Bekijk het origineel

Rooms-katholicisme voor dummies (2)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Rooms-katholicisme voor dummies (2)

5 minuten leestijd

In het het boek ‘Katholicisme voor Dummies’ willen de auteurs John Trigilio Jr. en Kenneth Brighenti aan onwetenden uitleggen wat het Rooms-katholicisme op onderdelen inhoudt en waarin het verschilt van het protestantisme. Hierover is geschreven in het eerste artikel, dat in het oktobernummer van ons blad is gepubliceerd. In het nu opgenomen artikel komen nog enkele kenmerkende onderdelen van het Rooms-katholicisme aan bod.

In het boek wordt op pagina 29 de vraag gesteld of de paus werkelijk onfeilbaar is. De Roomskatholieke kerk leert dat de paus onfeilbaar is. Dat wil zeggen dat hij geen fouten kan maken als hij in zijn unieke functie als opperherder de universele kerk een doctrine (dogma of leer) op het gebied van geloof en moraal onderwijst. Wanneer de paus tegenover de gehele kerk in kwesties van geloof of moraal – zeg maar: leer en leven – zijn officiële gezag laat gelden, behoedt de Heilige Geest hem voor vergissingen. Pauselijke onfeilbaarheid betekent niet dat de paus helemaal geen vergissingen of fouten kan maken. Hij is niet onfeilbaar in wetenschappelijke, historische, politieke, geografische en andere zaken, alleen maar op het gebied van geloof en moraal. Het is in feite alles een kwestie van vertrouwen. Roomskatholieken vertrouwen erop dat de Heilige Geest hen beschermt tegen een paus, die hen bewust of onbewust onjuiste doctrines oplegt. Of God nu zo subtiel te werk gaat – akelige uitdrukking! – dat Hij de paus van gedachten laat veranderen, of zo drastisch dat Hij hem met de dood treft, de rooms-katholieken zijn er hoe dan ook vast van overtuigd dat God zoveel van hen en de waarheid houdt, dat Hij zal optreden als de paus de hele kerk een foutieve leerstelling zou willen opleggen.

Heilige traditie

Verder komen we in het boek ‘Katholicisme voor Dummies’ in aanraking met de rooms-katholieke opvatting over de zogenaamde voortschrijdende openbaring. Die heeft men nodig om de vele wijzigingen en kronkels in de zogenaamde ‘heilige traditie’, de tweede openbaringsbron naast de Bijbel, te kunnen verdedigen. Als men voor de ‘Katholieke Leer’ houdt wat altijd, overal en door allen is geloofd, loopt men al spoedig vast met veel dat nu als geloofswaarheid moet worden aanvaard. Een enkel voorbeeld. De bekende Gegrorius de Grote (paus van 590 tot 604) heeft uitgesproken ‘dat de titel oecumenische bisschop - dus van de hele kerk - trots en dwaas is en een uitvinding van de duivel’. Het Concilie van Constanz zette Johannes XXIII af, nadat hij jarenlang paus was geweest en in die functie kardinalen en bisschoppen had gewijd, die echter na zijn afzetting rustig in hun ambt actief bleven. Op het Concilie van Basel in 1432 werd beslist ‘dat een algemeen concilie boven de paus staat en dat hij zelfs daaraan moet gehoorzamen’. Op het Eerste Vaticaanse Concilie van 1870 dreef men de opvatting door over de onfeilbaarheid van de paus, zoals hierboven beschreven. Toen geleerde bisschoppen en kardinalen daartegen aanvoerden dat dit leerstuk ‘tegen de heilige traditie’ was, riep de toenmalige paus uit: “Ego sum traditio”, ‘ik ben de traditie’! Genoeg hierover.

Playboypaus

Intussen wordt in ‘Katholicisme voor Dummies’ wel erkend (pagina 35) dat er pauselijke booswichten zijn geweest en dat er zelfs een ‘playboypaus’ heeft bestaan, van wiens capriolen men in Rome walgde. We bladeren verder in dit op zichzelf genomen informatieve boek. Op de bladzijden 74 en 75 komt de rooms-katholieke opvatting naar voren dat de Heere Jezus Christus geen broers en zussen heeft gehad, zoals de Bijbel toch heel duidelijk leert. De titel van hoofdstuk 5 luidt: ‘God aanbidden op zijn katholieks’. Dat is wel een heel bijzondere manier van schrijven. Trouwens, de vertaler gebruikt wel meer van zulke uitdrukkingen. Hij heeft het over de ‘Protestante’ leer, in plaats van Protestantse. Op pagina 92 en verder gaat het over het te maken kruisteken en de kniebuiging voor de gewijde ouwel, omdat die het lichaam van Christus zou zijn en voor de crucifix (kruisbeeld met een afbeelding van Christus), wijwater, enzovoorts. Dit zijn bijgelovige, afgodische of onnutte gebruiken, die in de loop van de eeuwen zijn ingeslopen en veelal zijn voortgekomen uit de zogeheten ‘volksdevotie’. Dit alles heeft veel bijgedragen aan de veruitwendiging van de religie.

Zinnenprikkelend

Over het afbeelden van God gaat het op pagina 95 en volgende. Men wijst op de grote betekenis van het zien voor het geloven, dus over de ‘boeken der leken’. De leken konden in vroeger tijden veelal niet lezen en zij moesten het volgens de kerk vooral hebben van de ‘oogpoort’. Onze Heidelbergse Catechismus weerlegt dit alles in zondagsafdeling 35 op duidelijke, schriftuurlijke wijze en dus op afdoende wijze. Zalig is niet hij of zij, die ziet, maar die niet ziet en nochtans gelooft. Helemaal te ver gaat de Roomse-katholieke kerk als men God de Vader afbeelt als een oude, eerbiedwaardige persoon, met een lange baard. Dit kan en mag niet! Op grond van het bovenstaande wil Rome een beroep doen op alle menselijke zintuigen. Op pagina 97 staat daarover: ‘het marmer, het goud, het gebrandschilderde glas, het altaar, de tabernakel en vooral de hoge met goud en juwelen versierde montrans (waarin de ouwel wordt bewaard) trekken de aandacht van het menselijke oog, en wekken in de menselijke ziel het verlangen naar de hemel’. Al deze zinnenprikkelende zaken helpen om aan de materiële wereld te ontstijgen en de spirituele wereld te betreden. Hier zijn we, dat zal duidelijk zijn, in een geestelijke atmosfeer terecht gekomen, die wezenlijk verschilt van de Bijbelse. Hierin ontbreekt ten enenmale alle christelijke soberheid, ook al houden we van stijlvolle kerkgebouwen. Het gevaar van opgaan in het materiële is overduidelijk aanwezig. Het is misschien niet een historisch feit, maar er is een anekdote in omloop die het navolgende vertelt. Een paus en een kardinaal lipen samen door de Pieterskerk in Rome. Toen zei de paus met een kennelijk tevreden gevoel: de kerk hoeft niet meer te zeggen: goud of zilver heb ik niet! Daarop antwoordde de kardinaal: maar u kunt ook niet meer tot een verlamde zeggen: sta op en wandel!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 december 2007

Protestants Nederland | 24 Pagina's

Rooms-katholicisme voor dummies (2)

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 december 2007

Protestants Nederland | 24 Pagina's

PDF Bekijken