Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Uit be Pers.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Uit be Pers.

8 minuten leestijd

In het Diaconaal Correspondentieblad schrijft Ds. BouwDsan van Hallum een uitnemend artikel over het onderscheid tusschen Wettelijk ca Zedelijk:

Er is behoefte aan sociale wetten.

Door de Revolutie is heel het gebouw des rn& at schappelijken levens nit zijn voegen gelicht. Zij is geen hervorming. Geen recht zetten van wat scheef stond. Geen wegneming van hetgeen de natuurlijke levensverhoudingen stoorde en den gezonden groei van het organisme. Maar een desorganisatie. De Revolutie is een verbreking van alle banden Een uitéén rukken van wat God samengevoegd heeft. En vertredende de heilige ordeningen, die de Heere God voor het leven heeft gegeven, ont ziet zij ook de teederste verhoudingen niet. Zij ver scheurt den band tusschen kapitaal en arbeid, patroon en knecht, ouders en kinderen, man en vrouw, - niets is haar te heilig. Het individua lisme viert in haar zijn triumf. En daardoor deed zij, ia verband met een gansch nieuwe ontwikkeling van de industrie en het verkeer, een strijd ontbranden van allen tegen allen, waarin, met ter zijde stelling van alle in Gods bestel rustende verplichtingen, ieder slechts op eigen belang is bedacht en eigen voordeel najaagt^ ten koste van de zwakkeren.

Niemand onzer zal het dan ook betwijfelen of de Overheid in dezen ook een roeping heeft om den zwakke te beschermen en het recht in alle levensverhoudingen te handhaven.

En als de Overheid ten onzent er in de laatste jaren naar streeft om door wetten als die op het Arbeidscontract, de kinderwetten en dergelijke, aan hare roeping te beantwoorden, mag het ons zeker tot blijdschap strekken en is dit ook voor onze Diaconieën van groote beteekenis.

Met sommige dier wetten zullen onze Diaconieën somtijds rechtstreeks in aanraking komen, zooals b.v. de Kinderwetten.

Maar van nog grooter belang zullen voor den diaconalen arbeid zijn de arbeidswetten, welke nu reeds uitgevaardigd zijn of welker totstandkoming 'wij hopen dat niet lang meer op zich moge laten v/achten; wetten ter verzekering , van de werklieden tegen de stoffelijke gevolgen van ziekte, ongevallen, invaliditeit, ouderdom, werkloosheid en dergelijke.

Door alle zoodanige wetten toch wordt de taak der Diaconieën verlicht.

Eene verlichting, waaraan dan ook groote behoefte is.

Zij hebben tegenwoordig zoo menigmaal te voor zien in nooden, welke ontstaan door verzuim van de zijde dergenen, die eene zedelijke roeping tot verzorging hebben, maar zich daarom ganschelijk niet bekommeren. Barmhartigheid moet thans zoo vaak optreden, omdat zedelijke plicht en sociale rechtvaardigheid in den steek laten Dat verslindt een aanmerkelijk deel van den inhoud van menige diaconale kas.

En als dan nu de Wet tusschen beide komt om wat zedelijke plicht of eisch van sociale rechtvaardigheid is, ook voor de onwilligen van bindende kracht te doen zijn en dientengevolge ook een deel der lasten van de vaak al te zwaar be laste schouders der Diaconieën afgewenteld wordt, kunnen we daarin ons slechts verblijden.

Het komt ons echter voor, dat wij wel het oog mogen gericht houden op een gevaar, dat in verband met zoodanige wetten ons bedreigt. Er is in de laatste weken, bij de invoering van de Wet op het Arbeidscontract, algemeen geklaagd dat de patroons, sterk staande door de heerschende werkloosheid, bij het sluiten der contracten de arbeiders veelal dwongen genoegen te nemen met bepalingen, waardoor de verplichtingen, die nu volgens de wet op den patroon zouden rusten, werden ter zijde gesteld.

Wij willen niet voorbij zien, dat het in den strijd om het bestaan voor den patroon zeer ver ieidelijk was om door het achterdeurtje, dat de wet had opengelaten, heen te sluipen, teneinde aan de lasten, die de wet hem in het belang zijner werklieden oplei, te ontkomen.

Maar het is toch zeker niet te gewaagd om aan te nemen, dat een dieper liggende oorzaak déze is, dat hij niet genoeg doordrongen is van het besef, dat wat nu in de wet is geformuleerd, niet anders is dan een deel der zedelijke verplichtingen, die krachtens Gods ordinatiSn op hem rusten.

Maar als men dan nu reeds in zoo breeden kring in de valsche meening verkeert, dat de wet in hare omschrijving van de verplichtingen van den patroon in zake ziekte, ongeval etc. van den dienstbare of werkman, eigenlijk al t e r u i m is, al de grens der zedelijke verplichtingen overschrijdt en zij al meer van hem vordert dan naar den eïsch der sociale rechtvaardigheid van hem ge vorderd kan worden, — dan is het duidelijk waar we heen gaan: voor veler besef, ook voor het besef van vele Christelijke patroons, zal de wet dan nu in elk geval de uiterste grens zijn; die aan de wet voldaan heeft, gaat voortaan vrij uit; van een zedelijke verplichtiog, die nog verder zou reiken dan wat de wet vordert, geen sprake meer!

Wettelijke en zedelijke verplichtingen worden dan op zijn minst vereenzelvigd.

De grenzen der eerste worden als de uiterste grenzen der laatste beschouwd.

De wet neemt dan de plaats in van hel g e-weten.

Tegen dat gevaar hebben wij op onze boede.te zijn.

De grens der zedelijke verplichting valt volstrekt niet saam met die der wettelijke verplichting. De eerste is meestal veel ruimer, strekt zich veel verder uit, omvat veel meer dan de laatste.

Waar de wettelijke verplichting eindigt, daar vangt nog in de verste verte niet alt ij d de barmhartigheid aan, maar daar zet zich meestal het terrein der zedelijke verplichting nog voort.

En de barmhartigheid, hetzij particuliere of diaconale, is eerst dan in eigenlijken zin geroepen op te treden, wanneer de zedelijke verplichting, hetzij wat den duur hetzij wat de mate der te verleenen hulp betreft, tot haar grens is gekomen, of — waar onmacht of besliste onwil in het spel is — om deze zedelijke roeping na te koeten.

En daarom is het noodig, dat onze Diaconieën er een open oog voor houden, en arbeiden om het besef steeds meer te doen doordringen, dat het geweten niet gedekt wordt door de wet en zich daarachter nimmer mag zoeken te verschuilen. Gods.

De conscientie toch vindt haar maatstaf niet in de wet der burgerlijke Overheid, maar in het Woord

En het Woord Gods eischt ook te dezer zake veel meer van ons, dan in de burgerlijke wet tot uitdrukking is gekomen.

Daar hebt ge bijv. de wettelijke bepalingen omtrent de alimentati e-rechten en plichten.

Het is bekend, dat volgens deze wettelijke be palingen iemand alleen verplicht is zijne bloed verwanten in de r e c h t e 1 i n i e te onderhouden, wanneer zij hulpbehoevend zijn. Ouders behoeven alzoo alleen onderhoud te verschaffen aan hulp behoevende kinderen, kleinkinderen, achterkleinkinderen Kinderen alleen aan ouders, grootmoeders, overgrootouders.

Maar zou nu daarom gezegd mogen worden, dat men ook naar Gods Woord geen roeping zou hebben, hulpbehoevende familieleden in de z ij 1 i n i e te verzorgen ? Zou b.v. op iemand, die rijk met goederen is gezegend, niet naar Gods Woord de zedelijke verplichting rusten, in den nood te voorzien van een armen broeder of arme zuster naar het vleesch ?

De vraag stellen, is haar reeds beantwoorden!

En niet anders staat bet met de^sociale wetten, die de wederkeerige verplichtingen en rechten regelen of nog regelen zullen tusschen patroon en arbeider.

Al zoodanige wetten zijn uitnemend, omdat zij den swakkere steunen tegen dtn sterkere, dit is d«ïe zondige wereld misschien zijn zedelijke verpHehtingen ganschelijk vergeten zou en de eiscbeo der sociale rechtvaardigheid met voeten treden.

Maar de wet kan niet alles bepalen. Zij moet uit den aard der zaak zich zeer beperken. Zij kan alleen voorschriften geven in zoover als de sterke arm der Overheid noodzakelijk ij om de sociaal zwakke te beschermen en staande te houden en in zoover er algemeen geldende regelen zijn te maken.

Veel moet overgelaten worden aan de conscientie.

Maar dan is het ook noodig, dat die conscientie zich nu niet achter de eischen der burgerlijke wet verschuile, zeggende: aan de wet is voldaan, wat wilt ge meer ?

En zoo zij dit doet, moet zij uh haar schuilhoek worden opgejaagd.

Zij moet wakker geschud en wakker gehouden worden.

Gods Woord is de regel, die voor haar geldt. Geheel het Woord. En a 1 de eischen van dat Woord moeten haar bestendig worden voorgehouden, ook ter zake van de verzorging' van wie door ziekte, invaliditeit of ouderdom niet meer in staat is door arbeid in zijne behoeften te voorzien.

Als de wet der burgerlijke Overheid zegt: »nu is het genoegï, dan zegt God nog niet: het is genoeg. Dan strekt Hij in Zijn Woord de zedelijke verplichting vaak nog veel verder uit. Als een arbeider geen wettelijk recht meer kan laten gelden, dan behoudt hij in vele gevallen nog langen tijd een zedelijk recht. En eerst waar dit zedelijk recht naar Gods Woord eindigt, of door onmacht of onwil van den onderhoudsplichtige zijn beloop niet meer hebben kan, eerst daar vangt de eigenlijke particuliere of diaconale barmhartigheid aan

Ook onze diakenen hebben hier, met de ardere ambtsdragers in de Gemeente, een ernstige roeping om in onzen tijd van sociale wetgeving er voor te waken, dat de grens, waar de barmhartigheid aanvangt, niet terug verlegd worde tot daar, waar de wettelijke verplichting ophoudt; opdat de lasten der Diaconieën niet noodeloos vermeerderd en de Gemeente des Heeren niet bezwaard worde.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 11 april 1909

De Heraut | 4 Pagina's

Uit be Pers.

Bekijk de hele uitgave van zondag 11 april 1909

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken