Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Het voorstel van

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Het voorstel van

19 minuten leestijd

Amsterdam, 10 Maart 1911.

Het voorstel van den Kerkeraad van Zaandam in zake de opleidingskwestte, dat we een vorig maal meedeelden, was vergezeld van de volgende toelichting:

Eerwaarde Broeders!

De Raad der Gereformeerde Kerk te Zaandam neemt de vrijheid ter Uwer kennis te brengen, dat hij heeft besloten het asvolgeadej voorstel in te dienen bij de e.k, vergadering van de Gereformeerde Kerken der Classis Haarlem.

De Raad der Gereformeerde Kerk te Zaandam, itelt voor aan de vergadering van de Gereformeerde Kerken der Classis Haarlem het navolgende voorstel te brengen ter Particuliere Synode:

„De Gereformeerde Kerken van Noord-o Holland in Particuliere Synode vergaderd te overtuigd, dat het ten zeerste in het K belang der Gereformeerde Kerken zal zijn om eenheid te brengen in de opleiding tot den dienst des Woords, —

en van oordeel, dat die eenheid kan verkregen worden door de beide thans bestaande inrichtingen met behoud van beider zelfstandigheid te doen samenwerken — stelt aan de Generale Synode voor te dezer zake zoo mogelijk eene regeling te treffen, waarbij:

1. Beide Inrichtingen met behoud van beider zelfstandigheid gevestigd worden op eenzelfde plaats.

2. Het zeggenschap en toezicht der Kerken bij beide Inrichtingen blijft gelijk het thans is.

3. Beide Inrichtingen samenwerken in dezer voege:

dat de Theol. Faculteit door haar wetenschappelijk onderwijs in de Theologie hare studenten die , algemeene vorming geeft, die noodig is voor elk Gereformeerd Theoloog;

dat de Theologische School door haar weten schappelijk onderwijs in de Theologie bare studenten die bijzondere vorming geeft, die noodig is voor den dienaar des Woords in de Gereformeerde Kerken;

en dat bij de vaststelling van de series lec tionum en van de vereischten der examina bij elk der beide Inrichtingen hiermee rekening wordt gehouden.

4 De studiegang aldus wordt ingericht: dat na de toelating tot de theologische lessen de studie in normale gevallen omstreeks vier jaren duurt;

dat door de studenten der Theol. Faculteit, na omstreeks twee-jarige studie, het semie candidaats examen en na omstreeks drie jarige studie het candidaats-eximen kan worden af gelegd;

dat de studenten der Theol. School, tot wier lessen niemand wordt toegelaten, dan die met goed gevolg het semi-candidaats examen in de Theol. Faculteit heeft afgelegd, en beantwoordt aan het bepaalde in Art. 10, eerste al. van het Reglement voor de Theol. School, minstens twee jaren de college's der Theol. School zullen volgen;

dat het laatste examen aan de Theol. School, waartoe niemand wordt toegelaten, dan die met goed gevolg het candidaats-sxamen in de Theol. Faculteit heeft afgelegd, den graad verleent van proponent tot den dienst des Woords;

en dat de studenten der Theol. Faculteit, die ook zijn ingeschreven als student aan de Theol. School, zijn vrijgesteld van het betalen van collegegelden aan de Vrije Universiteit.

5. Aan de Prof. der Theol. School het geven van één of meer lessen in de Theol. Faculteit kan worden opgedragen en omgekeerd aan de Professoren der Theol. Faculteit het geven van één of meer lessen aan de Theol. School.

6. Aan de Theol. Faculteit de gelegenheid openblijft om het doctoraat in de Theologie tt behalen en aan de Theol. School, zoo spoedig als dit behoorlijk kan geschieden, een leerstoe! voor Zending en Evangelisatie wordt gevestigd

7. De kerkelijke examina gewijzigd worden in dezer voege, dat aan den graad van Proponent tot den dienst des Woords het recht der be roepbaarheid tot den dienst des Woords in de Gereformeerde Kerken is verbonden, zoodat het gewone praeparatoir-examen vervalt,

en dat bij het proponents eximen steeds ten minste drie curatoren der Kerken tegenwoordig zijn, die daarbij het recht van veto hebben".

Tot dit voorstel zijn wij gekomen, omdat het naar ons oordeel ten zeerste in het belang onzer Kerken zou zijn, indien de opleidings kwestie, zij het dan ook niet principieel dan toch practisch, tot eene oplossing kon worden gebracht.

De thans bestaande tweeërlei opleiding bestendigt in onze Kerken tweeëerlei strooming, geeft dikwijls aanleiding tot verdeeldheid en wantrouwen en doet aan de opleidmg zelf schade ook door vermindering van veler belangstelling en liefde.

Al de voorstellen, die sinds 1892 zijn gedaan om tot eenheid van opleiding te komen, hoe verschillend ook, zochten die eenheid door ineensmeltbg van de Theol. School met de Theol. Facult., maar hebben niet tot het gewenschte resultaat geleid. Het schijnt dus wel, dat eene bevredigende oplossing in deze richting moeilijk is te vinden.

Dit deed bij ons de gedachte rijzen, dat er misschien eene practische oplossing zou zijn te verkrijgen door beide inrichtingen met behoad van b.ider zelfstandigheid te doen samenwerken.

Van die gedachte gaat ons voorstel uit.~

Het spreekt van zelf, dat dit voorstel slechts enkele punten aangeeft, en niet een volledig uitgewerkt plan.

Mocht, wat wij aanbieden, in de Kerken bijval vinden, dan zullen deze punten natuurlijk nadere uitwerking behoeven en zal voorts te dezer zake een wel omschreven contact tusschen de Kerken en de Vereeniging voor Hooger Onderwijs moeten worden aangegaan

Om te komen tot samenwerking van beide Inrichtingen is het allereerst noodig, dat beide worden gevestigd op eenzelfde plaats.

Wellicht zou het 't beste zijn, dat hiervoor nóch Kampen noch Amsterdam werd gekozen Met het oog echter op de zeer kostbare kliniek die de Vereeniging voor Christ, verzorging van Krankzinnigen te Amsterdam heeft gevestigd en het contract, dat deze Vereenigicg aanging met de Vrije Universiteit, zal bet wel ondoenlijk zijn, om de Vrije Unitrersiteit te verplaatsen,

Uit een finantieel oogpunt is er daarentegen weinig bezwaar om de Theol. School te verplaatstsn naar Amsterdam, omdat men gemak keiijk de noodige iocalen kan huren of met de Vrije Universiteit voor het gebruik barer gebouwen een accoord kan sluiten.

Zullen beide Inrichtingen met .behoud van beider zelfstandigheid tot sa menwerking komen, dan behoort in de tweede plaats te worden vastgesteld, dat de Kerken het zeggenschap over hun eigen inrichting vol ledig behouden, terwijl het toezicht der Kerken op de Theol. Facult. kan blijven, zoover dit t^ians is geregeld.

Eventueele ssmenwerking eischt ten dezen geene verandering.

In de derde plaats zal het dan noodig zijn, dat er een nauwkeurig bepaalde verdeeling van arbeid worde getroffen.

Naar onze eenparige overtuiging kan die verdeeling gevonden worden in de richting, die in ons voorstel is aangewezen.

De Theol. Faculteit staat in dienst der Theol. wetenschap.

Zij beosfsnt de Geref. Theologie, en geeft oor haar onderwijs aan haar studenten die lgemeene vorming, die elk Gereformeerd Theooog, en dus ook de aanstaande dienaren des oords in de Geref. Kerken, noodig heeft. Maar ij laat het aan de Theol. School over, dat deze oor haar onderwijs hare studenten nader be waamt en hun die bizondere vorming geeft, ie noodig is voor den dienaar des Woords in nze Kerken.

De Theol. School staat geheel in dienst der erken. Zij stelt zich ten doel door haar onderwijs hare studenten voor te bereiden voor den ambtelijken dienst. Maar zij laat de algemeene i^orming over aan de Theol. Faculteit.

Natuurlijk zal dan bij elk der beide inrichtingen bij de vaststelling van de series lectionum en de vereischten der examina hiermee rekening moeten worden gehouden.

Elk der beide inrichtingen blijft vrij haar series naar eigen goedvinden vast te stellen, maar houdt daarbij toch haar eigen doel in het oog.

Zoo zouden enkele vakken zooals Encyclopedie en de historische vakken wellicht geheel aan de Theol. Faculteit kunnen worden overgelaten, en omgekeerd al de vakken, die rechtstreeks de uitoefening van het ambt betreffen, geheel aan de Theol. School.

De uitlegkundige en dogmatologische vakken zouden dan misschien aan beide inrichtingen worden onderwezen, maar dan toch op zeer onderscheidene wijze wat methode eD doel betreft.

Het spreekt echter vanxelf, dat de nadere bepaling der arbeidsverdeeling hier niet kan worden gegeven. Maar wel komt het ons voor, dat met wat goeden wil ten dezen zeer wel een accoord is te treffen.

Ten vierde is het noodig, dat ook de studie gang wordt geregeld. Ons voorstel heeft getracht zich zoo nauw mogelijk aan te sluiten aan de tegenwoordige praktijk.

De regeling, zooals wij die voorstellen, biedt het voordeel, dat elk die langs den gewonen weg tot den dienst des Woords in onze Kerken komt, het onderwijs van beide inrichtingen zal genieten; dat de studietijd niet beduidend verlangd wordt; dat het onderwijs der Theol. School het onderwijs der Theol. Faculteit veronderstelt en zich daarbij aansluit; dat de tijd vo3r het volgen der lessen aan elk der beide inrichtingen slechts weinig wordt bekort; dat aan de practische vorming voor den dienst des Woords meer zorge kan worden besteed; dat het eindexamen der Theol. School den graad verleent van proponent tot den dienst des Woords en dat de opbrengst der collegegelden voor geen van beide inrichtingen beduidend zal verminderen.

Deze regeling is overigens voor onderscheidene wij-igingen vatbaar.

In de vijfde plaats komt het ons zeer gewecscht voor om de gelegenheid te openen, dat aan de Professoren van beide inrichtingen over en weer het geven van eenige lessen lean opgedragen worden.

Wellicht zal daardoor de uitvoering van ons voorstel in de practijk aanmerkelijk worden vergemakkelijkt.

Voorts scheen het ons toe, dat bet misschien, wel eenige aanbeveling tan verdienen in verband met de oplossing der opieidingskwestie ook nog een paar andere zaken nader te regelen, n.l. het onderwijs in de missionaire vakken en de Kerkelijke examina.

Deze beide punten, onder sub. 6—7 in ons roorstel genoemd, vormen echter slechts een aanhangsel, dat desgewenscht ook kan vervallen.

Toch meenen we, dat het niet geheel overbodig is te bepalen, dat alleen aan de Theol. Facidt. de gelegenheid openstaat om te doctoteeren', in de Theologie, en dat bet zeer ge wfcscht zou zijn aan de Theol. School een leerstoel voor de Zending en de Evangelisatie te openen. Onze tijd staat in het teeken van Zending en Evangelisatie. Tot nu toe is aan de beide inrichtingen daaraan, naar het ons toeschijnt, te weinig aandacht gewijd, zoodat het wei aanbeveling zou verdienen om, zoo spoedig alB dit behoorlijk cal kunnen geschieden, hiet-^OJX een leerstoel te stichten, ook opdat het onderwijs tot voorbereiding van het examen in art. 4 der Zsndingsorde genoemd, aan de Theol. School moge kunnen worden gegeven.

En wat de Kerkelijke examina betreft, verdient het misschien overweging om het gewone praeparatoir examen te laten vervallen en aan het eindexamen der Theol. School het recht te verbinden, om te mogen staan naar de beroeping tot den dienst des Woords in onze Kerken

Hierdoor zou niet alleen de Theol. School haar karakter als eigen inrichting der Kerken des te meer openbaren, maar zou ook tevens aan de studenten eene vergoeding zijn gegeven voor het langer moeten volgen der colleges, gelijk de aanneming van dit voorstel zou mee brengen.

Mits het eindexamen aan de Theol. School - afgenomen wordt in tegenwoordigheid van eenige curatoren der Kerken, die daarbij het recht van veto hebben, wil het ons voorkomen, dat tegen afschaffing van het gewone praeparatoir examen geen overwegend bezwaar bestaat, wijl het peremptoir examen toch blijft en de Kerken zelf dus blijven beslissen over de toelating tot den dienst des Woords.

Met dit korte woord van toelichting bevelen wij dit voorstel in Uwe overweging aan. Ongetwijfeld is het gemakkelijk genoeg op dit voorstel velerlei aanmerking te maken, gelijk trouwens steeds het geval is bij elk compromis.

Maar de vraag is of, met wat goeden wil van weerszijden, het struikelblok der opleidingskwestie in de richting van ons voorstel niet zou zijn weg te nemen. Die vraag wenschen we aan Uw oordeel te onderwerpen.

Ook aan onze z.g. Kerkelijke bladen is van dit voorstel kennis gegeven, met verzoek evenwel om het voorloopig niet te bespreken, maar eerst de Kerken zelf te laten oordeelen.

Mocht gij met ons van oordeel zijn, dat in de richting van ons voorstel eene practische oplossing der opleidingskwestie zou zijn te vinden, dan verzoeken wij U dringend dit voorstel te steunen en het te brengen op de vergadering Uwer Classis.......

Met broedergroete en heilbede,

De Raad der Geref. Kerk te Zaandam

Namens hen,

W. BREUKELAAR, h, t. Praeses.

J. A. DE VRIES, h.t. Scriba.

Zaandam, 13 Febr. rpii.

Voor oningewijden is dit voorstel ietwat plotseling uit de lucht komen vallen en kan de vraag allicht opkomen, wat Zaandam's Kerkeraad bewogen heeft dit voorstel bij de Kerken aanhangig te maken.

Zonder indiscreet te zrjn, mag wel meegedeeld worden, nu toch eenmaal een tip van den sluier is opgelicht, dat dit voorstel de vmcht is van onderling overleg tu8§chen erschillende predikanten in onze Kerken. Er is eerst over de wenscheiijkheid van een zoodanig voorstel briefwisseling gevoerd en daarna heeft een vergadering te Utrecht plaats gevonden, waar het voorstel goedgekeurd is. De Kerkeraad van Zaandam nam het toen over, om het langs kerkelij ken weg op de Synode te brengen.

Blijkbaar is het de bedoeling geweest van de voorstellers, dat dit plan geheel uit den boezem der Kerken zou opkomen, en noch de Hoogleeraren te Kampen noch die te Amsterdam, zijn vooraf om advies gevraagd. Eerst toen het plan vaststond, zgn enkele broeders naar de Hoogleeraren te Kampen en te Amsterdam toegegaan, om hun het voorstel mede te deelen, voordat het publiek werd. Deze mededeeling is echter persoonlyk geschied en het spreekt wel vanzelf, dat een oordeel over dit voorstel eerst kan gegeven worden, nadat de hoogleeraren gezamenlijk en in college van gedachten hebben gewisseld. Uit de publicatie van het voorstel, waartoe de voorstellers formeel natuurlijk volkomen gerechtigd waren, mag dus niet worden afgeleid, dat er bij de genoemde hoogleeraren tegen dit voorstel geen enkel bezwaar zou bestaan. De hoogleeraren te Kampen hebben reeds publiek gemeld, dat zij, hoezeer de eenheid van opleiding een zeer gewenschte zaak achtende, toch de indiening van dit voorstel op kerkelijke vergaderingen en de publiceering ervan in de pers ernstig meenden te moeten ontraden. En de Theologische faculteit van de Vrije Universiteit tieeft zelfs nog geen gelegenheid gehad over het voorstel te beraadslagen.

Over de vraag, of het niet wenschelijker ware geweest, dat de voorstellers eerst hadden afgewacht, wat het advies was van de bij dit plan zoo nauw betrokken colleges, zullen we niet uitweiden. Het voorstel is eenmaal bij de Kerken ingediend, en napleiten over deze quaestie zou niet veel baten. Voorzoover de hoogleeraren individueel of als college het noodig achten de Kerken van advies te dienen, zullen ze dit wel doen, en in elk geval zullen ze op de Synode tegenwoordig zijn om daar hun ineening te zeggen. Alleen houde men wel in het oog, dat deze zaak niet alleen de zaak der Kerken is, maar evenzeer van de Vereeniging voor Hooger Onderwijs. Over de Theologische School te Kampen hebben de Kerken volle zeggenschap; zij kunnen de' School verplaatsen naar Amsterdam, nieiiwe regelen stellen voor de toe-'ating tot de School, voor den duur der studie, voor de vakken en de examens. Maar voorzoover deze regeling ook wijzigingen ten gevolge zou hebben in het contract met de Vrije Universiteit, kan de Synode hierover niet alleen beslissen, maar zal ook de Vereeniging voor Hooger Onderwijs daaraan haar goedkeuring moeten hechten. Natuurlijk is dit ook door de t/oorstellers niet anders bedoeld; maar het is toch goed, dit nog eens duidelijk uit te spreken, om elk misverstand te voorkomen.

Of het voorts mogelijk zal wezen, dat, naar den wensch der voorstellers, de pers zich geheel van bespreking van dit voorstel onthoudt, betwijfelen we. Zeker heeft de ervaring geleerd, dat publieke be-!" preking in de pers kwaad kan doen, wanneer allerlei kerkelijke hartstochten worden wakker geroepen, waardoor een zakelijk oordeel over een aanhangig voorstel onmogelijk wordt gemaakt. Maar al zijn we voor dit gevaar niet blind, ook hier geldt aèusus non tollit usum, en heel de pers mag niet aan banden gelegd, om wat een enkel orgaan misdeed. De pers heeft nu eenmaal de roeping, om de publieke opinie voor te lichten, en deze roeping mag ze niet prijsgeven. En hierbg gaat het niet alleen om de vrgheid der pers, maar evenzeer om het welbegrepen belang der Kerken zelf. Want de voorstelling, alsof de Eerken dan alleen geheel vrij en zelfstandig zouden kunnen oordeelen, wanneer de pers zich maar stil hield, is toch zeker niet juist. Om een zelfstandig oordeel te kunnen vormen, is in de eerste plaats noodig, dat door publieke bespreking de voor-en nadeelen van een voorstel, de principieele lijnen, waarlangs het zich beweegt, en de practische gevolgen in het licht worden gesteld.

Natuurlijk heeft de pers, zoolang een voorstel nog in wording is en de voorbereidende arbeid van de daartoe aangewezen commissie nog niet is afgeloopen, naar onze overtuiging zekere discretie in acht te nemen. Maar een voorstel, dat publiek is gemaakt en waarover het oordeel der Kerken wordt gevraagd, behoort ook publiek te worden besproken.

Wat het voorstel zelf aangaat, is het niet onduidelijk langs welke lijn het zich beweegt. Bg de laatste Synode te Amsterdam was, nadat het verband tusschen de Kerken en de Theologische faculteit, behoorlijk was geregeld, de eenparige wensch uitgesproken, dat er ook een nauwer verband mocht ontstaan tusschen de Theologische faculteit der Vrije Universiteit en de Theologische school, en als eerste stap daartoe werd aan Curatoren der School de opdracht gegeven om met de Hoogleeraren te Kampen de Kerken van advies te dienen over de vraag, of het niet mogeligk was de school naar Amsterdam te verplaatsen.

Hoeveel sympathie dit voorstel echter op de Synode ontmoette, het bleek na de Synode al spoedig, dat het op ernstige tegenkanting stuitte van hen, die voor het zelfstandig bestaan der School ijverden. Eenerzijds meende men, dat het leven der School bedreigd zou worden, wanneer de School naast de Universiteit en als 't ware in haar schaduw kwam te staan, en anderzijds oordeelde men, dat de groote kosten en bezwaren aan deze verplaatsing verbonden, niet genoegzaam opgewogen werden door het nat e.tnttvtvg\wXsvagaonder meer. Vandaar dat Curatoren en Professoren meenden zulk een verplaatsing der school aan de

Kerken te moeten ontraden, wanneer daarb^' geen nader verband tusschen de School en de Vrije Universiteit gelegd werd.

Het lag daarom in de lijn der historische ontwikkeling, dat de voorstellers een plan ontworpen hebben, waardoor tegelqk met de verplaatsing der School een zekere samenwerking tusschen de School en de Theologische faculteit kon verkregen worden, Ze hebben daarbQ blijkbaar gebruik gemaakt van het plan, dat twee jaar geleden door Ds. Sikkel in Hollandia ontwikkeld is geworden, en dat destijds in de kringen der Theologische school met zekere sympathie was begroet. Kort saamgevat kwam het plan hierop neer, dat beide inrichtingen volkomen haar zelfstandigheid zouden behouden; dat aan de Kerken het volle zeggenschap over de School en aan de Universiteit evenzoo het volle zeggenschap over de Theologische faculteit zou verblijven; maar dat de eenheid daarin zou worden gezocht, dat de studenten verplicht zouden worden het onderwijs aan beide inrichtingen te volgen, en aan beide scholen examen zouden hebben te doen. Het onderwqs aan de Universiteit zou dan een meer zuiver wetenschappelijk karakter dragen; dat aan de School de wetenschappelijke opleiding geven met het oog op de bediening desWoords. Het voordeel zou dan wezen, dat de studenten van beide inrichtingen konden profiteeren, en dat niet alleen een onaangename concurrentie tusschen School en Universiteit werd vermeden, maar dat ook in de Kerken geen verschil meer zou kunnen gemaakt worden tusschen wie aan de School en wie aan de Universiteit had gestudeerd.

Hoe uitlokkend dit voorstel op papier mocht schijnen, toch kon het reeds om de practische bezwaren niet uitvoerbaar worden geacht. Het kwam toch hierop neer, dat de studenten dubbele colleges zouden moeten loopen, dubbele examens-zouden moeten afleggen en ^«^^«Z collegegeld zouden moeten betalen. De studie in de Theologie zou daarmede zoo verzwaard zgn geworden, dat het de vraag zou wezen, hoeveel studenten zich voor zulk een studie zouden hebben aangemeld. Waar de toevoer van studenten in de Theologie toch reeds zoo gering is en de Kerken voor een dreigend tekort aan candidaten staan, zou het naar onze overtuiging onverantwoordelijk zijn geweest, de Tasten der studenten zoo te verzwaren. Het was daarom geen onvriendelijke critiek, dat men dit plan onuitvoerbaar noemde. Zooals het daar lag, was het èn voor de Kerk èn voor de Vrije Universiteit metterdaad onaannemelijk. G

Het thans ingediende voorstel van Zaandam's Kerkeraad heeft nu blgkbaar getracht deze practische bezwaren te ondervangen. Het laat de studie aan de-Theologische school pas beginnen in het derde theologische studiejaar, zoodat de studiën slechts één jaar parallel zouden loopen. Voorts laat het voorstel de mogelijkheid open, dat sommige vakken alleen aan de Theologische faculteit en andere alteen aan de Theolo-I gische school onderwezen worden, zoodat een zekere verdeeling van arbeid mogelijk zou wezen. Wat de collegegelden betreft, zouden de studenten gedurende de twee eerste jaren alleen aan de Vrije Universiteit, gedurende de twee laatste jaren alleen aan de Theologische school te betalen hebben. Voorts zouden de studenten geen dubbele candidaats-examens hebben af te leggen, wat practisch op zeer ernstige bezwaren stuiten zou, maar zou de Vrije Universiteit het candidaatsexamen krijgen en de Theologische school in plaats daarvan het proponentsexamen, dat den candidaat beroepbaar stelde. Terwijl eindelgk ook het recht zou worden gegeven om den hoogleeraren over en weer bepaalde vakken op te dragen, wat geen geringe besparing van kosten zou kunnen geven.

Ongetwijfeld heeft het voorstel door deze zeer ingrijpende veranderingen een geheel ander karakter gekregen en zijn de practische bezwaren tegen het voorstel van Ds. Sikkel daardoor voor een niet onbelangrijk deel uit den weg geruimd. Zonder daarom reeds een definitief oordeel uit te spreken over het voorstel zelf; wat natuurlijk zonder een uitvoerige bespreking van de beginselen, waarvan het uitgaat; en van de paedagogische vraagstukken, die er bij aan de orde komen, niet wel mogel^k zou wezen; mag toch lof gebracht aan den practischen zin, die uit dit voorstel spreekt. We waardeeren het, dat in het hart dezer broederen de begeerte opkwam, om trots alle mislukkingen op dat gebied, nog eens een poging te wagen, om saamwerking tusschen de Theologische school en de Theologische faculteit te verkrijgen. En niets zal ons liever zijn, dan wanneer als vrucht van deze poging op de Synode te Zwolle een akkoord zou getrofïen worden, waarmede alle partijen zich konden vereenigen. Onze laatste Synoden te Utrecht en te Amsterdam hebben ons zulke verrassende uitkomsten geschonken. Moge de Synode te Zwolle den arbeid der pacificatie voortzetten. Ze zou zeker niet de minst beteekenende in onze kerkelijke historie worden, wanneer ze een oplossing van deze quaestie bracht.

Dr. H. H. K.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 12 maart 1911

De Heraut | 4 Pagina's

Het voorstel van

Bekijk de hele uitgave van zondag 12 maart 1911

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken