Hervormd Groot-Ammers: ‘Gaarne begeerde ik hun voetspoor te volgen.’
J.P. Neven
De hervormde gemeente Groot-Ammers was de laatste gemeente die ds. W.L. Tukker voor zijn emeritaat diende. Bij zijn afscKeid, op 20 september I974> noemde Kij Groot-Ammers 'een van ouds goed gesitueerde gemeente'. Het was de enige gemeente waar hij de Nederlandse Geloofsbelijdenis bepreekte, want 'de gemeente kon dat dragen'. Er was een gegronde kennis van de Schrift: hij trof bij veel leden een 'stille onderlegdheid in de waarheid' aan en 'belezenheid in de geschriften der vaderen’.
Ds. Tukker stond in een lange rij van predikanten, die de hervormde gemeente dienden. Over hen merkte hij op: 'Godvruchtige leraars hadden de gemeente gediend. Gaarne begeerde ik hun voetspoor te volgen. Daar waren mensen bij geweest, die als profeten gestaan hadden onder het volk. God deed komen wat zij zeiden, hun woorden liet de Heere niet ter aarde vallen'. Dit artikel biedt een overzicht van de predikanten die Groot-Ammers in vroeger tijden gediend hebben en geeft een beeld van het kerkgebouw, zoals dat er voor de tweede wereldoorlog uitzag.
De ranke kerktoren dateert uit het begin uit de zestiende eeuw. Hij is opgetrokken uit natuur-en baksteen. In 1857 werd het oude kerkgebouw afgebroken; het verkeerde in zeer slechte staat. De nieuwe kerk was na verloop van tijd te klein voor de schare kerkgangers, in 1892 werd het gebouw aan de noord-en zuidzijde uitgebreid met twee zijvleugels. Deze uitbreiding leverde 125 zitplaatsen op.
De oude pastorie lag aan het einde van de verlaging van de Kerkstraat. Het woonhuis - links met de trap - dateert uit l825' ^^^ werd opgetrokken uit ijsselsteentjes. Het huis heeft als predikantswoning ruim een eeuw dienst gedaan. Toen ds. an Philipp Ott (1807-1894) er woonde, hij was predikant te Groot-Ammers van 1835 tot 1891, herbergde de pastorie een omvangrijke bibliotheek, bestaande uit tal van werken op het gebied van de Hebreeuwse taal, de studie die zijn voorliefde had. Na het overlijden van ds. Ott werd het grootste deel van de boekerij met kruiwagens naar een schip gebracht. In Leiden kwam het bij een neef: prof. dr. J.J. Hartman, hoogleraar Latijn en Romeinse antiquiteiten. Een onderdeel ging bij testamentaire beschikking naar drie theologiestudenten uit zijn gemeente: A. Dekker, A.M. den Oudsten en B. van der Wal.
Ds. Ott was een gematigd man, die wars was van partijschappen. Bij kerkelijke richtingen (modernen en orthodoxen) wenste hij niet in-
gedeeld te worden. Ds. Ott was een vooraanstaand predikant in de Ned. Herv. Kerk: In 1851 werd hij lid van het Provinciaal Kerkbestuur Zuid-Holland en in 1854 synodelid.
Ds. Tukker heeft, toen hij zijn afscheidswoorden uitsprak, wel zeker gedoeld op ds. Cornelis Bouthoorn (1849-1935). Deze predikantwerd op 29 rnei 1892 door ds. P. Deetman uit Amsterdam te Groot-Ammers bevestigd. Ds. Bouthoorn preekte zijn intrede uit Openbaring 14:6 en 7-Hij werd de opvolger van de reeds genoemde ds. J.P. Ott. Al bij zijn intrede merkte de nieuwe predikant op 'dat hij niets anders wenste te prediken dan Jezus Christus en Dien gekruisigd, opdat God op het hoogst verheerlijkt en de zondaar op het diepst vernederd mocht worden'. Ds. Bouthoorn ijverde voor de afschaffing van de kermis. Hij geloofde dat de kermis in 1892 niet zou doorgaan, hoewel de gemeenteraad weigerde in te gaan op een verzoek van de kerkenraad de kermis af te gelasten. Er brak toen een cholera-epidemie uit, de kermis werd inderdaad dat jaar niet gehouden. Een jaar later volgde definitieve afschaffing.
In deze jaren gingen de herbergen op zondag dicht, er kwam immers toch bijna niemand meer. Mensen die dit niet konden verkroppen. organiseerden op tweede pinksterdag een boottocht op de Lek om zo toch noch enig vertier te krijgen. Ds. Bouthoorn waarschuwde op eerste pinksterdag tegen de boottocht en zei vanaf de kansel: 'Ze willen gaan varen, maar ze varen niet'. De volgende dag was er een enorme noordwesterstorm: de lekboot voer niet. Ds. Bouthoorn preekte die dag over een andere wind, de wind des Geestes.
Hij preekte op zondag 18 april 1897 afscheid met 2 Korinthe IS^H^ omdat hij een beroep naar Ede had aangenomen.
Nog voor het afscheid van ds. Bouthoorn bracht de kerkenraad een toezegging van beroep uit op ds. Evert-Jan Homoet (1850-1905), predikant te Staphorst.
Twee kerkenraadsleden gingen hem 'horen' en gaven verslag van hun bevindingen: 'Ze deelden hunne ervaringen mede en dat ze des morgens Ds. Homoet hadden gehoord in de vacature te Hasselt, waar zij naartoe waren gereden en
alwaar zij hem hoorden prediken over I Thessalonicensen 5:4"8. Met veel genoegen hadden zij Zijn Weleerw. aldaar gehoord en mochten in het voorrecht deelen, dat zij niet weinig hadden opgevangen. Van Hasselt teruggekeerd hadden zij hem des namiddags bezocht in de pastorie en waren door hem beleefd ontvangen. Des avonds sprak hij in zijne eigene gemeente en toen hoorden zij hem de 4f& ' zondagsafdeeling behandelen. Ook deze verklaring van den Heidelb. Catechismus hadden zij met stichting en genoegen niet alleen aangehoord, maar ook zijne verdeeling aangeteekend.’
Op 26 november preekte ds. Homoet op beroep. Over die dag schreef ds. Bouthoorn in het notulenboek: Velen voelden zich tot hem aangetrokken, en gaven na afloop der prediking persoonlijk hunne begeerte te kennen, dat zij hem als hunne herder en leraar verlangden en verzochten hem tot de gemeente over te komen'. Dit gebeurde. Ds. Homoet kwam naar Groot-Ammers en werd door ds. Bouthoorn op 30 rnei 1897 bevestigd. Lang duurde zijn verblijf in Groot-Ammers niet. Na zeventien maanden vertrok hij naar Ouderkerk aan den IJssel. Hij nam op 23 oktober 1898 afscheid en preekte daarbij uit I Kronieken 16:15. ^^ kerkenraad zag terug op een goede samenwerking, een halfjaar later werd ds. Homoet in zijn eigen vacature weer beroepen.
De gemeente beriep veertien maal vergeefs. Het vijftiende was op kandidaat Willem Bieshaar (1874-1943) die dit aannam. Op 16 september 1900 werd hij door ds. B. van der Wal uit Waddinxveen bevestigd. Hij preekte zijn intrede met 2 Thessalonicensen 3: Ia.
De jonge predikant werd door zijn kerkenraad het eerste jaar ontzien: zijn zwager W. van Leeuwen te Rotterdam gaf catechisatie aan de jongste kinderen, de winteravonddiensten werden geleid door predikanten van elders.
Ds. Bieshaar moest op II juni 1902 zijn jonggestorven diaken A. Baardman begraven. In het notulenboek tekende ds. Bieshaar de woorden op van de aanwezige ds. Homoet, die op het graf een woord ter nagedachtenis sprak: 'Hij was een Hananja, een man van getrouwigheid, en Godvruchtig boven velen.’
Ds. Bieshaar nam op 19 april 1903 afscheid van de gemeente wegens vertrek naar Zetten. Hij nam in later jaren een vooraanstaande plaats in bij de Hervormd-Gereformeerden: hij werd in 1924 zendingsdirector van de Gereformeerde Zendingsbond, wat hij zou blijven tot zijn overlijden in I943.
Het eerste orgel werd in 1903 gebouwd door de fabrikant H.F.G. Leichel te Lochum. Op 3 december vond de ingebruikname plaats, waarbij ds. Bieshaar sprak naar aanleiding van 2 Koningen 3: l5-Op 21 november 1915 woedde er brand in de kerk, waardoor het orgel zwaar beschadigd werd. Orgelmaker A. Standaart te Rotterdam herstelde het orgel en de gemeente nam het op 27 juli I9I6
weer in gebruik. Het instrument heeft dienst gedaan tot de verbouwing van de kerk in l^Jl. Toen werd de kerk opnieuw gemeubileerd. Ook werd een nieuwe kansel geplaatst.
In de vacature ds. Bieshaar werd met algemene stemmen oud-predikant Evert-Jan Homoet te Oosterwolde beroepen. Dit beroep werd door hem aangenomen. Ds. Bieshaar bevestigde hem op 28 juni 1903. Ds. Homoet preekte bij zijn intrede uit Numeri 22:38b.
De kerkenraad kreeg een verzoek om tot oprichting van een christelijke school te komen, omdat het onderwijs volgens de aanvragers niet was 'naar den Woorde Gods'. De kerkenraad hield dit verzoek aan, zij stelde voorwaarden aan het vormen van een schoolbestuur. Onder andere moest er een duidelijke omschrijving komen van de grondslag. Wegens een conflict tussen de predikant en enkele aanvragers werd er vooralsnog geen school opgericht.
Ook de tweede periode van ds. Homoet duurde niet lang: hij overleed op 8 augustus 1905 ^^ werd op de algemene begraafplaats te Groot-Ammers begraven.
Al snel werd de vacature vervuld doordat Johannes de Bruin (l875" 1944) > predikant te Bleskensgraaf, een toezegging van beroep aannam. Ds. De Bruin werd op 6 april 1906 door ds. B. Batelaan bevestigd. De intredepreek had als tekst: Exodus 3 vers II en I2a.
Op een herhaald verzoek van lidmaten om tot oprichting van een christelijke school te komen zei ds. De Bruin 'dat het Gods geopenbaarden wil is, dat onze kinderen in
de vreeze des Heeren moeten onderwezen worden'. Men besloot een christelijke school op te richten, nadat een verzoek aan de gemeenteraad om van de openbare school een christelijke te maken werd afgewezen. Ds. De Bruin werd voorzitter van het bestuur. Hij diende de gemeente drie jaar. Toen nam hij een beroep aan naar Veenendaal. Hij preekte op g mei 1909 afscheid uit KoUossensen 2:6 en 7-Uit zijn Groot-Ammerse tijd zijn enkele preken gepubliceerd in de serie Tot de Wet en tot de Getuigenis.
In de ontstane vacature werden de predikanten J.P. Paauwe, D.Th. Keek en C.B. Holland beroepen: ij bedankten echter. Wijbe Zijlstra (1855-1938), predikant te Bruchem-Kerkwijk nam het op hem uitgebrachte beroep wel aan. Hij werd door ds. P. Kuylman te Oosterwolde op 7 november 1909 bevestigd. Zijn intreetekst was Psalm 51:14b en I5.
Ds. Zijlstra verbleef ruim zeven jaar te Groot-Ammers. Op 25 februari 1917 nam hij afscheid wegens vertrek naar Eemnes-Buiten. Hij preekte die dag uit 2 Korinthe 3:13. Ookvanhenn zijn enkele preken die hij in Groot-Ammers hield, gepubliceerd in de serie Tot de Wet en tot de Getuigenis. Uit deze nalatenschap blijkt dat ds. Zijlstra een ernstig prediker was, die onderscheidenlijk preekte. Daarbij trachtte hij de hoorders alle gronden in zichzelf te ontnemen en te wijzen op het noodzakelijke werk van de Heilige Geest. Toen hij zijn veertigjarig ambtsju bileum herdacht, keek hij terug op een goede tijd in Groot-Ammers: Ook daar was ik met genoegen werkzaam. Dat ik daar nog vrienden mag hebben is mij dezer dagen nog gebleken, waar men dit door stoffelijke blijken bewees; hetgeen ik niet weinig waardeer. Ik mag hoop hebben dat de eeuwigheid zal tonen dat ook daar mijn arbeid niet ten enenmale tevergeefs was.’
Kandidaat Hendrik Jan van Schuppen (1883-I969) uit Veenendaal werd op 27 juli I918 door studiegenoot en tevens consulent ds. D.J. van de Graaf te Nieuwpoort bevestigd. In zijn studententijd was hij twee jaar preses van de Gereformeerde TTieologen Studentenvereniging 'Voetius' te Utrecht. Van Schuppen was een leerling
van prof. dr. Hugo Visscher.
Op voorstel van de nieuwe predikant besloot de kerkenraad 'censuur toe te passen op het zedelijk leven', wat inhield dat ouderparen bij zogenaamde gedwongen huwelijken schuldbelijdenis moesten afleggen voor de kerkenraad. Doopouders met een onregelmatige kerkgang werden vermaand om de diensten niet meer te verzuimen.
In 1920 gaf ds. Van Schuppen een prekenbundel uit onder de titel De geopende fontein. Prof. dr. J.A.C, van Leeuwen schreef hem dat zijn bundeltje van preken niet vrij was van piëtisme. In de jaren na Groot-Ammers veranderden Van Schuppen's opvattingen zo, dat hij oordeelde dat zijn eerste prekenbundel 'de toets van het reformatorisch beginsel niet kon doorstaan'. In het voorwoord van een nieuwe bundel preken schreef hij dat wie 'het bundeltje van toen en nu naast elkander legt zal het grote verschil zien, een verschil als van leugen en waarheid’.
Ds. Van Schuppen nam afscheid van Groot-Ammers op 12 september 1926, en vertrok naar Oudewater. In zijn daaropvolgende gemeente Lunteren bedankte hij in 1935 voor het lidmaatschap van de Gereformeerde Bond.
In maart I929 v^^erd besloten om een nieuwe pastorie te bouwen, ruim een jaar later vond de aanbesteding plaats. Gekozen werd voor architect W. van Hoogevest te Amersfoort. Gemeentelid aannemer A. de Kovel bouwde in het jaar 1931 de pastorie, gelegen aan de Wilhelminastraat, die nog steeds als zodanig in gebruik is.
Na het vertek van ds. Van Schuppen was Groot-Ammers enige jaren vacant. Er werd drie jaar niet beroepen, omdat de kerkenraad de aanslag voor de raad van beheer niet wilde betalen. Om toch een voorganger te krijgen werd de heer Van Leeuwen, godsdienstonderwijzer te Dordrecht, benoemd. Van Leeuwen bedankte. Uiteindelijk werd op een ledenvergadering besloten om de aanslag toch te betalen, zodat het beroepingswerk doorgang kon vinden. Het negende beroep in de vacature Van Schuppen werd uitgebracht op Jan van Amstel (1885-1980), predikant te Putten. Consulent ds. E. Schimmel te Ameide verbond hem op lO mei 1930 aan de gemeente. Ds. Van
Amstel preekte bij zijn intrede uit Lucas 8: I8.
Ds. Van Amstel was in zijn jeugdjaren te Huizen door de Heere gegrepen onder een bevestigingspreek van lidmaten: 'Strijd den goeden strijd des geloofs. " Over hem werd geschreven dat hij menigmaal mocht gewagen Van de wondervolle leiding Gods in de jaren van zijn studie en predikantschap. Hij mocht getuigen van de krachtige daden des Heeren ook in zijn eigen leven. Door Woord en Geest werd hij de jaren door meer en meer ingeleid in eigen zonde en verdorvenheid, maar ook in de volbrachte arbeid van de Heere Jezus Christus, in Wiens bloed hij zich door loutere genade verzoend mocht weten’.
Groot-Ammers was zijn derde gemeente. Hij stond er nog geen twee jaar. Op l6 april 1933 nam hij afscheid wegens vertrek naar Voorthuizen.
Na het vertrek van ds. Van Amstel beriep de gemeente ds. Hendrik Huibertus van Ameide (1881-1948), predikant te Ouddorp. Hij nam het aan en werd door ds. B. van Ginkel te Nieuwpoort op 16 september 1933 bevestigd. Hij preekte die dag zijn intrede uit Ezechiël 3:17. Groot-Ammers werd de elfde gemeente van Ds. Van Ameide, die op een uitzondering na om de twee of drie jaar van gemeente veranderde. In de gemeente Hoogeveen, die hij slechts zes maanden diende, bleef een aantal verhuisdozen ongeopend staan. Ook in Groot-Ammers bleef hij niet lang: n oktober 1935 nam hij een beroep naar Elburg aan. Op 27 januari 1936 nam hij afscheid met I Timótheüs 6:2lb. Deze gemeente diende hij zes jaar. Toen vroeg hij om gezondheidsredenen emeritaat aan. Na het vertrek van ds. Van Ameide moesten 23 beroepen uitgebracht worden voordat de gemeente in 1939 6cn nieuwe predikant kreeg in de persoon van A. Barendrecht.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 juni 2000
Oude Paden | 52 Pagina's