Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

DE MIS

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

DE MIS

6 minuten leestijd

A. De lichamelijke tegenwoordigheid (op metaphvsieke wijze) van Christus in het Avondmaal.

In Joh. 6:55 zegt Christus: drank" (r.-k. vert.). Dus ee t „Miki jne chvtl eehse t isl iecchhata mv oeend sedlr inenk mecihjnt hbleot edb loise d ecvhatne Christus, als ik ter kommunie ga. Aldus redeneert menige rooms-katholiek.

ONS ANTWOORD:

Ook wij beamen dat wij echt het lichaam van Christus eten en Zijn bloed drinken, wanneer wij deelnemen aan het Heilig Avondmaal. Maar volgens ons is dat een geestelijk eten en drinken. Waarom wij dat zo menen? Omdat Christus Zelf aan het slot van deze eucharistische rede dat zegt: „Het is de geest die levend maakt, het vlees is van geen nut. De woorden die Ik tot u gesproken heb, zijn geest en leven" (Joh. 6:63 R.-K. Vert.). Inderdaad, daar zult u het ook mee eens zijn, ik (mijn ziel) heb er niets aan, wanneer ik lichamelijk het lichaam en het bloed van Christus zou eten en drinken. Mijn lichaam behoeft niet gevoed te worden met het vlees en bloed van Christus, maar mijn ziel.

En hoe wordt mijn ziel met Zijn lichaam en bloed gevoed? Dat zegt de Heere ook in diezelfde rede. In vs. 47 lezen we: „Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: wie in Mij gelooft, heeft het eeuwige leven" en in vs. 54: „Wie Mijn vlees eet en Mijn bloed drinkt, die heeft het eeuwige leven". Daaruit blijkt dat Christus met het eten en drinken van Zijn vlees en bloed het geloof in Hem bedoelde.

In die gelijkenis — Christus sprak voortdurend in gelijkenissen; lees maar het Evangelie — wil Hij tot uitdrukking brengen, hoe diep dat geloof ons met Hem verbindt. Maar tegelijk komt Hij in het Avondmaal ons verzekeren dat Hij Zichzelf volkomen geeft aan hen die in Hem geloven. Zoals het brood en de wijn helemaal ten dienste staan van hem die het eet en drinkt, zo staat Christus volkomen ten dienste voor de Zijnen: „De Zoon des mensen is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen en Zijn ziel te geven tot een rantsoen voor velen" (Matth. 20:28).

Dat is dan ook de enorme vertroosting van het Heilig Avondmaal. Daar kun je het ervaren dat Christus alles voor je wil zijn: kracht, vreugde, liefde, gemeenschap, verzoening met de Vader, aanbidding van de heilige God, verzekering van het eeuwig heil, omvorming naar Zijn beeld.

Maar Christus zegt toch bij de instelling van het Avondmaal: „Dit is Mijn lichaam". Dus moet het dan ook werkelijk Zijn lichaam zijn.

ONS ANTWOORD:

1. Maar is het u dan niet opgevallen dat Christus vaak zo spreekt. Hij zegt bv. op die avond voor Zijn dood: „Ik ben de wijnstok en gij zijt de ranken" (Joh. 15:5). Christus werd toen toch ook niet veranderd in een wijnstok en de apostelen in ranken. Zo was nu eenmaal de manier van spreken van Christus en op deze levendige manier drukken de mensen in het oosten zich nog steeds uit. Wij mogen de Bijbel niet interpreteren overeenkomstig onze meer nuchtere westerse wijze van spreken. Dat zou geen eerlijke Schriftverklaring zijn.

2. Toch kunnen ook wij spreken van de wezenlijke tegenwoordigheid van Christus in het Avondmaal; zo doet bv. Calvijn. In het Avondmaal spreekt Christus tot ons door die tekenen van brood en wijn en verzekert ons door middel daarvan van Zijn trouw en genade. Bovendien is het Christus die ons uitnodigt deel te nemen aan de viering van het Avondmaal. Hij is het ook die dan zegt: „Dit is mijn lichaam; dit is mijn bloed". Hij wijst als levende Heere vanuit de hemel dit brood en deze wijn aan als de tekenen en zegelen van Zijn verbond der verzoening. Heel zijn liefde concentreert zich dan in dat daar aanwezige brood en in die wijn. Die tekenen zijn dan als een brandpunt, waarin de stralen van Zijn barmhartige liefde samenkomen.

DE NIEUWE KATECHISMUS

De N.K. ontkent de leer van de transsubstantiatie (dat de substantie = kern van brood en wijn zouden overgaan in het lichaam en bloed van Chrisus).

De N.K. beweert dat het brood brood blijft en de wijn wijn, maar de betekenis verandert (transignifikatie) en de bestemming eveneens (transfinalisatie).

Deze opvatting komt dus dichter bij die van de Reformate. Tóch kunnen we niet zo heel erg blij zijn met die zienswijze van de N.K., omdat die voortgekomen is uit een weerzin van de N.K. tegen het wonder in het algemeen, ook tegen de wonderen van de Bijbel.

Overigens heeft Rome geëist dat de Nederlandse bisschoppen die passage moeten veranderen en duidelijk de oude leer van de transsubstantiatie moeten verkondigen.

B. De mis als offer

ONZE VRAAG:

Hoe kan men toch beweren, dat de mis een „waar en echt verzoeningsoffer" is (Conc. van Trente) en dat Christus Zichzelf nog dagelijks offert door de handen van de priester, terwijl de Bijbel in de meest duidelijke en stellige bewoordingen herhaaldelijk zegt, dat Jezus Zich eens en voor goed heeft geofferd. U kunt het lezen in de r.-k. Bijbelvertaling: „Het lot van de mensen is één enkele maal te sterven en daarna geoordeeld te worden: zo heeft ook Christus zich éénmaal geofferd om de zonden van allen op zich te nemen, daarna zal Hij een tweede maal, maar dan zonder zonde, verschijnen aan die Hem als Heiland verwachten" (Hebr. 9:27, 28). „Wij zijn geheiligd door het offer van het lichaam van Jezus Christus, eens voor altijd" (Hebr. 10:10).

Ook omtrent de mis als offer zijn nieuwe theorieën aan het doorbreken. Helaas zijn we daar niet altijd gelukkig mee, omdat ze dan soms uitgaan van de theorie, waarhij men het sterven van Christus niet meer ziet als een offer voor onze zonden, maar als een marteldood, een trouw tot het einde toe aan het ideaal van Christus. Zo b.v. Dr. J. Ratzinger in „Concilium" april 1967: „Met Johannes Betz kunnen we deze bevindingen in die zin samenvatten, dat we zeggen: het offer van Jezus moet primair niet technisch als offerdienst…, maar martyrologisch als volledige overgave van zijn Persoon verstaan worden" (p. 72).

Ook de N.K. ontkent het offerkarakter van de mis. „Het offer is immers al volbracht. Wij brengen eigenlijk geen offer. Wij zijn van alle offers af. Wij sluiten ons aan bij het ene offer. Met name door te eten" (p. 400).

Maar heel erg blij kunnen we ook daar niet mee zijn, want de N.K. ontkent ook het offerkarakter van het kruis. Dat Christus Zichzelf daar geofferd heeft verstaan zij in dezelfde zin zoals ook wij wel spreken van edelmoedige mensen, die zichzelf opofferen voor anderen. De N.K. zegt dat Christus' dood niet betekent een genoegdoening voor onze zonden en dus geen offer in de eigenlijke zin van het woord. Rome heeft echter geëist van de Nederlandse bisschoppen dat zij blijven leren dat de mis een echt verzoeningsoffer is.

Dit artikel werd u aangeboden door: In de Rechte Straat

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 mei 1974

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

DE MIS

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 mei 1974

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

PDF Bekijken