Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Paus en Führer

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Paus en Führer

9 minuten leestijd

De paus werd 31 Mei j.1. tachtig jaar. Maar de rust van den ouderdom is dezen opperpriester in de Roomsche Kerk niet gegund. We lezen telkens in de bladen van inzinkingen. Dan worden allerlei ceremonies en audiënties stop gezet. Paus te wezen, is nog geen benijdenswaardige taak. En op dit oogenblik denk ik nog heelemaal niet aan de geestelijke verantwoording tegenover den Heere en de zielen der menschen, die de paus met het leerstuk zijner onfeilbaarheid op zich neemt. Ik denk alleen maar aan de behoeften van den ouden dag. Hitier en het Derde Rijk zijn één van de voornaamste oorzaken, dat de rust den grijsaard van het Vatikaan ontloopt. Er is een geschil tusschen de Kerk en het Derde Rijk, ondanks de bepalingen van een Concordaat met Duitschland, dat tegenwoordig blijkbaar weinig meer te vertellen heeft. Hitier wil de jeugd; en Rome laat haar niet los. Hitler wil de jeugd doordringen van het nationaal-socialistische beginsel; en de paus legt beslag op de jeugd, in zooverre ze geboren is binnen de Roomsche Kerk, om haar de beginselen en de leer van zijn Kerk te onderwijzen.

Tot dusverre is Hitier met het Derde Rijk aan de winnende hand. Al heel wat correspondenties en protesten zijn er in dit geschil tusschen Berlijn en Vatikaan gewisseld. Men krijgt echter den levendigen indruk, dat de partijen bij alle vertoog al verder van elkaar af komen te staan. Hoe zou 't anders kunnen, wanneer de een en de ander stokstijf op hun standpunt blijven staan en het tenslotte op scheldpartijen — ik denk aan kardinaal Mundelein in Chicago, die voor zijn Amerikaansche priesters Hitier „een gewezen behanger, en dan nog wel een slechte", noemde; men mag ook denken aan al de exclamaties van Der Angriff, Der Völkische Beobachter enz. — uitloopt? Zoo komt het oud conflict tusschen het oppergezag des pausen, nog altijd de driedubbele kroon dragende en zich vertegenwoordiger op aarde wanend van Christus, die gezegd heeft: „Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde" eenerzijds en den souverein, die binnen de grenzen van zijn land wenscht te regeeren, anderzijds, weer voor den dag. Het supranationalisme van den souverein in het Vatikaan en het nationalisme van den koning of vorst. Van het jaar zeshonderd af dateert deze strijd, toen paus Gregorius de Groote, niet langer tevreden met de plaats welke zijn voorgangers als bisschop van Rome hadden ingenomen, n.l. de eerste onder huns gelijken, zich bewust werd de plaats van Petrus in te nemen en stedehouder van Christus op aarde te zijn. Omstreeks dien tijd verheft zich de bisschop te Rome, trekt het oppergezag over heel de Roomsch-katholieke Kerk en geestelijkheid naar zich toe en legt den grondslag voor de souvereiniteit van den pauselijken Stoel. Dat moet wel uitloopen op conflicten tusschen Kerk en Staat. Vooral de Middeleeuwen, toen de Roomsche Kerk nog de alleenheerschende kerk was, zijn rijk aan dergelijke geschillen. De vorsten verkozen alleen dan wanneer 't in hun eigen voordeel was, te buigen voor den staatkundigen invloed van den pauselijken Stoel. Doch zoodra het botste tusschen Staat en Kerk, brak de strijd weer uit. Dat duurde eeuwen lang. En het meest bekende voorbeeld van dien strijd werd wel geleverd door Hendrik IV, wiens gang naar Canossa de souvereiniteit, maar ook de onverzettelijke heerschzucht des pausen fel illustreert. Het Heilige Roomsche Rijk liep toentertijd van de Noordzee tot aan de Adriatische zee. Machtige koopsteden als Antwerpen, Hamburg en Venetië behoorden tot dat Rijk. In dat keizerrijk werd Hendrik IV met de hoogste waardigheid bekleed, ongeveer op het oogenblik dat paus Gregorius VII den pauselijken Stoel beklom. Een heerschzuchtige van veel talent, wat niet van eiken paus gezegd kan wordien. Geen wonder dus, dat het pauselijke ideaal was om de Eeuwige Stad boven het Heilige Roomsche Rijk, de pauselijke macht boven het keizerschap te verheffen. Al voordat hij paus was en nog slechts raadgever van zijn voorgangers, was het hem gelukt de pauskeuze, waarop tot dusverre keizer en volk grooten invloed hadden uitgeoefend, aan het college der kardinalen te brengen. Toen hij eenmaal het stedehouderschap van Christus aanvaard had, ging hij op den ingeslagen weg voort en liet door Concilies vaststellen, dat geen geestelijk ambt door geld mocht worden verwerven gelijk tevoren vaak geschiedde, en geen geestelijke, hoog of laag, zijn kerkelijk ambt uit handen van een leek, dus ook niet van den keizer, mocht ontvangen. De paus vergeleek zich bij de zon en geheel overeenkomstig de leer zijner kerk was de keizer de maan die haar licht van de zon ontvangt. Deze vergelijking was niet maar een platonische beeldspraak van Gregorius den Vlle; doch ze werd, toen de paus de kans schoon zag omdat Hendrik IV door binnenlandsche onlusten geplaagd, zijn macht naar buiten niet ontplooien kon, in harde werkelijkheid omgezet. Toen de keizer n.1. het oppergezag des pausen dwarsboomde, bestond deze het, den keizer voor zijn priesterstoel te dagen. Zeker iets wat de paus in onzen tijd niet meer zou wagen. Integendeel, hoe voorzichtig wordt het conflict met Hitier en het Derde Rijk gevoerd; we staan bij tijden verbaasd van het geduld door de Roomsche Curie in dezen betoond. Keizer Hendrik was woedend, dat de paus hem dit durfde aandoen. Was Gregorius radikaal geweest, de keizer zou hem met gelijken munt betalen. Hij bewerkte dat de bisschoppen in zijn rijk den paus van zijn waardigheid vervallen verklaarden. Wat weer tengevolge had, dat Rome tot represailles haar toevlucht nam. De banvloek werd over den vermetelen keizer uitgesproken. Hendrik was dus door Gregorius buiten de Christelijke gemeenschap, dat beteekende toen ter tijd buiten alle gemeenschap, gestooten. Het gevolg was voor den keizer allerpijnlijkst. In zijn eigen rijk heerschte twist en tweedracht. Zijn leenheeren stonden tegen hem op. Ze wilden zich aan de heerschappij van hun gevloekten keizer onttrekken, en hem niet langer als zoodanig erkennen, tenzij de paus den banvloek introk. Ziedaar de oorzaak van een gebeurtenis, die onvergetelijk is in de geschiedenis van Kerk en Staat. Wat bleef Hendrik, door bijna allen verlaten, anders over dan het boetekleed aan te trekken? In 1077, midden in den winter, trok hij, de keizer van het Heilige Romeinsche Rijk, door de Alpen naar Italië. Paus Gregorius had zijn verblijf opgeslagen in het slot Canossa, niet ver van de stad Reggio. En dan laat de paus, van de komst van Hendrik verwitttigd, den keizerlijken boeteling blootsvoets en in het boetekleed, drie dagen vóór de poort wachten, voordat hij in de tegenwoordigheid van Christus' Stedehouder toegelaten wordt en van den ban wordt ontslagen. Zoolang heeft Christur. Zelf den boetvaardigen moordenaar niet laten wachten. Doch 't is waar ook, er is een oneindigen afstand tusschen Christus en zijn zoogenaamden Stedehouder op aarde. Hét conflict tusschen keizer en paus was hiermee echter niet ten einde. De vernederde keizer keerde met een hart vol wrok terug naar zijn land, geraakte opnieuw in derv bittersten strijd met zijn vasallen, werd nogmaals gestraft met den pauselijken banvloek. Maar nu waagde Hendrik den tocht naar Canossa niet voor de tweede maal. Dat eens, maar nooit weer! Hij bond den strijd met zijn tegenstanders aan, versloeg ze, liet Gregorius nogmaals door de Duitsche bisschoppen afzetten en trok opnieuw door de Alpen; maar nu met zijn leger. Regelrecht op Rome aan, waar de paus zich had verschanst in de Engelenburgt. De paus hield stand; doch moest straks vluchten. Als balling stierf hij eenige jaren later te Sa- 'erno. Zijn laatste woorden waren: „Ik heb de rechtvaardigheid bemind en de ongerechtigheid gehaat; daarom sterf ik in ballingschap." Ongetwijfeld een schoon gezegde; dat evenwel allerminst aan de heerschzucht en hardheid van dezen paus beantwoordde. Zoo was 't einde van Gregorius. Dat van keizer Hendrik was al niet veel beter. Aan strijd naar buiten en onlust binnenslands kwam geen einde. De keizer zal 't er wel naar gemaakt hebben. Tijl Uilenspiegel zei ook: ze mogen me niet lijden; maar ik maak 't er naar. Tenslotte koos zijn zoon en opvolger partij tegen zijn vader. wist hem door verraad in zijn macht te krijgen en tot afstand te dwingen. Beter illustratie van het eeuwigdurend conflict tusschen Kerk en Staat, dan dat van Gregorius en Hendrik, is er niet. Het laat ons in dezen tijd zien, dat er niets nieuws is ónder de zon. Maar nu zal iemand misschien tegenwerpen, dat de Bekentnisskirche van Dr. Niemöller en de zijnen in Duitschland in denzelfden strijd ligt met Hitier en zijn régime. Tot op zekere hoogte is dit waar. Immers, is het de Roomsche Kerk in Duitschland te doen om de jeugd op te voeden op hun scholen, in haar geest, de mannen van de Bekentnisskirche staan ook voor de moeilijkheid, dat zij het program der zoogenaamde „Duitsche Christenen," wier geest in de openbare school heerscht, allerminst kunnen beamen; doch de zoogenaamd confessioneele school voor hun kinderen begeeren. Evenwel, dan begint het onderscheid. Dat is allereerst hierin gelegen, dat de Roomsche Kerk in Duitschland de leer harer Kerk met al de Jezuietische en Ultramontaansche aankleve van dien er bij de jeugd wenscht in te prenten, terwijl het de Bekenntniskirche om het loutere en eenvoudige evangelie van Jezus Christus, zonder een politiek bijvoegsel te doen is. Daarbij komt dat, ofschoon de wereldlijke macht des pausen in onzen tijd is afgeknot tot de souvereiniteit in Vatikaan-stad, de gedachte van het oppergezag nog altijd leeft bij den opperpriester te Rome en beaamd wordt door allen die hem trouw zijn. Hun gaat de witgele, pauselijke slag boven elke andere nationale vlag. In dat opzicht houdt de Kerk van Rome evengoed als de S.D.A.P. er een Internationale op na. En juist om die oorzaak kan 't niet anders of 't moet botsen en kraken tusschen den Staat en de Kerk van Rome. Heeft zich 't zelfde ook niet vertoond in Italië? Heeft men ook daar den tijd niet beleefd, dat Mussolini en het Vaticaan allesbehalve vriendschappelijk tegenover elkaar stonden? Dat conflict vertoont zich wel op de gruwelijkste wijs in 't door burgeroorlog jammerlijk verscheurde Spanje. En ons eigen land? Och! We willen er niet teveel van zeggen. Eenmaal vrijgevochten van Spanje en Rome, worden onder invloed van het Roomsche element in ons land, weer gerugsteund en bewonderd door een zielig, zichzelf totaal vergetend en ellendig verdeeld Protestantisme, al nauwer banden aangeknoopt met het Vatikaan. Hier wordt het conflict vermeden. Hier gelukt het de pauselijke macht, grootendeels beheerscht door den zoogenaamden „zwarten paus", d.i. de generaal der Jezuietenorde, den Staat al meer dienstbaar te maken aan de Kerk. En dat is niet de Protestantsche Kerk, maar de Roomsche.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 juli 1937

De Klok | 4 Pagina's

Paus en Führer

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 juli 1937

De Klok | 4 Pagina's

PDF Bekijken