Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Wat gaan vorige ministers doen?

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Wat gaan vorige ministers doen?

Afvloeiingsregeling is best

3 minuten leestijd

DEN HAAG — Nu in het nieuwe kabinet de zestien ministers en een even groot aantal staatssecretarissen — naar nummer 17 wordt in D'66-kringen naarstig gezocht — hun arbeid zijn begonnen, rijst de vraag hoe het nu verder moet met hun voorgangers.

Blijven de vroegere landsbestuurders het ambacht trouw of zinnen zij op nieuwe taken? Is een einde gekomen aan het ministeriële salaris (f 125.136,-), het inkomen van staatssecretaris (f 102,840,-) en de auto met chauffeur, of zorgt de staat der Nederlanden voor een startkapitaal, een nieuwe carrière waardig?

GEEN KLACHTEN

Welnu, de afvloeiingsregeling voor bewindslieden laat niets te wensen over. Zij krijgen tot twaalf maanden na hun heengaan tachtig procent van het jaarsalaris. Daarna loopt dat inkomen per jaar tien procent terug met een minimum van zestig procent en een tijdsduur van ten hoogste zes jaar. In bijzondere gevallen kan worden besloten de uitkering voort, te zetten. Andere inkomsten uit arbeid worden voor een deel in mindering gebracht. 

In het kabinet-Den Uyl komen twee ministers voor die ook deel uitmaakten van het vorige kabinet: Van Agt, die justitie blijft beheren, en Boersma, die sociale zaken trouw is gebleven. Een staatssecretaris is bevorderd: Westerterp, die tweede man was op buitenlandse zaken, moet nu als minister van verkeer en waterstaat nieuwe impulsen geven. Staatssecretaris Van der Stee blijft gewoon zitten bij financiën. 

Dan de vertrekkenden en om te beginnen de topman van het vorige kabinet: oud-premier Biesheuvel nam vorige week vol afschuw afscheid van de politiek. Een vakantie op het eiland Rhodos moet de pijn van het heengaan verlichten. Het bedrijfsleven boeit hem zeer, maar tot in Spakenburg trekken AR-leden aan de man uit Aerdenhout omdat zij zijn terugkeer wensen. 

Er zijn nog vier ministers die het bedrijfsleven minnen, Nelissen (financiën) en Langman (economische zaken) zijn duidelijke voorbeelden. Hun kennis van zaken zal bij banken en grote bedrijven met graagte worden aangenomen. 

In mindere mate geldt dat voor Van Veen (onderwijs plus een tijd lang wetenschapsbeleid, — volgens vriend en vijand een harde werker) en Udink (volkshuisvesting en een tijd verkeer en waterstaat). 

De oud-minister van buitenlandse zaken, Schmelzer, heeft de politiek niet definitief vaarwel gezegd. Staand op een blonde duin meldde hij eerst langdurig vakantie te willen houden. 

Hij ziet het meest in een combinatie van politiek en commercie. Het eerste is te verwezenlijken als het Eerste-Kamerlid Schuyt bereid mocht zijn zijn groene zeteltje te verlaten en het tweede is een kwestie van loven en bieden. De tussenvorm van politiek en commercie kan door meer oud-bewindslieden worden bereikt als een stijgende vraag ontstaat naar goede commissarissen. 

Voor de oud-minister De Koster (defensie) en Geertsema (binnenlandse zaken) ligt de zaak eenvoudiger, zij versterken het Tweede-Kamer team van de VVD, dat een krachtige oppositie wil gaan voeren. Verder keren in de Tweede Kamer terug: oudminister Boertien (ontwikkelingshulp) en de staatssecretarissen KruLslnga en Scholten (beide CHU), Vonhoff en Rietkerk (beiden VVD). Over de minst bekende staatssecretaris, drs. K. W. Buck (volkshuisvesting en ruimtelijke ordening) is nu alleen bekend dat hij is vertrokken.

DRIE OVER

Resten nog drie namen: Lardinois (landbouw), Engels (cultuur, recreatie en maatschappelijk werk) en Stuyt (volksgezondheid en milieuhygiëne). Lardinois is al maanden geleden naar Brussel vertrokken als Europees minister in het zelfde vakgebied. Minister Engels is ziek. 

De laatste naam: dr. L. B. J. Stuyt. In 1971 uit het niets opgedoken als internist in een Haags ziekenhuis, ligt de conclusie voor de hand. Er is gebrek aan internisten en dus retour medische wereld.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 mei 1973

Reformatorisch Dagblad | 8 Pagina's

Wat gaan vorige ministers doen?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 mei 1973

Reformatorisch Dagblad | 8 Pagina's

PDF Bekijken