Bekijk het origineel

Laatste reis

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Laatste reis "Haringvliet'' Middelharnis-Hellevoetsluis

GOEREE-OVERFLAKEE EEN FOLKLORE ARMER Bemanning uitgeleid

7 minuten leestijd

Goeree-Overflakkee, het bij uitstek agrarische eiland van Zuid-Holland is, sinds zaterdagavond 7 uur een stuk folklore armer. De laatste veerboot die nog in bedrijf was, heeft de laatste tocht van Middelharnis naar Hellevoetsluis vice versa gemaakt. De vele passagiers, waaronder de directie van de RTM, die deze veerdienst heeft geëxploiteerd, vertegenwoordigers van de provincie, oudgedienden van de maatschappij en een grote groep andere belangstellenden verlieten de „Haringvliet" met enige weemoed, al ging het er aan boord toch niet erg weemoedig toe. Feit is, dat na vele eeuwen weer iets romantisch is verdwenen. Sinds 1964, toen de Volkerakdam en de Haringvlietbrug voor het verkeer werden opengesteld, was Flakkee geen eiland meer. Enkele veerdiensten werden direct opgeheven, maar de dienst Middelharnis-Hellevoetsluis heeft het tot en met zaterdag kunnen uitzingen. Gisteren werd de weg over de Haringvlietdam (spuisluizen) bij Stellendam beperkt voor het verkeer opengesteld en zodoende kwam voor de veerdienst het onherroepelijke einde en de vier bemanningsleden keerden zaterdag voorgoed „hun" schip de rug toe.

Hoeveel veerboten en bootjes zijn de eilandbewoners in de loop der eeuwen wel niet van dienst geweest? Wij weten het niet, het zijn er tientallen. En welke hoeveelheid landbouwprodukten, bouwmaterialen, levensmiddelen, vee en mensen door al deze boten zijn vervoerd is helemaal niet te schatten; het zijn er legio. Evenmin het aantal mensen dat bij dat vervoer betrokken is geweest, zoals kapiteins, stuurlieden, conducteurs, machinisten en dekknechten. Een leger van zwoegers en werkers, gehard in de omstandigheden, met dikwijls gevaar voor eigen leven. Bij het afscheid van de laatste veerdienst mogen we hier beslist niet aan voorbijgaan.

Van boten en bootjes

Hoeveel veerdiensten heeft Flakkee In de loop der eeuwen wel niet gehad. We beginnen met de dagdiensten naar Rotterdam. Het ss Middelharnis (de Meneerseboot) voer van Middelharnis en de „Maasnymph" van Den Bommel en werd daarom ook wel de Bommelseboot genoemd. De „Minister C. Lely" voer van Zijpe via Ooltgensplaat (steiger)' naar Numansdorp. Ook deden de boten naar Zierikzee en Middelburg op hun to«ht Ooltgensplaat aan. Van Ooltgensplaat (Sluishaven) had men de veerdienst naar Dintelsas, begonnen met dé boot „Van Kraak" en later overgenomen door Van der Schuyt. Vanaf Den Bommel werd een dienst onderhouden naar Numansdorp, eveneens door de fa. Van der Schuyt. De belangrijkste veerdienst was echter Middelharnis-Hellevoetsluis, vanaf 1908 tot zaterdag. Dan zijn er ook nog een aantal „kleine" veerdiensten geweest, onderhouden met kleine motorbootjes. Zover ons bekend zijn dat geweest Herkingen-Bruinisse (veerman Verschoor) ; Battenoord-Bruinisse, later Hoek van St. Jacob-Bruinisse (Gebr. Maas); Dintelsas-Ooltgensplaat (Wijgant) en Ooltgensplaat-Dintelsas (Gebr. Van Nimwegen), welke bij laagwater ook de passagiers van de „Minister C. Lely" afhaalden. In de winter bij ijsgang was er ook weleens een dienst Stellendam-Hellevoetsluis.

De beurtschippers verleenden hun diensten als er soms plotsehng een inwoner naar het ziekenhuis te Rotterdam moest worden vervoerd. We zijn ons bewust hiermee niet volledig te zijn geweest.

Vlaggeschip RTM

De Rotterdamsche Tramweg Maatschappij (RTM) heeft van 1908 af de dagelijkse dienst onderhouden tussen Middelharnis en Hellevoetsluis. De eerste boot was de „Minister Ph. W. van der Sleyden", ook wel de tramboot genoemd daar deze boot voer in aansluiting op de tramdiensten op Flakkee en Voorne en Putten, met begin en einddoel Rotterdam. Toen het vervoer steeds drukker werd kwamen er ook meer veerboten, o.a. „Schelde", „Grevelingen", de „Stad Zierikzee" en de „Zijpe". Het sleepschip, dat wagons met goederen overzette werd getrokken door de sleepboot „Hellegat". In mei 1958 kwam het ms „Haringvliet" in de vaart om aan het steeds drukker wordende vervoer enige verlichting te geven. Gebouwd in Engeland werd de Haringvliet na aankomst in ons land bij Werf Verschure te Amsterdam afgebouwd en vaarklaar gemaakt. Op het IJsselmeer werd proefgevaren. Het schip meet 420 ton, is 47 meter lang, 15 m. breed, heeft een diepgang van 2.70 meter en steekt ongeveer 10 meter boven het water uit. Het wordt aangedreven met twee Deutz motoren van elk 525 pk. Op het dek kunnen 55 luxe wagens een plaatsje vinden en voor 300 passagiers is er accommodatie.

Het personeel, dat nog bestond uit vier personen is erg vertrouwd geraakt met dit schip. Ze hebben ons veel over het „wel en wee" van de veerdienst verteld. Er zijn twee kapiteins aan boord, die per week om beurten ook conducteur zijn en twee machinisten, die tevens ook om beurt als dekknecht fungeren.

Imponerend werk

Kapitein J(aap) Jansen te Middelharnis vertelde ons, dat hij vanaf 1951 bij de RTM in dienst is. Hij heeft op verschillende boten dienst gedaan en is in 1958 regelrecht overgestapt op de nieuwe aanwinst, de „Haringvliet", waarop hij van 1961 af kapitein was. Met zijn 46 jaren heeft hij het grootste gedeelte hiervan op het water doorgebracht. Nu er geen eb en vloed meer bestaat op de rivier het Haringvliet was het varen eigenlijk niet zo spectaculair meer. Er is geen stroom zoals vroeger, waarbij men echt moest manoeuvreren om de haven „goed" te nemen. Toch deed de heer Jansen dit werk graag, maar hij moest, evenals zijn collega's, van de boot stappen om te worden overgeplaatst naar de veerdienst Zijpe-Anna Jacoba Polder. Ook zijn collega's gaan hierheen.

Met kapitein L(ieven) J. Elvé (52 jaar) is het niet anders. Hij was vroeger bij zijn vader op de „Marina", een flink schip dat van alles vervoerde. In 1948 werd hij zelf schipper toen vader van boord stapte. Op 9 maart 1953 ging de heer Elvé naar de RTM, zijn broer werd toen schipper op de „Marina". Van eerste matroos klom de heer Elvé op tot stuurman en later tot kapitein. Ook hij is vanaf de eerste dag op de „Haringvliet" geweest en de overgang naar Zijpe is wel een gebeurtenis die de nodige aanpassing zal vergen.

Voor vijf gulden per week ging de afgestudeerde machine-bankwerker M(arien) J. L. Wesdorp naar de RTM. Het was (hij weet het nog precies) op 11 mei 1940. De nu 48-jarige machinist begon zijn loopbaan als stoker en maakte vlug carrière. Zijn vader, de heer L(een) Wesdorp is 40 jaar bij de „tram" geweest en hij was 14 dagen eerder Ie klasser dan ik zegt Marien.

De heer I(zak) van der Velde (50 jaar) heeft er 24 jaar bij de RTM opzitten. Hij voer altijd op de veerboten, is nu machinist en kwam in 1959 op de „Haringvliet''.

Naar Italië

Kapitein Jansen weet nog te melden dat de „Haringvliet" door de provincie Zuid-Holland in samenwerking met de RTM is verkocht naar Frettolini, aan een aannemer in Ancona (Italië). Men spreekt over een prijs van ƒ 350.000. Het schip zou daar'dienst gaan doen als werkboot. „Gaat de bemanning de „Haringvliet" wegbrengen", vroegen we aan kapitein Jansen. „Dat is niet de bedoeling, alleen machinist Marien Wesdorp zal de tocht naar Italië meemaken. Het is een afstand van 3000 mijl en de reisduur zal ongeveer 15 è 17 dagen zijn". Eerst gaat het schip nog naar de werf om dan per 1 september te vertrekken, ver van Flakkee en ver van Nederland.

„Jullie hebben in de loop der jaren wel zo het een en ander meegemaakt". „Mist, storm en ijsgang maakten geschiedenis en bij het grote aanbod was het dikwijls passen en meten om zoveel mogelijk wagens mee te nemen", aldus de manschappen, „maar ambulances en ander ziekenvervoer kregen altijd voorrang". Belangrijk was ook dat de hofmeester, de heer P(iet) Krijgsman aan boord was; hij heeft wat kelen en magen gestopt en zorgde voor prima kwaliteit consumpties.

Afscheid

Zo is op Flakkee de laatste veerdienst en de laatste veerboot op verschillende manieren uitgeluid. De laatste weken door het grote publiek, dat nog-wel-eens wilde varen. Het is nog voorgekomen dat alles niet in een tocht meeging, zo druk was het. Verder hebben de chauffeurs van de diverse vervoersondernemers met hun werkgevers de bemanning en oud-bemanning een afscheidsavond aangeboden die, hoe kan het anders, aan boord van de „Haringvliet" werd gehouden. Over en weer werden dankwoorden gesproken en gedronken op het welzijn van de „vervoerders", zowel rijdend als vaarend.

Zaterdagavond vond de laatste ceremonie plaats, toen de laatste boot van de week, de maand, de jaren, ja zelfs van de eeuwen van en naar Goeree-Overflakkee de overtocht maakte. Aan belangstelling geen gebrek, vol aan boord en druk aan de wal. Een afscheid waar jaren naar is gestreefd en nu het zover is hoorden we: „Wat jammer, er is toch weer iets van het oude vertrouwde verdwenen".

„Haringvliet" en bemanning, voor het laatst bedankt voor alles".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 17 augustus 1971

Reformatorisch Dagblad | 6 Pagina's

Laatste reis

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 17 augustus 1971

Reformatorisch Dagblad | 6 Pagina's

PDF Bekijken