Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

SCHERPE KRITIEK OP VOORZITTER MAASTRICHTSE KvK

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

SCHERPE KRITIEK OP VOORZITTER MAASTRICHTSE KvK

4 minuten leestijd

Voorzitter A Hubben van de Unie BHLP heeft gisteren is Kerkrade kritiek geuit op de voorzitter van de Maastrichtse kamer van koophandel, mr. P. Meyer Viol. De heer Hubben zei het volstrekt oneens te zijn met diens onlangs gedane uitlating, dat nieuwe industrieën voor Limburg ongewenst zijn omdat bestaande Limburgse industrieën in hun groei belemmerd dreigen te worden door te weinig arbeidskrachten.

De heer Hubben noemde het een „ietwat bombastische uitspraak" en achtte de argumenten van de Maastrichtse kamervoorzitter „stuk voor stuk discutabel". Weet de heer Meyer Viol, zo vroeg de heer Hubben zich af, dat er 45.000 arbeidsplaatsen door de sluiting van de mijnindustrie vervallen, waarvan 34.000 in de oostelijke Mijnstreek.'En weet hij dat van de nog te vervallen ca 7.000 arbeidsplaatsen in de mijnindustrie (oostelijke mijnstreek) er ca. 3.500 voor 1975 een nieuwe arbeidsplaats dienen te krijgen.

Laat de heer Meyer Viol, aldus de heer Hubben, de Limburgse situatie niet uitsluitend door een Maastrichtse bril beoordelen, die ook nog duidelijke Belgische tintjes vertoont. Hij doelde hier op het feit dat de heer Meyer Viol directeur is van de Koninklijke Nederlandse Papierfabriek, die een vestiging is België heeft.

„Een erg opwekkend verhaal is het niet", begon Andries.

„U weet, hoe de Fransen over de Rijn geliomen zijn?"

„We hebben er iets van vernomen", zei Jan Arends. „Maar het rechte weten wij niet". „Maar daar komt het juist op aan!" riep Andries uit. „Daar begon de ellende al. Het was niets dan verraad!"

„Waartegen de knapste veldheer niet bestand is", zei zijn vader. „Verraders moesten worden opgehangen aan de hoogste boom".

„De Fransen, het was een groot leger, stonden bij Lobith aan de Rijn", verhaalde Andries. „Zij zagen geen kans er over te komen. Als er geen verraad in het spel was gekomen, stonden ze er misschien nog!"

„Ho, ho", vond Arends, „zulke halzen zijn het niet. Maar ga verder".

„Nu, toen was er een gemene boer, een Judas, die voor een handvol geld de Fransen een ondiepe plaats aanwees, zo'n ellendeling. Toen was het natuurlijk een kleinigheid, om aan de overkant te komen".

„Maar daar worden ze toch zeker wel warm ontvangen? Zo'n gewichtig punt was toch wel goed bezet?"

„Het zou goed bezet zijn geweest, als die generaal daar. De Montbas heet hij, zijn plicht had gedaan. Maar hij was een grote lafaard. Hij wachtte niet eens tot de Fransen er over waren, maar koos het hazenpad. Bah, wat een kerel! Hij loste geen schot; belette de Fransman niet om door de rivier te komen, maar trok vlug op Arnhem terug. Dat is nu een generaal van Jan de Witt! 't Is fraai! De Prins had hem daar niet willen hebben bij Lobith, want hij vertrouwde die Montbas niet. Maar De

„Hoe weet je dat alles toch. Dries?" vroeg zijn moeder, verwonderd.

„Dat heeft die officier bij oom verteld moeder en nog veel meer. Hoort u maar".

„Dus daar is helemaal niet gevochten?" vroeg Jan Arends. En tussen zijn ogen kwam een rimpel.

„Jawel. De Fransen waren niet gelukkig bij de overtocht. De stroom sleurde velen mee. Vanuit Arnhem was een troep ruiters —bijna alle Friezen — onder bevel van kolonel Wirtz naar Lobith gezonden. En die hebben de vijand veel afbreuk gedaan. Maar zij waren toch niet tegen de overmacht opgewassen en moesten wel wijken".

„En toen kon de Franzoos ongehinderd voorttrekken", zei Arends. En hij steunde, terwijl de rimpel tussen zijn ogen dieper werd.

„Ja, als een zwerm sprinkhanen kwamen zij opdagen. De Prins moest, wilde hij van achteren niet aangevallen worden, zijn stellingen aan de IJssel wel opgeven en langzaam op Amersfoorten Utrecht terugtrekken. Maar hij werd op de voet gevolgd door het Franse leger, waartegen hij met zijn handjevol mannen niet opgewassen was".

„En die generaal De Montbas?" vroeg Aal, die met grote belangstelling zat te luisteren naar het verhaal van tegenspoed, dat haar aangreep.

„Ja, dat weet ik niet. Staatse officier bij oom dat alles vertelde, werd de lafaard iedere dag in het leger van de Prins terugverwacht. Vanzelf zou hij gevangen worden genomen".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 juli 1973

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

SCHERPE KRITIEK OP VOORZITTER MAASTRICHTSE KvK

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 juli 1973

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

PDF Bekijken