Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Het brandende braambos

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Het brandende braambos

6 minuten leestijd

En Mozes zeide: Ik zal mij nu daarheen wenden, en bezien dat grote gezicht, waarom het braambos niet verbrandt.Exodus 3 : 3.

Het symbool van de Schotse Kerk was een groot brandend bos, met daarboven de Latijnse woorden: Nee tamen consumebatur, hetgeen betekent: En tóch niet verteerd. Daarmee beduidende dat deze kerk, die tot de allerheerlijkste der aarde behoord heeft, ondanks alle loutering en vervolging, niet vergaan is.

Deze woorden zouden we ook kunnen schrijven boven de geschiedenis van het braambos, waarbij Mozes zich bevond. Dat wel brandende, maar niet verbrandende braambos strekt tot een bemoedigende onderwijzing voor Mozes; tot een bemoediging voor een komende ziel tot Christus en tot vertroosting van de levende Kerk in Christus.

Mozes dacht toen hij veertig jaar was, dat God hem wel zou kunnen gebruiken om Israël te verlossen, maar God keurt het beter dat hij eerst veertig jaar de woestijn in gaat om schapen te hoeden van zijn schoonvader Jethro.

Hoe is hij daarin een type van Christus, Die de schapen Zijns Vaders in de woestijn van dit leven hoedt.

Mozes leidde de kudde achter de woestijn. Christus leidt de kudde Zijns Vaders achter de woestijn der'zonde, dood, hel en alle ellende van dit aardse tranendal tot eeuwige heerlijkheid. Tot aan de berg Gods, Horeb; de berg van die heerlijke en vreselijke Wet Gods, die in Christus een verzoende liefdeswet is.

Aan die Horeb, als Mozes de leeftijd der zeer sterken heeft bereikt, verschijnt de Engel des HEEREN, dat is Christus, de Engel des Verbonds, hem in een vlam des vuurs uit het midden van een braambos, hetwelk brandt, maar niet verteerd wordt.

Dat er een braambos brandde was vooral in het hete oosten niets bijzonders; dat had Mozes al zovele malen gezien. Maar het wonderlijke was dat het niet verbrandde. Het bleef branden en daarom zegt Mozes: Ik zal mij nu daarheen wenden.

Dat is Mozes, die trekt op dingen aan die nooit kunnen gebeuren en die tóch gebeuren, op dingen die nooit kunnen geschieden en tóch plaatsvinden.

Mozes had eertijds een andere keus gedaan. Die uitdrukking wordt nog al eens gebruikt, maar dikwijls ten onrechte. Wat is de andere keus van Mozes? Verkiezende liever met het volk Gods kwalijk behandeld te worden, dan voor een tijd de genieting der zonde te hebben. Hebt u dat ook liever? Kwalijk behandeld te worden, verdrukt en desnoods uitgemergeld te worden door vreemde Farao's, liever dan zondigen?

Achtende de versmaadheid van Christus meerdere rijkdom te zijn dan de schatten van Egypte. Dat is de nieuwe keus van Mozes; de versmaadheid van Christus, Zijn lijden en sterven had voor hem meer waarde dan al de aardse schatten. Dat is een weg van verlies, van ondergang en van sterven.

Mozes heeft door het geloof geweigerd een zoon van Farao's dochter genaamd te worden. Dat is het zaligmakende, met Christus verenigd geloof. En dan een andere keus; dan staat het goed op zijn plaats. De keus van Mozes was een keus in Christus en daarom mocht hij daarin volharden. Daarom is deze brandende maar niet verterende braambos hem tot een bemoedigende onderwijzing, omdat Christus er in is en Die is immers gisteren en heden en tot in der eeuwigheid Dezelfde.

Maar dat braambos ziet ook op het volk van Israël, dat in de tichelovens zuchtte onder het zware juk der dienstbaarheid van Farao.

Maar ondanks alle druk groeide en vermenigvuldigde dat volk. De Egyptische vroedvrouwen vreesden God en achtten het gebod des konings niet, zodat de jongskens bleven leven.

Het zegt ook wat omtrent het Israel van nu. Want het is er nog en het zal er ook blijven. Vele malen is het met de ondergang bedreigd, door oorlogen geteisterd, door de heidenen soms bijna uitgeroeid, weggevoerd naar Babel, verstrooid over de gehele wereld, maar God heeft het als bij vernieuwing doen herrijzen en wederkeren door wegen van onmogelijkheid. Ze hebben nu een eigen staat. Alles brandt wel tegen Israël, maar niemand krijgt ooit Israël meer weg. Met menigten zullen ze zich nog bekeren tot God in Christus. Zijn bloed komt nu nog als het bloed der wraak rechtvaardig over hen tot verharding en verblinding, maar eenmaal zal het komen in ongekende mate over hen tot verzoening, in het laatste der dagen.

De mens van nature is één grote zondebrand, maar hij weet het niet en hij voelt het niet. Hij voelt ook de brandende toorn Gods niet. Hij wil wel behouden worden, maar hij weet niet dat hij brandt van vijandschap tegen God en Christus. Maar als God gaat werken met Zijn Geest tot overtuiging, dan gaat alles branden vanwege de zonde en dan wordt het een wonder, dat hij door de brandende toorn Gods nóg niet is verteerd. Eén ding , wordt noodzakelijk: bekeerd worden. Maar één zaak is nog veel belangrijker: de deugden Gods. Omdat God de waarheid is.

Ze worden zó eerlijk gemaakt dat ze liever nooit bekeerd worden als het moest gaan ten koste van de deugden Gods. En de Geest gaat door, ontdekkend, ontledigend, ontblotend, plaatsmakend. Die Geest werkt op de ere Gods aan, Die gaat hen plaatsen voor het heilig recht. O, die onsterfelijkheid der uitverkorenen voor hun bekering; die verborgen onderhouding en ondersteuning. Laat ons toch zien dat grote gezicht, waarom dit uitverkoren braambos niet verbrandt en hoe die ziel blijft bestaan door de onmogelijkheid heen.

Omdat het krachtens verkiezing in Christus is, gaat het door en zal hun onder het toevallend recht die Persoon geopenbaard worden.

Maar degenen bij wie dit gemene werkingen zijn, worden en blijven hier bekeerd mee, en straks is alles opgebrand en is er alleen nog wat as over. Dan is dat braambos wél verbrand.

Maar bij een enkeling gaat het door. Die leren de brandende vijandschap tegen het borgwerk van Christus kennen; die moeten verbranden, voor eeuwig verbranden met een geopenbaarde Borg; vanwege hun ongeloof en omdat zij met alles nog buiten Christus zijn. Maar wanneer ze in het omhelzend recht de deugden Gods liever krijgen dan hun eigen zaligheid, in dat punt des tijds, waarin zelfs geen gedachte is aan hel of hemel, aan verdoemenis of zaligheid, daar worden ze achter de woestijn geleid en ontvangen ze Christus, Die de Wet Gods droeg in het midden Zijns ingewands, uit handen van de Rechter. Daar wordt een vertoornd Rechter, een verzoend Vader in Christus. Want tenslotte: Christus heeft de volle brandende toorn Gods gedragen en is niet vergaan. In Hem is de hitte van Gods gramschap geblust. Gestorven, maar ziet, Hij leeft. En daarom zingt de Kerk: Al is het dat mijns vijands gramschap brandt, Uw rechterhand, (dat is Christus,) zal redding geven.

Laat ons nog eenmaal zien dat grote en huiveringwekkende gezicht waarom dit helse braambos niet verbrandt. Namelijk omdat God daarin is in Zijn oneindige toorn en de toorn des Lams daar brandt en het maakt tot een onuitblusselijk vuur, dat blijft branden tot in eeuwigheid.

O, ziet toch toe gij lezer, dat gij daar niet voor eeuwig in nederstort.

Doch daarboven in het hemelse braambos zal het liefdesvuur van een Drieënig God tot Zijn Volk en de wederliefde van dit door bloed en recht verloste Volk tot hun God in Christus, nooit worden uitgedoofd, maar branden in de liefde tot in eeuwigheid.

Urk Ds. E. du Marchie van Voorthuysen

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 10 juli 1971

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

Het brandende braambos

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 10 juli 1971

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

PDF Bekijken