Bekijk het origineel

„Daar zij licht! En daar werd licht”.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

„Daar zij licht! En daar werd licht”.

6 minuten leestijd

[PASCHEN 1914].

En God zcide: Daar zij licht. En daar werd licht. Genesis 1 : 3,

Christus' opstanding is de eindelijke door-, < *Öreking van het licht in de donkerheid en ^^duisternis van de Doodsmacht. ;

Waar die macht van den Dood intreedt, wordt alle licht uitgedoofd en drukt de donkerheid jiliet leven. Het oog sluit zich. Er is een indalen %n de donkerheid van het graf. Wie achter bleef |< fèLult zich in rouwgesvaad. En de luiken voor '*het venster v/orden dichtgemaakt.

Dat is 't uitwendige, het zinbeeldige. Waar de dood intreedt, valt vanzelf donkerheid ook over de ziel^ en die donkerheid die de ziel overvalt, drukt zich voor het lichaam uit in het sluiten der oogen en in de tranen die we weenen. En , aan het uitblusschen van het leven sluit zich de *'i donkerheid van het graf, het sombere rouwkleed, "en het sluiten van onze vensters als vanzelf aan. Ons besef, ons. innerlijk gevoel zegt ons, dat de Dood zich afkeert van het licht, dat de Dood al wat gloed en glans aan.het leven gaf, teniet doet. Dat het hcht in God is en uit God ons toekomt, en dat de Dood ons van dat licht in God en dat licht in God van ons afkeert. Dood en donkerheid vloeien saam uit eenzelfde demonisch beginsel, uit het beginsel der zonde.

Is het de dood die den rouw over 't leven uitbreidt, de zonde is de onheilige macht dié 't licht uit ons hart bant en de donkerheid van 't onheilige over ons innerlijk bestaan doet trekken. In 't satanische is 't al droeve, doffe donkerheid. Satan is nigt anders dan zwart af te beelden. Er licht in de sfeer van het demonische geen enkele vonk die _ tintelt. Er straalt niet écn enkele lichtsprank uit. En waar dat demonisch donkere onze ziel overmeestert, wordt 't alles donkerheid binnen in ons.

Het boozc, breede spoor der zonde in de historie de» menschenkinderen moge door kunstlicht althans zichtbaar wordt gemaakt, straks dooft alle kunstlicht weer uit, en op wat dag scheen, volgt "de donkerheid van den nacht. De zon van het paradijs" ging onder, en van het maanlicht verbleef ons alleen nog een laatste kwartier.

In de ure der Schepping weerklonk als eerste roepstem voor het leven dat kwam: Daar zij licht! En dat licht werd. En uit die zee van Goddelijk licht doemde 't leven op, en in dat leven schitterde Gods Almacht, en 't beeld van die Goddelijke mogendheid trad ten leven op in den mensch, en dien mensch wachtte het Paradijs op, licht in de ziel van den eerstgeschapene, licht van bov.; n uit God op hem neerstralende, iichtglans van het Paradijs om hem heen. Een triomf van het licht, uitgaande van Hem die zelf het licht is.

Toen brak satan die heilige. Goddelijke harmonie.

Met één dcuionischen slag doofde hij 't hcht uit in de ziel van den mensch ; schoof hij wanhoop en venwijfeling tusschen den mensch en zijn God in, zoodat geen licht meer van boven hem bestraalde 5 en toen. doofde heel de glans van het. Paradijs uit, drong de donkerheid in het woeste aardrijk binnen; en sloeg angst en weemoed om 't hart; tot eindelijk het leven zelf inzonk, en in de dorheid van het graf al wat eerst blonk ia glorie, verdween en onderging.

Dat was toen zoo, en 't ging alle eeuwen zoo door. Telkens even een opglansen, want er was Gemeene • Gn-, tie door het leven gesprenkeld. Soms een oogenbhk een lichten en glansen, dat het hart vervroolijkte. In Israël zelfs, de lamp als symbool van 't eeuwige licht in Sions tempel. Maar 't was altoos weer slechts voor een wijle, voor een oogenblik. De donkerheid in de ziel bleef, en altoos weer ontsloot zich aan het eind het graf, om in zijn donkere diepte het leven, en met 't leven alle hcht, te doen ondergaan.

Het is, zoo, er kwam ook genade van wedergeboorte in Gods uitverkorenen, en in die genade was glans. Die glans bra, cht tintehngen van heihg licht in de ziel, en deed licht in de verte, licht aan den horizont opgaan. Maar toch bleef het einde somber. Altoos weer de Dood, een Dood met zijn overweldigende donkerheden. Het Paradijs keerde niet terug. Zooals de Schrift betuigt, zij die toen Gods kinderen waren, ze zouden zonder ons niet volmaakt worden. Wachter, wat is er van den nacht? riep 't van alle zijden, en het drukkend weder woord was en bleef: Het is nog nacht.

En toen kwam Jezus: De Zone Gods en Zoon des menschen. In hem enkel licht. Omfloersd met onze gebroken menschelijke natuur, het is zoo. Het hcht dat in hem was, brak slechts nu en dan ten volle naar buiten door. Tabor vooral was heerlijk; Maar hoe ook omfloersd en omsluierd, Christus droeg niet slechts het licht in zich, hij was zelf 't licht. Was het niet of in hem een nieuwe dageraad aan den horizont zou opgaan?

Maar toen kwam het Kruis.

Satan prikkelde het Sanhedrin, prikkelde den landvoogd, prikkelde tenslotte zelfs den bloeddorst in de schare. , .«^^^ , . , , .

En toen werd aldra JMfcïKvenshcht ook m

Jezus zelf uitgedoofd. Jezus stierf, en de triomf van het rijk der

duisternis scheen volkomen. Eerst de val in het Paradijs, en nu het sterven van den Christus op Golgotha, het was de triomf van de macht van zonde en dood over 't hcht en 't leven.

Maar hiermee had satan dan ook zijn laatste schijnoverwinning bezegeld. Dat satan Jezus aan het kruis dooden dorst, werd zelfmoord voor

Die dffë**: iirab'.''ai^tetó#^'toen Jezus aan het kruis hing, waren tegelijk zinbeeld van zielsbangheid voor Jezus. En toen stierf hij, en toen kwam de nacht. En na dien nacht de donkerheid van het graf. En die donkerheid bleef tot den derden morgen. Maar toen kwam ook 't: »Daar zij licht«, ten tweeden male. Eens weerklonk het iu de ure der Schepping, en nu weerklonk het nogmaals in de ure ' der Her­

schepping. . Van God zelf ging over Jezus' graf het

niachtwoord.uit.

iMogmaals: Daar zij licht!

liïi toen uicnl het op eenmaal hcht. i-let leven van Jezus triomfeerde ov^r den Uüod. De sluier die over de eeuwigheid hing, werd door engelenhand weggeschoven. Het rijke licht uit de zalen des hemels brak m onze donkerheid in. Jezus was opgestaan! Iramanuel was verrezen! Het leven had over den Dood w t/etriomfeerd. En nu-drong Goddelijke almach-S-rheid de donkerheid van dood en graf terug, en 't licht, 't eeuwige licht, dat nimmer zou worden uitgedoofd, ging voor een verzoende, een verloste, een herboren menschheid op.

Dat was Pascha.

En van dat eenig Pascha voor nu bijna tweeduizend jaar, straalt dat licht der opstanding ook ons nog zoo zaliglijk tegen.

Zalig, als we aan Jezus denken, nu in zijn glans en glorie.

Zalig, als we aan onze geloovige dooden denken, die tot dit eeuwige leven zijn ingegaan.

En zalig iminers ook voor ons eigen zielsbesef.

Althans zoo we met dien Brenger van het eeuwige licht, met dien Immaftuel der Openbaring, gemeenschap hebben, r^-^^^: -

Dr.A. K.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 12 april 1914

De Heraut | 4 Pagina's

„Daar zij licht! En daar werd licht”.

Bekijk de hele uitgave van zondag 12 april 1914

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken