, dat wij meer mogen vervuld worden met heilig en diep ontzag voor 1 des Heeren geboden en woord.

Inderdaad is het treurig, dat vele bekommerden zich onthouden van 't Heilig Avondmaal.

En nog treuriger, dat men in sommige kringen meent, waarlijk Gode een dienst te d en, met die allen van het H. Av. terug te houden. Men dringt er dan op aan, dat inde voorbereidingspredikatie niet zal gehoord worden de liefdelijke bazuin des Evangelies, maar dat daar, om toch vooral de bekommerden af te schrikken, eens goed zal ge zegd worden «wat er moet gekend worden." Ja IS het niet zoo, dat er in Zeeland nog Gerefor meerde kerken zijn, waar men het een slecht teeken vindt, als er zoo velen ten Avondmaal gaan ? Wil men, op sommige plaatsen althans, niet liever, dat er maar enkelen komen ?

Dan is bij sommige menschen de preek goed, als er maar duidelijk in uitkomt, dat niet alle belijdende leden kinderen Gods zijn, maar de gemeente bestaat uit bekeerden en onbekeerden. En dan liefst weinig Schriftverklaring, maar een lange toepissing met een stuk voor de onbekeerde leden, ook een stuk voor de bekommerden, en ten slotte ook wat voor de kinderen Gods.

De verzekerdheid bereikt men zoo niet. In den weg des verbonds, door godvruchtig waarnemen en overdenken van den dienst des Woords en der Sacramenten wil God ze schenken. Elke zonde en verwaarloozing van de middelen der genade wreekt zich en wordt gestraft.

Loutre goedheid, liefdekoorden. Waarheid zijn des Heeren paan Hun, die Zijn verbond en woorden Als hun schatten gadeslaan.

Het is uitnemend, dat Ds. Van der Kamp er op wijst, hoe de verzekerdheid des geloofs in de lijn des verbonds moet gevonden worden, en daarom de louter subjectieve opvatting bij het sacrament en de bediening des Woords schade toebrengt aan het geestelijk leven. Dat gevaar dre'gt waarlijk niet in Zeeland alleen.

Maar aan de andere zijde zij men toch ook voorzichtig met niet uit te ver gedreven reactie tegen dit subjectivisme, den schijn op zich te laden, alsof èn bij de voorbereiding voor het Avondmaal èn bij de bediening des Woords, niet op ernstig zelfonderzoek zou moeten worden aangedrongen. De stelselmatige onderschei ding tusschen onbekeerden, bekommerden en bekeerden is stellig onjuist, geeft voedsel aan ziekelijke neigingen en is ondiep van opvatting. Maar even gevaarlijk zou een prediking worden, I waarin het onderscheidend element werd gemist, ' en alle leden der gemeente voor oprecht geloo vigen werden verklaard. I

Natuurlijk bedoelt Ds. Van der Kamp dit niet. Maar het zou goed zijn geweest, wanneer hij ook tegen die eenzijdige opvatting gewaarschuwd had.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 11 oktober 1903

De Heraut | 4 Pagina's

Uit de Pers.

Bekijk de hele uitgave van zondag 11 oktober 1903

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken