Bekijk het origineel

Eenvoudige procedures zijn toegestaan

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Eenvoudige procedures zijn toegestaan

Huur-aanpassing per 1 april

4 minuten leestijd

De minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, drs. B. J. Udink, heeft besloten de procedures voor de aanpassing per 1 april 1973 van de huurprijzen van woningen van gemeenten en woningcorporaties op een aantal punten te vereenvoudigen. De Woningwet biedt hiertoe de mogelijkheid. De minister heeft een en ander schriftelijk meegedeeld aan de colleges van burgemeester en wethouders.

De minister heeft genoemde beslissing genomen mede in verband met de moeilijkheden die hier en daar bij de uitvoering van de huurharmonisatie gerezen zijn. Hij wijst er op, dat de huurharmonisatie voor oude woningen met weinig woongerief niet automatisch tot aanzienlijke huurverhogingen behoeft te leiden. Een vergelijking van de huren van zulke woningen met die van nieuwe woningen zal in vele gevallen tot de conclusie leiden, dat geen verdere huurverhoging gerechtvaardigd is dan met 6 pet. Daarnaast zullen er complexen oude woningen zijn waarbij een huurverhoging of wel achterwege moet blijven of wel meer dan 6 pet. moet bedragen. Voor vele na-oorlogse woningwetwoningen, die in wooncomfort niet belangrijk onderdoen voor die van de laatste jaren maar waarvan de huur wel belangrijk lager is, zal de huuraanpassing meer dan 6 pet. bedragen. Als voorheen zal het bedrag van de huurverhoging echter niet hoger mogen zijn dan die voor nieuwe woningen.

VEREENVOUDIGING

De minister heeft besloten, dat de woningcorporaties en gemeenten die door welke oorzaak dan ook nog geen afgerond harmonisatieplan voor de huurverhoging per 1 april 1973 hebben kunnen opstellen, hiervan mogen afzien. Zij zullen dan voor de huuraanpassing per 1 april 1973 kunnen uitgaan van het harmonisatieplan dat werd goedgekeurd voor de huuraanpassing per 1 april 1972.

De woningcorporaties en gemeenten, die voor 1 februari 1973 een (nieuw) plan voor de harmonisatie van de huurprijzen van hun woningen per l april 1973 bij de huuradviescommissie hebben ingediend, zullen dat plan ook kunnen gebruiken als basis voor de huuraanpassing per 1 april 1974 en per 1 april 1975.

Door het grote aantal procedures dat nog loopt naar aanleiding van de huuraanpassingen per 1 april 1972 zal de huurprijs van vele woningen per 1 april 1973 nog niet vaststaan. Dit is bezwaarlijk voor huurder zowel als voor verhuurder. Teneinde hieraan tegemoet te komen heeft de minister voorts besloten op verzoeken tot vaststelling van huurprijzen als regel te beslissen voor een periode van twee jaar, te weten van 1 april 1972 t/m 31 maart 1974. Evenals tot nu toe wordt uiteraard eerst het advies van de Huuradviescommissie gevraagd voordat huren worden vastgesteld.

MEDEDELEN

De verhuurders zullen voor 1 maart 1973 aan de huurders schriftelijk moeten mededelen welke huurprijzen met ingang van 1 april 1973 voor hun woningen uit het laatst ingediende harmonisatieplan voortvloeien. Voor de woningen waarop de wet jaarlijkse huurverhogingen van toepassing is, dat zijn de woningen waarvoor het rijk nog een jaarlijkse bijdrage eeft, is de huurverhoging verplicht. Voor de andere woningen kan de huurder gemotiveerde bezwaren aanvoeren tegen de huurverhoging, b.v. op grond van onderhoudsgebreken. Als de verhuurder het met deze bezwaren niet eens is, zal hij de minister vragen de huur vast te stellen. Dergelijke verzoeken worden door de minister aan de huuradviescommissie voorgelegd, die nagaat in hoeverre de bezwaren van de huurder gerechtvaardigd zijn.

PLAATSELIJK BELEID

De minister is van mening, dat door de bovenstaande maatregelen de gemeenten en woningcorporaties in de komende tijd de gelegenheid zullen hebben hun huurbeleid geleidelijk verder te ontwikkelen. Met de huurharmonisatie is 'steeds beoogd het tot stand brengen van een rechtvaardig en evenwichtig huurpatroon, dat is afgestemd op de plaatselijke situatie. De grotere vrijheid die op dit gebied nu wordt geboden na vele jaren van algemene huurronden blijkt aanvankelijk tot moeilijkheden aanleiding te geven.

Niettemin is de minister er van overtuigd, dat geleidelijk in steeds bredere kring zal worden ingezien dat het huidige wettelijke kader de mogelijkheid biedt voor het voeren van een bevredigend huurbeleid. Er zullen overlegstructuren moeten ontstaan om de gezamenlijke huurders in staat te stellen hun invloed hierop uit te oefenen.

In het geregeld overleg over de huurharmonisatie, dat plaatsvindt met de federaties van woningcorporaties en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, wordt aan dit aspect bijzondere aandacht geschonken. Waarschijnlijk zal blijken, dat de rol van de huurders het beste zal kunnen liggen op het gebied van het toetsen van de harmonisatieplannen. Indien deze plannen eens per drie jaar worden opgesteld, overeenkomstig de mogelijkheid die de Woningwet biedt, zal voor het raadplegen van de huurders hierover volop gelegenheid bestaan.

Vanwege het departement zal in maart a.s. aan de gemeenten en woningcorporaties een nieuw vouwblad met informatie over de huuraanpassing per 1 april 1973 beschikbaar worden gesteld, ter uitreiking aan hun huurders. 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 23 januari 1973

Reformatorisch Dagblad | 8 Pagina's

Eenvoudige procedures zijn toegestaan

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 23 januari 1973

Reformatorisch Dagblad | 8 Pagina's

PDF Bekijken