Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

„Geestelijke dingen met geestelijke saamboegend.”

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

„Geestelijke dingen met geestelijke saamboegend.”

6 minuten leestijd

Dewelke wij ook spreken, niet met woorden die de menschelijke wijsheid leert, maar met woorden die de Heilige Geest leert, geestelijke dingen met geestelijke lamenvoegende. 1 Cor. 6 : 13.

Het wonderbare in den mensch blijft steeds, dat hij niet eeniglijk als de engel een geestelijk bestaan heeft, maar dat "hij, behalve als geest, ook licharhelijk bestaat. Een engel kan om zichtbaar te verschijnen wel een menschelijke gedaante aannemen, gelijk dit bij de aankondiging van Jezus geboorte te Nazareth plaats greep, toen Maria den engel zag en met hem sprak, of ook toen in Bethlehem en Efrata de engelen aan de herders verschenen, doch dit alles gold slechts voor een kort oogenblik in de verschijning, en ijlings was de engel weer het louter geestelijke wezen, dat allerlei vorm afwierp.

God is louter geest, de engelen zijn enkel geestelijke wezens, en het is de mensch alleen, die met God en de engelen het geestelijke wezen gemeen heeft, maar bovendien een lichamelijk bestaan ontving en geplaatst werd in een zichtbare natuurwereld.

Die twee tegelijk nu, dat geestelijke en lichamelijke, dat zichtbare en onzichtbare bestaan, ontving eeniglijk de mensch, en zelfs de Zone Gods kon zich eerst in die beide vertoonen, toen het Woord vleesch was geworden en 'de Christus als mensch was verschenen.

Het is alleen de mensch, die aldus tegelijk de zichtbare en de onzichtbare gestalte bezit, en ook als straks deze wereld zal zijn te niet gegaan, en onder een nieuvyen hemel een nieuwe aarde op zal bloeien, zal de mensch, die behouden wordt, evenals bij "de eerste Schepping, tegelijk een zichtbaar en een onzichtbaar wezen ontvangen; geest en lichaam beiden zullen ook alsdan voor eeuwig zijn deel zijn.

Tijdelijk moge het' kind des menschen, als hij sterft, zijn lichamelijke verschijning afleggen, en enkel als geestelijk wezen in het Vaderhuis verkeeren. Doch dit is een voorbijgaande toestand, en komt eens de Voleinding na het oordeel, dan zal het kind des menschen opnieuw, als in de eerste Schepping, zich een bestaan naar ziel èn lichaam ten deel zien vallen, en dat dubbele aanzijn zal voor eeuwig z''" ^ wezen. —t opgehelderd. sriei pogingen had . te komen, vernamen

Thans echter is er door den val in het Paradijs splitsing en scheuring in ons menschelijk bestaan gekomen. Het is de Dood die intrad, en die Dood verbreekt de eenheid tusschen ons geestelijk en lichamelijk, tusschen ons onzichtbaar en zichtbaar bestaan.

Op den dag zelf, dat de eerste mensch ïich door Satan verleiden liet, en van den Boom der Kennisse zich de vrucht dorst toeëigenen, kwam de Dood over hem, en - al zij 't nu .dat deze gevallen mensch, mèt den dood in zijn hart, nog in onheiligen vorm op aarde bleef voortleven, toch was hij van die ure af een gebroken wezen. De geest in hem verloor de gemeenschap met zijn zichtbare, lichamelijke verschijning. En daarom was het van toen af, dat de gevallen mensch geestelijk herboren moest worden, zich van de zichtbare, natuurlijke wereld had af te scheiden, en nu eeniglijk met zijn geest de geestelijke gemeenschap met zijn God, die enkel Geest is, moest trachten te genieten.

Met het oog hierop nu vermaant de apostel de Corinthiërs, om welbewust te breken met de wereld en haar bekoorlijkheid, en eeriiglijk heil te roeken in de geestelijke gemeensÈhap, die onze geest reeds hier op aarde met onzen God genieten kan.

Voor de belijdenis van ons geloof moeten we onze kracht zoeken niet in "woorden, die de menschelijke wijsheid leert, maar in woorden die - de Heilige Geest ons ingeeft, geestelijke dingen rechtstreeks met geestelijke saam voegende. Ons wedergeboren hart moet niet in wereldsche wetenschap het hulpmiddel zoeken, om de dingen Gods te begrijpen, maar, omgekeerd, moeten we de wereldsche wijsheid ter zijde zetten, om het geestelijke in onze eigen ziel met het geestelijke in Gods Openbaring in rechtstreeksch verband te zetten, geheel buiten de wereldsche wijsheid om. Het moet terstond na onze bekeering worden, en tot onzen dood toe blijven, een pogen om de geestelijke dingen rechtstreeks met de geestelijke dingen saam te voegen.

Juist hieraan echter willen nu, met name de jongere geloovigen, veelal niet aan. Zie maar, hoe ze op allerlei manier pogen de wezenlijkheid der eeuwige dingen in den trant der zienlijke dingen en der wereldsche wijsheid te verklaren. Ook nu teekent zich van dit pogen het zoo bedenkelijk spoor. «^ Vreemd is dit niet, want het is een verschijnsel dat zich in ons geloofswezen, eeuw aan eeuw, telken? . opnieuw voordeed. Zoodra niet openbaart er zich weer een Icrachtige orthodoxie, of aanstonds wordt dit geloofsverschijnsel achtervolgd doorrrhet humane pogen, om met onze menschelijke wijsheid en wetenschap het bewijs voor ons belijden te leveren. De vormen der aardsche wijsheid moeten dan opnieHw dienst doen, om de waarachtigheid van de Openbaring Gods te bewijzen. En zoo moet 't dan toch weer worden, het geestelijke niet eeniglijk met het geestelijke saimvoegen, maar toch opnieuw de wereldsche vrijheid te hulp roepen, om aan het geestelijke zijn heerschappij te verzekeren.

De Grieken vooral voelden zich machtig in deze wereldsche wijsheid. Van daar dat ze met name te Corinthe het aandorsten, om voor hun geloof een grondslag in deze wereldsche wijsheid en in deze wereldsche redeneering te zoeken. En daartegen nu komt de apostel met al de veerkracht van zijn geloof op, en laat zijn waarschuwing uitgaan, om toch dat valsche inmengsel van wereldsche wijsheid uit der Christenen geloofsovertuiging te bannen. Eerst na de Voleinding, in de nieuwe wereld, die dan zou opbloeien, zou ook de menschelijke wijsheid zich weer in volkomen harmonie met de wijsheid God» ontwikkelen. Maar voorhands kon dit niet. De wereldsche wijsheid was nu vervalscht, en we misten het middel, om zulks volkomen recht te zetten.

Vandaar aller geloovigen roeping, om met de'verminkte wijsheid der wereld te breken, en zich eenighjk in het geestdijke terug te trekken. Niet half geestelijk en half wereldwijs, maar eeniglijk uit Gods openbaring moet onze geloofskennis afgeleid. Het geestelijke kan en mag niet meer in zijn eenzijdig-wysgeerigen vorm worden overgegoten, om eerst zoo/Qjize ziel te bewerken. De tusschenschakel valt veeleer geheel weg. Het geestelijke dat in onze ziel tintelt, moet immers, buiten-de wereldsche wijsheid om, rechtstreeks met het geestelijke in God in verband worden gezet. Het is der geloovigen roeping, om het geestelijke, zonder tusschenschakel, met het geestelijke in God in verband te zetten. En daar we dit nu uit onszelf niet vermogen, komt alles er op aan, of we ons onderwerpen aan wat God ons geopenbaard heeft, geopenbaard in zijn Woord.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Sunday 22 September 1918

De Heraut | 4 Pagina's

„Geestelijke dingen met geestelijke saamboegend.”

Bekijk de hele uitgave van Sunday 22 September 1918

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken