Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

NGB Artikel 2

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

NGB Artikel 2

1 minuut leestijd

>

Door wat middel God van ons gekend wordt
Wij kennen Hem door twee middelen. Ten eerste door de schepping, onderhouding en regering der gehele wereld: overmits deze voor onze ogen is als een schoon boek; in hetwelk alle schepselen, grote en kleine, gelijk als letteren zijn die ons de onzienlijke dingen Gods geven te aanschouwen, namelijk ‘Zijn eeuwige kracht en Goddelijkheid’, als de apostel Paulus zegt, Rom. 1 vers 10: ‘Welke dingen alle genoegzaam zijn om de mensen te overtuigen en hun alle onschuld te benemen.’ Ten tweede geeft Hij Zichzelf ons nog klaarder en volkomener te kennen door Zijn heilig en Goddelijk Woord, te weten, zoveel als ons van node is in dit leven, tot Zijn eer en de zaligheid der Zijnen.

Hoe leren wij God kennen? God openbaart Zich
Wij kunnen God alleen maar kennen omdat Hij Zich aan ons heeft geopenbaard. Los van Gods openbaring zit al ons spreken over God er naast. Hoe openbaart God Zich dan? Heel terecht spreekt Guido de Brès in artikel 2 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis dat God door twee middelen wordt gekend. Allereerst is dat door de schepping, onderhouding en regering van de wereld, maar bovenal door Zijn Woord. De filosoof Immanuël Kant heeft gesteld dat wij alleen kennis kunnen hebben van datgene wat wij met onze zintuigen ervaren. Daar valt God buiten. Van God kunnen wij daarom volgens Kant geen kennis hebben. Kant wilde naar zijn eigen zeggen het domein van kennis beperken om zo ruimte te maken voor het geloven. Geloven en kennen zijn voor hem twee gescheiden gebieden. Voor Kant zelf lag de betekenis van het geloof in zedelijk oprecht handelen. De invloed van Kant op de westerse cultuur en ook op de theologie is ongekend groot geweest. De liberale theologen van de negentiende eeuw begonnen bij het algemeen godsdienstige gevoel. Het christelijk geloof was volgens hen daarvoor een bijzondere uitingsvorm. De twintigste-eeuwse theoloog Karl Barth keerde de structuur van de liberale negentiende-eeuwse theologie radicaal om en begon bij de genade van God in Christus. Zowel de liberale negentiende-eeuwse theologen als Karl Barth wilden niet weten van een objectieve openbaring van God vanuit de schepping en de Schrift. Barth sprak wel over de openbaring van God in Christus, maar hij wilde heel nadrukkelijk de Bijbel en het Woord van God niet aan elkaar gelijk stellen. Inmiddels is er een nieuwe liberale theologie ontstaan. Deze stelt dat de Bijbel het boek is waarin mensen vertellen hoe zij God zien. In ons vaderland heeft Kuitert gesproken over een zoekontwerp met betrekking tot God. Tegenover al deze stemmen staat het getuigenis van de Nederlandse Geloofsbelijdenis dat God Zich werkelijk aan ons openbaart. Een getuigenis dat voluit bijbels is. Denk aan Psalm 19.

God openbaart Zich in de schepping, onderhouding en regering van deze wereld
Deze wereld is het werk van Gods handen, de schepping van God. De schepping draagt het stempel van de Schepper. In Romeinen 1 betuigt de apostel Paulus dat Gods eeuwige kracht en goddelijkheid vanuit datgene wat God geschapen heeft, verstaan en doorzien kan worden. Sinds de zondeval leidt de openbaring van God in de schepping niet tot de ware kennis en aanbidding van God. Calvijn heeft geschreven dat de menselijke geest een fabriek van afgoden is. De gevallen mens verdraait de openbaring van God in de schepping. Wij kunnen daarom wel spreken van algemene openbaring, maar niet van natuurlijke theologie. De openbaring van God in de schepping is klaar en genoegzaam. Het ligt niet aan het karakter van Gods openbaring in de schepping dat deze niet tot waarachtige kennis van God leidt. De oorzaak daarvan is het feit dat de menselijke geest sinds de zondeval is verduisterd. Juist omdat Gods openbaring in de schepping klaar en genoegzaam is, is de mens niet te verontschuldigen dat hij God niet kent. Alleen al op grond van Gods openbaring in de schepping staat ieder mens schuldig voor God. Dat is ook altijd het uitgangspunt van het christelijke getuigenis naar hen die geen weet hebben van Gods openbaring in Zijn Woord. Het christelijk getuigenis stelt de mens, ook al weet hij niet van Gods openbaring in Zijn Woord, in staat van beschuldiging. We zien dit heel duidelijk in de toespraak van Paulus voor de Areopagus, het stadsbestuur van Athene. Elke christen heeft de roeping om anderen die op zijn weg geplaatst worden, ook al hebben zij geen christelijke achtergrond, of beter gezegd juist omdat zij geen christelijke achtergrond hebben, te waarschuwen dat men God moet ontmoeten, maar niet kan ontmoeten.

Gods openbaring door Zijn Woord
De werken van Gods handen openbaren duidelijk Zijn eeuwige kracht en goddelijkheid. Niemand, waar ook ter wereld, kan zich aan de aanwezigheid van God onttrekken. Vanuit de schepping blijft de vraag echter onbeantwoord hoe een gevallen mens toegang tot Zijn schepper kan krijgen en vrede met God kan vinden. Daarom schrijft Guido de Brès dan ook in artikel 2 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis dat God Zich nog klaarder en volkomener te kennen geeft in Zijn Woord. Veel duidelijker en uitgebreider nog dan dit vanuit de schepping het geval is, horen we vanuit de Bijbel als Gods Woord van Gods majesteit en heerlijkheid. Bovenal: de Bijbel openbaart ons de enige Naam onder de hemel tot zaligheid gegeven, de Naam van de Heere Jezus Christus. Deze Naam leren we niet kennen vanuit de werken van Gods handen. Daarom staat er ook in Psalm 19 dat de wet, dat wil zeggen de onderwijzing des HEEREN volmaakt is, bekerende de ziel. God gaat Zijn openbaring ver te boven. Hij is veel meer dan datgene wat Hij van Zichzelf aan ons heeft geopenbaard. In artikel 5 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis stelt Guido de Brès dat wij zonder enige twijfel al wat in de Heilige Schrift is begrepen, geloven. De Bijbel heeft echter wel een bepaalde inhoud. Op tal van levensterreinen zijn er vragen te stellen waarover de Bijbel slechts zijdelings licht werpt. Als het er echter om gaat wat in dit leven nodig is om God te eren en de eeuwige zaligheid te ontvangen, dan geldt dat de Bijbel op alle vragen meer dan overvloedig antwoord geeft. Antwoorden die waar zijn en die stand houden niet alleen in de tijd maar ook in de eeuwigheid. De Bijbel is niet het boek waarin mensen ons vertellen hoe zij God zien, maar het is het boek waarin God, Die daarbij mensen in dienst heeft genomen, vertelt wie Hij is, hoe Hij ons ziet, wat het inhoudt om met Hem verzoend te worden en in die verzoende betrekking te leven. Daarom zei de psalmist:

Hoe wonderbaar is Uw getuigenis!

Dies zal mijn ziel dat ook getrouw bewaren;

Want d’ oop’ning van Uw woorden zal gewis,

Gelijk een licht, het donker op doen klaren;

Zij geeft verstand aan slechten, wien ‘t gemis

Van zulk een glans een eeuw’gen nacht zou baren.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Friday 10 September 2004

Kerkblad | 12 Pagina's

NGB Artikel 2

Bekijk de hele uitgave van Friday 10 September 2004

Kerkblad | 12 Pagina's

PDF Bekijken