Bekijk het origineel

De weg van Groen.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De weg van Groen.

6 minuten leestijd

VI.

Het is te begrijpen dat de pertinente en besliste raad van Groen om Ds. Zaalberg niet meer als predikant te ontvangen, aan alle liefhebbers der Synodale organisatie den doodschrik om het hart joeg. r I

Evenals Ds. Kromsigt thans artikel op artikel in de Gereformeerde Kerk schreef om ieder toch te waarschuwen, niet met de Vereeniging tot vrijmaking der kerken mee te gaan, omdat deze beweging o^ scheiding moet uitloopen, zoo roerde ook Ds. Bronsveld in 1868 den grooten trom tegen Groen en wees hem op de gevolgen: „Het ontslag van den Kerkeraad zou volgen; de predikanten zouden geschorst en bij blijvend verzet ontslagen worden, en verkregen was een scheiding". (Kerkgem. Overleg p. 51).

Het schrikbeeld van de Separatie, waarmee de Hoedemakeriaansche richting ook nu elke actie verlamt, is dus niet nieuw. Reeds in 1868 werd het gebruikt om Groen te bestrijden. Prof. Visscher en de zijnen kunnen zich troosten met de gedachte, dat hun „niets vreemds" overkomt.

Ging Groen voor dit argument uit den weg?

„Vrees voor sclmding, i.xA'xoox& & & \A\, gaf de dierbaarste en heiligste belangen en regten der gemeenten aan het ongeloof prijs".

„Ziedaar het kort begrip der geschiedenis van het Hervormde Kerkgenootschap sedert 1816". (p. 46).

Scherper, maar ook juister kan het niet uitgedrukt.

En geldt dat zelfde krasse vonnis niet evengoed de Confessioneele partij, die sinds 1886 maar éen shibboleth had: geen scheiding en geen doleantie ! Die elke dctad, elke actie, elke poging zelfs tot verzet tegen het ongeloof, den kop heeft ingedrukt door terstond te waarschuwen, zooals Ds. Bronsveld in 1S68 deed: deze weg loopt op scheiding uit!

Groen had volkomen gelijk: juist die vrees voor de scheiding heeft gemaakt, dat de heiligste belangen en rechten der gemeente al die jaren zijn prijsgegeven aan het ongeloof.

Want natuurlijk, wie al van te voren verklaart : als de strijd meenens wordt, buig ik het hoofd, breekt daarmede de kracht van zijn verzet. Verbeeld u, dat een leger optrok om tegenover een overweldiger ons land te verdedigen en vooraf een parlementair zond om te zeggen: zoodra ge werkelijk op ons schieten gaat met uw snelvuurgeschut, dan werpen we ons vaandel weg en loopen we met pak en zak over. Meent ge dat de overweldiger zulk een lafhartig leger ook maar een oogenblik zou ontzien? Zou zulk een leger niet „landverraad" hebben gepleegd ? En wat doet men dan anders, waar men optrekt tegen de Synode en weet, dat de Synode de macht bezit om u met Jkaar afzettingsbullen kerkelijk te onthoofden, als men dan openlijk verklaart: afzetting zou tot afscheiding leiden en daarom, zoodra de Synode met afzetting dreigt, gaan we voor haar dreigementen uit den weg ?

Groen met zijn uitnemenden veldheersblik doorzag, hoe hierin de Achilleshiel van de orthodoxe partij school. Wanneer alle man zich opmaakte; wanneer eenparig besloten werd om zich niet langer te onderwerpen, het koste wat het wilde; wanneer werkelijk met een Luther gezegd werd: Hier sta ik, ik kan niet anders, zoo waarlijk helpe mij God — dan was de macht der Synode van dat oogenblik af gebroken. Want al dreigt die Synode met een paar predikanten en kerkeraden af te zetten „als exempel voor anderen", zoodra ze weet, dat al wat den Christus Gods belijdt zich solidair verklaart, is haar rijk uit. Zelfs de Haagsche Synode , zou het niet wagen de grootste helft der gemeenteleden en kerkeraden kerkelijk te executeeren. Zulk een massale executie zou haar eigen doodvonnis zijn.

Groen was daarom geen oogenblik bevreesd, dat het werkelijk tot scheiding zou komen, mits heel de orthodoxe partij zich aan de zijde van den kerkeraad van 's Gravenhage stelde. Een leger, dat bereid is den dood te trotseeren, is onoverwinnelijk. Ban de vrees voor de aC^heiding, doe uw plicht en ge zijt, zoo schreef hij, van de victorie verzekerd:

Indien de Kerkeraad gedaan had wat in 1864 iedereen verwachtte; indien onverwijld, met gelijktijdig bezwaarschrift aan het Klassikaal Bestuur, de kansel aan Dr. Zaalberg ontzegd was; indien aldus het nee plus ultra van den overmoed der modernen ten langen leste weerstand ontmoet had; indien de vijand, in de hoogere kerkbesturen genesteld, voor dergelijk een fait accompli had gestaan, plichtmatige naleving van art. ri had het begin van het einde, had een keerpunt kunnen zijn. Door het onloochenbare van het veeljarig onregt, door het losbarsten van een te lang gesmoorde conscientie-kreet der vaderlandsche kerk, zou men genoodzaakt zijn geweest te erkennen, èn de onverdiagelijkheid eener opgedrongen organisatie, èn het regtmatige eener terugkeering, met medewerking van bet Gouvernement tot hetin i8i6doorgouvernementale willekeur miskende kerkregt, tot den presij> teri aanschcn, in de geschiedenis gewortelden en aldus eigenaardigen kerkvorm.

De Kerkeraad van 's-Gravenhage dacht er echter anders over. Naar Groen's raadgeving luisterde hij niet.

Nadat de Synode de revisie geweigerd had, werd Ds. Zaalberg toch als predikant geduld.

„Wij willen geen poging doen, zeide de erkeraad, om wederrechtelqk, door daden an geweld, de Synodale beslissing te troteeren".

Het echt reglementaire standpunt. Men bepaalde zich tot een „krachtig G rotest" en tot „lijdelijk verzet". De ouder­ d ingen weigerden voortaan bij Ds. Zaalberg z er kerk te gaan en de diakenen zouden W r alleen heen gaan, om „de liefdegaven in te zamelen".

Groen drijft op de meest onbarmhartige ijze met dit „krachtig protest" en met it „lijdelijk verzet" den spot:

Dit zoogenaamd lijdelijk verzet is een maategel waarbij de Gemeente weinig gebaat wordt. s de ongeloofs propaganda minder verderfelijk omdat ouderling of diaken ze niet aanhoort?

Er is hier slechts een zoogenaamd lijdelijk verzet. Een lijdelijk verzet zou er inderdaad d geweest zijn, wanneer de Kerkeraad, zonder w zich aan de synodale uitspraak te storen, aan w Dr. Zaalberg geen predikbeurt ingeruimd had, d in afwachting of, door den sterken arm der Overheid, het bevel van een hoogste kerkbe­ d stuur (tegen het gezag waai uit het bevoegdheid ontleent zelf rebellerend) zou worden ten uitvoer gelegd. — Hier is hoogstens een weigeren van medewerking; kenmerk en beteekenis van lijdelijk verzet ontbreekt. Wat is lijdelijk verzet} een dam waardoor het onregt, zoolang het niet tot geweld overslaat, gestuit wordt. Hier is, in d«n grond der zaak, niet anders dan een lijdelijkheid, die zwicht, eer het onmogelijke van weerstand door een begin van executie geconstateerd is. Strikt genomen, is er zelfs medewerking, wanneer men dus, eerde slag geslagen is, wijkt en den dam zelf uit den weg ruimt.

Ook nu hoort men nog telkens van dit „lijdelijk verzet" spreken.

Groen noemde dat „zoogenaamd lijdelijk verzet" lijdelijkheid, ja zelfs, strikt genomen, medewerking.

Lijdelijk verzet zou er geweest zijn, wanneer men zich aan de Synodale uitspraak niet gestoord had en dan de gevolgen had afgewacht.

Maar wie terstond voor de Synodale uitspraak het hoofd buigt „wijkt eer de slag geslagen is en ruimt zelf den dam uit den weg".

Zoude „Gereformeerde Kerk" den moed hebben, deze uitspraken van Groen aan zijn lezers voor te leggen?

Haar lezers konden dan zelf oordeelen, hoever de Hoedemakeriaansche partij van den „weg van Groen" afgeweken is.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 22 april 1906

De Heraut | 4 Pagina's

De weg van Groen.

Bekijk de hele uitgave van zondag 22 april 1906

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken