Uit de kerk en de gemeenten
In deze aflevering geef ik u eerst feitelijkheden door. Een feitelijkheid is volgens Van Dale’s Groot Woordenboek der Nederlandse Taal ‘een gebeurtenis of omstandigheid waarvan de werkelijkheid vaststaat’. De lezer oordele zelf.
Protestantse kerkdiensten in dorpskerk Garderen
‘Met dankbaarheid kunnen we u en jou meedelen dat we per D.V. 10 juni 2007 met de kerkdiensten willen beginnen. Dit zal ‘s middags zijn om 16.30 uur in de Hervormde kerk van Garderen. De tijdelijke kerkenraad zal de eerste keer dienst doen, bij de volgende diensten zullen broeders uit Voorthuizen en Kootwijkerbroek de kerkenraadbank vullen (…). We hebben met een delegatie van de Hersteld Hervormde Gemeente van Garderen een goed en constructief gesprek gehad om te komen tot afspraken. We zijn hen daar erkentelijk voor. We hopen en bidden op gezegende diensten’ (aldus een mededeling onder de rubriek ‘Nieuws uit de hervormde gemeente te Garderen’, dd. vrijdag 18 mei 2007). In de rubriek ‘Nieuws uit de hersteld hervormde gemeente te Garderen’ schrijft ds. W. Pieters: ‘De tijdelijke kerkenraad van de Hervormde Gemeente te Garderen die deel uitmaakt van de PKN heeft het voornemen om binnenkort in Garderen kerkdiensten te beleggen. Overeenkomstig de door de Commissie Bijzondere Zorg (CBZ) getroffen voorziening zullen die diensten worden gehouden in het kerkgebouw waar ook wij onze kerkdiensten houden. Onlangs heeft een delegatie van genoemde tijdelijke kerkenraad een gesprek gehad met een delegatie van onze kerkenraad en college van kerkvoogden. In dit gesprek werden tot tevredenheid van beide partijen duidelijke afspraken gemaakt over het gebruik van het kerkgebouw. Van beide zijden werd de verwachting uitgesproken dat dit alles met orde en eerbied zal gebeuren.’
De dankbaarheid van ds. Kamphuis
Het Nederlands Dagblad meldde dinsdag 22 mei onder de kop G.D. Kamphuis: bloei na de kerkscheuring het volgende bericht: ‘Sinds de scheuring in de achterban van de Gereformeerde Bond in 2004 is in sommige gemeenten een ‘opbloeiend geestelijk leven’ zichtbaar, constateert vertrekkend voorzitter ds. G.D. Kamphuis. De predikant constateert dat in gemeenten door het vertrek van hersteld-hervormden ‘een zekere ruimte is gekomen, dat er ruimte geademd kan worden. Geloof dat net ontkiemde, kreeg soms geen kans, het werd gewantrouwd en kon zich niet ontwikkelen.’ Bij avondmaalsvieringen ziet Kamphuis nu soms het geestelijk leven opbloeien ‘waar in het verleden een sluier over lag’. In 2004 vormden zo’n vijftigduizend hervormden de Hersteld Hervormde Kerk, omdat ze geen deel wilden uitmaken van de nieuwe Protestantse Kerk in Nederland. Kamphuis doet de uitspraken in een interview met het bondsblad De Waarheidsvriend, het enige vraaggesprek dat hij houdt in verband met zijn afscheid als voorzitter.’
Niet te diep getreurd
Ds. G.J. Wisgerhof, voorzitter van de CBZ, verklaarde aan de vooravond van 1 mei 2005 al in Trouw, ‘dat er ook een zonnige kant aan zit’ (aan de breuk per 1 mei 2004). ‘Het vertrek van de ‘zwaarste hervormden’ werkt als het plegen van achterstallig onderhoud. Het is zelfs vitaliserend. Ook elders zijn gemeenten bevrijd van een bepaald slag verontrusten.’ Wisgerhof: ‘Die stonden altijd op de rem, voerden een geestelijk regime, waarin niets mocht. Nog geen koffiedrinken na de viering op nieuwjaarsmorgen.’ Twee jaar later bevestigt genoemde predikant zijn zienswijze in Kerkinformatief, mei 2007: ‘We zien hoe hervormde gemeenten na een zeer moeilijke periode en soms veel averij te hebben opgelopen, zich weer oprichten. Het gemeenteleven begint zich te herstellen. Er is ruimte voor nieuwe initiatieven.’ Ook schrijft hij: ‘Erkend moet ook dat sommige hersteld hervormde kerkenraden tegenover de commissie (lees: CBZ) hun waardering uitspreken voor de voor hun gemeente getroffen voorziening.’
Aandachtspunten kerkenraden
Onderstaand vindt u een hoofdredactioneel artikel van ds. J.W. van Estrik, verschenen in Onder de Vijgenboom d.d. woensdag 31 mei jongstleden onder het kopje Aandachtspunten kerkenraden. Hij schrijft een stuk dat wil bijdragen aan de in onze kerk bij voortduur noodzakelijke onderlinge opscherping en bezinning. ‘Tijdens de classicale vergadering van vorige week donderdag is gebleken hoe de Commissie Bijzondere Zorg (CBZ) in verschillende plaatsen onze kerkenraden bezoekt. Dit jaar wil de Commissie veel zaken afhandelen. Het zou verband kunnen houden met de Verklaring voor Recht procedure die tegen het einde van het jaar op de rol staat. De ontmoetingen met de CBZ ademen soms een goede sfeer. De gesprekken vinden veelal plaats rond twee hoofdthema’s, de CBZ biedt gewoonlijk twee agendapunten: Ledenontvlechting en Toedeling. Het is het goed recht van de CBZ deze twee punten zo te noemen en te willen behandelen. Onze kerkenraden moeten echter goed weten wat hier gebeurt. Voor wat betreft deze dingen is het belangrijk goed op te letten. Zijn de twee genoemde punten wel of niet principieel? Zeker principieel. In onze gemeenten hebben wij, kerkenraden en gemeenteleden, gezegd en geschreven de Nederlandse Hervormde Kerk niet prijs te kunnen geven voor een gefuseerde kerk en niet mee te kunnen gaan naar de Protestantse Kerk in Nederland. Vóór 1 mei 2004 heeft het gros van onze kerkenraden en gemeenteleden gezegd geen lid te willen en te kunnen worden van de nieuwe kerk, wij wensten daar ook niet ingeschreven te worden. De term ‘ledenontvlechting’ veronderstelt echter dat we wel ingeschreven zijn en dat we daarom uitgeschreven (lees: nú ontvlochten) moeten worden. Kerkenraden en gemeenten kunnen en moeten echter beslist zeggen, onder verwijzing naar hun eigen brieven die in het bezit van de PKN zijn, dat de zaak op orde is te brengen niet vanaf heden (!!) maar met ingang van 1 mei (2004) 0:00 uur toen de PKN een nieuwe administratie is gaan voeren. Wij hebben de zaak op orde. Nu (dus: alsnog) uitschrijven zou neerkomen op een afscheiding van onze kerk van de Protestantse Kerk in Nederland. En dus: géén voortzetting van de N.H.-kerk. Kerkenraden dienen zich dit bewust te zijn.
Voor wat betreft de term toedeling is te zeggen dat dit woord veronderstelt dat de eigenares iets van haar bezit weggeeft. Zij deelt de ander iets toe. Een kerkenraad moet zich rekenschap geven dat ondertekening van een officieel en rechtsgeldig document, waarin staat dat de PKN een kerkelijk goed of geld aan een van onze gemeenten geeft, inhoudt dat hij erkent dat de bezittingen en de gelden de PKN toebehoren. Het hoeft geen verklaring dat dit in de geest van de PKN is maar dat het in strijd is met ons principiële geluid en niet in de geest van ons spreken vóór 1 mei 2004. We brengen dit niet onder elkaars aandacht om elkaar de les te lezen en over elkaar te heersen, want dat zou juist in strijd zijn met het gereformeerd kerkrecht waarin de één over de ander immers niet zal heersen, maar het gaat om het principe waarvoor onze kerkenraden staan. Iedere plaatselijke kerkenraad heeft een eigen verantwoordelijkheid. Laat hij in zijn handelen echter niet doen alsof in de Verklaring voor Recht al een negatief vonnis over hem gesproken is. De indruk is dat sommigen daar al van uitgaan en van daaruit handelen. Dat is niet goed. Niemand moet op die uitspraak vooruitlopen, een heel belangrijk punt. We herhalen slechts ons principiële geluid van toen omdat vandaag de dag van vele kerkenraden daarover antwoord wordt gevraagd. Omdat de roep op de classis ook te horen was één koers te varen en landelijk als een eenheid te handelen.’
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 juni 2007
Kerkblad | 12 Pagina's