Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Het vraagstuk der inwendige

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Het vraagstuk der inwendige

11 minuten leestijd

Het vraagstuk der inwendige zending of evangelisatie, gelijk men hei gewoonlijk noemt, trekt in onze dagen in steeds sterkere mate de aandacht van allen, die een open oog hebben voor de nooden van ons volk, en verdient dit ook in voile mate, omdat hier zoo hoog belang voor Kerk en Voik op het spel staat.

Ia alle Christelijke landen worstelt men mei; het diep droeve feit, dat de groote volksmassa steeds meer van de Kerk afzwem ft, geestel^k en zedelijk verwildert, aan ongeloof en zedelijk verval ten prooi wordt en reddeloos verloren gaat. In hoeverre de Vaïsche idee van de Volkskerk, die heel hei: valk wilde omvatten, maar machteloos blee k om de volksmassa bg het Christelijk eloof te houden, hieraan mede schuld esfc, bten we thans In het midden. We onstateeren alleen het feit, 't welk door iemaad weersproken wordt, dat terwQl heel o et volk nominaal nog tot de Christelijke t erk behoort, gedoopt is geworden in de Christelijke Kerk en den naam van Christen draagt, het overgroote deel dezer Christenen schier nooit in een Kerk komt, van de Schrift niet afweet, aan geen bidden meer denkt, om God noch zijn gebod geeft en erger dan heidenen werd. Op het platteland en in de dorpen moge de toestand nog niet zoo erg wezen - hoewel er ook in ons land heele streken zouden z^n aan te wijzen, waar het op het platteland geen haar beter is - maar in onze groote steden is de toestand zoo droef en beangstigend geworden, dat het somberst pessimisme dien niet donker genoeg kleuren kan. Het feit, dat in een stad als «Amsterdam, w iar de Hervormden meer dan tweehonderdduizend zielen tellen, het luttel aantal kerkgebouwen slechts ter helfte gevuld is en Zondags niet meer dan een tienduizend ter kerk komen, spreekt in dit opzicht boekdeclen. Vergeet daarbg aict, dat groote steden als Amsterdam, Rotterdam e.a. alleen meer Inwoners tellen dan menige provincie van ons vaderland, en de enrst va» den toestand springt nog beter In 'c oog. Want al blijft op het platteland het religieuse leven beter bewaard, er gaat van het platteland een voortdurende „trek" naar de groote steden toe, die niet door het groot aantal geboorten, maar door toewas van buitei? haar bevolking zoo sterk zien toenemen; en wat van buiten komt nog met een vonkske van het religieuse leven in het hart, ziet straks in den maalstroom van het stadsleven ook dat vonkske nog uitgebluscht.

Zoo is uit dien noodstand de vraag op gekomen, wat de Kerk doen kan om deze verwilderde massa weer tot het Christendom terug te brengen. Het ging niet aan, dat men wel zendelingen zond naar de meest afgelegen streken om het Evangelie aan de Heidenen te brengen, en dat men deze „gedoopte heidenen" oader sij» eigen volk en vlak in z^'n nabijheid vergat. Niet aan Etigeiand, gelijk men gewoonlijk meent, maar aan Duitschland komt de eere toe, het eerst met kracht dezen arbeid ter haad te hebben genomen, gelijk de naam „inwendige zending" dan ook in Duitsch tar.d ontstaan is en dient om aan te duiden, dat het doe! dezer zeading is, het Evangelie niet te bresgen tot degenen, die buiten de Kerk staan, maar die in haar midden leven en toch van het Evangelie geheel vervreemd zijn. De apostel dezer inwendige zeading in Duitschland is J. H. Wichern ge weest, die het Rauhe Haus te Hamburg heeft gesticht en van wien de krachtige bezieling is uitgegaan om dit werk in alle groote steden van Duitschland ter hand te nemen. Dat goede voorbeeld heeft ook in andere Christelijke landen navolging ge vonden, en zoo is ook in Nederland dit werk der inwendige zending of evangelisatie ter hand genomen en heeft het een dam opgeworpen tegen den stroom van afval en ongeloof.

Dat onze Gereformeerde Kerken aanvankelijk aan dezen arbeid zich minder hebben laten gelegen liggen, lag in den aard der zaak ea mag haar niet tot een grief worden gemaakt. Onze Kerken hadden in de eerste plaats de roeping, uit de valsche Volkskerk zich los te maken, het volk, dat nog beleed en geloofde, te verz^ïmelen in een Kerk, die weer in waarheid een Christel^ke Kerk kon heeten en in deze Kerk weer de heiligheid des Verbonds te herstellen en te handhaven. Uit het puin moest het gebouw weer opgebouwd worden, en deze arbeid eischte zoo alle Inspanning en kracht, dat aan arbeid naar buiten aanvankelgk niet gedacht kon worden. Maar nu onze Kerken allengs gevestigd en ge consolideerd zijn geworden, nu een rustiger periode aanbrak en het normale leven der Kerk zgn loop hernam, zou het ontrouw zijn aan haar Goddelijke roeping, wanneer de Kerk tevreden was met haar eigen be staan eu niet optrad om het afgedooide en afgezworvene weer voor Christus te winnen. Te zeggen, dat de Kerk haar roeping tegenover deze afgedoolden reeds vervult door eiken Zondag het Evangelie te iaten prediken en haar kerkgebouwen voor Ieder open te stellen, zou zelfbedrog wezen. De groote stroom gaat onze kerkgebouwen voorb^; de afgedooide moet opgezocht, zooals de goede Herder het afgedooide lam opzoekt, en]MisX.ó& i opzoeke van het afgedooide is het wat de inwendige zending bedoelt.

Dat er aan deze inwendige zending en evangelisatlearbeld een gevaar verbonden is, ontkennen we daarom niet. Het is het gevaar, dat allen arbeid naar buiten aankleeft. Een moeder, die in allerlei naalkransen zit, gevallen meisjes opzocht, soep kookt voor kraamvrouwen, zendingsb^eenkomsten bgwoont, maar door al dien arbeid haar eigen gezin vervyaarloost en voor haar man en kinderen niet zorgt, zou bij al haar ijver toch zeer slecht haar roeping als moeder verstaan, En zoo is het ook met de Kerk, de moeder der geloovigen, gelijk Calvin haar noemde. Vooral In onze groote massale stadskerken laat de zorg van de Kerk voor de huisgenooten des gdoofs vaak nog zooveel te wenschen over. Het huisbezoek, de persoonlijke bearbelding van de leden der gemeente, het toezicht op Ieders leven en wandel, het handhaven van de tucht bij het Avondmaal — wie Is er, die niet weet, hoe droef het met dit alles zelfs in onze Gereformeerde stadskerken is gesteld. En wanneer onze Kerk, in plaats van krachtige en doortastende maatregelen te nemen om voor de eigen gemeenteleden beter te zorgen, met de borst zich ging toeleggen op allerlei evangelisatlearbeld onder de afgedoolden ïa de Hervormde Kerk, dan zou ze haar eerste plicht en roeping verzaken. Maar ai zijn we voor dit gevaar niet blind, toch behoeft het een het ander niet uit te sluiten. Eveiimln als een krachtige Zendingsactie onder de heldeaen, gelijk in den laatsten g t^d van onze Kerken is uitgegaan, schade o heeft toegebracht aan haar innerlijk leven, r evenmin behoeft dit de Evacgelisatiearbeid onder de verwilderde volksmassa te doen. Een kerk, die steik is in liefde en geloof, waarin de Geelst des Heeren krachtig werkt, vermag door de kracht van Christus veel te does. En laten we er dit aan mogen toevoegen, dat de evangelisatie of inwendige zending, die van zulk een Kerk uifgaat, ook de meeste kans op slagen heeft. Het Is terecht opgemerkt, dat in Indië een der ernstigste beletselen voor de zendtcg onder de Mohammedanen en Heidenen is, dat de Indische Eerk, In plaats van het beeld eener ware Christelijke Kerk te toonen, in zoo menig opzicht een carricatuur is geworden van wat een Christelijke Kerk moest wazen. Zoo nu is het ook hier. Indien iets de volksmassa van de Kerk afkeerig heeft gemaakt, dan is het wel de droevige gestalte, waarin de Christelijke Kerk zich vertoonde in de Hervormde Eerk. Zal er kracht uitgaan van een evasgeüeprediking, die de afgedoolden weer lot de Kerk terug roept, dan moet deze prediking kuscen w^zen op een Kerk, die waarlgk een moeder is voor de geloovigen, die ze opzoekt en troo& t in hun lijden, die een prediking hun brengt, waarin voedsel schuilt voor faun ziel, die de gemeenschap der heiligen hen meer leert kennen en ook voor hun aardsche Rooden zorgt. Ia onze Gereformeerde Kerken wordt bij al haar gebrek en zwakheid, waarvoor we niet blind zijn, toch iets van dat ideale beeld der Kerk gerealiseerd, en de inwendige zending, die van zulk een Kerk uitgaat, kan daarom meer kracht uitoefenen dan de inwendige zending vaa een Volkskerk, die door haar massaliteit en haar gebrek , aan innerlijke eenheid eu geloofskracht geen moeder der geloovigen kan zijn.

We waardeeren het daarom zeer, dat ook in onze Gereformeerde Kerken in dea j oogsten tijd mannen zija opgestaan, die met slie kracht aan dea itjwendige zendiag zich hebbeu gegeven. Al was hun arbeid nog pionierswerk, ze hebben de hand san den ploeg geslagen, het zaad in de voren uitgestrooid, den braakliggenden akker ontgonnen. IVIaar gelijk vanzelf spreekt, hebben ze ook gevoeld, hoeveel vragen daarb^ terstond aan de orde kwamen, vragen van principieelen en van practischen aard. In Duitschland, waar deze inwendige zending het meest bloeide, kwamen diezelfde vragen aan de orde; vragen - hoe deze arbeid was te verstaan; hoever hij zich uitstrekte; wat onder dien arbeid was te brengen en wat daarbuiten viel; vragen v/elke band er tusschen dien arbeid en de geïnstitueerde Kerk moest bestaan; of alles van de Kerk moest uitgaan, door de Kerk moest geleid en bestuurd worden, of dat deze arbeid behoorde overgelaten te worden aan vrije vereenigingen en particulier Initiatief; vragen naar de beste methode om deze inwendige zending vruchtbaar te maken en welke hulpmiddelen daarbij konden gebruikt worden. Op al deze vragen heeft men in Duitschland wel een antwoord gezocht, maar richting staat hier tegenover richting, en op niet één dezer vragen wordt een eenstemmig antwoord gegeven. Bovenal, Duitschland is niet Gereformeerd; de grondlijnen voor dezen arbeid zijn getrokken door mannen, die óf Luthersch waren óf piëtistisch. Hoe kostelijk materiaal deze Innere Mission èn practisch èn in theoretische geschriften ons aanbiedt, de inwendige zending in ons land kan niet eenvoudig de resultaten van deze Duitsche zendingsmancen overnemen. Er moet rekening worden gehouden met onzen Hollandschen volksaard, rekening bovenal met onze Gereformeerde beginselen.

Het is daarom, dat de Gereformeerde Zondagsschoolvereeniging „Jachin" in vereeniglng met het Gereformeerd Tractaatgenootschap „Filippus" het initiatief hebben genomen om een congres voor Gereformeerde Evangelisatie te houden. Als Comité voor de leiding van dit congres werden aangewezen Prof. L. Lindeboom, voorzitter. Ds. J. Douma te Watergraafsmeer, 2e voorzitter. Ds. J. T. Tazelaar te Weesp, ie secretaris, A. Boot, hoofd eener Geref. School te Groningen, 2e secretaris, en W. Kirchner te Amsterdam, penningmeester. Het Congres zal gehouden worden te n Amsterdam en wel Dinsdag 8 en Woensdag 9 April in Parkzicht bq het Vondelpark. Er zullen drie groote referaten worden gehouden, om in het algemeen leiding aan de discussies te geven. Prof. Dr. H. Bavinck zal spreken over 't begrip en ds noodzakelijkheid der Evangelisatie, Prof. Dr. H. H. Kuyper over de roeping der Kerk ten opzichte der Evangelisatie en Prof. Dr. H. Bouwman over de rechte methode der Evangelisatie. Voorts zuilen er sectievergaderingen worden gehouden, waarir^ de belangrijkste oriderdeelen van den Evacgelisatiearbeid (Zondagsschool, stadszecdïr; g, rbeid onder gevangenen, militairen, lesr lingen van H. B. S. en gymnasia, studenten enz.) worden behandeld. Het volledige program zal In het laatst van Februari worden gepubliceerd. Het Comité zondee» uitnoodiging aan alle Gereformeerde Kerkeraden om een of meer afgevaardigden te zenden, maar ook voor andere personen staat de toegang open. Wie aan het congres deelnemen wü, wordt verzocht vóór 25 Maart z^'n naam op te geven aan D^. Tazelaar te Weesp. Voor logies zal zooveel mogelijk gezorgd worden. Amsterdam is van ouds bekend om zgn gastvrijheid en ': ai osk bij dit congres zijn naam hoog tiouden.

Het plan om zulk een congres te houden, juichen we van harte toe, en naar we ver-.namen vindt het ook in onze Kerken in-.«temming en zal de deelneming groot warden. In Duitschland heeft men zulke congressen meermalen gehouden, en ze hebben voortrefFêl^k gewerkt. Er ging bezielissgen i^estdrlft van uit; er werd licht ontstoken ver moeilijke vraagstukken; nieuwe tereinen ter bearbelding werden ontdekt, en

menige verbetering in de methode werd er fiDgebracht. Z^ ook dit eerste Amsterdamsche congres zoo r^kelijk gezegend en «ofde de bede van het comité vervuld, dat dit congres dienstbaar moge z^n om het machtige probleem der evangelisatie, zoowel theoretisch als practisch, iets nader tot de goede oplossing te brengen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 16 februari 1913

De Heraut | 4 Pagina's

Het vraagstuk der inwendige

Bekijk de hele uitgave van zondag 16 februari 1913

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken