Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Bonaventura

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Bonaventura

15 minuten leestijd

Tot de belangrijkste theologen van de Middeleeuwse kerk heeft Bonaventura behoord. In oudere theologische of kerkhistorische boeken wordt zijn naam nog wel eens genoemd. Toch lijkt het er op dat men hem nu bijna vergeten is. Dat geldt voor zowel rome als de reformatie. Door middel van deze bijdrage voor RN. wil ik een eenvoudige levensschets geven, alsmede zijn betekenis verduidelijken. Wie was Bonaventura en wat heeft hij beoogd? 1

Zijn jeugd
De eigenlijke naam van Bonaventura was Giovanni Fidanza. Zijn vader luisterde naar dezelfde naam. De moeder van Giovanni (in onze taal: Johannes) was Maria di Ritello. Bonaventura is te Bagnoregio in "Italië" geboren, naar alle waarschijnlijkheid gebeurde dat in het jaar 1217. Johannes Fidanza senior was arts. Het geboortehuis zelf is inmiddels verdwenen. De "civita de Bagnoregio" ligt niet zo ver van het meer van Bolsena in Alto-Lazio, een streek die in de Middeleeuwen behoorde tot de - toen aanzienlijk grotere - kerkelijke staat, waarvan de ten tijde van Johannes' geboorte regerende paus Honorius III zélf het staatshoofd was. Over zijn jeugd weten wij helaas weinig. Naar eigen zeggen is Bonaventura in zijn kinderjaren van een erg gevaarlijke kwaal genezen door niemand minder dan Franciscus van Assisi (1182-1226). Tussen 1219 en 1222 kwam deze Franciscus, die eigenlijk Giovanni Bernadone heette, in Bagnoregio om zijn boetepreken te houden en op te roepen tot eenvoud en naastenliefde. Naar verluid heeft de bekende stichter der minderbroeders er tevens een kloostergemeenschap gesticht. Tot Franciscus' aanhang in Bagnoregio, na de wonderbaarlijke genezing van hun zoontje, behoorden naar men kan vermoeden ook Johannes Fidanza en zijn vrouw Maria.

Vanaf dat ogenblik kón het eigenlijk niet anders of de jonge Johannes zou op zijn verdere levensweg de voetsporen drukken van de heilige Franciscus. Op diens gebed had God hem immers het leven teruggeschonken? Men mocht van Johannes verwachten dat hij zou kiezen voor een levensloop als die van Franciscus. Mogelijk werd hij spoedig in de kloostergemeenschap opgenomen en bracht Johannes Fidanza daar zijn overige jeugdjaren door. Het gebouw lag aan de weg tussen Bagnoregio en het dorp Rota. De zogenaamde Bonaventura-grot herinnert aan dit klooster, dat door zowel aardbevingen als landverschuivingen verwoest is. De grot is uitgehouwen op de oostelijke rand van het "Belvédère". Daar heeft men een fraai uitzicht op een zeer oud stadje, dat gebouwd werd op een hoog plateau van tufsteen. Het vormt in feite de oudste woonkern van Bagnoregio. Aangezien de tufsteen geleidelijk afbrokkelt, duidt men het stadje al eeuwenlang aan als "de stervende stad"! Bonaventura gebruikte die naam reeds. De streek heeft een aangenaam klimaat en is tamelijk welvarend door de productie van voortreffelijke kaas en olijfolie. Het toerisme vormt een minder belangrijke inkomstenbron, hoewel de regio erg schilderachtig genoemd kan worden.

Aan Bonaventura herinnert hier weinig meer. De geestelijkheid van Bagnoregio meent nog een rehkwie te bezitten van de ooit zo beroemde stadgenoot. In de kathedraal bewaart men namelijk de kostbare, zilveren reliekschrijn, gevormd als een zegenende arm, met de stoffelijke resten van de rechterarm, althans naar beweerd wordt. Fraaier acht ik een perkamenten Bijbel uit de 12e eeuw, voorzien van schitterende miniaturen. Deze zou ooit het bezit van Bonaventura geweest zijn. Verder verfraait een bronzen standbeeld van de geleerde monnik een stil stadsplein en draagt een vervallen schoolgebouw zijn naam. Koestert het personeel nog de wens dat onder de komende generatie zich een nieuwe Johannes Fidanza bevinden zal?

Zijn opleiding en positie
Nadat Johannes Fidanza de voorbereidende studie in Bagnoregio had afgesloten, vertrok hij om verder te kunnen studeren naar Parijs. Wij weten niet waarom de beroemde academies dichterbij daarvoor niet in aanmerking kwamen. Ook naast de universiteit van Bologna hadden franciscaners immers een klooster gesticht? Vanuit zijn zonnige geboorteland reisde Fidanza junior naar de koelere, noordelijk gelegen streken. Na de lange, vermoeiende reis langs velden en door bossen, over heuvels, de gevaarvolle Alpen en via steden waar interessante bibliotheken uitnodigden tot een langdurig bezoek, kwam Johannes in 1236 uiteindelijk in de stad aan de Seine aan. De "alma mater" wachtte...

Aan de Sorbonne, de Parijse universiteit, bekwaamde Johannes Fidanza zich met name in de rechten, maar ook andere takken van wetenschap boeiden hem. In 1242 ontving hij de doctorsbul. Zijn volgende uitdaging vormde de theologische wetenschap. Hij trad daartoe ook in in een franciscaner klooster. In die tijd ontstond de gewoonte hem Bonaventura te noemen; dat was zijn naam als kloosterling. Onder deze naam, die zoveel als "een goed lot" of "een goede toekomst" betekent, verwierf hij een grote bekendheid. Tijdens zijn studie waren de franciscaner minderbroeders Alexander van Hales en Jean de la Rochelle zijn leermeesters. Volgens O.J. de Jong sloot Bonaventura zich als theoloog vooral aan bij het werk van Augustinus en Anselmus.2 In 1253 werd Bonaventura magister in de theologie. Samen met zijn vriend, de bekende dominicaan Thomas van Aquino, kreeg hij in 1257 de aanstelling tot regent van de universiteit. In Parijs verdedigde Bonaventura de bedelorden en schreef hij ook diverse theologische werken, zoals Meditationes vitae Christi, (Overwegingen over Christus' leven) en zijn Speculum Mariae virgines (Spiegel van de maagd Maria). Eveneens stelde hij het leven van de door hem zo beminde Franciscus van Assisi te boek in een grotere en een kleinere versie: Legenda maior et minor S. Francisci. Tijdens een reis door zijn geboorteland verbleef Johannes Fidanza in de kluizenarij te Greccio, waar hij met de ook nog enigszins bekende Bernardinus van Siena woonde, en een klooster in La Verna, om zijn Reisboek van de ziel naar God te beschrijven. 3)

Evenals Franciscus had Bonaventura een grote liefde voor Gods schepping, die volgens hem geheel door Gods liefde doordrenkt wordt. Hij "bestudeerde" God in de schepping, in de Bijbel en in het leven van Franciscus. Niet met het doel toe te nemen in kennis, doch wel in liefde voor God. Dat het aardrijk om wille van de zonde der mensheid vervloekt is, merkt men in de boeken van hem echter niet in de diepste betekenis op...

Generaal en diplomaat
In 1257 koos men Fidanza tot generaal van de franciscaners en dat was allerminst een eretitel. De orde werd toen gekenmerkt door een slechte moraal en een organisatorische crisis. Door zware arbeid en met veel takt wist hij de problemen echter te overwinnen, waardoor men hem "de tweede stichter van de orde" heeft genoemd. Zeventien jaar heeft Fidanza zijn zware functie vervuld. Ondanks dat bleef de "generaal der franciscanen" ook gewoon preken en verzorgde hij het theologisch onderwijs aan de Sorbonne. Bovendien riepen pausen en vorsten zijn hulp in. De paus zond Fidanza bijvoorbeeldnaar het Engelse hof om een conflict te beëindigen tussen Rome en de koning van Engeland. Van 1268 tot 1271 verbleef hij in Viterbo, op niet al te grote afstand van zijn geboorteplaats. Zal hij bij die gelegenheid zijn ouders of andere famiheleden en vroegere vrienden een bezoek hebben kunnen brengen? Wij verkeren in het ongewisse... In Viterbo werd één van de langdurigste vergaderingen voor een pauskeuze uit de kerkgeschiedenis gehouden, want de kardinalen konden het, na de dood van Clemens IV, maar niet eens worden over de keuze van een nieuwe paus. Voor de bevolking van deze stad is de aanwezigheid van zoveel kardinalen, ieder met zijn gevolg, op den duur een bezoeking geworden. Van Bonaventura is bekend dat hij tenslotte vertwijfeld uitriep: "Men zou het dak moeten verwijderen, om de Heilige Geest binnen te laten komen, opdat Die het kardinaalscollege zou kunnen inspireren 4) Dit vatten de inwoners van Viterbo echter letterlijk op: ze hebben metterdaad het dak van de vergaderzaal verwijderd, zodat alle kardinalen van het gure weer te lijden kregen! Ook sloten zij de deur van buiten af. De kardinalen zaten gevangen en kregen slechts water en brood. Zo ontstond het eerste "conclaaf" in de geschiedenis van de romana! Spoedig kwam men er (daardoor?) toch nog uit. Gregorius X werd tot paus gekozen. Deze doorzag goed door welke problemen de kerk in die tijd werd geteisterd en belastte Johannes Fidanza met de organisatie van een groot oecumenisch concilie, dat in de Franse stad Lyon vergaderen zou. Natuurlijk kon het niet uitblijven: op 11 november 1273 werd Bonaventura bisschop'van Albano en kardinaal. Maar toen de twee pauselijke gezanten die hem van het besluit in kennis kwamen stellen de onderscheidingstekenen uitreiken wilden en de wijding dachten te laten plaatsvinden, vroeg hij hen even te wachten tot hij met zijn afwasbeurt klaar was; de geleerde professor in de theologie was namelijk net aan de beurt om in zijn klooster keukendienst te verrichten. Hij hing ondertussen de purperen mantel en de kardinaalshoed maar eventjes in een boom...

Het concilie van Lyon (1274)
In 1274 reisde kardinaal Bonaventura dus af naar de stad Lyon, waar de paus een concilie had samengeroepen. Het voornaamste doel was het bewerkstelligen van een einde aan de scheiding tussen de kerk van Rome en de Oosters-Orthodoxe Kerk, die al sinds 1054 bestond. Maar ook moest er een oplossing komen voor de crisis in de kerk, die werd geteisterd door corruptie en rivaliteit onder de bisschoppen uit de verschillende landen. Verder wilde paus Gregorius X een kruistocht ondernemen naar het Heilige Land. Voordat de concilieleden, zonder enig succes van betekenis te hebben geboekt, echter weer naar hun bisdom terugreisden, is Bonaventura van uitputting overleden, hoewel ook ging het gerucht dat hij vergiftigd werd, aangezien zijn voorstellen om de kerk te reformeren té extreem waren. Helaas moeten wij constateren dat het een reformatie ten aanzien van de organisatie van de kerk betrof. In hem mogen wij beslist geen voorloper van Luther of Calvijn voor wat betreft de léér zien... Bij zijn begrafenis in de kerk van de franciscaners in Lyon was ook de paus aanwezig

Hoewel Bonaventura een vooraanstaand theoloog was en van grote betekenis voor de organisatie van de kerk, bleef hij maar een bescheiden man, met een mystieke levenswijze. In 1482 werd hij door paus Sixtus IV op plechtige wijze heilig verklaard. Zijn feestdag is de 15e juli. De kerk van de franciscaner broeders in Bagnoregio - deze werd later tot kathedraal verheven - had als eerste een "Bonaventura-altaar", waarin sinds 1491 het al genoemde bot van zijn arm als relikwie wordt bewaard. In 1643 is Bonaventura bovendien tot schutspatroon van de stad erkend. Ook benoemde paus Sixtus V Bonaventura in 1588 officieel tot één van haar kerkleraren, als "doctor seraphicus", "serafijns leraar".

Zijn theologische gedachten
Bonaventura was één der belangrijkste vertegenwoordigers van de scholastiek uit de tijd van haar bloei. Zijn belangrijkste publicatie was een commentaar op de vier boeken Sententiae van Petrus Lombardus. Van 1253 tot 1257 werkte hij hieraan. Hierin stelt Bonaventura dat de mensheid alle kennis verkrijgt door diverse eeuwige principes, die uiteindelijk door God verstrekt worden. Bespiegeling is volgens hem geen theorie, maar léven. Het denken is een werk van vroomheid. Ook meent hij dat alle kennis van Christus komt. Die te zien is als het goddelijke Licht. Wijsbegeerte, die onafhankelijk is van het godsdienstig leven, is naar zijn mening onmogelijk. Kennis dient gepaard te gaan met het geloof. De natuurlijke rede moet verlicht worden door Gods woord en zal met de geloofskennis samenkomen in één hogere wijsheid. Bonaventura is zelf door de Griek Aristoteles beïnvloed, maar kende, evenals Augustinus, het spanningsveld om het geloof van alle wijsgerige kennis te scheiden. Eén van zijn belangrijkste stellingen luidde dat wetenschap alleen dan enige betekenis heeft wanneer zij de mens beter maakt, hem tot de hefde leidt en met God verenigt. In Christus zien wij het eeuwige hcht dat zich weerkaatst in de schepping en dat door de goddelijke werking van de genade van de openbaring vooral uitgestort wordt in de structuur van de menselijke geest, in wie dan het beeld van God is te vinden. Ten slotte kan de mens boven zichzelf uitstijgen en kan hij in de "excessus mentis", de suprarationele extase die alle geschapenheid achter zich laat om met God te verkeren, opziend naar het goddelijke licht dat Christus is.

Bonaventura beklemtoont de leer van de drie wegen. Die werd klassiek in de ascetische en de mystieke literatuur. Hij ziet de weg van de zuivering, de weg van de verlichting en de weg van vereniging.5 Op de eerste dient de christen zich eerst te bezinnen op de door hem begane zonden, om het geweten gevoelig te maken en de onvermijdelijke dood als realiteit voor zich te zien. Het lijden van Christus en de komende oordeelsdag dient men te overdenken. Dat behoort te leiden tot het goede en de nalatigheid moet in ijver veranderd worden. De hartstocht zal men moeten beheersen. Op deze verlichtingsweg zal de christen Gods barmhartigheid in het vergeven van de zonde leren kennen, alsmede Gods goedheid in het geven van de genade om niet meer te zondigen en het vertrouwen dat een mens moet hebben op de verdienste van Christus. Hij volgt Hem na in Zijn lijden en deugden. De derde weg is die der vereniging. Hierin oefent een mens zich in de losmaking van alle schepselen en gaat hij de liefde "brandend" maken door de beschouwing van de schoonheid van zijn hemelse Bruidegom. Dit moet leiden tot een mystieke vereniging met God, die ver boven onze zinnen, de verbeelding en ook ons verstand zal uitstijgen. Bonaventura ruimt reeds op aarde een plaats in voor de mystieke vereniging met God en zo men kan de mysticus uit Bagnoregio indelen bij bijvoorbeeld de bekende Bernardus van Clairvaux. Hij kan gezien worden als één der voornaamste theoretici van het middeleeuwse christendom. Zelf trachtte Bonaventura erg vroom te leven. Urenlang kon hij in overdenking en aanbidding voor het beeld van de gekruisigde Christus doorbrengen. O.J. de Jong merkt op dat Bonaventura ook een kruishymne schreef^ 6'

Het zal duidelijk zijn dat de leer der drie wegen ten diepste strijdt met de drie sola's van de reformatie, want de mens kan blijkbaar zelf heel veel bereiken in eigen kracht! En wat een grote "macht" kent Bonaventura aan een priester toe, blijkens het dit citaat over het lijden van Christus uit zijn Boom des levens: "Aanschouw dan. Heer, heilige Vader, uit Uw heiligdom en vanaf de hoogte van Uw hemelse woning, aanschouw het gelaat van Uw Gezalfde. Zie naar deze hoogheilige offerande, die onze hogepriester U opdraagt voor de uitboeting van onze zonden, en wees verzoend over de boosheid van uw volk. Beschouw ook, gij, vrijgevochten mens, de uitstekendheid en de grootheid van Hem, Die voor u aan het kruis gehangen is. Hem, Wiens dood de doden levend maakt. Wiens overlijden beweend wordt door de hemel, door de aarde en door harde rotsen, die splijten als bewogen door medelijden. O menselijk hart, gij zult harder zijn dan de steen, wanneer gij bij het beschouwen van zulk een slachtoffer niet geschokt wordt door ontzefting, bewogen door medelijden, verward van berouw, vertederd door liefde". Een uitspraak van deze mysticus is dat wie Hem niet liefheeft, slaaf blijft. Maarten Luther bestudeerde volgens drs. K. Exalto tijdens de periode van worstehng om een genadig God te vinden, werk van Bonaventura, doch tevergeefs. Exalto noemt verder Jodocus van Lodenstein, één der bekendste vertegenwoordigers van de Nadere Reformatie, als voorbeeld van protestanten die aspecten van de mystiek van Bernardus en Bonaventura waardeerden.^ Dr. A. de Reuver wijst erop dat Gisbertus Voetius diverse mystici, zoals Ruusbroek, Thomas ä Kempis en Bonaventura, opsomt en opmerkt: "Van welke Roomsche schrijvers, doch met rijp oordeel, wel eenige punten kunnen worden overgenomen 8) Opmerkelijk is dat Bonaventura, die toch een geleerd man was, een gebrek aan kritisch inzicht vertoonde. Ter illustratie: hij meent dat de maagd Maria het boek der Psalmen geschreven heeft. Naar zijn mening biedt het boek met de zeven zegels uit de Openbaring ruimte aan een zevenvoudige schriftverklaring: hij ziet een historische, een anagogische, een allegorische, een tropologische, een symbolische, een synechdonische en een hyperbolische verklaring, maar Bonaventura haast zich daaraan toe te voegen dat alleen een geléérde monnik de diepten van de wijsheid van dit boek kan verstaan...

Bonaventura oefende grote invloed uit op Johannes Duns Scotus en via hem ook op andere roomse theologen 9)

Zijn invloed als theoloog is nu veel geringer, hetgeen trouwens ook voor zijn mystieke geschriften, zoals de Mysdeke wijnstok, geldt. Van 1882 tot 1902 zijn, in tien kloeke delen, de verzamelde werken van Bonaventura heruitgegeven. Hieruit blijkt wel dat hij heel veel heeft geschreven, maar, zoals later werd gezegd, meer met het hart dan met de pen. En dat hoeft natuurlijk niet verkeerd te zijn, maar echt aanbevelen kan ik zijn geschriften niet.

1. Zie o.a. de Grote Nederlandse Laroiisse Encyclopedie, Hassclt/"s-Gravenhage z.j., deel V, p. 453 of The New Encyclopaedia Briitannica, Chicago (e.a.) 1993, deel II, p. 353- 354

2. O.J. de Jong, Geschiedenis der kerk, Nijkerk 1980, p. 133.

3. Gerard Pieter Freeman, Unihrië. In de voetsporen van Franciscus, Bloemendaal 1998,p. 140 en 197.

4. Dominicus. Rome en omgeving, p. 125-126.

5. J. Waterink, Cultuurgeschiedenis van het Christendom, Amsterdam/Brussel 1949, deel II, p. 210-211.

6. O.J. de Jong, Geschiedenis der kerk, Nijkerk 1980, p. 148.

7. K. Exalto, Kerkgeschiedenis, 's-Gravenhage 1984, p. 79 en 139.

8. A. de Reuver, 'Bedelen bij de Bron', Kohlbrugge's geloofsopvatting vergeleken met Reformatie en Nadere Reformatie, Zoetermeer 1992, p. 353.

9. C.W. Mönnich en J.C. Groot (red.). Encyclopedie van het Christendom. Katholiek deel. Amsterdam/Brussel 1956.

Dit artikel werd u aangeboden door: Protestants Nederland

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 mei 2001

Protestants Nederland | 16 Pagina's

Bonaventura

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 mei 2001

Protestants Nederland | 16 Pagina's

PDF Bekijken