Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

„De Springader des lebenden waters”.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

„De Springader des lebenden waters”.

9 minuten leestijd

Want mijn volk heeft twee boosheden gedaan: Mij, de springader des levenden waters, hebben zij verlaten, om zich zelven bakken uit te bouwen, gebrokene bakken, die geen water houden. Jeremia 2 : 13.

Tegenover de „gebroken bakken" stelt de Heere zich bij Jeremia zelf in het beeld van te zijn „«en Springader des levenden waters". Drieërlei tegenstelling spreekt hierin. De „gebroken bak" moetdemensch zichzelf uithouwen, de fontein, de bron, de springader daarentegen vindt hij, die is er vanzelf. Dan in de tweede plaats, loopt de gebroken, de gescheurde, de lekke bak, na den mensch zeer korten tijd gedrenkt te hebben, leeg, en laat hem op nieuw aan zijn dorst ten prooi. En ten derde, wat uit de bakken gedronken wordt, is dood, smakeloos water, terwijl het water uit de springader leeft, verkwikt en sterkt. Dit alles natuurlijk overgebracht op den dorst der ziel naar God, die 't wezen van alle religie is en blijft.

Ge zult u toch wachten, dat ge de mannen van de „gebroken bakken" niet verkeerd beoordeelt. Ook onder de hoogstaande modernen spreekt men veel van vroomheid, soms van vrije vroomheid. En zonder nu te rekenen met hun nasleep, kan gesprek en ontmoeting u telkens den indruk bevestigen, dat het metterdaad dezer mannen doel is, vroom te zijn. En als ge hun dan vraagt, wat ze onder dit vroom zijn verstaan, dan krggt ge altoos weer ten antwoord: een leven in de gemeenschap met dei Oneindige. Ook in hun hart spreekt een zielzucht, een verlangen, om in alles hun God te dienen. En als de psalm van het „hijgend hert" wordt ingezet, zingen ze zoo van heeler harte meê.

Ja, ge kunt verder gaan, en beweren, dat er onder alle volk in alle eeuw zielen zijn geweest die naar God hebben gesmacht, en door een heilige aandrift, om met de onzienlijke wereld daarbovenj In gemeenschap te treden, rusteloos werden gejaagd.

Er waren steeds, en er zijn nog duizenden bij duizenden, die hier niets voor voelen, opgaan in het alledaagsche, en naar hooger niet talen. Maar altoos waren er groepjens, in alle kringen en onder alle volken, die hierop een uitzondering maakten, en dit onderscheid bestond altoos hierin, dat zij aan wat voor oogen was, niet genoeg hadden, en vragend, tastend de hand uitstrekten om het Oneindige te grijpen en den Onzienlijke in te roepen. Paulus wees er te Athene nog op, toen hij in deze heidensche stad het altaar vond met het opschrift: „Aan den onbekenden God”.

En toch gaapte alle eeuwen door tusschen deze vrome zoekers en hen die bij het licht van Gods aanschijn wandelen mogen, deze diepe klove, dat die vrome zoekers zichzelf hun waierbakken uithieuwen, terwijl het volk dat 't geklank kent, steeds dronk, en dronk met volle (eugen, uit de Springader des levenden waters.

Drinkt ge uit de Springader des levenden waters, dan vloeit alles u vanzelf uit uw God toe, zonder dat ge zelf er ook jjiaar iets aan toebrengt, terwijl de vroomheid van de gebroken bakken er steeds op uit is, alles zelf te bedenken, te verinnen, en zich te bereiden.

De Springader moge uit de diepte opwellen, w hoog op de bergen ontspringen en haar wateren naar u doen afvloeien, maar altoos Komt 't water vanzelf uit de bron op. Put jjocl» pomp doet hier dienst. Het water •x^felt op, ritselt, ruischt steeds spattend «•> schuimend te voorschijn, en vloeit vanzelf naar u toe, tot ge er den beker in "ompelt of de lippen er aanlegt, en drinkt.

Wie daarentegen in eigen aanleg heil ^oekt, moet zich eerst de bak in de rotsen "'tnouwen, dan in de bak het water indra-S'n, en dan uit die bak het er ingedragen Water uitdrinken, tot het opdroogt bij de ^onnehitte of wegvloeit door de scheur.

Vandaar dat wie bij de Springader leven, « tn hun aanzijn zelf op hun God terugp"-Lees maar hoe David teruggaat tot er hij geboren werd en als een kunstig JOfduursel door Gods eigen hand in het cnaam van zijn moeder geformeerd werd. V" «ij er is, dat hq er zóó is als hij is, " alles komt hem uit de Springader. "^Sf iets van mij begon te leven, stond "es in u^v boek geschreven". Reeds aan "Wieders borst vertrouwde hij opzijn God. y\iet de vrome heeft zijn God uitgevonden ^'cn denkbeelden omtrent den Onzienlijke gevormd, maar het licht van Boven scheen in zijn ziel, en in levensleiding en in wondere daden heeft zijn God zich aan al zijn volk, en ook aan hem geopenbaard. Niet alleen zijn aanzijn en zijn leven, maar ook de kennisse van zijn God, het is hem alles uit de Springader des levenden waters toegevloeid.

En waren er oogenblikken, dat het water wel om hem ritselde en ruischte, maar dat hg dé lippen dicht hield, en niet wilde drinken, dan was het wederom die stille, geheimzinnige inwerking van Boven, die hem ten slotte de lippen openbrak, dat hij dronk eer hij 't wist, en door den frisschen teug zrjn levensbloed als vernieuwd werd. En riep hij 't dan voor Gods glorie uit, dan was ook die roemtaal niet zijn roepen, maar betuigde hrj 't ootmoedigltjk, dat het de Heere was, die de vrucht der lippen schiep.

Ja, zelfs daarbij kan 't niet blijven. Eerst in de belijdenis der Verkiezing van eeuwigheid ontdekt zich de volle luister, die in het ruischen van het leven uit de Springader des levenden waters schittert.

Het aanzijn, het leven, en de kennisse van zijn Naam uit de Springader te ont-. vangen, zegt nog slechts een stukske der zaak. Hem vloeide nog meer, nog hooger toe, zijn ziel dronk in de eerste druppels van het eeuwige leven, en é^X. eeuwige Isv^n vooral welde niet uit de wereld, en veel min nog uit zijn eigen ziel op, maar vloeide hem geheel en eeniglijk uit de Springader toe. En dat niet als iets dat bg al 't andere bijkwam, maar als de grondslag van alles, als het hoofddoel, als het ééne waarom 't alles ging, als uitvloeisel van den raadslag van Gods eeuwige gedachte.

Daarom kan, wie dorst nc^ar God en in God de Springader zijns levens vond, die zalige belijdenis van zijn uitverkiezing niet op zij zetten en niet verflauwen laten. H^ bedoelt daarmee geen zelfverheffing boven anderen, maar integendeel alleen de ootmoedige erkentenis, dat niets uit hem, maar alles uit zijn God is, en dat er niets, niets in hem was, waarom hij juist het eeuwige leven zou ontvangen, maar dat het louter genade Is en blijft, hem toegedacht en toebeschikt eer hij er nog was, en alzoo eer hij nog iets, wat dan ook, had kunnen doen, om 't te verdienen.

Alles, en met name ook dit eeuwige leven, alleen uit de Springader. Daarin lag 't verborgen. Daaruit is het hem toegevloeid. Daaruit heeft hij 't ingedronken, en daaruit blijft hij 't indrinken, teug voor teug, nu en eeuwiglijk.

Die Springader houdt nooit op te vloeien. Die Springader heeft geen tusschenpoozen van stilstand. Uit die Springader welt nooit anders dan 't levende water. Van oogenblik tot oogenblik Is 't die Springader waaruit hij leeft. Wat daar buiten ligt, sterft af, alleen wat uit die Springader hem toekomt, is een duurzaam goed, dat zijn schat voor eeuwig blijft.

En zoo Is uit de Springader zijn aanzijn, zijn leven, zijn kennisse van Gods Naam en zijn eeuwig goed. Niets uit Hem, niets uit de wereld, alles wat waarde bezit geheel en eeniglijk uit die Springader hem toegekomen.

En nu 't hoogste.

Die Springader vloeit niet uit God, maar i% God zelf. Het is zoo, de psalmist zingt: Bij u is de Fontein des levens, maar hrj voegt er verklarend aanstonds bij: „In uw licht zien wij 't licht". Die Fontein, die Lichtbron, die Springader Is niet iets dat bij God bijkomt, maar 't Eeuwige Wezsn in zijn Oneindige Volmaaktheid. Hij zelf is ons deel en ons Hoogste goed. De ziel dorst niet naar Iets van God, maar zoo als 't hert schreeuwt naar de waterstroomen, zoo schreeuwt mijn ziel naar U, o God. En dan gaat de Psalmist aldus voort: »Mrjn ziel dorst naar God, naar God zelf, naar den levenden God", Met niets minder dan door God zelf kan den dorst van deze ziel gelescht worden.

En hier nu Is het mysterie.

Niet wij kunnen tot het Eeuwige Wezen naderen, maar dat Eeuwige Wezen nadert tot ons. Spreekt ons toe, legt zijn hand op ons, straalt als een zon in ons hart en heft zich op als een schild over ons. Tot Hij In Christus ons nadert In onze eigen natuur, als onze Vader ons een kindszegen doet smaken, en in den Heiligen Geest zich ons hart tot zijn tempel kiest en herschept.

En dan is er tweeërlei. God Drieëenig steeds meer ons Ik in onze ziel naderend, en dat Ik in onze ziel steeds meer door den Geest op die heilige nadering toebereid. Tot er ontsluiting komt, ontsluiting in de ziel om haar God te kunnen ontvangen, en in die heilige gemeenschap het zaligst genot te smaken, dat een kind des menschen kan beschoren zijn.

Uit de Springader oas aanzijn en ons leven, In het Woord onze"? Gods de kennisse van zijn Naam ons geopenbaard, in het mystieke lichaam van Christus ons herboren wezen ingelijfd, en nu rusteloos de Springader innerlijk ons bevochtigend, ons verfrisschend, ons den geest vernieuwend en verheüfend. Wat zou mijn hart, wat zou mijn oog dan nevens die Springader op aarde nog lusten.'

Wel hem, die zóó in de wateren van die Springader mag z^'n ingedompeld, en wien God 't geeft, alzoo uit die wateren met volle teugen te mogen drinken.

En buigt dan soms de ziel zich neder, dan roept toch het geloof er tegen in: Hoop op God, want ik zal Hem nog loven. Hij is de veelvuldige Ve rlossing mijns aangezichts en mijn God!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 augustus 1909

De Heraut | 2 Pagina's

„De Springader des lebenden waters”.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 augustus 1909

De Heraut | 2 Pagina's

PDF Bekijken