Bekijk het origineel

Nederlandse Geloofs Belijdenis, Artikel 3

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Nederlandse Geloofs Belijdenis, Artikel 3

1 minuut leestijd

Van het geschreven Woord Gods
Wij belijden dat dit Woord Gods niet is gezonden noch voortgebracht door de wil eens mensen, maar de heilige mensen Gods, van de Heilige Geest gedreven zijnde, hebben het gesproken, gelijk de H. Petrus zegt. Daarna heeft God door een bijzondere zorg, die Hij voor ons en onze zaligheid draagt, Zijn knechten de profeten en apostelen geboden, Zijn geopenbaarde Woord bij geschrift te stellen. En Hijzelf heeft met Zijn vinger de twee tafelen der Wet geschreven. Hierom noemen wij zulke geschriften: Heilige en Goddelijke Schrifturen.

De inspiratie van de Schrift
Artikel 3 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis is gewijd aan het geschreven Woord van God. Guido de Brès ziet het als Gods bijzondere zorg dat Hij de openbaring op schrift heeft laten stellen. De Schrift is oorkonde van Gods openbaring, maar tegelijkertijd ook zelf openbaring. De Heilige Schrift is de stem van de levende God. Guido de Brès noemt in dit verband 2 Petrus 1:21: ‘Want de profetie is voortijds niet voortgebracht door de wil eens mensen, maar de heilige mensen Gods, van den Heiligen Geest gedreven zijnde, hebben ze gesproken.’ Het geloof dat de Schrift het Woord van God is , wordt echter niet bepaald alleen op deze tekst gefundeerd. We vinden het door de gehele Schrift. De profeten wisten zich de mond van God. De apostelen wisten dat zij in hun prediking de stem van Christus en daarmee de stem van God Zelf waren. De inspiratie heeft niet alleen op de teboekstelling van de openbaring betrekking. Zij is een blijvende eigenschap van de Schrift. De Bijbel is de stem van de levende God. Daarom stelde Calvijn: ‘Maar voordat ik verder ga, is het wenselijk een en ander in te voegen over het gezag van de Schrift, dat niet alleen onze gemoederen moge voorbereiden tot haar eerbiediging, maar ook alle twijfel moge wegnemen. Verder, wanneer uitgemaakt is, dat het Gods Woord is wat voorgelegd wordt, dan is er niemand van een zo hopeloze vermetelheid - of hij moest wellicht ook verstoken zijn van het algemeen verbreid besef en van het menselijk gevoel zelf -, dat hij God, wanneer Hij spreekt, geloof zou durven ontzeggen. Maar aangezien geen dagelijkse Godsspraken uit de hemel gegeven worden, en alleen de Schriften bestaan, door welke het de Heere goed gedacht heeft Zijn waarheid tot eeuwige gedachtenis te doen voortleven, bezit de Schrift door geen ander recht een volledig gezag bij de gelovigen, dan wanneer zij geloven, dat zij uit de hemel is voortgekomen, even alsof levende stemmen Gods zelf vandaar gehoord werden.’ De Schrift betuigt van zichzelf dat zij geheel door Gods Geest is ingegeven. Daarom spreken we van de verbale inspiratie. De inspiratie strekt zich uit tot in de woorden van de Schrift en mag niet beperkt worden tot de gedachtegangen. De verbale inspiratie zegt overigens niet op welke wijze de inspiratie tot stand komt, maar maakt duidelijk wat het resultaat ervan is, namelijk dat de woorden die we nu in de boeken van de Bijbel vinden de woorden van God zijn. De Bijbel geeft nergens aanleiding tot de gedachte dat het ene Bijbelgedeelte meer geïnspireerd zou zijn dan het andere. Dat er geen graden zijn in de inspiratie betekent niet dat elke Bijbeltekst van hetzelfde gewicht is. Dat is bepaald niet het geval. Schrijft iemand een brief, dan is niet elke zin even verstrekkend of belangrijk. Dat een brief één auteur heeft en dat als het gaat om het doel waartoe die brief geschreven is, niet elke zin even belangrijk is, is niet in tegenspraak met elkaar. Zo is het ook met de Bijbel.

De Bijbel: Gods getuigenis over Zichzelf
In de Bijbel maakt God aan ons bekend wie Hij is. De Bijbel is niet het getuigenis van mensen over God, maar het getuigenis van God over Zichzelf. Via menselijke woorden worden wij door middel van de Bijbel met God Zelf geconfronteerd. De boeken van de Bijbel zijn door mensen geschreven. Zij werden daarbij echter gedreven (geïnspireerd) door de Heilige Geest. De Bijbel is het Woord van God in de gestalte van menselijke woorden. Tussen de menselijke instrumentaliteit en het absolute gezag van de openbaring bestaat geen spanning. Gods raad gaat over alle dingen. De Bijbel maakt ons duidelijk dat het feit dat alle menselijke handelingen volledig onder Gods controle staan, de menselijke vrijheid en verantwoordelijkheid niet opheft. Hoewel alle menselijke handelingen in Gods raad zijn opgenomen, handelt de mens niet onder dwang. Toegepast op de Bijbelboeken en het leerstuk van de inspiratie betekent dit enerzijds dat de Bijbelboeken volledig menselijke geschriften zijn en anderzijds dat God in Zijn soevereiniteit alles zo geleid en bepaald heeft, dat in deze geschriften Zijn wil op onfeilbare wijze vertolkt wordt. Trouw aan de Schrift is geen doel op zich. Een andere kijk op de Schrift leidt tot een andere kijk op God Zelf. Vanuit de Bijbel weten wij dat God de Drieënige is: Vader, Zoon en Heilige Geest. De Vader heeft al voor de grondlegging der wereld de Zijnen tot zaligheid verkoren. De Zoon heeft op Golgotha Zijn bloed gestort om zondaren te verlossen. De Heilige Geest is Heere en maakt levend. God heeft ons de Schrift gegeven, opdat wij om de woorden van het eerste antwoord van de Korte Catechismus van Westminster te gebruiken ‘God verheerlijken en ons eeuwig in Hem verheugen zouden’.

Liefde tot God en liefde tot de Schrift zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden Een christen heeft Gods Woord lief, omdat hij die God Die in de Schrift tot ons spreekt, kent en liefheeft. In de Bijbel zelf wordt de heerlijkheid van Gods Woord en de betekenis ervan voor de gelovigen op weergaloze wijze bezongen in Psalm 119. Orthodoxe christenen zijn er nogal eens van beschuldigd, dat zij de Bijbel als boek Goddelijke eer bewijzen. Wij behoeven van die beschuldiging niet al te zeer onder de indruk te raken. Trouw aan de inhoud van de openbaring kan nooit losgemaakt worden van trouw aan het boek van de openbaring. De eerbied voor de Bijbel is het gevolg van het ontzag voor God, Die in de Bijbel tot ons spreekt. Orthodoxe christenen mogen zichzelf wel onderzoeken of hun trouw aan de inhoud van de openbaring even groot en even duidelijk is als hun trouw aan het boek ervan. Wanneer wij echt trouw zijn aan de openbaring, verkondigen wij de deugden van Hem Die ons geroepen heeft uit de duisternis tot Zijn wonderbare licht (vgl. 1 Petrus 2 vers 9).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 september 2004

Kerkblad | 12 Pagina's

Nederlandse Geloofs Belijdenis, Artikel 3

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 september 2004

Kerkblad | 12 Pagina's

PDF Bekijken