Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Een kloek getuigenis.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Een kloek getuigenis.

7 minuten leestijd

Prof. Bakhuis Roozeboom heeft bij de overdracht van het Rectoraat aan de gemeentelijke Universiteit te Amsterdam ditmaal een redevoering gehouden, waarin de puntjes op de i worden gezet.

Gewoonlijk behelzen deze redevoeringen niet anders dan een kort overzicht van hetgeen aan de Academie in het afgeloopen jaar gebeurd is. Het zijn zuivere Annales Academici, dor als een kroniek, slechts een enkele maal gekruid door wat lof voor een jubileerenden collega of een woord van critiek op min goede gewoonten in de studenten-wereld.

Prof. Bakhuis Roozeboom heeft echter aan zijn rede een hooger beteekenis gegeven door voor het forum Academicum zijn oordeel uit te spreken over het indifferente stelsel, dat aan de Lands-hoogescholen wordt gehuldigd.

Hij deed dit eerst principieel.

Na gewezen te hebben op de groote eenstemmigheid, welke ten aanzien van deze beide nationale aangelegenheden onder het Nederlandsche volk aan den dag is getreden, betreurde spr. 't, dat hetzelfde niet kan gezegd worden ten aanzien van de vele ingrijpende vraagstuk ken, welke, zooals het Hooger Onderwijs, met geloofsovertuigingen en wereldbeschouwingen samenhangen. De strijd daartusschen, zegt spr., is dermate heftig geweest, dat de geesten bijna onvatbaar schenen voor de beschouwing van een zoo belangrijk onderdeel der nieuwe wet, als de reorganisatie van de Polytechnische School te Delft en hare verheffing tot technische hoogeschool, blijkende uit de geringe aan dacht, geschonken aan de adressen hierover van de wis-en natuurkundige faculteiten der universiteiten en van hare gezamenlijke hoogleeraren in de chemie, rakende het gewenschte verband tusschen die faculteiten en de Technische Hoogeschool, adressen, waartoe door deze Universiteit het initiatief werd genomen. Hoezeer dit betreurende, vervulde spr. met veel grooter leedwezen, als slotsom van den gevoerden strijd, het feit te moeten constateeren, dat bij zoo groot deel der natie nog de ernstige wil schijnt te ontbreken om het goed recht en het gelijk recht op staatkundig terrein van de beide levensbeschouwingen te willen erkennen, waarin ons volk hoofdzakelijk uiteengaat, en die op het. gebied van het hooger onderwijs voeren tot het principieele of tot het indifferente stelsel.

Die gelijkstelling achtte spr. noodzakelijk voor het vestigen van een gezonde volkseenheid. Daartoe behoort echter breedheid van geest, welke, helaas, vooralsnog niet een der kenmerkende eigenschappen van onze kleine natie uitmaakt. Vooral op het gebied van de toelating tot en het verwerven van graden aan onze openbare universiteiten is dit op te merken, over welk punt spr. daarna uitweidde, betoogende, dat meer nog dan de moeilijke toelating ons zwaarwichtig examen-stelsel als een Chineesche muur zorgvuldig alle vreemdeUngen buiten houdt en zelfs onzen taalgenooten uit België, Z.-Afrika en Amerika tot dusver belet heeft in noemenswaardig getal onze instellingen te bezoeken.

Moge, zoo eindigde spr. dit gedeelte van zijn rede, de in uitzicht gestelde wijzig ng in de geheele Hooger Onderwijswet ons ook in dit opzicht nader brengen tot die breedheid van in zicht, die het gevolg is van krachtig nationaal besef.

Terwijl daarna het gevaar van dit stelsel door een concreet voorbeeld werd toegelicht:

Bij de vermelding van het toenemend aantal privaat-docenten herinnerde spr. aan het gebeurde met den heer F. v. d. Goes, „wiens houding in en veroordeeling na de stakingsdagen aan velen voldoend motief scheen om zijne toelating als privaat-docent niet te verlangen".

„De meerderheid [van den Senaat" - zeide spreker - heeft echter anders geadviseerd, hoewel de wet op het Hooger Onderwijs zelfs ten aanzien van hoogleeraren ontslag wegens wangedrag toelaat". Het wilde spr. voorkomen, dat met deze beslissing duidelijk geworden is, hoe zij zich aan eene illusie overgeven, die meenen, dat, naar het oordeel der tegenwoordige voorstanders van het Openbaar Hooger Onderwijs, ergens een grens zou kunnen gesteld worden voor hetgeen door een aan dat onderwijs verbonden persoon zou kunnen worden geleeraard. Of echter door het willen handhaven van eene dergelijke absolute vrijheid aan het openbaar onderwijs een dienst bewezen wordt - zeide spr. - worde hun in overweging gegeven, die deze consequentie van het indifferente stelsel hebben getrokken.”

Natuurlijk heeft dit scherpe requisitoir in de liberale pers zeer de aandacht getrokken. Op de Pijpenmarkt werd het alarmsignaal op onveilig gezet. Prof. R. C. Boer, die mede aan Amsterdam's Universiteit hoogleeraar is, roept reeds een caveant consules. En het zou ons niet verwonderen indien straks het voorstel werd gedaan om Prof. Bakhuis, indien hij niet bakzeil wilde halen, als Jona overboord te werpen om de vertoornde goden te bevredigen.

Zonderling is het alleen, dat toen verleden jaar de verschillende rectoren der universiteiten in hun annales academici een zeer scherpe critiek invlochten over het ingediende wetsontwerp op het Hooger onderwijs, niet één orgaan van de liberale pers er aan gedacht heeft op de onkieschheid van deze daad te wijzen. In den scherpen concurrentiestrijd tusschen het openbare en het bijzondere Hooger onderwijs beschikken de Rijksuniversiteiten over alle macht, allen invloed, alle geldmiddelen, alle mannen van wetenschap, terwijl de Vrije Universiteit leven moet van bijeengebrachte gaven, in getal van hoogleeraren en studenten verre beneden de kleinste Rijksuniversiteit staat en van het Rijk niet éen enkel voorrecht geniet. Nu de Regeeitig althans één stap deed om aan het bijzonder Hooger onderwijs een betere positie te verschaffen, zou het zeker in de eerste plaats op den weg der staatshoogleeraren gelegen hebben, uit een gevoel van ridderlijkheid dezen maatregel toe te juichen of, zoo dit te veel gevergd was, zich althans zorgvuldig te wachten voor den schijn, alsof eigenbelang voor hen boven billijkheid ging. En niets was armzaliger dan te zien, hoe deze heeren, in stee van de critiek op dit wetsontwerp aan de volksvertegenwoordiging over te laten, zich in allerlei hatelijkheden tegen den Minister en zijn wetsontwerp verliepen en jammerklachten aanhieven, dat nu hun scholen zouden worden leeggepompt; klachten die waarlijk geen gunstig getuigenis aflegden van eigen doceerkracht en vertrouwen in den invloed van eigen beginsel.

In plaats dat de liberale pers over zoo onkiesch optreden eenparig den staf brak, zweeg ze muisstil. Maar nu Prof. Bakhuis Roozeboom den moed heeft, in een kring van andersdenkenden voor zijn geloofsovertuiging uit te komen en openlijk zijn adhaesie te betuigen aan wat de Minister deed, klinkt van alle kanten het conspuez l'infame en wordt reeds aan den sterken arm gedacht, om zoo gevaarlijk sujet uit den kring der achtbare ambtgenooten te verwijderen.

En nog zonderlinger is deze houding van het Handelsblad, omdat jaar en dag de voortreffelijkheid der Rijks-Universiteiten is aangeprezen door te zeggen, dat daar ieder vrij was in zijn handelen en spreken. De Vrije Universiteit lei haar hoogleeraren een slot op den mond, dwong ze in een keurslijf van vooropgezette dogmata, zette af en bande uit wie niet meezong in haar koor. Maar aan de Landshoogescholen bloeide de ware vrijheid, werd aan geen overtuiging geweld aangedaan, mocht ieder leeren wat hij wilde. Doch nauwelijks waagt Prof. Bakhuis Roozeboom het, in vollen Academischen Senaat het indifferente stelsel der Staatsuniversiteiten af te keuren, of men dreigt reeds met het ostracisme. Van der Goes, de sociaal-democraat, mag als privaat-docent niet geweerd worden, ook al heeft de strafrechter hem wegens opruiende taal veroordeeld tot gevangenisstraf. Maar wie aan het heilig huisje van het indifferente stelsel waagt te komen, moet vogelvrij worden verklaard. Een proeve van enghartige bekrompenheid, die in de geschiedenis van het liberalisme nauwelijks haar weerga vindt.

Natuurlijk zal Prof. Bakhuis Roozeboom zich door dit marktgeschreeuw niet laten intimideeren. Hij gaf blijk van hoogen moed en beginseltrouw door dit kloek getuigenis. En ons Christenvolk dankt hem voor dit mannelijk woord en betreurt het alleen, dat aan de Vrije Universiteit nog geen plaats voor dezen hoogleeraar wordt gevonden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Sunday 2 October 1904

De Heraut | 4 Pagina's

Een kloek getuigenis.

Bekijk de hele uitgave van Sunday 2 October 1904

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken