Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Voor Kinderen.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Voor Kinderen.

6 minuten leestijd

DE TEGENHANGER.

ONTMOETING.

VI.

Tien jaren waren verloopen, sinds ik als een weerbarstige knaap mijn vaderstad had verlaten. Ik had het tot stuurman gebracht, en zelf het geld verdiend dat noodig was om de vereischte bekwaamheid te verwerven. Stormen en ontberingen van allen aard hadden mij speedig tot een njan doen rijpen; Hoe menigen nacht van noodweer heb ik op het dek gestaan en met mijn schip tegen wind en golven gestreden. Maar nooit is een strijd tegen de woeste zee nog zoo zwaar gevallen als de kamp tegen de booze neigingen mijns harten. Ik heb leeren verstaan wat Gods woord zegt, dat is wie zich zelf beheerscht sterker is dan die een stad inneemt.

Meermalen mocht ik er in slagen een trotsch schip, dat toch als een lichte notendop door orenhooge golven her-en derwaarts • geslingerd werd, in de. veilige haven te voeren, — maar mijn eigen wild jagende gedachten kon ik niet tot rust brengen. Dat gevoelde ik onder meer ls in den zwaren zeemansdienst al de ongenade van het weer op mij losstormde en ik mij het hardste werk moest getroosten. Dan dacht ik et al de oude, bittere gevoelens aan hein die u alle voorrechten genoot van eén goede, ekere betrekking in de maatschappij, een kalm, veilig leven, en mij er uitgedrongen had.

Mijn moeder schreef mij eens dat Harry van Salteren op een groote reis was naar de overzeesche landgoederen van zijn oom. Ik besloot nu den tijd waar te nemen en te voldoen aan haar smeeken om haar toch weer eens op te zoeken. Mijnheer Lehman, zoo schreef zij verder, schijnt sinds Harry's vertrek ook weer meer belang in u te stellen. Ik moest hem uw brieven en uw portret laten zien. Ook heb ik hem verteld van uw prachtig examen voor stuurman. „Er zit toch wat goeds in dien jongen" zeide hij tóén, „hoe jammer dat hij het met onzen Harry niet vinden kon".

Harry, altijd weer Harry! Moest hij dan overal tusschenkomen ?

Te Buenos-Ayres \vaar' ik mij toen bevond, had ik het geluk op een groote boot, die rechttreeks van Zuid-Amerika naar Hamburg voer, ls stuurman te worden aangesteld. Al spoedig werd ik zeer bevriend met den kapitein. Wij moesten het schip door tegenstroomingen heen, en langs gevaarhjke klippen voeren.' Menigen nacht brachten wij samen in bezorgdheid en vrees door, en dat verbond ons innig aan elkander. De kapitein had reeds den leeftijd bereikt waarop de lust in het varen verdwijnt. Hij was an plan voor zijn post te bedanken, en gaf mij menigmaal te verstaan dat hij mij aan zijn reederij als zijn opvolger zou voorstellen. Zóo lachte dan ook mij het geluk weer eens toe, en ik begon vrede te hebben met mijn lot, hoeveel smartelijks het mij ook gebracht had.

Door Gods goedheid staken wij zonder ongeval den Atkntischen Oceaan over, en bereikten het eiland Madera, waar \vij reizigers en vracht zouden innemen voor Europa.

Zooals men weet, is Madera een der schoonste eilanden op de kust van Afrika.. De natuur is er even heerlijk als de lucht gezond. Ik vroeg en kreeg een vrijen dag om het eiland eens op mijn gemak te bezien. Eerst laat in den vond, toen reizigers en goederen reeds lang ap boord waren, keerde ik, op het schip terug. Wij vertoefden trouwens niet lang meer bij Madera. Reeds den A'olgenden morgen he-el vroeg moest ik het schip uit de gevaarlijke baai van Funchal in het raihie sop voeren.

Tegen den boegspriet leunend tuurde ik vo blijde hoop op de zee, welke in de morgenschemering baadde m den rozigen gloed der opgaande zon. Eensklaps viel een schaduw op mijn hand. Toen ik mij omkeerde om te zien wat het was, stond naast mij . . . Harry van Salteren

In zijn regelmatig gevormd aangezicht herkende men duidelijk eiken trek van den vroegeren knaap. Hij. zag er knapper uit dan ooit loen hij, met. den hoed in de hand en het blanke voorhoofd ontblooteud voor de fris.sche lucht, daar voor mij afond, Al.^ een stralenkrans onigaven zijn lokken, die in de zon schitterden als goud, zijn aangezicht, en zijn blauwe oogen blikten moedig en fier in het rond. Hij herkende mij niet: jitorm en wind hadden mijn gezicht van het liefelijke beroofd dat mij als kind moet eigen zijn geweest •; ook bedekte thans een zware baard kin en Airangen. Op zijn' gewone onnavolgbare manier voornaam nederbuigend zeide hij tot mij:

„Morgen stuurman, denkt ge ook niet dat we een voorspoedige reis zullen hebben f Waar ik ben is gewoonlijk ook het geluk".

ik ben is gewoonlijk ook het geluk". „Of het ongeluk" antwoordde ik.'

Den somberen blik dien ik daarbij op hem wierp, had ik niet kunnen tegenhouden, al had ik er ook mijn leven voor moeten wagen. Blijkbaar had Harry op zoo iets niet gerekend; geheel verbluft richtte hij zich tot den kapitein, die juist voorbijkwam. Ik kon hooren hoe hij met dezen een paar stappen ter zij gaande vroeg hoe ik heette. Toen hij het vernomen had volgde een beteekenisvol „o zoo!"

Dien ganschen dag ontweek Harry mij. Daarentegen zag ik hem veel in gezelschap van den kapitein, aan wien hij zich van zijn beminnelijkste kant scheen te willen vertoonen. Des avonds kwam de kapitein mij opzoeken.

„Stuurman" zei hij, , , gij hebt u van morgen ieer - vreemd jegens den jongen van Salteren gedragen. Hij is toch een beschaafd en beminlijk mensch, die in enkele dagen alle harten op bet schip heeft gewonnen. Toen ik hem vroeg, vertelde hij mij dat gij beiden in het huis van zijn oom zijt groot geworden. Gij echter hebt van jongs af zonder reden een grooten afkeer voor hem getoond, ja zijt ten laatste hem met het mes te lijf gegaan. Zelf hebt gij mij nooit iets uit uw vroeger leven verteld. Is alles waar wat hij gezegd heeft? "

„Zoo tamelijk", moest ik wei antwoorden. „Maar ik kan het niet gelooven dat gij zon-. der reden een hekel aan Van Salteren hadt. Heeft hij ook iets kwaads gedaan, dat gij hem zoo veracht i"

, .Neen"-

„Dani moet gij uw booze neiging bestrijden. Weet gij wat? Van avond komt hij bij mij in de kajuit. Kom gij nu ook en dan vieren wij de verzoening met een lekker gla.s Madera".

BRIEFWISSELING.

W. U. te D. Alles ontvangen. Maar de eerst* vraag is zoo onduidelijk gesteld, dat er niet op valt te antwoorden.

't Andere komt in orde.

HOOGEKBIRK.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 28 mei 1916

De Heraut | 4 Pagina's

Voor Kinderen.

Bekijk de hele uitgave van zondag 28 mei 1916

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken