Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

DE AFSCHEIDING IN DE HOEKSE WAARD (II) BEIJERLAND

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE AFSCHEIDING IN DE HOEKSE WAARD (II) BEIJERLAND

18 minuten leestijd

Het eerste begin der Beijerlanden, die voor de overstroming van de Zuid-hollandse Waard tot de heerlijkheid Putten behoorden en lange jaren onder water gebleven zijn, was een ruigte. Deze groeide van lieverlede aan tot schorren, welke in 1479 door Keizer Maximiliaan van Oostenrijk en Marie van Bourgondië als graaf en gravin van Holland in erfpacht gegeven werden aan Cornelis van Dorp, heer van Benthuizen. Na in het bezit geweest te zijn van verschillende personen kwamen de gorzen in 1557 in het bezit van Lamoraal, graaf van Egmond, die in 1568 op de Grote Markt te Brussel op last van Alva werd onthoofd, tegelijk met graaf van Hoorne. Reeds in 1557 liet graaf van Egmond de gorzen door een zeedijk omgeven en gaf toen aan de ingedijkte polder de naam .Beijerland, zo genoemd naar zijn echtgenote Sabina van Beijeren. Door zijn dochters werd in 1582 een ander gedeelte der gorzen bedijkt; deze polder kreeg ter onderscheiding van de eerste polder (van nu af aan Oud-Beijerland geheten) de naam Nieuw Beijerland. Het gedeelte van Beijerland dat thans Zuid-Beijerland heet, werd bij gedeelten ingepolderd tussen 1615-1653. Destijds had het nog de naam Zuidergorzen van Beijerland of ook wel Den Hitsert, dat oorspronkelijk een zandplaat was die in 1631 werd bedijkt.

ZUID-BEIJERLAND

Toen er langzamerhand bewoners kwamen in de nieuw ingedijkte polder, ressorteerden deze onder de Hervormde gemeente van Oud-Beijerland. Eerst in 1673 werd de kombinatie ontbonden en werd Zuid-Beijerland zelfstandig. De eerste predikant was Ds. JAC. VOSMAER van 1673-I677; een kerk' verrees in 1679. Tijdens de ambtsperiode van Ds. A.R. BRUINING (in 1819 gekomen van Krimpen aan de Lek; met emeritaat in I851) kwamen ook in Zuid-Beijerland de aanhangers van de Afscheidingsbeweging van 1834 in aktie. In april 1836 kwam een aantal Afgescheidenen samen, dat een kerkeraad koos. Na enige maanden kwam Ds. H. P. Scholte tot hen over om dan op zondag 28 augustus voor te gaan. Alhoewel de burgemeester nog inderhaast de marechausseebrigade uit Numansdorp had ontboden om deze godsdienstoefening te verhinderen, werd het dorp als met mensen overspoeld die uit de verre omtrek gekomen waren om Ds. Scholte te beluisteren. Voor ruim 2000 mensen preekte Ds. Scholte in een weiland over Johannes 6 vs 60/69, staande op een boerenwagen, des morgens van 9-11 en 's middags van 2 - 4 uur. ' s Avonds werd i n het huis van ouderling Barendregt de H. Doop bediend. De Kriminele Rechtbank te Dordrecht veroordeelde Ds. Scholte hiervoor tot een boete van ƒ 276,95- Veel getreiter heeft deze gemeente i n de volgende jaren moeten verduren van de onverdraagzame burgemeester Verhoeven. Ook Ds. Bruining was een f el tegenstander; hij was vooral beducht voor "de aanmerkelijke benadeling van de kerk- en armenfondsen der Hervormde gemeente". Een verzoek om a l s CHR. AFGESCHEIDEN GEMEENTE te mogen worden erkend, werd afgewezen tengevolge van a l l e r l e i chicanes met betrekking tot de onderterkening. Na nog tweemaal gerekwestreerd te hebben, werd de gemeente eindel i jk bij Kon. Besluit van 31 j u l i 1841 erkend en toegelaten. Daar er nog maar weinig predikanten waren, kon een beroep dus niet plaats vinden, alhoewel men toch het plan gehad heeft Ds. H. de Cock te beroepen, maar hier was Ds. Scholte tegen omdat hij Zuid - Holland als zijn ressort beschouwde. Op zijn advies werden toen J. van Ham en H. Barendregt als lerend-ouderling benoemd. Ook de inmiddels tot predikant bevestigde Ds. C. van der Meulen te Middelharnis vervulde zoveel mogelijk de behoeften der gemeente. Op 11 j u l i 1842 kwam de eerste predikant nl. Ds. KLAAS WILDEBOER, voordien had hij de gemeenten te Rijssen en ' t Zandt gediend. Dóch reeds op 17 sept. 1842 overleed hij aan de zg. herfstkoor tsen, slechts 33 jaar oud. Na zijn overlijden v e r l i e p het kerkelijk leven nogal stroef. Hoofdreden was dat er a l l e r l e i meningen i n de gemeente heersten over het werk van een oud e r l i n g bijv. of hij een "bijbelse" ouderling moest zijn, die dan ook het werk van een leraar moest kunnen doen. Men r i e p daarop Ds. PIETER ZONNE te Genderen en Doeveren te hulp om die vraag op te lossen. Zijn mening was dat er i n de Bijbel maar één soort ouderling werd gevonden nl . die het Evangelie prediken en dan ook later geeksamineerd moesten worden. De andere soort was dan i n de 2e eeuw aan de leraren toegevoegd gelijk aan de priesters in het Oude Testament de Levieten tot medehelpers waren toegevoegd. Het een met het ander was nu niet bepaald gunstig voor de rust in de gemeente. Voornoemde Ds. Zonne was ondertussen geschorst en afgezet als predikant, waarna hij zich te Numansdorp vestigde. Hier organiseerde hij een eigen kring voor welke hij optrad. In Zuid-Beijerland had hij ook aanhang zodat hij daar eveneens samenkomsten hield. Tenslotte vertrok hij in 1847 naar Noord-Amerika waar hij predikant werd in een vrije groep te Sheboygan (Wisconsin) en later toetrad tot de Dutch Reformed Church. Op 29 sept. 1845 kwam de kerkeraad bijeen met het oog op de samenkomsten van Ds. Zonne. Op deze vergadering was toen aanwezig Ds. GERRIT BAAIJ (tevoren predikant te Leerdam, alwaar hij was geschorst tengevolge van de verwikkelingen rondom Ds. Scholte), die zich i n Zuid-Beijerland gevestigd had omdat- zijn dochter daar woonde. Daar de classis zijn zaak inmiddels vereffend had, kon de kerkeraad van Zuid-Beijerland dus verder met hem handelen. En zo benoemde deze Ds. Baaij als opziener in woord en leer. Van 1845 tot aug. 1846 sprak hij een stichtelijk woord, maar mocht ook Doop en Avondmaal bedienen, "doch alleen aan Den Hitsert ".  Een beroep van de gemeente nam hij niet aan, maar wel een uit Apeldoorn in augustus 1846. Daar verbleef hij tot april 1848 en vertrok toen eveneens naar Noord-Amerika waar hij predikant werd van de Dutch Reformed Church' te Waupun en later te Alto, beide in de staat Wisconsin. In die jaren zijn ook vele Afgescheidenen uit Zuid-Beijerland naar Amerika geëmigreerd; enerzijds was dat voor velen het land der vrijheid, waar geen diskriminatie plaats vond vanwege zijn godsdienst, maar anderzijds ook om kommer en gebrek te ontvlieden want de maatschappelijke toestanden waren destijds nu niet bepaald rooskleurig. Zo ging ook ouderling Barendregt als een pionier naar de nieuwe wereld.
In de gemeente weerspiegelde de maatschappelijke armoede zich o.m. door het feit dat er met de beste wil van de wereld geen mogelijkheid meer was om de armen te steunen. Het burgerlijk armbestuur wilde wel helpen, maar dan moest de Afgescheiden gemeente zichzelf opheffen. Ten einde raad werd toen maar besloten hieraan te voldoen. Doch nauwelijks was dit besluit bekend geworden of er rezen vele bezwaren in de gemeente, zodat weer besloten werd met de openbare samenkomsten verder te gaan. Wel hield men een zuivering onder de leden waarvoor een kommissie werd benoemd. Door dit alles liep het zielental van 196 in 1845 terug tot 104 in 1848. I n september 1848 was op een kerkeraadsvergadering aanwezig Ds. ABRAHAM C. TRIS, verbonden aan de gemeente te Heer jansdam. Besloten werd de gemeente aldaar te verzoeken om Ds. Tris voor gedeeltelijke arbeid af te staan. Hoewel dit niet aanstonds werd toegestaan heeft hij toch gedurig zijn diensten bewezen. Maar achteraf bleek echter dat Ds. Tris als predikant van Groede i n Zeeuws- Vlaanderen in 1847 wettig geschorst was, zodat hij ook te Heerjansdam geen wettig leraar was. Hierna werd besloten hem niet meer te erkennen. Een deel der gemeente bleef hem echter aanhangen, zodat dat weer apart kwam te staan. I n 1851 vertrok ook Ds. Tris naar Noord-Amerika. In 1908 verscheen nog een boek van zijn hand getiteld "Sixty years reminiscenses" (Herinneringen van 60 jaren). Door de velerlei wederwaardigheden en troebelen welke de gemeente had ondervonden, was zij buiten het kerkelijk verband geraakt. Wellicht zal ook de nauwe binding met Ds. Scholte dit hebben bewerkt, daar deze hoe langer hoe meer independent in zijn opvattingen was geworden. Op den duur kwam toch het verlangen om weer in het kerkverband opgenomen te zijn naar voren, zodat op de classisvergadering van 6 maart 1850 te Dordrecht ook een afvaardiging uit Zuid-Beijerland aanwezig was om hierover te onderhandelen. Na enige samensprekingen werd hun begeerte om weer verenigd te zijn, vervuld. Op 17 april 1850 werd de kerkeraad opnieuw bevestigd door Ds. S.M. Fles uit Dordrecht, daar de bevestiging door Ds. Tris ongeldig was verklaard. En zo maakte de Chr. Afgescheiden gemeente van Zuid-Beijerland sindsdien weer deel u i t van het landelijk kerkverband. De " krisis der jeugd" was toen voorbij. Na verschillende tevergeefs uitgebrachte beroepen (aanvankelijk in samenwerking met de gemeente te' 'Westmaas) nam tenslotte Ds. A. 'T HART te Pernis het beroep aan, waarna hij op 9 okt. 1859 zijn intrede deed. In 1866 vertrok hij naar Werkendam. De Chr. Afgescheiden gemeente, sinds de vereniging van 1869 CHR. GEREFORMEERDE KERK en sinds die van 1892 GEREFORMEERDE KERK is na het vertrek van Ds. ' t Hart nog bediend door:

Ds. W. J. WIJENBERG van 1867-1871 (vertr . naar Waddinxveen)
Ds. B. DE JONG van 1873-1875 (naar Velp)
Ds. J. A. KLERCQ van 1876-1879 (naar Den Helder)
Ds. W. J. WIJENBERG (2e x) van 1881-1882 (naar Ouderkerk aan de Amstel)
Ds. J. VAN HENTEN van 1886-1889 (naar Schoonebeek)
Ds. A. ROORDA van 1893-1895 (naar Scharnegoutum)
Ds. C. GOOTE van 1895-1900 (naar Oud-Beijerland)
Ds. J. G. DAGEVOS van 1901-1910 (naar Oosterend-Texel)
Dr. S. GREYDANUS van 1911-1915 (-naar Paesens en Moddergat)
Ds. P. VAN HOVEN van 1916-1921.(naar Meliskerke)
Dr. H.W. VAN DER VAART SMIT van 1923-1929 (naar Zwijndrecht-Grote Lindt)
Ds. JOH. DE BOER van 1931-1947 (naar Amsterdam-Noord-Buiksloot)
Ds. J. FIRET van 1948-1953 (naar Rotterdam-Charlois)
Ds. A. G. BAAIJEN van 1955-1960 (naar Zuidland)
Ds. G. J. GRAFE van 1962-1967 (naar Meerkerk)
Ds. A. VAN VLIET sinds 5 okt. 1969 (gek. als kand.)
(In kombinatie met de Geref.Kerk te Klaaswaal)

Ds. W. J. WIJENBERG leeft in de herinnering der gemeente als "een geleerd man". En met reden; hij heeft de
" Institutie " van Calvijn uit het Latij vertaald in 1866. Een nieuwe vertaling zou pas in 1931 verschijnen van de hand van prof. Dr. A. Sizoo.

Dr. S. GREYDANUS diende na zijn vertrek de Geref. Kerk van Paesens en Moddergat tot 1917. Op 19 dec. 1917 aanvaardde hij het hoogleraarsambt aan de Theologische School te Kampen, dat hij vervulde tot zijn emeritaat op 21 jan. 1943. Per 1 aug. 1944 werd hij geschorst daar hij zich aan de kant der bezwaarden had gesteld. Na de Vrijmaking heeft hij tot zijn overlijden i n 1948 aan de Theologische Hogeschool-Broederweg gedoceerd.

Dr. J. FIRET diende na zijn vertrek de Geref. Kerk van Rotterdam-Charlois tot 1953. Na werkzaam te zijn geweest bij de Ned. Geref. Jeugdraad-werd hij i n 1963 wetenschappelijk medewerker aan de Vrije Universiteit te Amsterdam; sinds 1 april 1968 i s hij daar hoogleraar in de ambtelijke vakken.

Ds. JOH. DE BOER diende na zijn vertrek de Geref. Kerk van Amsterdam-NBuiksloot van 1947-1954 en die te Bierum van 1954-1964. Na zijn emeritaat dd. 1 jan. 1964 promoveerde hij i n 1968 op bijkans 69- jarige leeftijd nog tot doctor in de godgeleerdheid aan de Theologische Akademie uitgaande van de Johannes Calvijnstichting te Kampen op een proefschrift getiteld: De verzegeling met de Heilige Geest volgens de opvatting van de Nadere Reformatie (uitg . Bronder Offset, Rotterdam).

AART VAN SCHELVEN, geboortig van Piershil , was omstreeks 1845 scriba van de Chr. Afgescheiden gemeente te Zuid-Beijerland. Later keerde hij naar de Ned. Hervormde Kerk terug en trad i n 1854 i n dienst van de Belgische Chr. Zendingskerk als evangelist, later als predikant. In 1873 werd hij reizend predikant voor de Confessionele Vereniging in Zeeland en Noord - Brabant. I n 1886 ging hij met de Doleantie mee'. Hij overleed in 1900, oud 86 jaar. Hij had drie zonen, die allen Hervormd predikant werden en allen eveneens met de Doleantie meegingen en na 1892 de Geref'. Kerken dienden n l . Ds. B. van Schelven te Amsterdam, Ds. C.L.F. van Schelven te Oude- en Nieuwe Wetering en Ds. J.C. van Schelven te Dieren. Zijn kleinzoon Dr. A.A. van Schelven was van 1918-1945 hoogleraar aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. De Geref . Kerk telt thans 412 zielen (1970). Onder haar ressorteren leden te Goudswaard, Piershil en het gehucht Zuidzijde. Te Piershil werd nog een aantal jaren dienst gehouden i n een hulpkerkje.

Na 1945 zijn er gedurende enige jaren te Zuid-Beijerland nog vrije gereformeerde samenkomsten gehouden, waar voornamelijk Ds. B. HUISMAN, predikant van de Vrije Geref. Gemeente te Rotterdam-Kralingen (na 1946 te Rotterdam- Zuid) voorging. Op 21 maart 1953 werd er een GEREFORMEERDE GEMEENTE geïnstitueerd, welke sinds 1948 als afdeling van de gemeente te Klaaswaal samenkwam. Deze gemeente telt thans 115 zielen.

NIEUW-BEIJERLAND

Na de inpoldering van Nieuw-Beijerland omstreeks 1582, behoorden de toen gekomen bewoners kerkelijk onder Oud-Beijerland. In 1604 werd Nieuw-Beijerland zelfstandig; de eerste predikant was Ds. S. TIJKMAKER van 1605-1609. De Afscheidingsbeweging van 1834 heeft hier geen direkte gevolgen gehad. Wel waren er wat inwoners (vooral u i t het onder de gemeente behorende gehucht Zuidzijde) die de kerkdiensten van de Chr. Afgescheiden gemeente te Zuid-Beijerland bijwoonden. In de vijftiger jaren kwam Ds. L.G.C. LEDEBOER, als hervormd predikant van Benthuizen afgezet, zo nu en dan te Nieuw-Beijerland (en ook Oud-Beijerland) voor enige gezelschappen preken. Het gevolg was dat te Nieuw-Beijerland omstreeks 1862 door hem een GEREF. GEMEENTE werd geïnstitueerd, welke i n een woonhuis samenkwam. I n dat jaar beriep men in kombinatie met de "Ledeboeriaanse" gemeenten te Borssele, 's-Gravenpolder, Stavenisse en Stad a.h. Haringvliet de lerendouderling DANIËL BAKKER te 's-Gravenpolder, doch deze weigerde het beroep zeggende dat hij er nog geen roeping voor had. In 1864 ontstonden er controversen tussen de predikanten der Zeeuwse gemeenten, Ds. P. van Dijke te
Sint - Philipsland , en Bakker, die weer als gevolg hadden dat Ds. Van Dijke bedankte voor de gemeenten die destijds Bakker wilden beroepen. Na deze scheuring der "Ledeboeriaanse" gemeenten i n "Van Dijkianen" en "Bakkerianen" kreeg Bakker wel vrijmoedigheid het beroep van voornoemde gemeenten aan te nemen. Op 18 okt. 1865 werden hem de handen opgelegd door ouderlingen uit die gemeenten; uit Nieuw-Beijerland was. dit
K. van der Wel. Zo kwam de gemeente dan onder de herderlijke zorg van Ds. D. Bakker. In een werkje met verzamelde preken, brieven enz. van hem vertelt Ds. M. Ruben te Terneuzen een en ander over Nieuw-Beijerland en de grote groei van de Geref. Gemeente aldaar. Bij de feestviering ter gelegenheid van de 50-jarige onafhankelijkheidsherdenking in 1863 was het in Nieuw-Beijerland rumoerig toegegaan. Bakker, die er in die dagen eens preekte, profeteerde dat God een bezoeking zou geven, waardoor men vanwege Zijn oordelen onherkenbaar zou worden voor zijn naaste, evenals men zich nu door allerlei verkleding onherkenbaar had gemaakt. Het jaar 1866 bracht Nieuw-Beijerland vervolgens de verschrikkelijke plaag uit die dagen, de cholera, zodat inderdaad de aangetaste mensen onherkenbaar waren voor familie en huisgenoten. Ook Ds. Bakker was overgekomen om zijn kudde te vertroosten temidden der bezoekingen en trad elke avond op in een grote schuur. De toeloop was enorm; armen en rijken, die anders met deze samenkomsten de spot dreven, gingen naar de schuur, zodat er toen zelfs van een Ninevitische bekering gesproken werd. Ds. Bakker bleef net zo lang totdat ook hij in een lichte graad werd aangetast en naar 's-Gravenpolder moest terugkeren.

Op kerkelijk gebied kwam door deze gebeurtenissen een gehele omwenteling, zodat de Geref. Gemeente zich sterk uitbreidde en er moest worden overgegaan tot het bouwen van een kerk. Maar toen de cholera geweken was, waren er toch weer personen die hun spotternijen over Ds. Bakker niet konden nalaten. Als een staaltje hiervan een ingezonden stuk, dat meerdere couranten weigerden op te nemen, maar de liberale "Nieuwe Rotterdamse Courant" wel:

"Iedereen wordt opmerkzaam gemaakt, dat er a.s. zondag in het nevenkerkgebouw te Nieuw-Beijerland zal te zien zijn: . Een reuzen-papegaai van het Patimisch ras. Volgens de Opperstuurman van het schip "Apokalyptus" die dit dier op zijn laatste reis door de Sporaden gevangen heeft, zou het een echte afstammeling zijn in de rechte
linie van de papegaai, die bij het worden der Openbaringen op Patmos tegenwoordig was. Het belangwekkende beest zal spoedig verstaanbaar Hollands kunnen spreken en is i n zijn gebaren en afgebroken taal gemeenzaam met het Opperwezen, dat het ieders verbazing wekt en alle twijfel wegneemt omtrent zijn hoge afkomst."

Naar aanleiding hiervan hield Ds. Bakker enige tijd later te Nieuw-Beijerland een predikatie waarin hij opening had om deze zaak tot stichting en vertroosting der gemeente aan te wenden. Tot zover dan de mededelingen van
Ds. Ruben.

I n 1878 werd door de "Bakkeriaanse" gemeenten als tweede predikant beroepen Ds. WILLEM COENRAAD WÜST, die een zelfstandige Ned. Geref. Gemeente te Lodi New Jersey (USA) diende. Hij nam het beroep aan om zoals hij het uitdrukte "herder te zijn i n het achtergebleven schaapskooitje van Ds. Ledeboer, die nog ouderwets gereformeerd zijn en stijf en stug staan tegenover Beëlzebul". Als standplaats kreeg hij Nieuw-Beijerland waar Ds. Bakker hem op 23 febr. 1879 bevestigde. Volgens zijn levensherinneringen viel de gemeente hem zeer tegen. Men had de mond vol over Ds. Ledeboer, "maar er was geen knoop van Ledeboer te zien ". Men hing een soort noodlotsleer aan, zodat er 's zondags zelfs stallen werd uitgemest, eenden gejaagd enz. zelfs door kerkeraadsleden. Ds. Wüst verloochende zichzelf niet en trok daartegen met hevigheid te velde, zodat het
uiteindelijk tot een uitbarsting kwam op een kerkeraadsvergadering, waar ook Ds. Bakker aanwezig was. Ds. Wüst verklaarde dat hij zo niet verder kon werken en vatt e het plan op emeritaat aan te vragen; Ds. Bakker hield zich echter neutraal. Inmiddels kreeg Ds. Wüst een beroep van zijn oude gemeente te Lodi, dat hij aannam; op 3
april 1880 nam hij van zijn gemeente afscheid. Opgemerkt zij nog dat Ds, Wüst reeds in vroeger jaren in Nederland de Geref. Kerk o/h Kruis had gediend te Den Helder en Giessendam.

Na het overlijden van Ds. Bakker op 25 nov. 1885 waren zijn gemeenten dus zonder bediening. Enige gemeenten sloten zich toen aan bij de kerken der Doleantie, terwijl Nieuw-Beijerland en ook Borssele zich voegden bij de "Van Dijkiaanse" gemeenten, waar Ds. David Janse te Middelburg toen predikant van was. Toen deze tak der "Ledeboeriaanse" gemeenten zich in 1907 verenigde met de Geref. Gemeenten o/h Kruis tot Gereformeerde Gemeenten, waren er te Nieuw- Beijerland meerdere leden hiertegen; zij besloten Ds. L. BOONE te
Sint-Philipsland te volgen die zich eveneens onttrokken had. Zo ontstond er naast de Geref. Gemeente dan nog een OUD-GEREF. GEMEENTE die zich aansloot bij de groep gemeenten rond Ds. L. Boone.

In 1948 verenigde deze zich weer met de Federatie van Oud-Geref. Gemeenten (gevormd in 1922) tot het verband Oud-Geref. Gemeenten in Nederland en waarvan de gemeente te Nieuw-Beijerland sindsdien ook deel uitmaakt.
Ze telt thans plm. 500 zielen , waaronder inwoners uit Piershil en Goudswaard. Het zielental van
de Geref. Gemeente bedraagt plm. 400.

De GEREF. GEMEENTE i s na 1907 bediend door de volgende predikanten:
Ds. D. C. OVERDUIN van 1914-1915 (vertrokken naar Terneuzen)
Ds. A. MAKKENZE van 1917-1920 (werd emeritaat verleend)
Ds. A. VAN DIJKE van 1922-1924 (naar Paterson-Haledon Ave - USA)
Ds. D. C. OVERDUIN (2e x) van 1926-1927 (naar Giessendam)
Ds. A. VAN DIJKE (2e x) van 1928-1936 (overleden)

Ds. ADRIAAN VAN DIJKE was een zoon van Ds. Pieter van Dijke te Sint-Philipsland. Hij emigreerde naar Noord-Amerika en werd in 1913 als predikant van de Ned.Geref. Gemeente te Sioux Center-Iowa bevestigd. Tijdens een bezoek aan de Ver. Staten overleed hij op 16 aug. 1936, oud bijna 76 jaar, te Kalamazoo-Mich. Aldaar is hij ook begraven.

Een bekend ouderling van de Geref. Gemeente sinds de negentiger jaren was de kleermaker ADRIANUS ANTHONY VAN LIEBURG (1850-1930). Jarenlang was h ij scriba van de alg. vergadering der "Ledeboeriaanse" gemeenten. In 1907 volgde hij Ds. Boone en werd toen ouderling i n de Oud-Geref. Gemeente. In 1915 nam hij een benoeming aan als lerend-ouderling in de Geref. Gemeente te Rotterdam-Slachthuiskade. Deze vrije "Ledeboeriaanse" gemeente, gesticht door Ds. L, van der Velde, was sinds het vertrek van Ds. A. Potuyt vakant. Deze gemeente diende hij tot 1925. Tijdens zijn opvolger Ds. D. C. van Stempvoort (van 1926-1937) werd de naam veranderd i n Nederlands Geref. Gemeente; na nog bediend te zijn door lerend-ouderling Jan La Roy van 1937 tot 1939, werd zij in dat jaar opgeheven.

GOUDSWAARD

Te Goudswaard werd op 13 juli 1937 een GEREF. GEMEENTE geïnstitueerd, die thans plm. 400 zielen telt.
In 1962 traden wat kerkeraadsleden en leden uit en vormen sindsdien een GEREF. GEMEENTE (buiten synodaal verband); zij telt thans 50 zielen.

' s -GRAVENDEEL
 
Aanvullingen op het artikel in no. 3 / 7e jg. De predikant van de Geref. Kerk, Dr. M. J. ARNTZEN, heeft op 17 jan. 1971 zijn ambt neergelegd, daar hij "om des gewetens wille " niet langer het ambt van predikant in de Geref. Kerken meende te kunnen vervullen, vooral na de besluiten van de synode te Sneek i n november 1970 (namelijk die inzake de opvattingen van prof. dr. H. M. Kuitert).

De Geref. Gemeente (buiten synodaal verband), een a fdeling van Alblasserdam, werd op 11 febr. 1971 als een zelfstandige gemeente geïnstitueerd.


Literatuur:

* De Gereformeerde Kerk van Zuid-Beijerland 1836-1936 door Joh. de Boer, gereformeerd predikant. (Uitgave van de kerkeraad).
* Een predicatie over Jeremia 31 : 11 benevens enige verhandelingen, brieven en voorvallen in het leven van den eerw. leeraar Ds. D. Bakker, verzameld en met eene voorrede door G. Van der Garde, geref. leeraar te Opheusden. (Rotterdam-1918).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 december 1971

Kerkhistorische Kroniek | 12 Pagina's

DE AFSCHEIDING IN DE HOEKSE WAARD (II) BEIJERLAND

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 december 1971

Kerkhistorische Kroniek | 12 Pagina's