Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Onze Bijbel I

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Onze Bijbel I

6 minuten leestijd

Onlangs hield Prof. Aalders van Groningen bij de herdenking van het 300- jarig bestaan van den Staten-Bijbel in de Nieuwe Kerk te Amsterdam een rede, die de moeite waard is ook in ons blad een plaats te vinden. Ik begin, zoo sprak de hoogleeraar, met mijn hand te leggen op den Bijbel, den Statenbijbel, die voor mij ligt, als de stille getuige van hetgeen hier plaats vindt. Want het is deze Bijbel, waaraan de man, elke man, die hier vóór en na heeft gestaan, door drie eeuwen heen, zijn gezag heeft ontleend en ter wille waarvan de Gemeente, elke Gemeente, die hier vóór en na heeft gezeten, door drie eeuwen heen met ontzag naar dezen man heeft geluisterd. Die Bijbel is niet slechts een stuk van den kansel, dat zich in den stijl daarvan voegt; Hij is ook niet de lessenaar, die de preek draagt. Hij is het middelpunt van den Kerke-dienst en van de Kerk zelve. Het is niet toevallig, dat de predikstoel in het midden der Kerk staat. Die plaats drukt uit de waarde, welke aan de prediking wordt gehecht. En deze prediking zelve ontleent hare waarde hieraan, dat zij de vertolking is van het Woord van God, dat in den Bijbel vaste vorm heeft aangenomen. Neem den Bijbel weg en gij kunt ook den predikstoel wegnemen. Neem den predikstoel weg en gi> kunt de Kerk sluiten. Deze Bijbel is sedert drie eeuwen de Staten-Bijbel, die zoowel in deze aanzienlijke stad der provincie Holland, later de hoofdstad van Nederland, als in het kleinste dorp van Drenthe of Brabant, de plaats der eere heeft ingenomen, dank zij de gelukkige samenwerking van Kerk en Staat in de zeventiende eeuw. In goede en in kwade dagen, voor velen en voor enkelen is hij van geslacht tot geslacht de drager en de brenger geweest van onderricht en leiding, van bezieling en vertroosting, van dag tot dag, van week tot week, van jaar tot jaar, van eeuw tot eeuw. Er is gepredikt uit dit Boek, ook wel over dit Boek henen, zelfs wel tegen dit Boek in, door de vele stemmen, die het hadden te vertolken, maar het Boek zelf is gebleven, als de bron, de norm, de rechter van alle prediking. Verba volant, scripta manent, woorden vervliegen, het geschrevene blijft. Zoo vereenigt deze Statenbijbel menschen en geslachten, kerken en kerken, tenslotte menschen en God. Hij heeft groote dimensies, zoowel horizontaal als verticaal. Drie eeuwen lang is hij voor talloozen geweest, in deze booze wereld en dit duistere leven, het laatste houvast en het hoogste beroep van hen, die, op welke wijze dan ook, tot de Kerk en tot het volk van den Bijbei hebben willen behooren. Ik ben mij zeer goed bewust, dat deze samenkomst, aan het driehonderd jarig bestaan der Statenvertaling gewijd, zich tot bescheiden proporties beperkt. Zij heeft niet te doen met het laatste, d.i. met den Bijbel zelf, maar zij heeft te doen met het vóórlaatste, d.i. met de vertaling van den Bijbel, ééne vertaling, naast de honderden vertalingen meer, dien, welke in het Nederlandsch der zeventiende eeuw op aandrang der Gereformeerde Kerken op last der Staten Generaal tot stand gekomen is. Het gaat in den eersten aanleg om den vorm, niet om den inhoud; om de gestalte, niet om het wezen; om het middel, niet om het doel. Het is in de eerste plaats eene zaak van taal en vertaling, aldus een hachelijk werk, dat nooit gereed is en voorgoed kan zijn, ook al moge de Italiaansche zegswijze: tradutore traditoro, vertalen is verraden, niet slechts overdreven zijn, doch onwaar. Toch was daarbij de liefde van den juisten en schoonen vorm niet het laatste en het voornaamste. Het ging in de laatste instantie om den inhoud, het wezen, het doel, en daarin om het levende Woord van God tot den mensch. De Kerk, die op de vertaling aandrong, wilde Kerk des Woords zijn. De Staten, die aan dezen aandrang gehoor schonken, wilden het Woord van God den vrijen loop laten. Daarbij sloot de liefde voor den inhoud die voor den vorm in. Elke inhoud zoekt zijn vorm, elk wezen zijn gestalte, elk doel zijn middelen. God zelf gaat hierbij den mensch voor: „Hij spreekt en het is er", „Hij gebiedt en het staat er," zegt de psalm. „Hij roept die niet zijn, alsof zij waren", verzekert de apostel. „Al Gods gedachten zijn daden, al Gods daden zijn gedachten," verklaart de Kerkvader. Overal waar scheppingsdrang en levenslust werken, wordt ook de zin, de hartstocht voor den schoonen juisten vorm, vaardig over de menschen. Vormen wordt in zekeren zin scheppen. De zeventiende eeuw gaf hiervan in de Vereenigde Provinciën overvloedige bewijzen te zien. Het was de tijd van kracht in elke richting en in iederen zin. Werkkracht en denk-kracht, verbeeldingskracht en geloofs-kracht. Men werkte te land en ter zee. Men dacht, kerkelijk of niet — of on-kerkelijk. En beeldde zijne gedachtes uit in de kunst van het woord, in de muziek, in de schilder-, beeldhouwen bouwkunst. Men geloofde en drukte zijn geloof uit in belijdenis en daad. Ook de gebonden taal nam deel aan den vorm en de kracht der eeuw. Het zeventiende eeuwsche Nederlandsche proza is rijk en kleurig, puntig en bondig. Het draagt een klassiek karakter. Het heeft stijl. Het ontwikkelt een meervoud van stijlen. Het vormt ook zijn gewijden stijl, zooals deze zich in de Statenvertaling uitdrukt. Dit wordt een nationaal monument. Wij bezitten slechts weinig monumentale teekenen van eenheid, waarin de menschen en groepen elkander ontmoeten en herkennen. Zulke teekenen hebben niet slechts symbolische waarde. Zij ontwikkelen conserveerende en scheppende kracht. Zulk een teeken is de Nederlandsche vlag. waaronder Nederlanders van allerlei gading zich scharen. Zulk een teeken is ook de Statenvertaling, de ééne gezaghebbende vertaling der Heilige Schrift, in welke taal geloovigen van allerlei kerken en richtingen zich het Woord van God laten toeroepen.
Ik noemde deze vertaling een monument. Wij staan tegenover haar in de houding van piëteit en solidariteit. Wij kinderen der twintigste eeuw, in gemeenschap met hen, die, in vroegere eeuwen, ons zijn voorgegaan. Wij, die tot verschillende kerken en groepen behooren en die toch door éénen Bijbel ons van Godswege willen laten gezeggen. " In dit jaar van bewust en actief oecumenisch streven, het jaar van Oxford en Edinburg, vinde nu de herdenking van de Statenvertaling hare plaats als een herdenking van oecumenische waarde in bijzonderen zin.


(Wordt vervolgd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 augustus 1937

De Klok | 4 Pagina's

Onze Bijbel I

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 augustus 1937

De Klok | 4 Pagina's

PDF Bekijken