„Mijn geweten is in Gods Woord gevangen"
LUTHER 450 JAAR GELEDEN OP RIJKSDAG TE WORMS
Wie nagaat hoe binnen een tijdsbestek van ongeveer vier en een halve eeuw over Luther en zijn reformatorisch optreden is geoordeeld, stuit op zeer merkwaardige tegenstellingen.
De schrijver van bijgaande beschouwing over de betekenis van Luthers optreden op de rijksdag te Worms, is Ned. Hervormd predikant te Noordeloos. Hij heeft zich reeds geruime tijd met de studie van Luther bezig gehouden. Hij verzorgde onder meer een uitgave van de 05 Stellingen tegen de aflaat en gaf een aantal preken van de hervormer uit. Tevens publiceerde hij over dit onderwerp in het tijdschrift „Theologia Reformata".
Reeds kort na zijn dood is men begonnen hem te vieren als de vader der Lutherse rechtzinnigheid. Schreef men over hem dan bracht men naar voren dat door hem de rechte leer was gepredikt. Onder die rechte leer verstond men de Lutherse dogmatiek van die dagen.
In de tijd van de Verlichting, dat wil zeggen aan het einde van de achttiende eeuw, kreeg men ten aanzien van Luther en de betekenis van zijn optreden geheel andere geluiden te horen. Men bracht naar voren het typisch menselijke en burgerlijke in Luther. Hij zou de mens bevrijd hebben uit de onmondigheid waarin de roomse kerk in de middeleeuwen hem gehouden had. Hij zou de mens geleerd hebben kritisch kritisch te denken, ook ten aanzien van de kerk, de Schrift en de traditie. Kortom, men zag in Luther een „verlicht" man, de vader van een nieuwe tijd. De eigen verlichte levenshouding projecteerde men terug in de grote hervormer van de zestiende eeuw.
Het was reeds in die tijd, dus einde der achttiende eeuw, dat in verband hiermee gewezen werd op Luthers optreden in Worms in het jaar 1521, waar hij zich verantwoord heeft voor keizer Karel V en andere rijksgroten uit die dagen. Had niet Luther zelf duidelijk en onomwonden in zijn beroemde rede op die Rijksdag zijn geweten gesteld tegenover al wat de kerk tot dusver geleerd had? Had hij niet daarmee de mens in al zijn subjectiviteit tot een eigenmachtig rechter gemaakt over wat waar en wat onwaar, wat goed en wat kwaad is? Mag niet in Luther gezien worden een groot bevrijder, die het geweten op zichzelf heeft gesteld en als zodanig kan gelden als een der eerste moderne mensen?
Revolutionair of middeleeuwer?
In de negentiende eeuw is in allerlei toonaarden dit herhaald. En nóg in de twintigste eeuw kan men deze en soortgelijke geluiden tegenkomen. Niet iedereen Is op dit spoor even ver gegaan en ook bleven de contra-stemmen niet uit. Bekend is wat de grote cultuurhistoricus Ernst Troeltsch van Luther heeft gezegd, namelijk dat aan hem twee aangezichten zijn geweest, één gekeerd naar het verleden, de middeleeuwen, en een ander gekeerd naar de toekomst, naar de moderne tijd. Luther zou dus tegelijk conservatief en progressief zijn geweest. Anderen zijn er geweest die uitsluitend Luthers zogenaamde conservatisme naar voren brachten. Dat neemt echter niet weg, dat er ook steeds waren die Luther min of meer uitriepen als de vader van de moderne tijd of zelfs de vader der moderne vrijzinnigheid.
Luthers woorden
Zoals reeds werd opgemerkt, in dit alles hebben Luthers woorden die hij sprak te Worms voor keizer Karel V en de Rijksdag een zekere ro.I" gespeeld. Dat brengt ons ertoe die woorden eens naar voren te brengen en af te tasten welke hun ware zin en bedoeling is geweest. Vanzelf zal dan duidelijk worden welke actualiteit ze nog hebben voor ons.
Nadat Luther op 16 april 1521 te Worms was aangekomen, werd hij de volgende dag, de 17e voorgeleid voor de keizer. Het was zowel voor Luther zelf als voor heel de reformatie der kerk een gewichtig, ja wij mogen wel zeggen historisch moment.
Door dr. Ecken werd hem de vraag voorgelegd of de boeken die hij voor zich zag liggen op een tafeltje door hem geschreven waren. De titels werden op Luthers verzoek voorgelezen en het bleken inderdaad alle boeken te zijn die door hem waren geschreven. Als tweede vraag werd hem toen door dr. Ecken het verzoek gedaan de inhoud van deze geschriften te herroepen.
Voor Luther een pijnlijke vraag waar hij waarschijnlijk niet op gerekend had. Zijn reactie was dan ook dat men hem een dag uitstel zou geven, opdat hij zich er op zou kunnen bezinnen. Dat werd hem toen — zij het met tegenzin — gegeven. De volgende dag, 18 april, herhaalde zich hetzelfde. Weer werd hem gevraagd of hij bereid was zijn geschriften te herroepen.
Nu echter had Luther zijn antwoord klaar. Uit het verslag dat er later van gegeven is weten wij wat hij ongeveer gezegd heeft.
Herroepen met de Schrift
Hij heeft allereerst zijn geschriften verdeeld in drie groepen: louter stichtelijke werken, werken van algemeen polemische aard en geschriften gericht tegen bepaalde personen. Zelfs de inhoud van de laatstgenoemde groep' geschriften wenste hij te handhaven, al gaf hij toe dat er heel scherpe dingen in stonden. Kortom, niets wilde hij herroepen van al wat hij geschreven had. Toch wilde Luther het niet laten bij een botte weigering. Ik ben ook maar een mens, zei hij, dat wil zeggen: ik weet dat ik kan dwalen; daarom is mijn verzoek dat u mij uit het Woord van God weerlegt; kunt ge aantonen uit dé Schrift dat ik dwaal, dan zal ik herroepen!
Boos antwoordde daarop dr. Ecken, ongetwijfeld in naam van de keizer, dat het niet aanging om in twijfel te stellen wat eenmaal op de concilies was besloten en vastgelegd, met andere woorden dat daarover geen discussie mogelijk was. Luther zou volgens deze kerkelijke ambtenaar niets anders hebben te doen dan te herroepen.
Aan Luther was dus het slotwoord. Hij moet iets beseft hebben van het gewicht van wat hij ging zeggen. In het kort kwam het hier op neer. U wenst van mij een rechtuit en onomwonden antwoord, welnu ik zal het u geven. Tenzij men mij met getuigenissen van de Heilige Schrift of met redelijke argumenten van mijn ongelijk overtuigt, kan en wil ik niet herroepen. Ik geloof niet in de paus noch in , Ciqticilies, daar het klaar als'de dag is dat zij menigmaal gedwaald hebben en dat zij zichzelf vaak hebben tegengesproken. Ik sta sterk met wat ik in mijn geschriften uit de Schrift heb aangehpald. Mijn geweten is in Gods Woord gevangen! Het is niet veilig noch geraden iets te doen wat ingaat tegen het geweten!
....in Gods Woord gevangen
De woorden die wij uit deze toespraak extra naar voren willen halen zijn: mijn geweten is in Gods Woord gevangen.
De fout die in het verleden vaak gemaakt is en nóg wel wordt gemaakt in de beoordeling van Luther en zijn werk, is, dat men alle aandacht eenzijdig gericht heeft op Luthers beroep op zijn geweten. Men ziet dan over het hoold dat Luther zich niet op het geweten zonder meer heeft beroepen. Zelfs mag in de woorden die Luther te Worms gesproken heeft niet het geweten het zwaarste accent krijgen. Er aan vooraf gaat het beroep op het Woord Gods. Maar Luther vooraf gaat die twee: Woord Gods en geweten, niet tegenover elkaar gesteld, hij heeft ze beide verbonden, door op kernachtige wijze te spreken van een geweten dat in het Woord Gods is gevangen. Het is deze verbinding van Woord Gods én geweten vooral waaraan wij nadere aandacht willen schenken.
Toetsen aan de Schrift
Toen Luther in 1521 voor de keizer en de Rijksdag verscheen, zag hij er uit als een slanke, zelfs magere jonge man, van ongeveer 37 jaar. Jaren van intensieve studie lagen achter hem. Geen boek dat hij beter kende dan de bijbel. Reeds acht jaren had hij er college uit gegeven, maar , dat niet alleen, hij lééfde in de Schrift. Hij had er Christus en het heil voor zijn ziel in gevonden. Sprak hij over het Woord Gods dan had hij het over een Woord dat oordelend en bevrijdend in zijn leven was binnengekomen. Het had hem geheel omgevormd, van binnenuit, ook in zijn theologisch denken. Allerlei dwalingen in de kerk waren hem duidelijk geworden.
Voor de majesteit van het Woord Gods waren gevallen tal van leringen uit de kerk der middeleeuwen en het hielp hen niet al stonden zij op naam van roemrijke pausen en vermaarde concilies. Ook de traditie had Luther leren toetsen aan de Schrift. Lang niet alles had hij daarbij verworpen, maar wèl wat niet bestaan kon voor de rechtbank van het Woord Gods. Over het algemeen was Luther veel meer her-vormend dan revolutionair omverwerpend te werk gegaan.
Tegen deze achtergrond moeten wij verstaan de woorden die hij gesproken heeft te Worms in 1521. Zij hebben niets te maken gehad met een latere modern kritische benadering van de Heilige Schrift, integendeel en evenmin met de ook in onze tijd zo druk beoefende breuk met de traditie van de kerk der eeuwen. In deze latere bewegingen ontbreekt de maatstaf, de goddelijke norm. Daarom leiden zij ook niet tot een hervorming, eerder tot een geestelijke en morele ontaarding, dat wil zeggen: tot het tegendeel van wat Luther heeft bedoeld.
Eigen weg van het geweten
Intussen blijft onmiskenbaar dat Luther te Worms ook het geweten genoemd heeft en geweigerd heeft iets te doen wat daar tegen in ging. Het woord 'geweten' zullen wij echter stellig in dit verband niet te . eng moeten opvatten. Hij heeft ermee bedoeld zijn hart, zijn gehele innerlijke zijn. Hij ervoer dat als zijnde gevangen in het Woord Gods.
Het is vooral deze zo kenmerkende uitdrukking die ons iets zegt omtrent de wijze waarop Luther in zijn leven met de Schrift is omgegaan. Deze omgang was allerminst een louter intellectuele bezigheid. Al was zij dat óók wel, zij was dat niet alleen. Van het Woord Gods zelf is op Luther een overweldigende kracht uitgegaan, het nam hem gevangen en hij gaf zich gevangen. Het drong door tot in het diepst van zijn innerlijke wezen, het werd bepalend voor al wat hij dacht en deed. Tegen zijn geweten ingaan werd nu voor hem ingaan tégen hetgeen God zelf door zijn Woord hem geleerd had. Luther kon dat niet,. dat is het wat hij te Worms heeft beleden.
Er is dus geen sprake van dat wij in Luther zouden mogen zien een modern mens in de zin die daar sinds de dagen der Verlichting aan gegeven wordt, een mens die zich autonoom weet, geen andere koers houdt dan die van eigen rede, eigen geweten of eigen gevoel. Het beroep van de rhoderne tijd op Luther is eeri ijdel beroep. Het geldt ook ten aanzien van zoiets als 's mensen vrijheid. Heeft Luther niet, zo is al vaak gezegd, geschreven over de vrij,heid van de christenmens? En men verstaat daaronder dan een vrijheid in de zin van een vrij en onafhankelijk denken en leven, niet gebonden aan instituten, tradities en normen, zelfs niet al heten zij goddelijk. Stellig heeft Luther geschreven over de vrijheid, maar ook zij staat binnen die contekst van de gebondenheid aan het Woord Gods, waarin hij zich een. gevangene wist.
Hervormer, geen humanist
Op beide heeft Luther zich voor keizer Karel V beroepen. Hij is daarmee een weg gegaan die een geheel eigene mag heten. Het was noch de weg die de roomse kerk was gegaan noch de weg van het Humanisme van zijn dagen en evenmin de weg van allerlei spiritualistische bewegingen in die tijd. Het was de geheel eigen weg der Reformatie.
Niet die van de roomse kerk. In haar kwam al sinds eeuwen het geweten tekort. De leer van pausen en concilies overheerste alles. Het geloof volgens de officiële leer der kerk was ontaard in een enkel voor-waar-houden van wat de kerk voorschreef. Zelfs in devote en mystieke bewe......nagenoeg onbekend. Luthers weg was ook niet van het zestiende-eeuwse Humanisme, varing, maar op de basis van de kerkleer, bijvoorbeeld op de basis van de Marialeer. De gewetens waren niet gevangen in het Woord Gods, want dat Woord Gods was gingen in de middeleeuwen was men daaraan niet ontkomen. Er was wel geloofseer. Reeds daarin begon het geweten een eigen, autonome weg te gaan. Dé humanist van die tijd, Erasmus, kende zeker wel de bijbel, maar die bijbel beheerste hem niet gelijk hij Luther gedaan heeft. Voorzover Erasmus niet trouw is gebleven aan de roomse dogma's koos hij de weg van eigen inzicht, de rede, het geweten. Het is dit zelfde Humanisme dat in onze dagen in een naakt subjectivisme aan de dag treedt. Men laat zich leiden door'ik zie het zo' en ik voel het zo'. De tegenpool van het geweten bij Luther, namelijk het Woord Gods, is weggevallen. Luther ging ook niet, zeiden wij de weg van allerlei spiritualisten en spiritualistische bewegingen in zijn tijd. Hij heeft te Worms zich niet beroepen op eigen ervaringen, al of niet mystiek van aard. Ook te dien aanzien is hij gegaan een eigen weg, die van het beroep op het Woord Gods alleen dat zijn geweten gevangen hield.
Actualiteit, nee!
De actualiteit van dit alles is niet gering. Nóg is er de weg der Reformatie. Nóg ligt deze weg temidden van andere wegen, die van Rome, die van het Humanisme, die van de valse mystiek. Het komt er op aan dat ook wij deze weg duidelijk zien en haar leren onderscheiden van de andere wegen. Te Worms is zij duidelijk aan de dag gekomen. Het zou tot een zegen zijn voor de kerk in onze eeuw als zij opnieuw duidelijk voor de dag kwam én werd bewandeld. Het gaat om beide: het Woord Gods én het geweten!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 17 april 1971
Reformatorisch Dagblad | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 17 april 1971
Reformatorisch Dagblad | 12 Pagina's