Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Priester en offer

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Priester en offer

PERSPECTIEF

4 minuten leestijd

De offerdienst in het Oude Testament is vol van onderwijs. Dagelijks verrichtten de priesters hun heilige werk en offerden hun offers. Dagelijks stonden ze bij wijze van spreken tussen de aarde en de hemel, als door God aangestelde bemiddelaars. De voortdurende offers, de stromen van bloed, ze wezen heen naar het Lam van God, dat de zonde der wereld wegneemt.

Het werk van een priester bestond vooral uit offeren en bidden. In het werk van de Heere Jezus, Gods Gezalfde, zijn deze zaken ook terug te zien. Ook Jezus stond als Priester tussen hemel en aarde. Eén ding hoefden de oudtestamentische priesters echter nooit te doen: zichzelf offeren. Hun handen en kleding werden bevlekt door hun ambtelijke werk. Ze waren er geheel toegewijd aan hun priesterdienst. Maar het waren altijd de offerdieren die verteerd werden in de vlammen van het altaar.

Offeren

De Zaligmaker der wereld is echter als Hogepriester de Offeraar en het Offer tegelijk. Hij is de Hogepriester Die tussentreedt tussen de aarde en de hemel. Maar Hij is tevens het Offer, het Lam van God. Hij heeft Zich laten verteren op Golgotha, waar de vlammen van Gods toorn en de vlammen van Gods liefde bijeenkwamen. Daar werd het offer gebracht dat een einde maakte aan de voortdurende offerdienst. De priesters stónden elke dag, bereid tot het werk. Nooit was het klaar, met een voortdurende regelmaat moesten opnieuw de offers worden gebracht. In Hebreeën 10 lezen we echter dat Jezus zit aan de rechterhand van Zijn Vader. Het werk is voldaan, het offer is gebracht, de prijs is betaald. Op Golgotha heeft Hij uitgeroepen: “Het is volbracht.” Nu kan Hij zitten, rustend van Zijn volbrachte werk.

Bidden

Als Hogepriester treedt de Heere Jezus met Zijn eigen bloed het heiligdom binnen (Hebr. 9:11, 12). Door Zijn bloed heeft Hij een eeuwige verlossing teweeggebracht. Als de hemelse Advocaat treedt hij tussen voor Zijn kinderen. Hij pleit voor hen bij Zijn Vader. Hij pleit voor hen op grond van wat Hij Zelf heeft verdiend. Dat is het tweede aspect van de priesterlijke bediening van Christus. Hij zit aan de rechterhand van Zijn Vader, en daar bidt Hij. Jezus pleit daarbij voor een volstrekt rechtvaardige zaak. Hij bidt om de zaligheid van Zijn kinderen. Hij bidt om de Heilige Geest. En Zijn gebed zal niet onverhoord blijven, want Hij bidt om wat Hij Zelf reeds heeft verdiend.

Dankoffer

In zijn eerste zendbrief noemt Petrus de gelovigen een “koninklijk priesterdom, een heilig volk, een verkregen volk.” Gods kinderen moeten het beeld vertonen van hun hemelse Hogepriester. De catechismus spreekt van het “Zijn zalving deelachtig worden.” De gelovigen moeten zichzelf als een levend dankoffer Hem opofferen. Dat is een van de heerlijke vruchten van Christus’ priesterlijke werk. Dat Zijn volgelingen zichzelf ervoor overhebben om Hem te volgen. Om hun gehele leven aan Hem toe te wijden. Niet meer als een offer om zichzelf daarmee aangenaam te maken in Zijn ogen. Maar wel uit dankbaarheid, omdat Hij het zo waard is om gediend te worden.

Gebed

Die navolging blijkt ook in het gebed. Zoals Christus altijd bidt als de hemelse Voorbidder, zo moeten Zijn kinderen biddende priesters zijn. Dat is het voornaamste stuk van de dankbaarheid, maar misschien ook wel het moeilijkste. Daarom is het zo’n wonder dat de gebeden van de gelovigen gelegd worden op het altaar van Christus’ verdiensten (Openb. 8: 3, 4). Ook onze gebeden moeten geheiligd worden! Toch hebben Christus’ volgelingen nodig om elke keer weer aangespoord te worden tot gebed. Verflauwing in het geloofsleven blijkt vaak allereerst uit verschraling van het gebedsleven. Een biddende christen is echter een christen waar iets van uitgaat. Als de oudtestamentische priester in het heilige geweest was, had hij daar de specerijen geofferd op het reukofferaltaar. Wanneer hij dan terugkwam van zijn dienst hing de geur van het offer nog in zijn priesterkleed. Het was aan hem te merken dat hij in het heiligdom was geweest. Zo is het ook met de gelovigen. Als ze veel verkeren aan de troon der genade, blijft dat niet ongemerkt. Een biddend leven is een gezegend leven.

Dit artikel werd u aangeboden door: In de Rechte Straat

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 mei 2014

In de Rechte Straat | 16 Pagina's

Priester en offer

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 mei 2014

In de Rechte Straat | 16 Pagina's

PDF Bekijken