Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

KOM O GEEST DOORWAAI MIJN HOF

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

KOM O GEEST DOORWAAI MIJN HOF

6 minuten leestijd

In Trouw stond een weergave van een bijdrage van Ben Hoekendijk in dit boek (redaktie M. A. v.d. Heuvel en F. A. Stroethof, 146 blz. ƒ 16,90, uitg. Voorhoeve Den Haag) over een samenkomst, geleid door Kathryn Kuhlman. Toen ik dat had gelezen, was mijn eerste reaktie: Nee, dat kan nooit goed zijn; dat is niet bijbels, want daarin zegt Paulus dat de vrouw zwijgen moet in de gemeente en in die samenkomsten voert Kathryn Kuhlman het hoogste woord en geheel alleen.

Maar toen ik er nog eens over nadacht, betwijfelde ik of ik haar optreden alleen dáárom mocht afwijzen. Ik meen dat een openbaar optreden van een vrouw niet zonder meer in de Bijbel wordt afgekeurd. We lezen immers over Debora, die een profetes wordt genoemd en van wie gezegd wordt dat ze Israël richtte (Richteren 4:4). We lezen in haar lofzang, die meegezongen werd met Barak: „Gezegend zij boven de vrouwen Jaël" (Richt. 5:24).

Ook in het Nieuwe Testament wordt over profetessen gesproken bv. „Anna, een profetes" (Luk. 2:36). Van de diaken en evangelist Philippus wordt verteld: „Deze nu had vier dochters, nog maagden, die profeteerden" (Hand. 21:9).

En denk vooral eens aan Maria, de moeder des Heeren. Wat een prachtige profetie is er niet uit haar mond gekomen. Ze heeft die lofzang ook in het openbaar uitgesproken en de Heilige Geest heeft ervoor gezorgd dat haar „Magnificat - Mijn ziel maakt groot de Heere" in de Bijbel werd opgenomen. En de eeuwen door is haar profetie tot vertroosting geweest voor vele kinderen Gods.

Ik meen dan ook dat we Paulus zó moeten verstaan, dat een vrouw geen regeerambt in de gemeente mag uitoefenen. Dat is alleen bestemd voor mannen-broeders. Waarom? We zullen daarop alleen maar kunnen antwoorden: ómdat de Heere het nu eenmaal zo gewild heeft; beslist niet omdat de man op een of andere wijze meerwaardig zou zijn dan de vrouw; de vrouw is anders dan de man, niet de mindere van hem.

Maar nergens staat dat een van de negen gaven, die Paulus in 1 Kor. 12 opsomt, alleen voor mannen zouden zijn voorbehouden. De Heilige Geest deelt ze toe aan een ieder zoals Hij dat wil, zo verklaart Paulus heel uitdrukkelijk.

En één van die gaven van de Heilige Geest is de gave van de gezondmaking. Blijkbaar heeft Kathryn Kuhlman die op bijzondere wijze gekregen.

Wat mij ook wel wat vertrouwen in haar gaf, dat was de ootmoed, waarmee ze over haar eigen bediening sprak.

„Ik ben de vierde keus"

Kathryn Kuhlman zegt:

„Er zijn misschien mensen die sommige dingen niet begrijpen vanavond. Ik hoor daar zelf ook bij. Ik heb geen speciaal geheim. Als ik één dezer dagen voor de Heer verschijn, zal ik Hem vragen: Waarom geneest niet iedereen?

Soms komt er een onbekeerde die genezen wordt, terwijl een heilige ziek naar huis terug gaat. Ik heb geen genezende kracht. We leggen ook geen handen op de zieken. Er is geen genezingsrij. De Heilige Geest zelf doet het werk. Als ik bij de Heer kom zal ik ook vragen: Waarom ik, als vrouw in de preekstoel? Onze muziekleider dr. Metcalf, die al achttien jaar meewerkt in ons team gelooft ook niet in een vrouw als predikster. Ergens moet een man gefaald hebben zodat God een tweede, een derde of vierde keus moest doen. Ik ben Gods vierde keus. Gods eerste keus was absoluut een man. Dit werk is te zwaar voor een vrouw. Ik heb geen talenten. Ik ben de meest gewone vrouw van de wereld. Als Hij mij gebruikt vanavond, kan Hij u ook gebruiken."

Opeens begint ze te wijzen naar iemand in de menigte en zegt: „Heer, ik prijs u. Er is iemand genezen, vooraan. Onder de predikers is een hartpatiënt. U bent genezen van arthritis". Een man staat op en begint met zijn armen te zwaaien.

Ze heft nu haar witte arm omhoog met de Bijbel in de hand en zegt: „Dit is waar. Dit boek is waar. Als iets niet uit het Woord is, accepteer het niet. Alles moet door Jezus tot ons komen. U heeft Kathryn Kuhlman niet nodig. U heeft de Geest nodig."

Een tweede moeilijkheid was voor mij het feit, dat de Heere Zijn gave zo sterk aan één persoon zou hebben gebonden. Dat heeft bv. tot gevolg dat van honderden kilometers ver zieken komen om door haar bediening genezing te ondervinden. Het deed mij denken aan roomse bedevaartplaatsen.

Maar wie ben ik, dat ik aan de Heilige Geest zou kunnen voorschrijven of zelfs maar verzoeken: „Doet U het a.u.b. niet zó; beperk Uw gaven niet zo sterk tot één persoon; verspreid ze wat meer over alle gelovigen."

Bovendien, nu de officiële kerken geen of nauwelijks nog ruimte geven voor de opdracht van Jak. 5:13-16, zou het wel eens kunnen zijn dat de Heere op indringende manier opnieuw ons daarbij wil bepalen. Misschien dat het dan straks weer normaal-christelijk wordt dat een zieke de oudsten der gemeente tot zich roept en dat zij hem ofwel zalven met olie in de naam des Heeren ofwel de handen opleggen. Het staat er toch duidelijk: „En het geschiedde dat de vader van Publius, met koortsen en de rode loop (ingewandkoortsen) bevangen zijnde, te bed lag; tot wie Paulus inging, en als hij gebeden had, legde hij de handen op hem en maakte hem gezond" (Hand. 28:8). Waarom volgen wij, die Schriftgetrouw willen zijn, wel het eerste gedeelte van het voorbeeld van Paulus (bidden voor zieken) na, maar niet het tweede gedeelte (oplegging der handen)? Omdat het tweede „tijdgebonden" zou zijn? Maar welk weerwoord hebben we dan nog tegenover allerlei dwaalleraars in onze tijd, die met het woord „tijdgebonden" een breekijzer zetten onder fundamentele waarheden van Gods Woord?

Er zijn echter in het optreden van Kuhlman uitingen, waar ik op zijn zachtst gezegd grote moeite mee heb. Maar ik heb ook grote moeite met Hand. 19:12, waar ik lees dat God buitengewone krachten deed door de handen van Paulus, zodat ook zweetdoeken of gordeldoeken van zijn lichaam aan de zieken gebracht werden en hun kwalen van hen weken en de boze geesten uitvoeren. Waarom deed God genezingen langs zulk een vreemde manier? Bevordert de Heere op deze manier niet de magie? Maar nogmaals: wie ben ik dat ik de Heere zou durven interpelleren over Zijn ondoorgrondelijk handelen met de mensheid?

Er staan in dit boek echter bijdragen van vele auteurs, waarvan de een waardevoller is dan de andere. In die bijdragen worden ons echter vaak vragen gesteld, die onder ons gewoonlijk niet aan bod komen, maar waarop wij toch vanuit de Bijbel een antwoord moeten zien te geven. In dit nummer laten we een paar van die bijdragen afdrukken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 juli 1975

In de Rechte Straat | 40 Pagina's

KOM O GEEST DOORWAAI MIJN HOF

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 juli 1975

In de Rechte Straat | 40 Pagina's

PDF Bekijken