Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De geschiedenis van de 'Kleene Koarke' te Rijssen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De geschiedenis van de 'Kleene Koarke' te Rijssen

23 minuten leestijd

Het ontstaan van de gemeente, welke men voorheen in Rijssen algemeen de *kleene koarke* noemde, moeten we stellen tussen de jaren 1836 - 1838, . . daar ,de kerkelijke archieven ons hierin niet kunnen voorlichten. Zoals op vele plaatsen in ons land tengevolge van het optreden van de predikanten De Cock, Scholte, Brummelkamp, Van Velzen enz. in de jaren 1834/ 1835 zich groepen van de Ned. Hervormde Kerk gingen afscheiden, is dit ook in Rijssen een feit geworden. Aldaar stond in de Hervormde Kerk sinds 1819 Ds. H.J. Hattink. Het was geen bedienaar des Woords naar het hart der ware vromen; kwamen er."hongerende en dorstende" zielen bij hem om raad, dan werden ze verwezen naar een ouderling, die verstand had om hierin raad te geven. Hoewel hieruit enerzijds zijn onbekwaamheid tot het ambt blijkt, anderzijds legde hij daardoor nog een zekere eer lijkheid aan de dag. Onder deze omstandigheden nu kwam het ook in Rijssen tot een breuk met de va derlandse kerk. Zoals reeds gezegd, moet dit plaats gevonden hebben tussen 1836 - 1838. In een "Tabellarisch overzicht nopens de woelingen in de Ned. Hervormde Kerk bijzonder met betrekking tot het aantal en den invloed der Separatisten, opgemaakt aan het Departement van Eeredienst 1 April 1836", wordt onder het * "Classis Deventer" het volgende vermeld:
"In geene der gemeenten van dit classikaal ressort zijn Separatisten. Te Rijssen echter worden er gevonden, die zeer tot hen overhellen. Men oefent er 's zondags onder kerktijd en er gaat eene lijst rond om te teekenen voor de Scheiding. De leider OTTO' VOORTMAN is van den geringen stand, gelijk het ger: getal zijner volgers. Het gedrag van hemzelven is niet geheel onbesproken". (Zie: Archiefstukken betreffende de Afscheiding van 1834 - deel III).

Verder wordt in dit deel nog een brief d.d. 13 jan. 1836 gepubliceerd, welke "luitenant" Smitt, de latere Kruisdominee, schreef aan Otto Voortman. Hierij bericht hij over de stand van zaken betreffende de Afscheiding en schrijft verder nog.'. .."Ds. Brummelkamp heeft mij gezegd, indien gijlieden Zew. begeert te hebben, hij op Uwlieder aanvraag gereed is de gemeente te Rijssen te ordineeren". Waarschijnlijk heeft de instituering van een Afgescheiden gemeente te Rijssen omstreeks 1838 plaats gehad. In 1839 krijgt zij haar eerste predikant in Ds. KLAAS WILDEBOER, geboren in 1809 te Oude Pekela, die zijn opleiding had gehad van Ds. De Cock en Ds. Van Raalte.


In het notulenboek van de Afgescheiden gemeente te Lochera en Geesteren - Gelselaar wordt o.m. vermeld, dat hij behalve Rijssen ook de genoemde gemeenten heeft gediend; er zal dus mogelijk een gecombineerd beroep zijn uitgebracht. Ds. Wildeboer preekte meestal in 't Kóstershoes in het Hangerad. Of men daar geregeld kerkte moet betwijfeld worden, daar samenkomsten van meer dat 20 personen in die tijd verboden waren. Het staat vast, dat men ook bij de families Jan Baks en Jan Joos samenkwam, welke daarvoor meermalen beboet zijn.
Op 27 sept. 1841 nam Ds. Wildeboer afscheid wegens vertrek naar 't Zandt in Groningen. In juli 1842 reeds nam hij een beroep aan naar Zuid-Beijerland alwaar hij na nauwelijks 2 maanden daar gearbeid te hebben, op 17 sept. 1842 overleed op 33-jarige leeftijd. Hij stond bekend als een aanhanger van Ds. H.P. Scholte.
Omstreeks 1845 vergaderde men in de Bouwstraat in een pand, dat tot kerkje was verbouwd. In 1860 heeft men vervolgens de (oude) Walkerk gebouwd. In 1846 onttrok de gemeente zich aan de Chr. Afgescheiden gemeenten en voegde zich bij de Geref. Kerk o/h Kruis. Daar de gemeente tot 1862 vacant bleef hebben vele Kruisdominees de gemeente in die herderloze tijd gediend, zoal Ds. J. Plug te Apeldoorn (later te Zwartsluis), Ds. D. Klinkert te Zwolle, Ds. W. Eichhorn te Zutphen e.a.
Dat ook in die herderloze jaren de gemeente toenam, moet worden toegeschre ven aan het bleoiende geestelijke leven. Verder droeg het zeer langdurige verblijf van de reeds genoemde Ds. Hattink in de Hervormde Kerk eveneens hiertoe bij. Deze predikant heeft namelijk precies een halve eeuw te Rijssen gestaan: van 1819 -1869. In 1860 bracht men een beroep uit op Ds. J. Passchier te 's-Gravenmoer. Of men deze predikant voordien ontmoet heeft, is niet bekend. Vermoedelijk is het geweest op aanraden van Ds. Plug, die een goed getuigenis van hem kon geven, daar beiden waren opgeleid door Ds. K. Noorduijn te Noordwijk, de eerste Kruispredikant. Het beroep werd Ds. Passchier persoonlijk bezorgd. Ouderling Baan maakte daarvoor een voetreis naar 's-Gravenmoer in Noord-Brabant. Men zag toendertijd tegen een dergelijk reisje niet op. Halaas werd het beroep niet aangenomen en moest men nog wachten tot 1862. In dat jaar werd JAN HENDRIK BRILMAN, een boerenman uit Holten en aldaar in 1833 geboren, als lerend ouderling beroepen en deze antwoordde hierop gunstig. In de beroepingsbrief werd hem behalve toezegging van traktement ook medegedeeld, dat hij de petrolcumrestanten uit de lampjes van het catechisatielokaal tot eigen gebruik mocht aanwendèn. Hieruit blijkt wel dat men in die tijd geen weelde kende; de meeste mensen en ook de predikanten hadden het niet brééd. Op de Algemene Vergadering van de Kruisgemeenten, op 18/19 juni 1862 te Gouda gehouden, werd door de kerkeraad van Rijssen voorgesteld om Brilman op grond van art. 8 DKO tot het predikambt toe te laten. De vergadering willigde dit verzoek niet dadelijk in, maar besloot dat hij eerst nog een jaar zou oefenen. Eerst de vergadering te Zwartsluis d.d. 28/30 juni 1864 besloot hem tot de volle bediening toe te laten, doch alleen voor Rijssen: de vergadering te Zwartsluis d.d. 4/6 juni 1867 verleende hem consent voor alle gemeenten. Ds. Brilman heeft de gemeente tot 1869 gediend. Zijn verblijf te Rijssen wordt als zeer gezegend gekenschetst. Krachtdadige omzettingen moeten er plaats hebben gevonden. Het gezelschapsleven nam zeer toe en vaak zat men tot in de nacht bijeen. Het kleine gemeentetje was een gemeente geworden, waarin zich veel geestelijke wasdom openbaarde.
Intussen waren er onderhandelingen gevoerd om tot hereniging te geraken van de Chr. Afgescheiden gemeenten en de Geref. Kerk o/h Kruis. Nadat een commissie van laatstgenoemde kerk voorstellen had gedaan aan de Synode van de Afgescheiden gemeenten te Middelburg in juni 1869 en deze waren aanvaard, was de fusie een feit geworden. De naam van de herenigde kerken werd van toenafaan: Christelijke Gereformeerde Kerk. Enkele Kruisgemeenten zoals Enkhuizen (met Ds. J.W. van den Broek), Tricht (met lerend-ouderling F. Meijer), Lisse en Hoedekenskerke (afdeling van de Kruisgemeente te Goes, welke zelf wel met de fusie meeging), bleven afzijdig. Rijssen met haar predikant Brilman trad wel toe en verkreeg dus ook de' naam: Christelijke Gereformeerde Kerk. Op 17 okt. 1869 nam Ds. Brilman afscheid wegens aanneming van een beroep naar Vroomshoop. Vandaar vertrok hij in 1871 naar Wilsum (graafschap Bentheim) in Duitsland, om in 1873 naar Holten te gaan, alwaar hij op 21 nov. 1875 op 42-jarige leeftijd is overleden.

Na het vertrek van Ds. Brilman heeft men verschillende predikanten, afkomstig uit de Afgescheiden gemeenten, op de kansel gehad. Meerdere van deze predikanten lieten volgens sommigen een ander geluid horen dan men van Ds. Brilman gewoon was en men trok toen de conclusie, dat men verkeerd gedaan had ten opzichte van de fusie. Een lid der gemeente uit die tijd schreef in 1883 hierover als volgt: "Het ging onze gemeente gelijk ten tijde van Jozua. De Gibeonieten kwamen tot hem op eene listige wijze en zeiden: Maak nu een verbond met ons (Joz.9 : 6). Zoo kwamen ook de Afgescheidenen tot ons, om ook zoo hier als elders, een verbond te maken met de Kruisgemeenten en ofschoon al eenige bezwaren zich opdeden, liet men zich bepraten. Ook onze gemeente deed als Jozua en gaf de hand aan de Afgescheidenen en we ontvingen dien mooien naam van Christelijk Gereformeerd. Al spoedig bespeurden wij, dat de grondleer ter zaligheid op onze preekstoel ook niet gepredikt werd zooals weleer en kwamen er die de waarheid verminkten". Tot zover de onbekende schrijver.

Het is moeilijk deze woorden op de juiste waarde te taxeren. Maar wanneer in het vervolg van dit geschrift de bedoelde predikers wordt kwalijk genomen, dat zij de mens als redelijk schepsel stelden, dan is de schrijver er toch naast. Op grond van Gods Woord moet dit tocht worden geleerd. Deze misvatting geeft reden om te twijfelen aan de juistheid van de bezwaren. In hoeverre deze in de kerkeraad hebben geleefd, is onbekend. Wel, dat er juist een predikant uit het "afgescheiden kamp" werd beroepen. In 1871 beriep men Ds. JAN DIEPHUIS te Putten op de Veluwe. Een verblijdend antwoord werd gegeven en op vier boerenwagens werd vervolgene het "hebben en houwen" van het gezin Diephuis naar Rijssen gehaald. Op 17 dec. 1871 deed Ds. Diephuis zijn intrede. Kerkeraad en gemeente waren verblijd met de nieuwe leraar. Aan het hiervoren aangehaalde geschrift ontlenen wij nog het volgende: "Zijne Eerwaarde behoorde tot die kerk met wie wij later waren vereenigd en alhoewel zulks zoo was, moeten wij getuigen aangaande den eersten tijd, dat die leeraar omtrent de leer zich zuiver openbaarde, zoodat eenige ouden zeiden: Nu hebben wij toch een leeraar van den ouden stempel. Zijne Eerwaarde preekte wat wij vroeger gewoon waren". Men heeft dus in de eerste jaren met Ds. Diephuis in goede harmonie geleefd Uiterlijk kwam dit openbaar in een gestadige groei en al spoedig zag men ziel genoodzaakte het kerkgebouw te vergroten, dat na een verbouwing toen 500 zitplaatsen telde. Ds. Diephuis was ook de man, die Rijssen in 1878 deed deelnemen aan het "Volkspetionement", een poging van de voorstanders van christelijk onderwijs om de Koning te weerhouden het wetsontwerp te tekenen, hetgeen echter is mislukt. (wetsontwerp-Kappeijne).

Na 1880 echter keerde het getij. Op enkele punten kon men niet meer met hem instemmen. Voornamelijk ging het over de wedergeboorte. Ds . Diephuis leerde, dat de wedergeboorte een eenzijdig werk Gods is, maar middellijk gewerkt door Woord en Geest. In een in 1883 uitgegeven predikatie over Jacobus 1 : 18a (Naar Zijn wil heeft Hij ons gebaard door het woord der waarheid) heeft hij dit uiteengezet. Maar een groot gedeelte van de kerkeraad was van mening, dat de wedergeboorte een volstrekt onmiddellijk werk Gods was. Naar hun eigen uitspraak was Gods Woord in de wedergeboorte uitgeschakeld, doch in de weg der verlossing echter werkte God wel middellijk door Zijn Woord. Uit deze meningen vloeide weer voort, dat Ds. Diephuis zeer scherp de nadruk ging leggen op des mensen verantwoordelijkheid, terwijl de tegenpartij tot grote lijdelijkheid verviel. Over deze verschillende gezichtspunten is de onenigheid ontstaan. Aanvankelijk was deze hierover niet van dien aard, dat het op een strijd moest uitlopen. Het kleine vlammetje werd echter door de omstandigheden meer leven ingeblazen. Welke deze omstandigheden waren ? Wel, de lijdelijkheid die in de gemeente heerste, had tot gevolg dat zondige tradities burgerrecht verkregen. Men legde een grote zorgeloosheid aan de dag in de levenswandel. Ds. Diephuis getuigde van de kansel gedurig hiertegen. Doch in plaats van met verkeerde gewoonten te breken, ging men de predikant haten en verketteren. Daartegenover staat, dat veel invloed op hem werd uitgeoefend door mensen, die geen lid der kerk waren, en die hem aanzetten tegen de gemeente. Op deze wijze werd de toestand zeer gespannen en het gevolg was, dat in 1882 een groepje leden uittrad. Dit was de strijd moede. Zij waren overtuigd dat Ds. Diephuis een geroepen leraar was, maar konden niet geheel met hem instemmen.

Al spoedig werd ten huize van Arend Kippers in de Walstraat door Ds. E. Fransen, predikant van de Dordts-Geref. Gemeente te Kampen, een nieuwe "Gereformeerde Gemeente" geïnstitueerd, thans nog bekend als de "Eskerk". Ook kwam voor hen Ds. F. Meijer, predikant van de Vrije Geref. Gemeente te Vlaardingen, optreden. Na nog in een tabaksfabriek in de Bouwstraat te zijn samengekomen, werd in 1895 een kerkje gebouwd. Jn die tijd sloot de gemeente zich aan bij de in verband levende Kruisgemeenten.

In de achtergebleven geméente was men door dit uittreden niet uit de moeilijkheden geraakt. Integendeel, het kwam tot een hoogtepunt! De kerkeraad bedankte op één na, waarop Ds. Diephuis een dubbeltal aan de classis voorstelde om ingevolge art. 22 DKO gekozen te worden. Op 23 aug. 1883 was er een gemeentevergadering, waar slechts een minderheid van de leden een nieuwe kerkeraad koos. Mede aanwezig waren de genabuurde predikanten Ds. Bruncmeijer van Enter en Ds. Slager van Nijverdal. Maar de meerderheid koos vervolgens ook een nieuwe kerkeraad. Zondags daarop kondigde Ds. Diephuis zijn kerkeraad af,- waarop een ouderling de andere kerkeraad afriep. Toen Ds. Diephuis tot bevestiging overging, liep de kerk leeg. De scheuring was dus een feit geworden. Temidden van al dit geharrewar kreeg Ds. Diephuis een beroep uit Huizen (NH) hetwelk hij aannam.
Nu hij zich niet meer kon handhaven, was dit een welkome gelegenheid voor hem om uit het moeras te komen. Inmiddels was ouderling Schutmaat in contact gekomen met Ds. Joh. van den Broek DJz. , predikant van een vrije Oud-Geref. Gemeente te Den Helder. Deze heeft zich in de strijd geworpen en naderhand een verslag het licht doen zien, waarin ook het door ons enige malen geciteerde geschrift is opgenomen, onder de titel: "De Strijd der Kerk om het behoud der Gereformeerde Waarheid, verwezenlijkt in de Gereformeerde Gemeente te Rijssen, uitgegeven in het belang der waarheid" (Snelpersdruk van het Geuzengesticht te Brielle). Ds. Van den Broek had de gemeente zover beïnvloed, dat besloten werd met het kerkverband te breken bij het vertrek van Ds. Diephuis . Hij speelde het zelfs klaar reeds vóór diens vertrek de kansel van de Walkerk te beklimmen. Gok zorgde hij voor een advocaat in de persoon van Mr. Wielinga Gratema uit Assen. Deze had in een soortgelijke kwestie te Nieuw-Amsterdam de overwinning behaald. In de aldaar toen ontstane Vrije Geref -. Gemeente was Ds. Van den Broek van 1882 - 1883 voorganger geweest. (Zie: "Benige bange dagen in de Chr. Gereformeerde Kerk te Nieuw-Amsterdam of bijdrage tot de geschiedenis der rechtspleging in de Chr. Gereformeerde Kerk in Nederland" door H. Heijerink - 1881). Op zondagavond 19 sept. 1883, toen Ds. Diephuis afscheid preekte, waren er maar weinig mensen in de kerk. Vanzelfsprekend waren dit degenen, die zich aan zijn zijde geschaard hadden. Do dienst was nog maar nauwelijks beëindigd of de deuren werden weer geopend voor de tegenpartij, die van nu af aan beslag op de kerk legde. Dag en nacht werd de kerk door hen bewaakt. De eerste zondag na het vertrek .van Ds. Diephuis kwam Ds. Bavinck van Kampen om met de kleine restgroep in de kerk te vergaderen. Zijn poging om tot de kansel door te dringen mislukte echter. Evenzo verging het do daarop volgende zondag Ds. Kuiper van Den Ham. Inmiddels was de zaak aanhangig gemaakt bij de Rechtbank te Almelo. Een tiental personen werd gedagvaard. Zes beklaagden hoorden 43 dagen gevangenisstraf en ƒ 50,-- boete tegen zich eisen, de overige vier 21 dagen resp. ƒ 8 , - - . Op 18 december 1883 volgde echter vrijspraak. Het O.M. tekende appèl tegen deze uitspraak aan en zo kwam de zaak op 5 febr. 1884 in Arnhem in hoger beroep voor. Op 9 februari d.a.v. volgde wederom vrijspraak als gevolg van een door Ds. Diephuis gemaakte fout. Kerk en pastorie bleven eigendom van de gedagvaarde partij. De advocaat Mr. Wielinga Gratema riep triomfantelijk door de rechtzaal tegen Ds. Diephuis c.s.: "Zalig zijn de bezitters? Hiermede was het pleit dan beslecht. Van nu af aan was men een zelfstandige gemeente. De naam welke gekozen werd was: Zelfstandige Chr. Geref. Gemeente onder het Kruis; in de op het kadaster nog aanwezige leggers komt ook voor: "de Zelfstandige gemeente van de Gereformeerden onder het Kruis".

Reeds in 1885 verkreeg de gemeente weer een predikant in Ds. LEENDERT SPOEL (geb. 1846), sinds 1883 predikant van de Vrije Geref. Gemeente te Brielle en voordien evangelist van de Ver. '.'Vrienden der Waarheid". Hij was een begaafd spreker. In 1888 nam hij een beroep aan van de Ned. Geref. Kerk (dolerend) te Kampen, waar hij verbleef tot 1892. Nadien diende hij nog de Geref. Kerken te Harderwijk en Poortvliet, alwaar hij 2 jan. 1902 ' over leed . Van 1888 - 1893 bleef de gemeente vacant en werd toen o.m. verzorgd.door de vrije predikanten Maliepaard te ' s-Gravenhage en Werner te Leiden. Verscheidene keren werden deze op tweetal gezet. De begaafde en nog jonge Ds. Gerrit Maliepaard (op 34-jarige leeftijd in 1897 te Kampen overleden) werd steeds gekozen, doch de pogingen werden niet bekroond. Toen beproefde men het met Ds. Kasper Werner, sinds 1889 predikant van de Geref. Gemeente te Leiden. Hoewel met'wéinig gaven van welsprekendheid uitgerust, was het een man met een zeer innemend karakter. Ook hij bedankte echter-voor een beroep, maar naar zijn eigen getuigenis is deze beslissing onjuist geweest. In 1893 nam hij n.1. een beroep aan naar Grand-Rapids (USA), doch voor zijn vertrek kwam hij ook in de Walkerk afscheid preken en dit moet op zodanige wijze hebben plaatsgevonden alsof het een losmaken van zijn eigen gemeente betrof. De kerkeraad kreeg desgevraagd van hem de mededeling, dat hij zijn vertrek naar Amerika zag als een kastijding omdat hij de roeping naar Rijssen niet had opgevolgd. In Grand-Rapids heeft hij nauwelijks een jaar gestaan. Tengevolge van een longontsteking overleed hij nog vrij plotseling op 28 okt. 1894. In juni 1893 kwam er een einde aan de vacante periode. Ds. JOHANN JOSEPH GRASS (Geb. 1852 te Mannage in Duitsland), predikant van de Vrije Geref. Gemeente te Ooltgensplaat, nam een beroep aan en verbond zich aan de gemeente na bevestiging door Ds. Maliepaard. Hij was eigenlijk een sluwe man, die men zo aanstonds niet kon doorgronden. Op den duur werd het echter wel duidelijk, dat men het met hem niet erg had getroffen. Behalve het predikantschap oefende hij ook nog het beroep van kwakzalver uit. Toen hij eens betrapt werd op het "ploegen met anderman; kalf", namelijk het maken van een preek van een oude schrijver tot de zijne, hield men hem met nog meer argwaan in het oog. Ook het aanhoudend gebedel om verhoging van traktement begon de kerkeraad te verdrieten. Ten laatste dreigde hij met aanneming van een beroep naar een "grote" gemeente te Zwolle. Doch de kerkeraad kwam er achter dat dit geen begerenswaardige-gemeente voor hem kon zijn, want het was twaelf man en ne paerekop". In augustus 1897'werd men van deze herder, die het om de wol to doen was, ontslagen daar hij een beroep aannam van de Oud-Geref. Gemeente te Kampen. Ook hier kwam hij weer in de moeite zodat hij in 1900 uit zijn ambt werd ontzet. Van 1906- 1909 diende hij tenslotte nog de üud-Geref. Gemeente te Amsterdam (Vijzelstraat), welke na de dood van Ds. Adr. van den Oever vacant was geworden. Ook daar werd hij weer afgezet, waarna hij van het kerkelijk erf in Nederland is verdwenen. Opnieuw stond de kansel ledig en men moest ruim 4 jaren wachten op een nieuwe leraar. De kerkeraad had uit de ervaringen met Ds. Grass geleerd wat voorzichtiger te werk-te gaan. Van 1897 - 1901 heeft men althans achtenswaardige predikanten verzocht af en toe op te treden. Zo hoorde de gemeente o.m. de predikanten Van Brummen en Van Drunen (Chr.Geref.), Van Reenen, Van Oordt en Van der Heijden (vrije gemeenten). Ds. PIETER VAN DER HEIJDEN (Geb. 1865 te Waddinxveen) te Enkhuizen nam een beroep aan en deed op 18 dec . 1901 zijn intrede. Van 1892-1986
had hij de Vrije Geref. Gemeente te De Lemmer en van 1896- 1901 de Geref. Gemeente o/h Kruis te Enkhuizen gediend. Het was een stoere man, die wist wat hij wilde. Zijn boek "Gereformeerde Geloofsleer", behelzende zijn te Enkhuizen gegeven catechisatiën, welke door zijn huisgenoot R. Boon werden opgetekend, geven onseen goede indruk van zijn bekwaamheid. Bijzonder legde hij de nadruk op de noodzakelijkheid der bewuste rechtvaar-- digmaking in de vierschaar der consciëntie. Men heeft hem wel eens toegeschreven dat hij de wedergeboorte hiermede liet samenvallen, hetwelk echter moet worden tegengesproken. Gelukkig zijn naar aanleiding van zijn opvattin-- gen geen moeilijkheden ontstaan. Op 12 jan. 1905 nam hij afscheid om evenals zijn voorgangers Spoel en Grass naar Kampen te vertrekken. In 1910 nam hij afscheid van de Oud-Geref. Gemeente aldaar en vertrok naar de Vrjje Geref. Gemeente te Vlaardingen. Toen deze gemeente zich in 1920 bij de Geref. Gemeenten aansloot, bleef hij afzijdig en stichtte met wat getrouwen een Hersteld Vrije Geref. Gemeente. In datzelfde jaar nog overleed hij, n.l. op 9 dec. 1920. Zijn opvolger was LEENDERT WIJTING (geb. 1?73 te Lisse) , sinds 1?04 lerendouderling van de Vrije Geref. Gemeente to Zeist. Op 15 juli 1906 werd hij door Ds. G. van Reenen te Leiden als lerend-ouderling ingeleid met de teks Joh. 6 vs. 9 (Hier is een jongske dat vijf gerstebroden heeft en twee visjes) . De heer Wijting heeft zich nimmer aangematigd meer te zijn dan een oefenaar; in alle eenvoud diende hij de gemeente bijna 32 jaren. Al die jaren heeft hij een grote mate van zelfverloochening aan de dag gelegd en heeft ook metterdaad slechts een "jongske" willen zijn. Voor de bediening der Sacramenten verzocht men dan o.m. Ds. A.H. Geerts te i Seheveningen, Ds. J. de Vries te Grafhorst, Ds. G.J. Wolbers te- Enkhuizen en Ds. C. de Jonge te Kampen, allen yoorgangers van vrije gemeenten. Ook Ds. L. Boone, predikant van de Oud-Geref. Gemeente te Sint-Philipsland, kwam zo nu en dan wel eens.een gastbeurt vervullen. In 1922 trad men toe tot een verband van Cud-Geref. Gemeenten, gevormd op een vergadering d.d. 14 juni 1922 te Kampen onder presidium van Ds. C. de Jonge. Nadien werden do Sacramenten bediend door predikanten uit dat verband zoals Ds. J. van Wier te Seheveningen, Ds. J. van Vliet te Dordrecht, Ds. M. Overduin te Utrecht; verder kwamen de oefenaars Den Hertog, Spijkhove en Vijverberg ook wel eens een beurt vervullen. Ds. JAN VAN WIER te Seheveningen (geb. 187D nam in 1927 een beroep aan, waarna hij zich op 1o december aan de gemeente verbond. Doch op den duur ging de kerkeraad al meer en meer inzien, dat het gewenst was om zich bij een verband aan te sluiten met een meer geregeld kerkelijk leven in plaats van bij een formatie van "zwevende" structuur aangesloten te zijn. Men liet de keus vallen op de Gereformeerde Gemeenten. Op Hemelvaartsdag 1933 werd de aansluiting daarbij een feit. Ds. Van Wier met een klein deel van de gemeente meende echter ten laatste niet met de ' vereniging te moeten meegaan. Zijn gemeente bleef voortbestaan onder de naam van Geref. Gemeente o/h Kruis, alhoewel men zich meestal Oud-Geref. Gemeente noemt. Van de aansluiting bij de Geref. Gemeenten heeft men in het algemeen geen spijt gehad. Groot was de blijdschap toen Ds. J. VREUGDENHIL, gekomen van Kampen, op 18 dec- 1938 zijn intrede deed. Oefenaar Wijting had te kennen gegeven, dat hij de gemeente'zóu verlaten, wanneer zijn plaats door een predikant zou worden ingenomen . Zo nam hij op 29 nov. 1938 afscheid en vestigde zich te Amersfoort, alwaar hij op 12 okt.1959 overleed. Als oefenaar in algemene dienst heeft hij de Geref. Gemeenten nog jarenlang gediend. De laatste decennia kunnen eigenlijk nog niet tot "geschiedenis" gerekend worden. Wij volstaan dus nog met te memoreren, dat Ds. J. Vreugdenhil in 1943 weer naar Kampen terugkeerde. Nadien hebben de gemeente nog gediend: Ds. W.C. Lamain van 1943 - 1947; Ds. P. Honkoop van 1947 - 1956; Ds. K. Blok van 1956-1961 en Ds. J. van Haaren van 1961 - 1964. Sinds 22 sept. 1964 dient Ds. A. Bregman de gemeente. Onder Ds. Honkoop werd de Walkerk verlaten en een nieuwe kerk, de Noorderkerk, in gebruik genomen op 20 mei 1955, welke 2400 zitplaatsen telt. Per 1 jan. 1964 telde de gemeente 2602 belijdende- en 2215 doopleden.

Het deel van de gemeente dat Ds. Diephuis aanhing, maar het na diens vertrek buiten de Walkerk moest stellen, bleef voortbestaan als Chr. Geref. Kerk. Men kwam eerst bijeen in een woonhuis, later in de Kraojnschure in de Haarstraat. Van 1883- 1885 bleef deze kleine gemeente vacant. In 1885 nam Ds. A. Hazevoet te Veenendaal een beroep aan. Vóór '1869 was hij predikant van de Kruisgemeenten te Haamstede en Zegveld geweest. Hij was%een bescheiden figuur en zijn beminnelijke omgang met Gods kinderen uit andere plaatselijke kerken bevorderde dat de scherpe kanten van de kerkstrijd gingen H slijten. Op 30 sept- 1888 overleed hij na een ongesteldheid van drie dagen. De consulent, Ds. Van Apeldoorn te Holten, was echter niet uit hetzelfde hout gesneden. Reeds dadelijk maakte hij een eind aan het gebruik van het Vragenboekje van Hellenbroek op de catechisatie. Het werd een reden tot uittreding van verschillende leden, die toen meest naar de Eskerk overgingen.

In 1892 ging de gemeente mee met de vereniging van het overgrote deel van de Chr. Geref. Kerk met de Dolerende Kerken. Zij kreeg toen de naam van Gereformeerde Kerk. Inmiddels was er een kerkje gebouwd aan de Huttenwal, mogelijk gemaakt door een uitkering van ƒ 3-200,-- door de Walkerk. Deze Geref. Kerk is verder nog bediend door Dw. M. Ouendag van 1900- 1921. Ds. M.M. Horjus van 1923 -1934; Ds. J. Bos van 1934- 1938 en Ds. D. Bremer van 1938 - 1946. Sinds 4 mei 1947 dient Ds. H. Brinkman de gemeente. Zij telt thans 410 belijdende- en 373 doopleden.

De uitgetredenen van 1882, die de Geref. Gemeente - Eskerk gesticht hadden sloten zich zoals reeds vermeld na verloop van tijd aan bij de in verband levende Kruisgemeenten. In 1907 ging de gemeente mee met de vereniging van Kruisgemeenten en "Ledeboeriaanse" gemeenten tot Geref. Gemeenten. Van 1912-1917 werd zij bediend door Ds. B.v.Neerbos en van 1917-1924 door Ds. M. Hofman. Tengevolge van de in 1953 ontstane controversen in die gemeenten, koos zij de zijde van de uitgetredenen. Sinds 7 dec . 1960 dient Ds. D.L. Aangeenbrug de gemeente. Zij telt thans 405 belijdende- en 336 doopleden.

De Oud-Geref. Gemeente onder Ds. van Wier bleef aanvankelijk zelfstandig.
In 1946 sloot zij zich aan bij do groep Oud-Geref. Gemeenten van ds. C. De Jonge. Toen deze groep zich in 1948 verenigde met de groep van wijlen ds.  Boone, tot de Oud-Geref. Gemeenten in Nederland, sloot ook Rijssen zich hierbij aan. Ds. Van Wier overleed op 10 nov. 1953- Na enige jaren ging de ouderling H.A. Vosman op verzoek van de kerkeraad een stichtelijk woord spreken met toestemming van de consulent. Uiteindelijk werd dit optreden door de classicale vergadering niet gesanctioneerd. Daar de gemeente haar voorganger toch wenste te behouden, trad zij uit het verband en werd weer zelfstandig. Op 1 mei 1963 werd haar lerend-ouderling tot predikant bevestigd door Ds. C. de Jonge te IJsselmuiden. De gemeente telt thans ongeveer 450 zielen.

Opgemerkt zij nog, dat de Oud-Geref. Gemeentq in de Oranjestraat eerst in 1956 is ontstaan door uittreding uit de Ned. Hervormde Kerk. Zij is aangesloten bij de Oud-Geref. Gemeenten in Nederland. Van 1960 - 1963 werd zij bediend door Ds. W. van Dijk, die op 20 maart 1963 overleed. De gemeente telt thans ongeveer 1.000 zielen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 september 1965

Kerkhistorische Kroniek | 12 Pagina's

De geschiedenis van de 'Kleene Koarke' te Rijssen

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 september 1965

Kerkhistorische Kroniek | 12 Pagina's

PDF Bekijken