Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Ten dage dat ik vrees

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Ten dage dat ik vrees

„Ten dage als ik zal vrezen, zal ik op U vertrouwen". Psalm 56:4

5 minuten leestijd

Niemand behoeft zich te schamen weleens bevreesd te zijn. Wie zegt dat hij het nooit geweest is, kan zelfs moeilijk geloofd worden. De vrees behoort immers bij ons mens-zijn. U hoort het al uit de mond van de eerste mens, direct na de eerste zonde. Dan zegt Adam: „Ik hoorde Uw stem in den hof en ik vreesde".

Sinds dat moment, toen de zonde kwam, wordt het leven van de mens bedreigd van alle zijden. Er is vrees als we ernstig ziek zijn. Er is vrees voor onbekende machten, die ons omringen en onverhoeds ons of onze kinderen kunnen overvallen. Er is vrees voor de komende tijd als we de wereldgeschiedenis bezien. Er is vrees voor de toekomst als we de geschiedenis der hedendaagse kerk in ogenschouw nemen.

Waar kan een mens al niet voor vrezen, niet het minst voor de dood. Maar alles vindt toch de bron in dat wat Adam uitsprak: „Ik hoorde Uw stem in den hof en ik vreesde". Het is de vrees voor God om verantwoording af te leggen. Paulus noemt het de schrik des Heeren.

Is daarom ook niet. wetend of onwetend, ons leven doortrild van vrees. Wat voor gerustheid zal een mens hebben, die God kwijt is. Wat voor vrede zal de wereld kennen, die met God geen rekening houdt en waarin ieder doet wat goed is in eigen oog. Dan kunnen we alles verwachten, behalve gerustheid en vrede.

Ja, wat doen we tegen de vrees? David wijst ons lüer op een goede en beproefde weg. Hij vreesde voor Saul en was hem ontvlucht. Nu is hij onder de Filistijnen ontdekt en ook niet meer veilig. Niemand is er meer waar hij op kan vertrouwen. Ieder loert op hem. Nergens is hij meer veilig. Vrienden heeft hij hier niet op dit ogenblik. Toch wanhoopt hij niet. Hij zegt welbewust en overtuigd: „Ten dage als ik zal vrezen, zal ik op U vertrouwen!"

Weet u ook wat dit betekent? Weet u van het geheim van deze hoop en rust? Het wordt in deze zelfde psalm door David wel verklaard. Hij zegt dan: „Dit weet ik dat God met mij is". Daarom mocht hij op de Heere vertrouwen. De vrees kwam in de wereld door de scheiding met God. En nu is de vrees alleen weg te nemen door het herstellen van het leven met God. Er is een grotere vrees dan die voor mensen en onbestemde dingen of rampen. En dat is de vrees over de scheiding met God. „Vreest niet voor degenen, die het lichaam kunnen doden, maar de ziel niet kunnen doden; maar vreest veel meer Hem, Die beide ziel en lichaam kan verderven in de hel". Dat is een waar woord van de Heere Jezus. En dit woord had David leren prijzen. Hij had daar weet van. Begint hij deze psalm niet met de bede: „Wees mij genadig, o God?"

Hij wist niet alleen die genade nodig te hebben. Hij had kennis van de genade. Daarom prees hij het Woord van God, het Woord der genade. En dat alleen is bij machte alle vrees te doen wijken. In de Heere Jezus Christus, de Immanuël, is er uitkomst tegen de vreze des doods. In Hem is er verzoening te vinden voor de zonde, die zo kan doen vrezen vooi God. Alleen Christus kan de bron van alle vrees wegnemen. Daarvoor helpt geen blinddoek, maar alleen het bedekkende kleed van Zijn gerechtigheid. Daarvoor helpt geen grootspraak van onze kant, waardoor wij de vrees trachten te overstemmen, maar alleen het vrijsprekende Woord des Heeren, welke de aanklacht van Gods recht doet zwijgen.

Zo ligt in Christus alles wat we nodig hebben, ook in deze tijd vol van vrees voor jong en oud, voor ouders en kinderen. In Hem ligt de toegang en de toevlucht tot God. Hij alleen overwon de vrees en door Hem alleen kan de vrees in ons overwonnen worden. U zult Hem moeten kennen om het David na te getuigen: „Ten dage als ik zal vrezen, zal ik op U vertrouwen".

Ook de ontwrichting der tijden spoort ons aan ons te haasten om ons levens wil. Ook hiervoor geldt de Heere te zoeken, eer dat de kwade dag komt. Zoek Hem dan ook zonder enig uitstel. Davis wist het. „Ik vertrouw op God, ik zal niet vrezen,; wat zou een mens mij doen".

Is zo de vrees in uw leven ook overwonnen? Dat zal dan uitkomen in het beoefenen van het geloof, dat waarachtig vertrouwen, hetwelk de Geest in het hart werkt. Daar zult u dan vaak de Heere en Zijn Woord voor nodig hebben. Want die weet dat de Heere met hem is, zal hartelijk verlangen steeds dicht bij Hem te leven: in kinderlijk vertrouwen Hem aanbidden. Let dan maar op uw leven. Dan zijn er die vrezen, maar niet behoeven te vrezen. Tot hen zegt de Heere overtuigend en bemoedigend: „Vreest niet, gelooft alleenlijk".

Dan zijn er ook die niet vrezen, maar toch alles hebben te vrezen. Tot hen zegt de Heere: „Wat vertrouwt gij op Mij en neemt Mijn inzettingen in uw mond". Dan wil dit woord aan grootsprekers de moed ontnemen en de vrees verwekken voor de Heere om tot Hem uit te drijven. Dan mag dit woord de kleinmoedigen en vreesachtigen wijzen op Gods trouw en Zijn Woord en aansporen te zingen met David: 

Maar wordt ik ooit met bange vrees bela3n, dan zal op U mijn vast betrouwen staan. Ik prijs in God Zijn Woord; ik steun voortaan op Hem; zou vlees mij deren? 

Katwijk aan Zee. ds. C. v.d. Bergh

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 juni 1973

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

Ten dage dat ik vrees

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 juni 1973

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

PDF Bekijken