Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Buitenland.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Buitenland.

9 minuten leestijd

Engeland. Dezer dagen is een deputatie bij den aartsbisschop van Canteibury op audiëntie geweest, om te betoogen, dat een compromis moest worden aangegaan ten opzichte van het in het parlement aanhangige wetsvoorstel aangaande het onderwijs. De tegenwoordige wet is zonder twijfel in het voordeel van de Episcopaalsche staatskerk. Het door het ministerie voorgestelde wetsontwerp moet echter weer leiden tot de godsdienstlooze school. De be staande wet stuitte zoovele dissenters, vooral in het vorstendom Wales zoo tegen de borst, dat velen weigerden de daaruit voortvloeiende bela.sting te betalen, zoodat gerechtelijke verkoopingen moesten plaats hebben. Het wetsontwerp dat thans wordt voorgesteld, is van dien aard, dat ook de dissenters niet zullen krijgen wat zij voor hunne kinderen begeeren, al is het privilegie der Episcopalen weggenomen. Laat ons hopen dat het blijken zal, dat men een vergelijk weet te treffen, waarbij de belangen vau alle Christelijke partijen tot haar recht komen.

— Wickliffprediker s.

Beeds meermalen spraken wij in dit blad over den arbeid van de „Wichlifïe Preachers Crusade", ondernomen om den voortgang van het Riiuaiisme en het Romanisme in Engeland te stuiten. Deze Vereeniging werd door John Kensit, boekhandelaar te Londen, gesticht. Deze werd in het Ritualisme opgevoed, doch op 17 jarigen leeftijd kwam er door Gods genade een kentering in zijn leven. Hij was toen lid van een Ritualistisch koor, geloofde in de beweging in de Episcopaalsche kerk welke tot terugkeer naar Rome leiden moet, doch begon toen te ijveren voor het handhaven van het Protestantsch karakter der Episcopaalsche kerk. Op later leeftijd begon hij openlijke protesten in de Episcopaalsche kerken waarin men Roomsche ceremoniën navolgde, te organiseeren; en die protesten wekten hier en daar opschudding, zoodat Kensit nog al eens met de politie in aanraking kwam.

In het jaar 1898 begon hij, op het voorbeeld van John Wickliff, een van de voorloopers der reformatie in Engeland, mannen uit te zenden die in de steden en dorpen van oud Engeland de eenvoudige boodschap des heils moesten brengen en tegelijk behoorden te waarschuwen tegen de ingeslopen valsche leeringen, welke het werkder reformatie in Engeland dreigden te niet te doen. Deze arbeid bleek niet vruchteloos. De stichter werd door een denkelijk fanatiek ritualist aangevallen en verwond, aan de ge volgen waarvan hij stierf. Maar de arbeid hiela daardoor niet op. Zijn zoon John Alfred Kensit is de leider der anti-ritualistische beweging geworden.

Dat de „Wickliffpredikers" niet zonder succes werken, bleek uit het feit dat de koninklijke commissie, die geroepen werd om verslag uit te brengen omtrent de misstanden die in de Episcopaalsche kerk van Engeland ontstonden door Ritualistische praktijken, o. a. schreef: „De actie van den heer Kensit en zijn volgers heeft de zaak gedurig onder de oogen van het pubUek gebracht." Sedert het rapport dier commissie openbaar gemaakt werd, hebben de Wickliff predikers met verdubbelden ijver gewerkt, want de conclusie van dit rapport, om namelijk den bisschoppen grootere macht te geven opdat zij in staat zouden zijn het Ritualisme te keeren, heeft hen, die voor het handhaven van het Protestantsch karakter der Anglicaansche kerk ijveren, in het geheel niet bevredigd, omdat men weet, dat bijna al de bisschoppen ijverige Ritualisten zijn.

John Kensit heeft zich onlangs op het „Church Congress" laten hooren, waar hij in tegenwoordigheid van de hoogste ambtsdragers der Kerk een krachtig woord sprak om zijn medeleden ts vermanen „standvastig te blijven in het bewandelen der oude paden." De zaak van het Ritualisme moet nu weldra door de „Convocation" worden ^behandeld, en zal ook voor het Parlement gebracht worden.

Naar (afgelegen dorpen gaan de Wickliffe predikers met een grooten wagen, waarin ruimte is voor de vele tractaatjes die onder het volk verspreid worden. In het weldra afgeloopen jaar werden bijna 200.000 geschriften onder de menschen gebracht.

In 1905 werd teiFinchley het Wickliff-coUege geopend, dat gesticht werd als een herinnerings teeken aan den man die de Wickliff predikers het eerst uitzond. In .de eerste plaats worden in dit College mannen gevonden die als Wickliffpredikers de Kerk van Engeland moeten opwekken, om zich niet te laten medesleepen met de Romaniseerende richting. In de tweede plaats worden jongelieden opgeleid voor predikant van de Episcopaalsche Kerk, door ze voor te bereiden voor de „Central Examination" der Uni versiteit. Candidaten die aan dit examen voldoen, worden door de bisschoppen voor ordening aangenomen. De leider van dit college is Rev. J.' C. Wilcox, B. A, , vroeger vicar (hulpprediker) te Shepscombe.

De vereeniging geeft twee maandschriften uit, de Churchman's Afagazine en Uncle Ben's Budget; het laatste is voor jongelieden bestemd.

Eén ding verwondert ons bij deze beweging, en dat is, dat zij die haar drijven, niet tot het inzicht^ gekomen zijn, dat de Engelsche Staatskerk, om van haar Roomschen zuurdeesem bevrijd te worden, ook in de Kerkregeering moet wederkeeren tot Gods Woord. „Eén is uw meester, en gij zijt allen broeders", zoo heeft de Christus gesproken en daarom iroest men overtuigd zijn, dat in ; ^de Kerk van-Christus geen aartsbisschoppen, bisschoppen, dekens enz. gevonden mogen worden.

Dat het Ritualisme in de Anglicaansche Kerk steeds verder gaat, bleek ons dezer dagen uit hetgeen een predikant uit Brighton in het November-nummer van St. Bartholomeus Parish Magazine schreef. Daarin wekte hij zijn gemeente op om op den len November „Allerzielen" te houden. De verlosten in den hemel denken nog aan ons, en gedenken ons met hunne onzelfzuchtige gebeden voor den troon Gods. Wij moeten ons deze drie dingen voornemen: eerst, dat wij met devotie het feest van Allerzielen vieren en dat vi^ij op dien dag de mis gaan hooren; ten tweede dat wij hunne gebeden vragen, en ten derde, dat wij hun voorbeeld volgen.

Allerzielen spreekt ons van onzen plicht tegenover hen die in „the Church expectant (het vagevuur) hunne toelating in den hemel af wachten, daarbij meer van God k-erende en hun tijdelijke straf ondergaande en de straf die voor de zonde moet gedragen worden. Het is een werk zoowel van barmhartigheid als van plicht, om voor de doodsn te bidden, en daarom hoop ik, dat ge niet alleen op Allerzielen, maat ook op andere dagen, wanneer de mis voor hen gelezen zal worden, ernstig zult trachten tegenwoordig te zijn. Ik beveel u aan de Genade van God en in de gebeden van de eeuwiggezegende Moeder Gods en van alle heiligen."

Is het te verwonderen, dat men tegen zulke uitlatingen toornt en dat men eischt, dat zulke predikanten openlijk tot de Roomsche Kerk zullen overgaan, waartoe zij feitelijk reeds behooren?

Frankrijk. Een monument voor Servet.

Het „verzoenings gedenkteeken" voor de verbranding van Servet bij Geneve op Charapel opgericht, heeft niets uitgewerkt. Het hoofddoel dat men met die stichting voor had, namelijk om de radicale Fransche politici en vrijdenkers die er op bedacht waren om een standbeeld voor Servet op te richten, van dit plan te laten afzien, is althans niet bereikt Er heeft zich namelijk een commissie gevormd, die het er op aan stuurt een monument voor Servet te Vienne op te richten. Men wil dan niet zoozeer den geleerden Servet eeren, als wel het slachtoffer van onverdraagzaamheid verheerlijken. Ook wenscht men te laten uitkomen, dat ware verdraagzaanheid niet een vrucht is van het Christendom, maar van de politieke vrijheid van een volk.

Men vraagt zich af, waarom de Fransche vrijdenkers juist de verbranding van Servet tot een aanleiding nemen om eene demonstratie tegen de onverdraagzaamheid te doen! Geschiedt het, omdat zij tegen de Gereformeerden, die de verbranding van Servet te verantwoorden heb ben, evenzeer als tegen de Roomschen wenschen te strijden? Men kan toch genoeg Protestanten vinden die als offer van Roomsche onverdraagzaamheid gevallen zijn. Hoevelen kwamen er in den St. Bartholomeus-nacht om! De raatigste berekening is 30, 000, de hoogste 100, 000 slachtoffers.

Op de Fransche vrijdenkers past de gelijkenis van de balk en den splinter. Voor de groote bloedschuld die het Fransche volk op zich geladen heeft door het vervolgen der Gereformeerden, hebben de Fransche liberalisten geen oog. Nog minder zien zij hoe vreeselijk de schuld is, die het Fransche volk op zich gejaden heeft door de moorden die geschied zijn bij de sjroote Fransche revolutie, welke die van de Fransche inquisitie ver hebben overtroffen. Zij richten ook geen standbeeld op voer den aartsbisschop van Parijs, die in 1870, toen de Parijsche commune triomfeerde, doodgeschoten werd. Maar de splinters der Gereformeerden, die schuld hebben aan de terechtstelling van Servet, weten zij goed aan te wijzen!

Het schijnt, dat de bijdragen voor het standbeeld dat voor Servet opgericht wordeii zal, niet zoo mild vloeien als men wel had verwacht. Want de commissie heeft zich om medewerking gewend tot Gereformeerde predikanten in Duitschland. Toch bestaat de commissie uit vele oud-ministers, gewezen Kamerpresidenten, senatoren, enz. Ook ontbreekt de naam van den tegenwoordigen president-minister van Frankrijk, Clémenceau, hierbij niet.

In de uitnoodiging van de commissie wordt een historisch juist overzicht gegeven van het leven van den Spaanschen geneesheer. Ook vindt ge daarin niet de beschuldiging, dat Caivijn Servet heeft laten verbranden; wel de vermelding, die niet te weerspreken is, dat het proces tegen Servet op aandringen van Caivijn gehouden is. De deken der Parijsche Theologische faculteit heeft in een zijner preeken van Caivijn gezegd: „Hij heeft den ketter laten verbranden, " terwijl hij toch moest weten, dat Caivijn en alle Geneefsche predikanten er op aangedrongen hebben, zij het ook te vergeefs, dat Serret door het zwaard zou sterven.

Wanneer zal het door de liberalisten worden erkend, dat eerst de reformatie den weg tot vrijheid van conscientie gebaand heeft, en dat, wanneer wij over verdraagzaamheid anders denken dan de Reformatoren, dit te danken is aan het feit, dat de beginselen door hen uitgesproken, hebben doorgewerkt?

Dikwijls vergeet men bij het standpunt, dat de Reformatoren innamen, in aanmerking te nemen, dat zij dikwijls moesten optreden tegen allerlei vreemde uitwassen, die voor de doorwerking der reformatie even zoovele struikelblokken waren. Men denke slechts aan den boerenopstand, het optreden der geestdrijvers, der wederdoopers, der Libertijnsche partij. Omdat Roomsche overheidspersonen de reformatie voor al die verkeerdheden aansprakeUjk stelden, is het té begrijpen, dat mannen als Luther en Caivijn streng daartegen optraden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Sunday 23 December 1906

De Heraut | 4 Pagina's

Buitenland.

Bekijk de hele uitgave van Sunday 23 December 1906

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken