Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Joost van den Vondel: bewogen en vroom

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Joost van den Vondel: bewogen en vroom

Een met liefde en bewondering geschreven biografie

11 minuten leestijd

Joost van den Vondel (1587-1679) behoort tot de schrijvers die iedereen van naam kent en tegelijkertijd weinig meer worden gelezen. Zijn roem leeft voort in wetenschappelijke handboeken en studies, maar het werk van deze prins der dichters – door het echtpaar Romein gerekend tot de erflaters van onze beschaving – maakt vermoedelijk weinig deel meer uit van het cultuurbezit van de gemiddelde ontwikkelde Nederlander van de eenentwintigste eeuw, al zal een oudere generatie zich misschien nog de Gijsbrecht van Aemstel herinneren, waarvan het ooit traditie was dat deze op Nieuwjaarsdag in de Amsterdamse Schouwburg werd gespeeld.

Tekenend is het echter dat dit voor het laatst in 1969 is gebeurd, terwijl er de laatste vijftig jaar tevens geen enkele biografie meer van Vondel is verschenen. Geen twijfel echter mogelijk dat Vondel tot de groten van onze Nederlandse cultuur behoort en het is daarom verheugend dat de neerlandicus Piet Calis, gedreven door enthousiasme en nieuwsgierigheid, een nieuwe en omvangrijke biografie van deze grote treurspeldichter heeft geschreven.

Rooms-katholicisme en kunstenaarschap
In zijn boek volgt Calis in grote lijnen de chronologie van Vondels leven en werk zoals zich dat heeft afgespeeld ten tijde van de wonderbaarlijke opkomst van de Republiek en de al even wonderbaarlijke bloei van Amsterdam, een stad waarvan Vondel met al de vezels van zijn ziel hield. Beschreven wordt hoe de doopsgezinde familie Vondel vanuit Antwerpen naar Keulen vluchtte en vandaar uit in 1595 naar Amsterdam. Vondel groeide dus op in een doopsgezind milieu, specifieker het wereldmijdende milieu van de radicaalgezinde Vlaamse richting, waarin men een sobere levenswandel voorstond en afkerig was van wereldse vermaken als bijvoorbeeld toneel. Dit was echter een sfeer waarin Vondel zich niet thuis voelde en die hem ertoe bracht zich aan te sluiten bij de meer gematigde Waterlandse richtiang van de doopsgezinden, maar ook hier vond hij niet zijn geestelijk tehuis, en na een lang proces, Calis spreekt van een intensieve worsteling, trad hij in 1637 toe tot de Rooms-katholieke Kerk wier eenheid van leer en gezag, haar bezit van een door vele eeuwen ondersteunde traditie van eeuwige waarheid, heel goed aansloot bij zijn verlangen naar bovenpersoonlijk en boventijdelijk gezag. Daarnaast wilde hij als kunstenaar de werkelijkheid, ook in het perspectief van dood en eeuwigheid, met al zijn zintuigen ervaren en daartoe voldeden de rituelen van de Rooms-katholieke Kerk - rituelen die de eeuwen door kunstenaars en andere schoonheidsgevoelige zielen altijd zijn blijven aanspreken en met name in de negentiende eeuw zouden leiden tot relatief veel overgangen van kunstenaars naar het rooms-katholicisme - hem meer dan de soberheid en eenvoud van het protestantisme. In die zin kan zijn keuze voor Rome ook een keuze voor het theater worden genoemd.

Lyriek
Het is vooral als toneelschrijver of treurspeldichter dat Vondel roem bij zijn tijdgenoten en latere generaties oogstte, al zijn ook gedichten als het eerder genoemde Stockske en Kinder-lijk en Uitvaart van mijn dochterken – over respectievelijk de dood van zijn zoontje Constantijn en dochtertje Saartje – tot op heden blijven voortleven in de collectieve herinnering van de oudere generatie. Geen wonder: ontroerend immers is het beeld van Constantijntje, ‘t zalig kijndtje dat vanuit de hemel naar zijn moeder kijkt en aangrijpend zijn regels als De felle Dood, die nu geen wit mag zien,/ Verschoont de grijze liên uit de Uitvaart.

Beeldvorming Oldenbarnevelt
Vondels treurspelen nemen echter de belangrijkste plaats in zijn oeuvre in en terecht besteedt Calis veel aandacht hieraan. Berucht en beroemd geworden is het hekeldrama Palamedes (1625) waarin Vondel in de nauwelijks verhulde inhoud van een klassiek drama zijn diepe verontwaardiging over het vonnis en de terechtstelling (1619) van Oldenbarnevelt verwoordde en partij koos tegen prins Maurits en de contraremonstranten, een aanklacht die leidde tot rechtsvervolging en verbod op de opvoering van het drama dat eerst in 1663 of 1664 zijn première beleefde. Palamedes heeft grote invloed gehad op de eeuwenlange collectieve en geïdealiseerde beeldvorming over Oldenbarnevelt, evenals de hekeldichten Geuze-Vesper of Zieken-troost voor de vier-en-twintig en Het Stockske; nog in 1937 kon de dichter-historicus Geerten Gossaert schrijven dat, in spijt van sommige historici, alle Nederlanders nog steeds over Oldenbarnevelt denken zoals Vondels gedichten ze hebben doen denken. Volkomen begrijpelijk: met gloed van overtuiging en grote poëtische zeggingskracht - die de lezer, ware hij niet in het bezit van historische kennis die hem boven alle polemiek behoort te verheffen, onvoorwaardelijk de zijde van Oldenbarnevelt zou doen kiezen - wordt Oldenbarnevelt getekend als een nobele vaderlander die het tragische slachtoffer is geworden van een laaghartige prins en laaghartige rechters. Reeds Busken Huet, door Calis overigens niet genoemd, heeft gewezen op de historische onjuistheid van dit beeld, terwijl in de tweede druk van de Christelijke Encyclopedie (1956-1961 ) onomwonden wordt gesproken van de volkomen onbetrouwbaarheid van Vondel als historische bron.

De Gijsbrecht: Kerstfeest en huwelijksliefde
Tot Vondels bekendste stukken behoort de Gijsbrecht van Aemstel (1637, een drama over de verovering en verwoesting van Amsterdam (1304) dat Vondel, en dat geeft de geschiedenis een sterk dramatisch effect, situeert in de Kerstnacht en waarvan, naar de woorden van Calis, de ‘rei van edelingen’ de intieme vreugde van het Kerstfeest verbeeldt:

Wij edelingen, blij van geest,
Ter kerke gaan op ’t hoge feest
Den eerst geboren Heiland groeten,
En knielen voor de klene voeten
Van ’t kind, waar voor Herodes vreest:
Het kind, waar voor een starre rijst,
Die Wijzen met haar stralen wijst
De donkre plaats van zijn geboorte,
En leidt hen binnen Davids poorte,
Daar d’allerhoogste ’t laagste prijst

Verzen die misschien meer dan één lezer elke Kerst weer leest en voor hem deel zijn gaan uitmaken van de beleving van dit heilsfeest. Beleving die hem over de eeuwen heen verbindt met Vondel en medegelovigen. Bijzonder mooi is ook de verbeelding van de huwelijksliefde als de liefde die sterker is dan de dood en Gods liefde het meest naderbij komt. Terecht citeert Calis alle verzen van deze indrukwekkende rei en noemt hij de Gijsbrecht een van de hoogtepunten van de Nederlandse toneelgeschiedenis.

Lucifer: drama van de hoogmoed
In een geheel andere sfeer dan die van het middeleeuwse Amsterdam brengt ons het bijbelse treurspel Lucifer (1657) dat Vondel in de hemel situeert en de opstand van de gevallen engel Lucifer tegen God verbeeldt. Lucifer kan men dan ook het drama van de hoogmoed noemen. Deze thematiek, die het hart van het christelijk geloof raakt, is groots en indrukwekkend en even indrukwekkend is Vondels verbeelding ervan, zijn doorvoelde schildering van gevoelens, zijn kleurrijke beschrijvingen en het verheven niveau waarop het stuk zich afspeelt. Dit alles geeft een grote dramatische kracht aan dit stuk, aldus Calis, een oordeel waarbij we ons graag aansluiten, evenals zijn woorden over de onvergetelijkheid van de “beginregels van de allereerste rei waarin naar het wezen van de Godheid gevraagd wordt en tastend geprobeerd wordt de Eeuwige, die zo diep ‘in ’t grondeloze licht gezeten is’, in menselijke taal te benaderen”. We citeren deze regels die eens gelezen zich voorgoed in het geheugen nestelen en een blijvend geestelijk bezit worden.

Wie is het, die zo hoog gezeten,
Zo diep in ’t grondeloze licht,
Van tijd noch eeuwigheid gemeten
Noch ronden, zonder tegenwicht,
Bij Zich bestaat, geen steun van buiten
ontleent, maar op zich zelven rust,
Het antwoord hierop luidt
Dat ’s GODT. Oneindig eeuwig Wezen
van alle ding, dat wezen heeft!

Adam en Noach
Twee andere bijbelse tragedies zijn Adam in ballingschap (1664), waarin Vondel alle registers van zijn rijke kunstenaarschap heeft opengetrokken - Calis wijst hierbij op de tegenstelling tussen het lieflijk, paradijselijk begin en de wanhoop na de zondeval en de verdrijving uit het paradijs, alsmede de dramatische ontwikkeling van de karakters - en Noah (1667, een verbeelding van de grote idealen die in de ziel van een mens kunnen schuilen, maar ook van de vaak overweldigende kracht van het driftleven zoals deze zich vertoont in de figuren van Achiman, de grootvorst van het Oosten, en diens vrouw Urania. De hier genoemde drie treurspelen vormen geen trilogie in de letterlijke betekenis, maar houden wel nauw verband met elkaar, en in dit verband moge gewezen worden op de door mevrouw Schenkeveld – van der Dussen bezorgde uitgave van deze drie tragedies, voorzien van een voortreffelijk nawoord. We mogen Calis, die meerdere malen naar mevrouw Schenkeveld verwijst, dankbaar zijn voor de vele citaten die lezing van zijn boek tot een extra genoegen maken, maar het beste is natuurlijk de toneelstukken in hun geheel te lezen en daartoe mogen we de genoemde uitgave, waarvan de fraaie verzorging het leesgenoegen nog eens verhoogt, graag aanbevelen.

Vondels persoonlijkheid
Boeiend en betrokken beschrijft Calis Vondels leven en werk – waarbij vanwege de chronologische opzet de beschrijving van leven en werk steeds in elkaar overvloeien, een benadering die de eenheid van leven en werk weliswaar goed doet uitkomen, maar ook leidt tot een zekere verbrokkeling in de analyse van thema’s en motieven en de vraag doet rijzen of een meer thematische behandeling niet de voorkeur had gediend - dat hij steeds in historisch perspectief plaatst en waardoor duidelijk wordt hoezeer Vondel, als we een woord van Beets over Da Costa ook op hem mogen toepassen, een verterend aandeel had in alles wat zijn tijd baarde. Het wezen van Vondels persoonlijkheid en werk ziet Calis in een grote sensibiliteit, in een hartstochtelijk zoeken naar waarheid, en in een diep besef van de zonde van de hoogmoed die leidt tot opstand tegen God, geloof in eigen kunnen en wat wij nu de maakbaarheid van de samenleving noemen. Maar tegenover en boven deze intellectuele hartstocht stelde hij het geloof dat de grond van het menselijk bestaan besloten ligt in het ontoegankelijk wezen van God. Interessant is ook hetgeen Calis schrijft over Vondels beeld van God. Enerzijds ziet hij Hem als mild, trouw en vol liefde voor de eenvoudigen van hart, maar anderzijds ook als een God die van de mens rekenschap vraagt, geboden en verboden oplegt en straffen kan. Tussen deze beide beelden heeft hij als een Jakob geworsteld, maar zijn hart ging uit naar de voorstelling van God als een alles tot zich trekkende liefdevolle Vader, getuige de verzen waarin hij dit met grote innigheid en tederheid verbeeld heeft.

Vondelherdenking 1937
Calis schrijft over de sterk afgenomen belangstelling voor Vondel in de laatste halve eeuw, maar nu de interesse voor onze vaderlandse geschiedenis, waarvan de zeventiende eeuw een brandpunt vormt, weer toeneemt, is het mogelijk dat in het verlengde daarvan ook Vondel meer aandacht krijgen, zo merkt hij op. We hopen dit met hem, al ziet het er voorlopig waarschijnlijk niet naar uit dat we getuige zullen zijn van een grootscheepse Vondelherdenking zoals die 1937 heeft plaatsgevonden, een herdenking waaraan naast rooms-katholieken als Molkenboer en Anton van Duinkerken ook protestanten als Geerten Gossaert en W.A.P. Smit hebben meegedaan, maar die in de Klok, voorloper van ons blad, werd bekritiseerd vanwege de gevreesde rooms – katholieke annexatie van Vondel. Onomwonden waarschuwde redacteur ds. H. Bakker, die Vondels zeldzame talenten als dichter overigens graag erkende, tegen de verroomsing van deze Vondelherdenking die voor de Rooms-Katholieke Kerk een deeltje was van het grote werk dat zij in al 1913 had aangekondigd: de bekering van Nederland. Het zou interessant zijn geweest indien Calis enkele bladzijden had gewijd aan deze herdenking,waarvan de hoge vlucht der ideeën en de hooggestemdheid van taal en stijl ons in een geheel andere wereld brengen en de hiervoor gevoelige lezer menig mooi moment kan bezorgen. Maar dit is slechts een opmerking ter zijde, want we mogen Calis dankbaar zijn voor deze met liefde en bewondering geschreven biografie van een bewogen en vrome zeventiende-eeuwse schrijver, van een man die naar een woord van Huizinga een gouden kinderhart had, vol van naïeve geestdrift en onwankelbare trouw, een man die waarlijk heeft geleefd in de sfeer der verhevenste deugden en behoorde tot hen die de echte barmhartigheid bezitten en hongeren naar gerechtigheid.


Vondel. Het verhaal van zijn leven (1587-1679), van Piet Calis. Uitgave van J.M. Meulenhoff, Amsterdam 2008, 464 blz., ISBN 978 90 290 8148 1, prijs € 35,-.

Dit artikel werd u aangeboden door: Protestants Nederland

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 juni 2009

Protestants Nederland | 48 Pagina's

Joost van den Vondel: bewogen en vroom

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 juni 2009

Protestants Nederland | 48 Pagina's

PDF Bekijken