Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

benaderen van de „Oertekst

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

benaderen van de „Oertekst"

BIJBELVERTALING

14 minuten leestijd

De mohammedanen beweren van hun heilig boek, de Koran, dat dit rechtstreeks uit de hemel is komen vallen. Dat is iets wat we van de Bijbel niet belijden. De Bijbel is, naar de woorden van Herman Bavinck, onderworpen aan het lot van alle menselijk schrift. Heilige mensen Gods, die door de Heilige Geest gedreven waren, hebben hun woorden opgeschreven of laten opschrijven. Hiermee is de geschiedenis van de Heilige Schrift begonnen, die eindigt met onze huidige gedrukte bijbeluitgaven.

Geen vaste „oertekst"

Om maar meteen een misverstand weg te nemen: van het oorspronkelijke werk van de bijbelschrijvers is niets bewaard gebleven. Er zijn geen eigenhandig geschreven stukken van bijvoorbeeld Mozes of Paulus over. Daardoor is men voor het vertalen van de Bijbel uit de oorspronkelijke talen op afschriften aangewezen van de teksten die de bijbelschrijvers oorspronkelijk geschreven of gedicteerd hebben.

Afschriften van de bijbelteksten zijn er in de oudheid in groten getale geweest. Het was de enige manier van bijbelverspreiding in die tijd! Van die grote aantallen afgeschreven teksten, ook wel handschriften genoemd, is slechts een gering aantal bewaard. Ons zijn afschriften bekend uit de tijd van de tweede eeuw voor Chr. tot aan de late middeleeuwen. Toen heeft de uitvinding van de boekdrukkunst de moeizame arbeid van het overschrijven overbodig gemaakt.

Soms zijn gehele bijbelboeken bewaard gebleven, bijna complete Oude of Nieuwe Testamenten. Vaak zijn het maar snippers, niet groter dan een vierkante centimeter, met één of twee bijbelverzen erop. Wanneer we de overgebleven stukken en stukjes vergelijken blijkt dat er bijna geen enkel gedeelte precies gelijk is aan een ander. Dat is niet verwonderlijk als we bedenken dat er bij overschrijfwerk altijd fouten worden gemaakt. Al is het overschrijven van de bijbelhandschriften meestal met grote nauwkeurigheid geschied, het was blijkbaar onvermijdelijk zelfs daarbij geen fouten te maken. Nu eens betreft de vergissing een letter, die weggevallen of toegevoegd is. Dan weer zijn woorden weggelaten of ingevoegd. De woordvolgorde kan veranderd zijn. Vaak bestaan de verschillen alleen uit verschillen in spelling. Een vergelijking kunnen we maken, wanneer we zien hoe drukken van de Statenvertaling van 1637 en van anno 1971 in spelling van elkaar afwijken. 

Een en ander houdt in dat we niet één bepaalde „oertekst" hebben, waaruit de Bijbel rechtstreeks kan worden vertaald. Het gaat er steeds om uit de bekende handschriften de best bereikbare tekst samen te stellen. D.w.z. een grondtekst die het dichtst komt bij de „oertekst" van profeten en apostelen. Deze grondtekst zal als uitgangspunt van een bijbelvertaling genomen moeten worden.

Handschriften van het O.T.

De tekst van het Oude Testament is op een andere manier aan ons bekend geworden dan die van het nieuwe Testament. Het Oude Testament is oorspronkelijk geschreven in de Hebreeuwse en (voor een paar gedeelten) in de Arameese taal. Het overschrijven en overleveren van de tekst van het Oude Testament is tot aan het einde van de middeleeuwen in de handen van de Joden geweest. Joodse schriftgeleerden, Masoreten genaamd, hebben in de achtste tot tiende eeuw na Chr. alle krachten aangewend om uit de tot die tijd toe in omloop zijnde versies van oudtestamentische handschriften één bepaalde tekst voor het gebruik in de synagoge vast te stellen.

Zij deden hun werk met grote nauwgezetheid. Ze gingen zelfs zover dat ze de aantallen woorden en letters, die in de tekst voorkwamen, telden. Zij gaven ook aan waar het midden van een bijbelboek was enz. Bovendien hebben ze de bijbeltekst, die lange tijd overgeleverd was met alleen medeklinkers, voorzien van klinkers.

Alleen medeklinkers

De bijbeltekst van het oude Testament was naar de oudoosterse gewoonte alleen in medeklinkers opgeschreven. Dat was in het begin voldoende voor het lezen van de Schrift. Na verloop van tijd konden er bij het lezen misverstanden ontstaan. Vooral toen na de ballingschap in Israël geen Hebreeuws meer werd gesproken in het dagelijkse leven, was niet altijd even duidelijk meer wat de bijbelschrijvers precies bedoeld hadden.

We kunnen dit het beste met een voorbeeldje toelichten. Wanneer wij in het Nederlands het woord „kaas" met alleen medeklinkers schrijven: „ks", dan zou een ander dat kunnen lezen als „koud", „kies", enz. Meestal kan er uit het zinsverband opgemaakt worden hoe "ks"gelezen moet worden. Maar moeten we "h kcht n ks" lezen als „hij kocht een kaas" of als „hij kocht een kous"?

Zo lezen we in Genesis 47: „En Israël boog zich ten hoofde van „hammitta", d.i. „het bed". Andere Joden lazen hier in plaats van „hammitta"; „hammatte", d.i. „de staf". Ook de vertalers van de Zeventig, de oude Griekse vertaling van het Oude Testament hebben hier het woord voor „staf" gelezen. Langs deze weg is die opvatting in het Nieuwe Testament gekomen. In de brief aan de Hebreeën lezen we namelijk: „Door het geloof heeft Jakob, stervende, een iegelijk der zonen van Jozef gezegend, en heeft aangebeden, (leunende) op het opperste van zijn sta£".(Hebr. 11). 

Codex van Aleppo

Zoals reeds gezegd: er zijn complete bijbelteksten bewaard gebleven en kortere of langere gedeelten. De oudste complete bijbeltekst van het Oude Testament, die. is bewaard, is nog betrekkelijk jong. Het is de Codex (d.w.z. boek) van Aleppo. Het handschrift stamt uit 929 na Chr. De tekst is bewerkt door de rabbijn Ahron ben Mosjè ben Asjèr. Dit handschrift - bevindt zich op het ogenblik in de Hebreeuwse Universiteit te Jeruzalem.

Dode-Zeerollen

'De Codex van Aleppo is hêt oudste complete Oude Testament dat wij bezitten. Van gedeelten van het Oude Testament hebben we evenwel nog oudere handschriften. De meeste daarvan zijn nog niet zo lang geleden gevonden. Het zijn de wereldberoemd geworden rollen van de Dode Zee. In 1947 werd voor het eerst te Jeruzalem bekend, dat in de woestijn bij Chirbet Qumran, twaalf kilometer ten zuiden van Jericho, oude papyrusrollen waren gevonden. Hoe deze rollen te voorschijn zijn gekomen is een geschiedenis apart. Een geschiedenis waarin waarheid en verzinsel niet meer van elkaar te scheiden zijn.

Een herder moet op zoek naar een verdwaalde geit de rollen ontdekt hebben in een grot. Romantischer kan men zich de vondst niet voorstellen! Na de moeilijkheden in 1948 in Israël in verband met oorlogshandelingen is een groep oudheidkundigen in de buurt van de vindplaats verder gaan zoeken. Op die manier zijn in de loop die jaren talloze gedeelten van hand.schriften in de omgeving van Qumran opgegraven. In de vierde grot die onderzocht werd zijn meer dan 380 fragmenten aan het daglicht gebracht. Onder het materiaal dat gevonden is bevinden zich niet alleen bijbelhandschriften van het Oude Testament, maar ook allerlei bijbelcommentaren, apocriefe geschriften en dergelijke, die door de Joodse gemeenschap te Wumran zijn vervaardigd om gebruikt te worden bij hun godsdienstoefeningen. Voor de bijbelwetenschap zijn uiteraard in de eerste plaats de bijbelhandschriften 70 belang. De handschriften stammen uit de jaren 200 vóór Chr. tot 78 na Chr.

Wat hebben de vondsten van deze rollen ons nu geleerd? Bij nader onderzoek van bijvoorbeeld de rol van Jesaja, die te Qumran gevonden is, bleek dat deze in het algemeen overeenkwam met het handschrift van Aleppo. Met andere woorden: in verloop van 1000 jaar overschrijven van de tekst was het afschriften in belangrijke mate ongewijzigd gebleven. Dit pleit voor de betrouwbaarheid van de latere afschriften. In de uit de vijftiende eeuw daterende Bijbel van Koberg is het Scheppingsverhaal op treffende wijze weergegeven.

Gedrukte uitgaven

Een vraag die kan opkomen is deze: welke handschriften hebben de Statenvertalers gebruikt? De vertelers hebben gebruik kunnen maken van gedrukte uitgaven, die door de Joden in de Middeleeuwen uit toen bekende handschriften samengesteld waren. De bekendste gedrukte uitgave is die, welke bij Bomberg in Venetië in de jaren 1524 en 1525 verschenen is. Deze was vervaardigd naar laatmiddeleeuwse afschriften. Een dergelijke uitgave moet de basis gevormd hebben van de vertaling van het Oude Testament van de Statenvertalers.

De gedrukte uitgave van Bomberg is tot in onze eeuw voor vertaalwerk en wetenschap in gebruik gebleven. Voor het wetenschappelijk werk wordt thans de uitgave van een Duitse geleerde, Rudolf Kittel gebruikt, die sinds de derde druk van 1937 de tekst van de codex van Leningrad uit 1008 na Chr. heeft afgedrukt. Deze Codex komt wat tekst betreft overeen met de Codex van Aleppo, die lange tijd voor wetenschappelijk onderzoek onbereikbaar is geweest. 

De verschillen tussen de tekst van de gedrukte uitgave van Kittel en die van Bomberg zijn van ondergeschikt belang. Wanneer we in het algemeen de nog bestaande handschriften van het Oude Testament vergelijken, blijken er geen wezenlijke verschillen te  bestaan. Dit ligt anders bij de handschriften van het Nieuwe Testament.

Nieuwe Testament

Van het Nieuwe Testament zijn meer dan 3000 handschriften of delen van handschriften overgebleven. Het aantal overtreft verre dat van handschriften van Griekse of Romeinse schrijvers uit de oudheid, waarvan we soms niet meer dan vijf a tien handschriften bezitten. De nieuwtestamentische handschriften zien er wat de vorm betreft niet alle hetzelfde uit. Een gedeelte bestaat uit papyri. Dat zijn duizend-en-één van papyrus gemaakt. Papyrus is een soort riet, dat in Egypte voor duizend-en één dingen werd gebruikt. Onder andere ook om schrijfmateriaal te maken. Ons woord papier is van papyrus afgeleid.  De papyri van het Nieuwe Testament stammen zo uit de tweede tot de zevende eeuw na Christus.

Majuskels en Minuskels

Een ander gedeelte handschriften is van perkament. Perkament is een soort leer, dat op een bijzondere manier geprepareerd is. Deels is het perkament me hoofdletters beschreven. We srpeken dan van een majuskel. Andere perkamenten daarentegen zijn geheel met kleine letters beschreven, de zogenaamde minuskels. 

Majuskels zijn tot de tiende eeuw van onze jaartelling vervaardigd. Minuskels zijn voor het noteren van de bijbeltekst vanaf de negende eeuw in gebruik gekomen. In het algemeen zijn dus de majuskels oudere en de minuskels jongere handschriften. Als we nagaan dat een niet lang geleden verschenen lijst van handschriften van het Nieuwe Testament 250 majuskels en 2646 minuskels vermeldt, zien we dat het aantal jongere handschriften verreweg het grootst is.

Het oudste stukje van het Nieuwe Testament dat bekend is is een gedeelte van het Evangelie naai Johannes. Het stukje papyrus dateert uit 125 na Chr. Van de majuskels noemen we de Codex van de Sinaï. Dit handschrift is in het jaar 1844 in het St. Catharina-klooster aan de voet van de Sina gevonden in een afvalmand. Het lag daar gereed om als brandstof te dienen! Het wordt nu wat veiliger bewaard in het  Brits Museum te Londen. Een andere majuskel is de Codex van het Vaticaan. Deze wordt bewaard in de bibliotheek van het Vaticaan. Beide majuskels zijn tamelijk oud, namelijk uit de vierde eeuw van onze jaartelling.

Tekstgroepen

Aangezien de handschriften van het Nieuwe Testament onderling sterk afwijken, veel meer dan de handschriften van het Oude Testament, is men er toe gekomen de handschriften die het meest op elkaar lijken in groepen onder te verdelen.

De twee belangrijkste hoofdgroepen van handschriften zijn die met een zogenaamde „Egyptische tekst" en de zogenaamde „Byzantijnse tekst" of „Rijkstekst". De Egyptische tekstvorm vinden we veelal in de oudere handschriften, de Byzantijnse in de jongere handschriften.

Gedrukte tekstuitgaven

De Statenvertalers hebben bij hun werk de beschikking gehad over diverse gedrukte uitgaven van het Griekse Nieuwe Testament. Deze uitgaven waren gemaakt naar toen bekende Griekse handschriften.

Deze handschriften waren laatmiddeleeuws en met een Byzantijnse tekstvorm. Vooruitlopend op wat verderop nog ter sprake zal komen, moeten we nu reeds vaststellen dat we thans de beschikking hebben over veel oudere handschriften. Het uitgangspunt voor de Statenvertaling van het Nieuwe Testament is een gedrukte uitgave geweest in het Grieks met aantekeningen van Beza. De uitgave was in 1588/89 door de bekende Robert Stephanus bezorgd. De Statenvertalers hebben evenwel de vrijheid genomen ook andere gedrukte uitgaven te raadplegen.

Tot die uitgaven behoorde een van Erasmus. Deze was in het jaar 1516 te Bazel van de pers gekomen. Erasmus heeft voor deze uitgave gebruik gemaakt van een paar minuskels, eveneens met een Byzantijnse tekst. Het werk is door Erasmus met enige haast verricht. In de jaren 1514 tot 1517 waren namelijk theologen van de rooms-katholieke universiteit te Alcala in Spanje begonnen met een bijbeluitgave, waarin onder andere de grondtekst van het Nieuwe Testament was afgedrukt. Deze tekst kon in verband met het wachten op een pauselijke toestemming pas in 1522 verschijnen. In die tijd heeft Erasmus kans gezien zijn uitgave klaar te maken. Hoe snel hij te werk is .gegaan blijkt wel uit het feit, dat hij de laatste vijf verzen van de Openbaringen van Johannes, die ontbraken aan de hem ter beschikkins staande handschriften, zelf heeft samengesteld. Hij vertaalde gewoonweg zelf uit de Vulaaat, de toen gebruikte bijbelvertaling in het Latijn, de betrokken verzen in het Grieks! 

Betere handschriften?

De Statenvertalers hebben dus voor hun vertaling late handschriften genomen, die behoorden tot die .met een Byzantijnse tekst. Het huidige bijbelonderzoek gaat uit van handschriften, met een Egyptische tekstvorm. Deze Egyptische tekst is ook de basis van de nieuwe vertaling van het Nederlandse Bijbelgenootschap geweest.

De vraag kan nu opkomen: welke handschriften zijn de beste? Met „de beste" wordt dan bedoeld de handschriften die het meest de „oertekst", zoals die door de apostelen en profeten onder inspiratie van de Heilige Geest is vastgelegd, benadert.

We stelden reeds vast dat de handschriften met Byzantijnse tekst van jongere datum zijn en die met een Egyptische tekst van oudere datum. Nu kan men niet zonder meer zeggen: de oudere handschriften zijn beter, de jongere slechter. In de oudere handschriften kunnen al snel fouten geslopen en verbreid zijn. In de jongere handschriften kunnen „echte" teksten, d.w.z. naar de „oertekst" bewaard gebleven zijn.

Het is hier niet de plaats om dit verder toe te lichten. Wel kunnen we zeggen, dat wie de Biibel wil vertalen en uitleggen telkens voor de keuze staat uit de verschillende mogelijkheden, die de teksten van de diverse handschriften bieden, te bepalen welke de voorkeur verdient. Op deze manier zijn ook de Statenvertalers bezia geweest, met dien verstande dat zij minder vergelijkingsmogelijkheden hadden dan nu. Als hulpmiddel voor het onderzoek van de grondtekst van het Nieuwe Testament wordt tegenwoordig veelal de uitgave van Nestle gebruikt. Hierin is een pogina gedaan uit de bekende handschriften zoveel mogelijk een „oertekst" te benaderen. Belangrijke afwijkingen worden dan onder de afgedrukte tekst opgenomen. 

Grondtekst en onfeilbaarheid

Wie het bovenstaande gelezen heeft, zal zich kunnen afvragen of met het bekend worden van al deze handschriften met hun eigen tekstvormen en hun eigen afwijkingen de onfeilbaarheid van Gods Woord niet aangetast wordt.

Er moet worden toegegeven, dat de zaken eenvoudiger zouden liggen, wanneer er één grond- of oertekst bekend was, die we op één manier zouden kunnen vertalen. Maar de feiten liggen nu eenmaal an ders. Geen enkele grondtekst op zicnzeif genomen is onfeilbaar. Alleen de „oertekst" van apostelen en profeten is (was) onfeilbaar en deze bezitten we nu juist niet meer.

We moeten evenwel wat positiever eindigen. Ten tijde van de Statenvertaling was een grondtekst bekend, waarin de hoofdzaken van Gods heilswaarheden onomwonden en overduidelijk aangegeven waren. Verschillen in handschriften, die toen bekend waren, raakten geenszins deze centrale waarheden. De verschillen zijn trouwens door de Statenvertalers volledig onderkend en waar nodig in de Kanttekeningen verwerkt. De Statenvertalers hebben dan een keuze gemaakt en wat naar hun mening de beste tekst was in hun vertaling aangehouden.

Beter verstaan

Sinds de Statenvertaling is de kennis van handschriften van Oud' en Nieuw Testament aanzienlijk groter geworden. Het aantal mogelijkheden voor het bepalen van de beste tekst is dus vermeerderd. Het werk aan de grondtekst van de Bijbel is er niet eenvoudiger op geworden. Maar ook nu kunnen vve vaststellen, dat nieuw jgevonden handschriften central e geloofspunten niet aantasten. Nieuw gevonden handschriften kunnen soms wel meehelpen om op bepaalde gedeelten van de Schrift een nieuw licht te werpen.

We eindigen met een voorbeeld van het laatste. In Joh. 8 : 52 lezen we „onderzoek en zie dat uit Galilea geen (letterlijk: niet een) profeet opgestaan is". Deze uitspraak verliest veel van zijn zin wanneer we elders in de Schrift lezen, dat Jona uit Galilea geboortig is. Nu is het volgens een oude papyrus mogelijk hier te lezen: „onderzoek en zie, dat uit Galilea niet de Profeet (namelijk de Heere Jezus) opgestaan is". Dit geeft in het verband een betere zin. Hier is het te overwegen of de betrokken papyrus niet een betere Griekse tekst bevat.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 27 november 1971

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

benaderen van de „Oertekst

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 27 november 1971

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken