Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Onenigheid tussen reformatoren over het avondmaal

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Onenigheid tussen reformatoren over het avondmaal

Wat bedoelt Jezus als Hij zegt “Dit is mijn lichaam?”

4 minuten leestijd

Luther en Zwingli kwamen tot ongeveer dezelfde inzichten. Toch bestond er tussen beiden grote onenigheid en zijn ze nooit tot elkaar gekomen. Een onoverbrugbaar geschilpunt was de visie op het avondmaal. Zelfs het godsdienstgesprek te Marburg in 1529 leidde niet tot consensus op dit punt. Wat waren de visies van Luther, Zwingli en Calvijn met betrekking tot het avondmaal?

Luther over Zwingli (samengevat): Als God zegt “Dit is mijn Lichaam”, dan kan hij dit ook werkelijk volbrengen. Maar hoe hij dat doet, blijft voor ons een geheimenis.

Maarten Luther nam de rooms-katholieke substantiatieleer niet helemaal over. Hij nam afstand van het roomse gedachtegoed dat het brood en de wijn wel smaken naar brood en wijn (accidentia), maar toch werkelijk het lichaam en bloed van Christus zijn (substantia). Toch geloofde hij dat Jezus’ lichaam en bloed werkelijk in het brood en de wijn aanwezig zijn. Zegt Jezus immers niet bij de instelling van het avondmaal: “Dit is mijn lichaam?” Hij las de uitleg van de Nederlandse Cornelis Hoen, die schreef dat Jezus bedoelt: “Dit betekent mijn lichaam.” Maar daar wilde hij niets van weten. Luther zag de relatie tussen enerzijds het brood en de wijn, en anderzijds het lichaam en bloed van Christus als volgt: vuur en ijzer zijn twee substanties. Maar wanneer ijzer in vuur wordt gelegd, vermengen deze zich zodanig dat elk deel én vuur én ijzer is. Deze visie lijkt in eerste instantie heel erg op die van de Rooms-Katholieke Kerk. Maar er is wel een groot verschil. Luther legde vooral de nadruk op het geloof in het Woord van God en bij de Rooms-Katholieke Kerk ging het vooral om het sacrament zelf. Het geloof was niet meer zo nodig. Het ging erom dat je het sacrament tot je nam. Maar volgens Luther heeft het geen zin om zonder geloof deel te nemen aan het avondmaal.

Zwingli over Luther (samengevat): Wanneer Christus zegt: “Het vlees doet geen nut” (Joh. 6:63), mag de mens in zijn aanmatiging niet meer over het eten van het vlees discussiëren. Het vlees van Christus is tot vele dingen nut, maar het gaat in Johannes 6 om het gedode vlees en niet om het gegeten vlees.

Huldrych Zwingli nam veel radicaler dan Luther afstand van de roomse visie op de mis. Zijn avondmaalsleer is onder andere beïnvloed door de Nederlandse Cornelis Hoen. Deze schreef dat je Jezus’ woorden “Dit is mijn lichaam” moet interpreteren als “Dit betekent mijn lichaam”.

De Rooms-Katholieke Kerk verkondigde dat het brood van de mis verandert in het lichaam van Christus. Door het “vleselijk” eten van het lichaam van Jezus wordt het geweten gesterkt en worden de zonden vergeven, zo leerde de kerk. Zwingli noemde dit het toppunt van afgoderij. Het eten van het zogenaamde vlees brengt het geweten alleen maar tot rust en leidt tot verlies van het geloof. Daarom was hij ook fel tegen de consubstantiatieleer van Luther, die beweerde dat het lichaam van Christus in het brood van het avondmaal aanwezig is. Als je dat verkondigt, zegt Zwingli, ben je “zuinig met geloof”. En als je zuinig bent met geloof, breng je de zaligheid in gevaar. Het geloof is gegrond op het werk van de Heilige Geest in ons hart en kan nooit afhankelijk gemaakt worden van dingen die zintuiglijk waarneembaar zijn. En hoe kunnen wij Christus’ lichaam in het avondmaal eten, terwijl Hij aan Gods rechterhand zit?

Calvijn over Zwingli: “…en toen ik bij Luther las, dat Oecolampadius en Zwingli niets in de sacramenten overlieten dan naakte figuren en voorstellingen zonder waarheid, beken ik dat dit mij deed afkeren van hun geschriften, zodat ik mij lange tijd er van onthield er in te lezen.”

Johannes Calvijn wees de avondmaalsleer van Luther af. Hij geloofde dus niet in de vleselijke aanwezigheid van Jezus’ lichaam in het brood. Tegelijkertijd was hij bang dat Zwingli’s leer zou leiden tot ledige symbolisering. Hij was bang dat het bij het avondmaal op een gegeven moment alleen maar zou gaan om een vluchtige herinnering aan Christus’ dood.

Dit artikel werd u aangeboden door: In de Rechte Straat

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 mei 2015

In de Rechte Straat | 16 Pagina's

Onenigheid tussen reformatoren over het avondmaal

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 mei 2015

In de Rechte Straat | 16 Pagina's

PDF Bekijken