Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De nota, die de Minister van Binnen-

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De nota, die de Minister van Binnen-

4 minuten leestijd

Amsterdam, 28 September 1917.

landsche Zaken bij • de Tweede Kamer heeft ingediend betreffende de ongeregeldheden, - die zich in de laatste dagen van Juni en het begin van Juli te Amsterdam hebben voorgedaan, ^ heeft wel doen zien, welke ernstige gevaren destijds de hoofdstad hebben bedreigd.

Dat het gebrek aan aardappelen, — voor onze lagere bevolking het meest geliefde voedingsmiddel — tot groote ontevredenheid aanleiding gaf, • vooral waar men zag, dat groote voorraden gereed lagen om naar het buitenland te worden verscheept, is Dp - zich zelf wel te begrijpen, en evenzeer, ook al vergoelijken we dit daarom niet, dat deze ontevredenheid zich uitte in daden van geweld, om zich van deze voorraden meester te - maken. Zulke hon-' geropstootjes komen in deze moeilijke tijden in alle landen v^oor, waar gebrek geleden werd, en dragen nog niet een revolutionair karakter. Geheel anders werd echter de toestand, zooals de Minister schrijft, toen" misda: dige en öp relletjes beluste" elementen zich onder de menigte mengden en men tot plunderingen van winkels oversloeg, waar geen levensmiddelen waren te vinden. En wel het bedenkelij kst was, dat de revolutionair-socialistische en anarchtlsche partijen toen in troebel water zijn gaan visschen en een algemeene werkstaking proclameerden , , als protest tegen het gezag". Of het juist is, wat destijds in enkele buitenlandsche bladen beweerd werd, dat achter dit misdadige complot ook vreemde invloeden aan het werk waren, wier doel" het was door een revolutie de Regeering, die stipt de neutraliteit van Nederland handhaaft, omver te werpen, en in plaats daarvan een Ministerie te krijgen, dat ons als bondgenoot van een der oorlogvoerende Mogendheden in den wereldkrijg zou meesleepen, blijkt uit de Ministerieelb Nota niejt. Maar ook al ware deze bewering geheel ongegrond, het feit zelf, dat zulk een misdadig complot tegeii het gezag gesmeed werd, is ernstig genoeg. En al is het der Regeering toen gelukt met krachtige hand dit complot den kop in te drukken en de orde te herstellen, het gevaar is daarmede geenszins afgewend. Reeds nu hebben, waar de broodrantsoeneering zooveel geringer w^srd, de opstootjes in Amsterdam zich herhaald.

Wanneer straks de nood op elk gebied nog zooveel meer nijpen zal en er gebrek niet alleen aan levensmiddelen, maar ook aan brandmateriaal wezen zal, , zullen die opstootjes toenemen en allicht een nog bedenkelijker karakter aannemen. En wie zal zeggen, of de revolutiegejst, die in 't geheim voortsluipt onder onzj arbeiders en gevoed wordt door de socialistische en anarchistische propaganda, dan niet opnieuw pogen zal den brandenden fakkel in het gebouw van den Staat te werpen en ook in ons land een da capo te krijgen van wat in Rusland is geschied?

Dat de Regeering dit gevaar inziet en reeds krachtige maatregelen heeft genomen, om terstond te kunnen ingrijpen, wanneer zulk een nieuw complot zich zou voordoen, is een publiek geheim. Toch vergete men niet, dat wapengeweld alleen den geest van opstand niet breken kan.

Zal het gevaar bezworen worden, dan dient, zooals de Regeering in de openingsrede der Kamers het "uitdrukte, saamwerking van allen te komen, opdat de nood van ons volk zooveel mogelijk gemeenschappelijk worde gedragen. Wat een geest van bitterheid ên ' ontevredenheid kweekt, is7 wanneer de minderbedeelden zien, dat degenen, die meer met aardsche goederen voorzien zijn, zich om dien nood niet bekommeren en voortgaan met in weelde te leven. De Regeering heeft, door allen op rantsoen te stellen, reeds zooveel mogelijk gezorgd, dat de nood gelijkelijk door alle zal gedragen worden. Maar zij er dan ook ernstige medewerking van heel ons volk, zoowel van rijkeren als van armeren, om het kruis, dat ons opgelegd is, te dragen.

Dan alleen zal door de zedelijke kracht van het hoogere beginsel der liefde de geest der revolutie worden overwonnen en ons 'volk het hoofd kunnen bieden aan de ernstige beproevingen, die in den komenden winter ons wachten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 30 september 1917

De Heraut | 4 Pagina's

De nota, die de Minister van Binnen-

Bekijk de hele uitgave van zondag 30 september 1917

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken