Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Voor Kinderen.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Voor Kinderen.

5 minuten leestijd

DE KLEINKINDEREN.

XX.

WEER EEN NACHTREIS.

Tot eer der meisjes dient gezegd, dit ze van de gelegenheid om te leeren, een zeer goed gebruik hebben gemaakt, al moesten ze alles hebben van hoogstens eenige uren per week en wat hulp van hun pleegvader. Toch bleek later, dat ze volstrekt niet achterstonden bij andere kinderen op het platte land, onder welke er trouwens vele waren, die in het geheel niets leerden.

Want, als gezegd, het zag er destijds met het

schoolonderwijs somt wonderlijk uit, en heusch niet alleen op de Luneburger hei in Duitschland. Omstreeks dezelfden tijd waarvan we nu spreken, arbeidde in een ander gedeelte van het toenmalige Frankrijk, in den Elzas, de predikant Oberlin, in het ruwe Steendal. (In den Ekas moet ge weten, die oorspronkelijk Duitsch was, badden de Lutherschen vrijheid van godsdienst). Deze predikant nu verhaalt, dat hij eens, voorbij een schuur gaande, daar binnen een geweldig leven hoorde. Op zijn kloppen om te zien wat het was, deed een oud man hem open. Toen Oberlin vroeg wat er gaande was, antwoordde hij:

„Ik houd hier school." „En wat leert ge dan den kinderen? " „Niets." „Hoe niets? " „Neen, ik weet zelf ook niets." „Maar wie zijt ge dan? " „Ik ben de varkenshoeder van het dorp. 's Winters evenwel pas ik op de kinderen."

Kortom, de jeugd leerde niets, en kortte zich den tijd met spelen en vechten. Door de goede zorg van Oberlin echter, is dat toen alles anders geworden,

We hebben gezegd dat Marie en Elizabeth zoo lang zij bij Lefèbvre waren nooit uitgingen, de hoeve niet verlieten. Toch ja, een enkele maal gebeurde het.

Op een Octoberavond, laat, verliet de oude Lelèbvre zijn huis en ging den tuin in. Aan elke hand leidde hij een zijüer pleegkinderen.

Zij gingen den tuin door, en verdwenen in het boschje daarachter. Toen zij dat doorgegaan waren, sloeg Lefèbvre een smal pad in, dat over een heuvelachtigen grond voerde en verder tusschen afgemaaide korenvelden liep, tot het uitkwam op den grooten weg. De kinderen die dezen weg al meer gegaan waren, spraken weinig. Ze wisten nu reeds dat dit het veiligst was. Enkele menschen zagen ze, die dezelfde richting namen als zij, doch met geen van allen werd meer dan een groet gewisseld. Niemand had blijkbaar lust zich op te houden of vond het geraden zich bij anderen aan te sluiten.

Na bijna een uur loopens had men weer een bosch bereikt. Hier verlieten onze wandelaars den grooten weg en traden onder het geboomte, waar 't slikdunker was. De oude Lefèbvie echter scheen hier den weg te weten als in zijn tuin.

Eensklaps flikkerde een lichfja. Twee mannen traden uit de struiken te voorhchijn. Zij liepen recht op het drietal aan:

„Messager, " 1) fluisterde Lefèbvre.

„Rechts af, " antwoordde een der mannen en beide verdwenen weer. („Msssager, " d. i. bode — een woord ook wel gebruikt om een verkondiger des Evangelies aan te duiden — diende als een soort van wachtwoord, dat elk wist, die ter vergadering der Hugenoten opging. In iedere vergadering werd het wachtwoord voor de volgende bepaald, en zal nu den lezers meteen wel duidelijk zijn, waar de oude Lefèbvre en zijn pleegkinderen in dit nachtuur heen gingen.)

Ze wandelden rechtsaf het bosch in en liepen voort, tot ze aan een plek kwamen, die aan één zijde door hooge, kale heuvels was ingeslo ten. Daar troffin zij reeds een aantal mannen en vrouwen aan, die van heinde en ver gekomen waren, om de goede woorden des Evan gelies te hooren. Hadden de priesters van Rome en de staatsmacht verboden, in de kerkeËi den Heere God naar Zijn Woord te dienen, welnu dan zou mjn het in de wildernis doen. Dat was op 't gevaar af, dat spreker en hoorders door des konings soldaten belaagd en gegrepen zouden worden, en de eerste verbannen of ge dood, de Isatsten gevangen gezet. Toch waagden de trouwe belijders het er op. Met recht worden de Fransche Gereformeerde kerken geheeten: de kerken der woestijn.

Om den hoardets den weg te wij sen, had men het gewaagd, hier en daar brandende fakkels te plaatsen, die echter in 't minst niet voldoende waren, om den omtrek te verlichten. Dat zou trouwens ook tegen de bedoeling en zeer gevaarlijk geweest zijn, Lefèbvre ging lus schen de menigte door, nu en dan eens knik kende, maar steeds zorgvuldig rondziende. De meisjes deden 'tzelfje. Maar hua jonge oogen waren scherper van blik dan de zijne. Want eensklaps lieten Marie en Elisabeth zijn handen los, en sprongen vooruit op een vrouw toe, die een eindweegs verder stond te turen in de schemering.

„Moeder, moeder!" riepen ze, en de moeder, zich snel omwendende, trad op de kleinen toe en sloot hen in haar armen.

’t Was niet de eerste maal dat zij elkaar zoo onticoetten ter gelegenheid van de preek bij nacht, die daartoe de beste en veiligste gele genheid bood. Maar deze gelegenheden waren toch uiterst zeldzaam. Want de preek werd cu hier dan daar gehouden, nooit dan met een lacge tusschenpoos op dezelfde plek, en niet altijd "liet de afstand of de reisweg toe, de kinderea mee-te nemen.

Wat viel er na een scheiding van zooveel maanden niet te vertellen. Moeder had kleine geschenken voor haar meisjes meegebracht, maar de kinderen, die reeds zoo vroeg met de booze tijden kennis maakten, schenen nog iets anders, iets lievers te verlangen, namelijk dat moeder zeggen zou: Nu gaat ge straks met mij weer naar huis. En weer vroegen ze gelijk zoo dikwijls al, of dat nog niet haast kon. Maar toen moeder zei: „Lieve kinderen nog niet, het zal gebeuren zoodra de Heere wil, " zwegen ze verder. Ze hadden nu in twee jaren genoeg gehoord om, zoo niet alles, dan toch te be grijpen, dat het wel heel ernstige redenen moesten zijn, waarom zij zoo lang van moeder gescheiden bleven.

Zoo lang, en hoe lang nog!

CORRESPONDENTIE.

Z. K. te E. We zullen gaarne ons best doen, om U het begeerde antwoord te geven.

¹) Spreek uit: Messazjée.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Sunday 2 February 1908

De Heraut | 4 Pagina's

Voor Kinderen.

Bekijk de hele uitgave van Sunday 2 February 1908

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken