Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

„Ge weg achter mij, Satanas

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

„Ge weg achter mij, Satanas".

7 minuten leestijd

Maar hij, zich omkeerendè, zeide tot Petrus: a weg achter mij, satanas, gij zijt mij een aanstoot; want gij bedenkt niet de dingen, die Gods zijn, maar di* der menschen zijn. Mattheus 16 : 23.

Jarenlang heeft Tezus de bittere wetenschap van het doodeHjk lijden dat hem te wachten stond, alleen gedragen, zonder er zelf» bij zijn intiemste discipelen een woord van te reppen. Eerst na de onthulling bij Caesarea Philippi lezen we: ^, Van toen aan begon Jezus zijne discipelen te vertoonen, dat hij moest heengaan naar Jerusalem.... en gedood worden".

In zooverre was dit een verademing voor Jezus in zijn menschelijk gevoel. Lijden dat we moeten opsluiten in ons zelf, is dubbel hard te dragen. Er bij 't vriendenhart over klagen kunnen, ontspant 't hart.

Maar let er nu op, hoe vlak op die ontspanning een nieuwe strijd voor Jezus opkomt, een strijd van Satans kant op Jezus discipelen, natuurlijk met het doel om door die discipelen Jezus zelf te treffen.

Satan kon Jezus in eigen persoon niet meer aangrijpen. Wel zou hij 't op Golgotha nog beproeven, maar geheel vruchteloos. Zelfbewust kon Jezus het zijn jongeren betuigen: »De overste der wereld komt, maar heeft aan mij niets."

Doch hiermee was nog volstrekt niet uitgesloten, dat Satan Jezus poogde te tireffen in ïijn discipelen, en dit, helaas, trof maar al te vanzelf doel. Met name bij Petrus, met zijn hoog golvend, maar juist dsikrdoor zoo va*k diep inzinkend karakter. Petrus zelf was daar niet lÈgeu gï^^ipcad, maar Jezut doorzag het op 't eigen oogenblik. Vandaar het scherpe verwijt, dat Petrus te hoeren kr«eg: »Ga weg achter mij, Satanas!"

Jezus waarschuwt Petrus hier niet voor Satan. Dit deed hij later pas. Neen, hier, bij Caesarea Philippi, noemt Jezus Petrus zelf een Satanas. Een '''erwijt daarom te snerpender, omdat zoo pas het zeggen vooraf was gegaan: »Gij zijt Petrus, «n op deze Fetra zal ik mijn Kerk bouwen, en d? poorten der hel zullen ze niet overweldigen."

Vlak daarop nu kondigt Jezus zijn kruisdood op Golgotha aan, oamiddelüjk gevolgd door aankondiging van zijn ingang tot heerhjkheid door zijn Verrijzenis; en dit nu brengt Petrus der wijs in de war, dat hij zeggen durft: „Heere, dat zal geenszins geschieden !", en ter bestraffing van dit luchthartig woord voegt nu Jezus hem dat Satanas toe en zegt Petrus toornend in het aangezicht: sGij zijt mij een aanst*ot, want gij bedenkt niet de diögen die Godes, maar (Se des menschen zijn".

Satan viel niet Jezus, maar Petrus aan, doch doelende op Jezus. Een zeggen als van Petrus: Heer, dit zal geenszins geschieden!" moest den trek naar levensbehoud in Jezus wakker roepen, en zoo de worsteling van Jezus menschelijk gevoel tegen de stervensgedachte weer doen opwaken.

Van de zijde van zijn Goddelijk bestaan kon er uiteraard bij Jezus van geen verzoeking sprake zijn. Doch anders was het met zijn menschelijk gevoel. Gethsemane toont ons te over, hoe bang Jezus menschelijk gevoel tegen het drinken van den bitteren drinkbeker inging. Te meer, daar wat hem wachtte niet maar het sterven was, maar een dragen van onzen vloek.

Op dat menschelijk gevoel van Jezus richt nu Satan zijn laatste pijl. Niet rechtstreeks, gelijk hij Jezus in de woestijn aanviel. Die eerste, overstoute aanval op Jezus was hem te duur te staan gekomen. Doch nu kon 't beproefd op de discipelen. De discipelen hadden Jezus zoo zielsinnig hef. Voor die jongeren moest 't daarom een vreeselijke gedachte zijn, nu te moeten hooren, dat zoo straks Jezus als misdadiger aan het Kruis de dood zou worden aangedaan. Daar moest als vanzelf hun menschelijk gevoel voor Jezus tegen in verzet komen. In het eerste oogenblik moest hun liefde voor Jezus te sterk spreken, om ook maar de gedachte van zulk een dood te kunnen verdragen. En als zij dan bij Jezus tegen zulk een bitteren afloop van zijn kömSt op deze aarde protesteeren, kon dat zoo licht Jezus eigen zielsbesef aantasten. Niet dat Jezus tegen den dood opzag, maar de dood was onrein, was onheilig, was straf voor de zonde en hing rechtstreeks met het diepste wezen der zonde saam. De dood moest daarom Jezus wel afschrikken. Gethsemane toont dit dan ook maar al te pijnlijk. En Satan, dit doorziende, waant nu een zwak punt in Jezus ontdekt te hebben, en blijft wel zelf achteraf, maar spant er nu een man als Petrus voor, om Jezus van zijn levensroeping af te trekken. En daarop doelde, daartoe strekte dit snijdende zeggen van Petrus: »Heere, dat zal geenszins geschijeden*! Reeds nu zoo geheel dezelfde Petrus die bij Gethsemane het zwaard trekt, om 't aan den politieagent van het Sanhedrin te doen gevoelen, dat ze van Jezus zouden afblijven.

En wat nog stelliger hier spreekt, dat zeggen van Petrus heeft Jezus feitelijk ontroerd, en de kalme overgegevenheid in zijn verborgen zielsleven verstoord. Jezus voelde iets in zijn zielsbesef dat spannen ging. Hoor 't, maar aan dat scherpe verwijt, waarmee Jezus Petrus terugwijst: »Ga weg achter mij, Satan !"-Z«o-^preekt niet, wie niet diep in zijn innerlijk wezen de verleidiiig van de verzoeking voelt. »Gij zijt mij een aanstoot, " is een woord, dat tegenover een discipel als Petrus niet over Jezus lippen ko/t komen, als Jezus niet zelf in dat woord een satanische verzoeking voelde naderen.

Alle verzoeking komt tot Jezus als van buiten.

Bij ons kan dit ook anders, omdat allerlei zondekiem in ons hart gelegenheid aan satan geeft tot aansluiting. Ons maakt satan dan tot zijn helper en bondgenoot. Hij sluipt met zijn giftige voorspiegelingen in ons, en werkt op ons van binnen uit, omdat 't van binnen bij ons, in hart en nieren, zoo onheilig kan zijn.

Maar in Jezus was dit zoo niet.

Jezus is niet alleen onzondig, maar zelfs geen roersel der zonde kon bij Jezus in hart en nieren zich bewegen gaan. Ook in Gethsemane was dit niet zoo. In Gethsemane is het de afschrik dien het dragen van den vloek Jezus inboezemde; niet dat hij sterven moest.

Vandaar dan ook, dat bij Jezus de satan zich niet verschuilt achter het gordijn van 't leven, maar openlijk te voorschijn moet treden, zal hij Jezus belagen kunnen. Wat in de woestijn voorviel, toont 't zoo duidelijk. Er is in de woestijn niet een ongemerkt prikkelen van Jezus tegen zijn God, maar een op Jezus aantreden, Jezus ontmoeten, Jezus toespreken, Jezus met beelden van de glanzende wereld tergen. Alles uitwendig. Over het hart van Jezus had satan geen macht, en dit juist wekte zijn wanhoop. Jezus zei 't zoo beslist: „Satan komt wel, maar Satan heeft aan mij niets".

Maar sloot dit uit, dat satan Jezus in zijn discipelen aanviel ? Kon niet allicht een rake pijl, op een discipel als Petrus gemikt, Jezus zelf onthutsen. Satan kende Petrus. Hij wist, wat gevaarlijk karakter Petrus in zich omdroeg. Van daar dat hij steeds weer begeerde vooral Petrus te ziften als de tarwe. Wie Petrus trof, trof nu daarom Jezus nog wel niet. Maar 't moest Jezus toch krenken, het moest Jezus toch geweld aandoen, als zijn eigen discipel hem een aanstoot werd, en dat is 't wat satan met Petrus telkens weer beproefd heeft; en Petrus heeft zijn Heiland dan ook driemaal verloochend.

Nu voelt ge zelf, hoe die satanische verloochening in zulk een oogenbHk Jezus lijden moet verzwaard hebben.

Hoe nu staat ge hierin zelf tegenover uw Heiland ?

Had satan nooit op u vat ? Is uw Jezus nooit verloochend ook door uw trouweloos woord ? En zoo ja, is ook uw zonde hierin beleden, is ook bij u deze zonde in Jezus' sterven verzoend ?

Dr. A. K.

Dit artikel werd u aangeboden door: Vrije Universiteit Amsterdam

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 21 maart 1915

De Heraut | 4 Pagina's

„Ge weg achter mij, Satanas

Bekijk de hele uitgave van zondag 21 maart 1915

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken