Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Buitenland.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Buitenland.

8 minuten leestijd

Duitschland. Mozes en Hammurabi. De hoogleeraar gehtimrat Kohier, een meester in de vergelijkende rechtswetenschap, sprak zich dezer dagen opnieuw uit over de verhou ding van het Mozaï-iche rt: cht en de in den laatsten tijd zooveel besproken wetten van Hammurabi, die in den Bijbel Amrafel genoemd wordt.

In de Deutsche Litteratur Zeitung beoordeelt deze geleerde werken van den Engelsch man Stanley A. Cook en van den Weener Orientalist David Heinrich Muller. Gelijk Kohier zelf, komt ook Cook tot de slotsom, dat er geen sprake van kan zijn, dat de Israëlieten het Babylonische recht hebben overgenomen, en dat de onmiskenbare overeenkomst te verklaren is uit de beginselen, die als algemeen Semitisch recht bij de Semitische stammen i: gang gevon den hadden, gelijk de algemeene beginselen van het Arisch recht een eigenaardigheid der Indo germaansche volken zijn. De hoogleeraar Kohier spreekt zich volgenderwijze uit: „Had men werkelijk vreemde denkbeelden opgenomen, dan waren de eigenaardige vormen van het Babylonisch recht aan de oud-Israëlitische be schaving geheel anders ingeprent. Telkens wanneer wij bij Hammurabi fijne onderscheidingen en een afdalen in bijzonderheden aantreffen, blijkt het, dat het oud Israëlitisch recht geheel oorspronkelijk is. Alleen zulke onderzoekers nemen aan dat het Mozaïsch recht aan dat van Hammurabi ontleend^is, wier blik nog niet dooivergelijkende rechtsstudie gescherpt is. Overeenkomst van volken van hetzelfde ras komt niet alleen in zaken die liet recht, maar ook in die welke het volksleven en de beschaving betreffen, voor. Wanneer'men hierbij aanstonds denkt dat het eene volk van het andere heeft overgenomen, zet men 'de eerste beginselen van vergelijkend onderzoek op zijde; men komt op die manier tot dezelfde groote dwaasheden waartoe in zijn tijd Kingsborough kwam, die, omdat hij de instelling der besnijdenis ook bij de Azteken vond, stoutweg beweerde dat deze van de Joden afstammen!”

Ook bij de kritische bespreking vati Muller'; werk legt Prof. Kohier allen nadruk op de stelling, dat alle overeenstemming in de rechts bepaÜDgen van Babel en Israël van dien aard is, dat zij moet verklaard worden uit het feit, dat de bside volken uit denzeifden stam gesproten zijn en onder dezelfde levensverhoudingen verkeerd hebben. Ook verwerpt de zaakkundige criticus de door Muller beweerde verwantschap tusschen het recht van Hammurabi, dat van Israël en dat van de Romeinsche wet der twaalf tafelen. Hij schrijft het onderstellen van die verwantschap alleen toe aan onbekend heid met de hoofdtrekken van de algemeene geschiedenis van het recht. Hij die weet dat het bestraffen van diefstal door verplichting van meervoudige teruggave ook in Afrika ge-onden wordt; dat de grondstelling „ziel voor zieL oog om oog" over den geheelea aardbodem verbreid is; en dat de huiszoeking naar gestolen zaken ook bij de Banturs gevonden wordt; dat het koopen van eene bruid en het aannemen als kind op alle breedtegraden aange troffen wordt, zal niet denken aan geheime kanalen, waardoor zulk recht dat over den ge heelen aardbodem verbreid is, van volk tot volk èn van land tot land overgeplant werd. Het is daarom zeer behartigenswaardig wanneer de beroemde rechtsgeleerde zegt, dat ieder die omtrent de ontwikkeling van de rechtsverhou dingen onderzoekingen wil - instellen, zich eerst vertrouwd maken moet met de grondbegrippen van de universale geschiedenis van het recht. De methode is de halve wetenschap.

Wij houden het er voor, dat wanneer de onderzoekers eenigermate rekening gehouden hadden met hetgeen de „gemeene gratie" genoemd wordt, zij er niet zoo spoedig toe zouden komen om te beweren: dit en dat begrip wordt èn onder Israël èn bij de Baby loniërs gevonden, daarom moeten de Joden die begrippen van de Babyloniërs overgenomen hebben! In elk geval zullen de geleerden, die met alle geweld willen dat Israël geen oorspron kelijke, door God geopenbaarde religie gehad heeft, moeten toegeven, dat overeenkomst van rechtsbegrippen kan voortvloeien uit de omstandigheid, dat die begrippen uit dezelfde bron aan de volken toevloeiden.

De voorstanders van de hedendaagsche schriftcritiek krijgen het hard te verantwoorden. Van alle zijden toch worden hunne zoo stout uitgesproken beweringen aangevochten en weerlegd.

Frankrijk. Verloop der z.g. priesterbeweging.

Wat is er geworden van wat men de priesterbeweging in Frankrijk noemt? Het staat vast, dat de hoogespannen verwachtingen van den gewezen priester Bourrier niet verwezenlijkt werden. Volgens dezen stonden in Frankrijk honderde Roomsche priesters gereed om met pak en zak tot het protestantisme over te komen. Zij behoefden nog maar een stoot te ontvangen, en dan zouden zij bereid gevonden worden aan de Roomsche kerk een scheiibrief te geven. Wel verlaten nu en dan enkele Room sche priesters hunne kerk, doch dat is niet te verwonderen als men weet dat er in Frankrijk een 20, 000 priesters gevonden worden. Enkelen daarvan gaan tot het protestantisme over, doch de meesten lijden schipbreuk. Maar tot een groote „nationale" breuk tusschen Rome en zijne priesters is het niet gekomen en zal het wel voorloopig ook niet komen, al doet het tegenwoordige ministerie, met den gewezen priester Combes aan het hoofd, ook alles wat in zijn vermogen is om de Roomsche kerk te onderdrukken. Daarbij heeft Bourrier sinds lang het vertrouwen van de z.g. Evangelische Protestanten niet meer. Hij is namelijk een ijverig voorstander geworden van de nevelachtige en subjectieve theologie van den overleden Protestantschen hoogleeraar August Sabatier; dat wil zeggen: hij ging tot het modernisme over.

Toch heeft het blad dat Bourrier redigeert, de Chretien Francais, nog zekere beteekenis. Het is een middel om zich te orienteeren in de wereld der Fransche Roomsc'ne kerk, die in deze dagen zulk een harden strijd heeft.

Noord-Amerika. Wasdom van Gere formeerde kerken. Een banvloek van D o w i e.

In de Hope vonden wij een beschrijving van den groei der Gereformeerde kerken sedert het jaar r857, toen de particuliere Synode van Chicago datgene ondernam wat men in de nieuwe wereld „het werk der Inwendige Zen ding" noemt. Wij ontleenen daaraan het volgende :

Toen in 1857 een groepje van twintig zwakke Hollandsche gemeenten, een Oost-Friesche ge meente, zoo ontredderd dat zij geen statistiek kon geven, en vijftien Engelsche akkertjes, kluitig en dor.

Thans 116 Hollandsche, 35 Engelsche en 34 Duitsche gemeenten, en hoe welvarend velen dezer zijn behoeft hier niet vermeld. Toen beliepen, in dat eerste verslag, de liefdadige bijdragen van een twintig dier 35 ge meenten een kleine duizend dollars. Thans, in het jongste Kerkelijk jaar, waren de liefdadige ruim twee en zestig duizend, en de gemeentelijke ruipa twee honderd en dertig duizend dollars.

God heeft aan ons welgedaan. Wij mogen ons keeren tot de rust der dankbaarheid. Wij mogen ons wenden tot de rust eener overdenking van Gods daden, die zoet zal zijn.

Wij mogen ons begeven tot zulk eene rust die ons zal aangorden om te houden wat wij hebben; om trouw te bewaren wat de Heere gaf; om het land in te nemen, dat Gods voorzienigheid ons opent en dat ons toekomt.

Nemen wij, ten bate van het Binnenl. Zen dingswerk en onze betere toerusting er voor, een deel van die rust, om in de School van het verleden zulke lessen te leeren waarmede wij voor deze dagen voordeel kunnen doen. Want, wij begaan soms fouten.

Nemen wij rust in de School des geloofs om te leeren, dat ook dit werk niet door kracht, noch door geweld, maar door 's Heeren Geest geschiedt.”

Het behoeft wel geen betoog dat wij ons in dien wasdom hartelijk verheugen.

Wij vernemen weer iets omtrent het doen van Dowie, „De Wachter" schrijft hierover:

Onzen lezers is het bekend, dat de veldtocht naar New-York eene mislukking wa«!. Er waren enkelen, die zich bij Dowie aansloten, maar die enkelen tellen nauwelijks mee, als men in aanmerking neemt de enorme uitgaven, die Dowie zich heeft moeten getroosten.

Onder deze enkelen bevond zich ook een bejaarde Mefh. keraar. Rev. Stephen Merrit. Dr. James M. Buckley, een der voormannen in de Meth. Kerk, en redacteur van The Christian Advocate, schreef hierover aan Rev. Merritt, en kreeg antwoord, dat deze niet bedoeld had om zich bij Dowie aan te sluiten. Dr. Buckley deed hierop in zijn blad een heftigen aanval op Dr. Dowie, onder den titel „Een valsche Profeet”.

In The Leaves of Healing plaatste nu Dowie het schrijven van Rev. Merritt, waarin deze Toelating verzocht tot Dowie's Sion Kerk, en spreekt in groote hoofdletter.s den vloek uit in deze woorden: „In den naam van den Allerhoogsten God lever ik James M. Buckley en Stephen Merritt aan den satan over ten verderve van hel vleesch, dat hun geest behouden mag worden in den dag van den Heere Jezus. Mogen ze van de verderving des vleesches tot waarachtige bekeering komen en behouden worden. Indien zij zich niet willen bekeeren, zullen alle menschen en engelen zeggen: „Hunne verdoemenis is rechtvaardig.”

En daarop volgt het gebed: „O Vader, ik heb deze menschen in Jezus' naam den satan overgeleverd tot de straf des vleesches. Laat satan hen hebben, en hunne lichamen verwoest worden, indien zij zich niet bekeeren, en hun geest behouden worden in den dag van den Heere Jezus. Om zijnent wil. Amen.“

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 13 maart 1904

De Heraut | 4 Pagina's

Buitenland.

Bekijk de hele uitgave van zondag 13 maart 1904

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken