Bekijk het origineel

Ontwikkelingsdeskundigen nu efficiënter adviseurs

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Ontwikkelingsdeskundigen nu efficiënter adviseurs

Geref. Synode in Lunteren:

8 minuten leestijd

Inhoudelijk werder niet gediscussieerd over de ontwikkelingssamenwerking ter Gereformeerde Synode; het ging alleen maar om een kwestie van de beleidsraad. Erg jammer voor een t.v.-ploeg, die blijkbaar wat van de discussie verwachtte. Jammer ook voor drs. H. Koetsier, functionaris ontwikkelingsaangelegenheden op het algemeen diaconaal bureau in Utrecht, die liever over het inhoudelijke dan over een structuurgeval had gesproken.

Niettemin gleden de synodeleden herhaaldelijk in hun betoog naar andere zijden, zoals bij een reactie van prof. dr. J. T. Bakker op een uitspraak van drs. G. Y. Vellinga uit Apeldoorn. Deze had in aansluiting op kanttekeningen van ouderling H. J. Ros uit Rotterdam nog eens op de ongelijkwaardigheid gewezen van de begrippen zending en werelddiaconaat, want zending is een zaak van de ambtelijke kerk en het werelddiaconaat gaat iedere Christen aan. Het ontwikkelingssamenwerken zou deze zaken in hun onderlinge tegenstelling vertroebelen, zo viel uit zijn betoog te distilleren.

WANHOPIG

Prof. Bakker had geen enkele moeite naar zijn zeggen met de vragen waarmee drs. Vellinga zat. „Misschien heeft hij die vragen wel omdat hij zo dicht bij dr. W. H. Velema zit". ,De discussie over de problemen van drs. Vellinga wordt al zo'n tien jaar gevoerd, vooral ook in de Gereformeerde Kerken.

Dr. H. B. Weijland uit Arnhem kwam al gesticulerend tot de slotsom dat hij wanhopige pogingen moest doen om het rapport „ontwikkelingssamenwerking" van de deputaten voor de zending en die voor de algemeen diaconale arbeid te begrijpen. Terecht, zoals een synodelid meende, die vond dat men met de rapporten langs elkaar heen praatte.

De zaak waar het om ging was of de  ontwikkelingsdeskundigen in de beleidsraad zending-werelddiaconaat als adviseurs moesten worden opgenomen of dat zij deputaat moesten worden. De rapporterende beide deputaatschappen bepleitten de synode om te kiezen voor adviserende ontwikkelingsdeskundigen, daarin bijgevallen door commissie-rapporteur ds. L. H. Kwast uit Leeuwarden die de rol van „adviseurs" zeer juist vond omdat het uiteindelijk toch om de kracht van de argumenten gaat en niet om het beslissen zelf (wat zou kunnen worden doorgedrukt).

Hij drukte overigens zijn spijt uit over het discussiëren over de vormgeving en niet over het inhoudelijke aspect. Verder had hij te weinig tijd gehad om de gehele toegezonden stapel rapporten te bestuderen want hij moest aan het einde van het jaar zowel zijn gemeente als zijn vrouw dienen Onbevredigend vond hij de huidige situatie waarin de ontwikkelingsdeskundigen een soort „blindedarm" zijn waar je ook zonder kunt leven.

AMENDEMENT

Prof. Bakker wilde van geen te maken deputaten weten, want deze moeten in de te vormen beleidsraad voor zending en werelddiaconaat verantwoordelijkheid voor het geheel dragen, een niet uit te sluiten mogelijkheid die z.i. van de ontwikkelingsdeskundigen niet kan worden gevergd. Zendingsdeputaten hadden dit wel voorgesteld, maar deze waren toch meegegaan met de diaconale deputaten. De verheffing tot deputaten vond echter weerklank bij ds. C. Ch. Griffioen uit Woerden die er meteen een amendement van maakte, dat met 14 stemmen voor werd verworpen.

Ter synode werd aan de vrees gereleveerd dat de ontwikkelingssamenwerking wellicht teveel een eigen leven zou gaan leiden en als het ware geinstitutionaliseerd worden. In het commissierapport werd onder meer voorgesteld in de synodale overwegingen dat „de ingewikkeldheid en de veelzijdigheid van het ontwikkelingsvraagstuk nopen tot een bijzondere toespitsing van de missionaire en diaconale taken zowel op de gemeente als op de samenleving". Voorts: „Voor de arbeid van de ontwikkelingssamenwerking is binnen de kerken een eigen vormgeving nodig die recht doet aan haar verwevenheid met de missionaire en diaconale taken van de kerk".

DERDE WERELD

Het gaat om een beter samenspel, niet om de verantwoordelijkheden, zo merkte drs. Koetsier op. Hij deed daaraan gekoppeld de suggestie voor het opnemen van leden van kerken uit de Derde Wereld die in ons land verblijven, als deputaten in de beleidsraad. Dat zou de gegroeide inzichten tegemoet komen.

Uiteindelijk besloot de synode om de ontwikkelingsdeskundigen adviseur te maken.

Overigens leek op de discussie wel een bepaalde pressie te liggen, hetgeen synodepraeses dr. A. Kruyswijk deed zeggen dat een bepaald synodelid blijkbaar graag voor de televisie wilde verschijnen.

RECEPTIE

Aan het einde van de middagvergadering nam men uitvoerig afscheid van de voorzitter van deputaten „financiën en organisatie", accountant T. P. van der Kooy uit Den Haag die na een koninklijke onderscheiding enkele jaren geleden thans door autoriteiten in het Gereformeerde leven in het zonnetje werd gezet. Hij wordt opgevolgd door ds. P. van Strien.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 januari 1972

Reformatorisch Dagblad | 8 Pagina's

Ontwikkelingsdeskundigen nu efficiënter adviseurs

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 januari 1972

Reformatorisch Dagblad | 8 Pagina's

PDF Bekijken