Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Voorzitter fruittelers over rapport-Little

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Voorzitter fruittelers over rapport-Little

Kritiek en waardering

4 minuten leestijd

UTRECHT — Het is niet juist de Nederlandse appelproduktie uitsluitend te baseren op de afzet in eigen land en een export gelijk aan de invoer.

Dat vindt de voorzitter van de Nederlandse fruittelersorganisatie NFO, de heer L. J. Nijsten, die het op dit punt niet eens is met het rapport, dat het Amerikaanse marktonderzoekbureau Little in opdracht van minister Lardinois gemaakt heeft.

De heer Nijsten besprak het rapport donderdagmiddag in Utrecht in een buitengewone algemene vergadering van de NFO, die bijeen was geroepen om een voorstel tot contributieverhoging te bespreken.

Het rapport ziet voor de Franse appelteelt een belangrijk .gunstiger toekomst dan voor de E.E.G.-fruitteelt als geheel en verwacht dat de Franse appelproduktie tot 1975 nog iets zal toenemen, nl. tot 1600 a 1700 miljoen kilo. De heer Nijsten daarentegen acht het niet uitgesloten dat de appelproduktie, die in Italië al sterk afneemt, ook in Frankrijk een dalende tendentie zal blijven vertonen.Dat zal een afnemende druk van die appelen op de Duitse markt betekenen en mogelijk toenemende exportmogelijkheden voor Nederland. Nu al exporteren we in bepaalde perioden goudreinetten naar Frankrijk en zelfs Golden Delicious, de appel die door zijn explosieve produktiegroei in Frankrijk de eerste veroorzaker is van de overproduktie in de E.E.G. ook volgens het rapport-Little.

De heer Nijsten was het met het rapport eens, dat in ons land nog groter oppervlakten verouderde boomgaarden moeten worden gerooid. Bureau Little denkt, zoals gemeld, aan 9500 hectare tussen nu en 1975 en eventueel nog eens 1500 ha. omstreeks 1975, samen met 10.500 ha. Om dat allemaal gerooid te krijgen zou volgens de heer Nijsten een rooipremie van ƒ 5700 per ha nodig zijn, voor 10.500 ha dus ongeveer ƒ 60 min. Dat lijkt een heel bedrag, maar het zou toch een snelle oplossing betekenen tegen aanzienlijk minder kosten dan vele jaren van tegen vergoeding uit de markt nemen van een met zorg geteeld produkt zou vergen.

EEG

Akkoord was de voorzitter ook met de aanbeveling in het rapport, dat de Nederlandse regering in de EEG moet aandringen op een gezamenlijke benadering van het fruitteeltprobleem. Men moet van de Nederlandse fruittelers niet vragen de helft van hun oppervlakte te rooien terwijl er in andere EEG-landen op dit gebied niets zou gebeuren. Wij wensen een gelijke positie met fruittelers in de andere EEG-landen, aldus de heer Nijsten. Dat wil onder meer zeggen dezelfde rentesubsidies en dezelfde regeling voor het tot stand brengen van nieuwe grote afzet.

Van harte ondersteunde de NFO-voorzitter de aanbeveling dat de overbruggingsfinanciering, zolang aanbodorganisaties. vermindering en vraagvergroting nog een voor de moderne fruitteler aanvaardbaar prijsniveau hebben gebracht, moet worden gehandhaafd en zelfs uitgebreid,

BEURTJAAR

Het had de heer Nijsten verwonderd dat het rapport zo weinig aandacht schenkt aan het „beurtjaarverschijnsel" (nu eens een kleine, dan weer een grote oogst) in de oude Duitse appelboomgaarden. Dat verschijnsel is namelijk in hoge mate bepalend voor de rentabiliteit van de Nederlandse bedrijven.

Blij was hij met het gunstige beeld dat het rapport geeft van de vakbekwaamheid en efficiency van de Nederlandse fruittelers, die de vergelijking met hun Franse concurrenten goed kunnen doorstaan, en van de geschiktheid van het Nederlandse klimaat voor de fruitteelt. Hij hoopte dat de daaraan gewijde woorden een eind zullen markten aan het fabeltje dat in de EEG „appelen en peren dienen te worden geteeld in het zuidelijk deel van onze Europese gemeenschap."

Het rapport heeft, zoals gemeld, nogal veel kritiek op wat er na de oogst met het Nederlandse fruit gebeurt, o.m. ook op de industriële verwerking. De heer Nijsten ging daar niet op in, niet omdat hij het niet belangrijk vond, maar omdat hij er intern en met andere organisaties nog overleg over wilde plegen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 december 1971

Reformatorisch Dagblad | 8 Pagina's

Voorzitter fruittelers over rapport-Little

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 december 1971

Reformatorisch Dagblad | 8 Pagina's

PDF Bekijken